<?xml version="1.0"?>
<?xml-stylesheet type="text/css" href="http://nl.gospeltranslations.org/w/skins/common/feed.css?239"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/w/index.php?feed=atom&amp;target=PagePush&amp;title=Speciaal%3ABijdragen%2FPagePush</id>
		<title>Bijbelse Boeken en Preken - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
		<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://nl.gospeltranslations.org/w/index.php?feed=atom&amp;target=PagePush&amp;title=Speciaal%3ABijdragen%2FPagePush"/>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Speciaal:Bijdragen/PagePush"/>
		<updated>2026-04-10T05:32:08Z</updated>
		<subtitle>Uit Bijbelse Boeken en Preken</subtitle>
		<generator>MediaWiki 1.16alpha</generator>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Wat_gaat_het_u_aan%3F_Volgt_u_Mij!</id>
		<title>Wat gaat het u aan? Volgt u Mij!</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Wat_gaat_het_u_aan%3F_Volgt_u_Mij!"/>
				<updated>2009-08-24T17:03:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | What is That to You? You Follow Me!}}''Bevrijd van Vergelijken door Directe Woorden'' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Johannes 21:18-22'''&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Na zijn opstanding uit de dood vraagt Jezus drie keer aan Petrus of hij van Hem houdt. Hij antwoord drie keer ja. Dan vertelt Jezus aan Petrus hoe hij zal sterven – blijkbaar door kruisiging. Petrus vraagt zich af hoe het met Johannes zal gaan. Dus vraag hij Jezus: “wat zal er met hem gebeuren?” Jezus gaat er niet op de vraag in en zegt, “Wat gaat u het aan? Volgt u mij!” Hier is het hele gesprek: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;''Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen u jonger was, omgordde u uzelf en wandelde u waar u wilde; maar als u oud geworden bent, zult u uw handen uitstrekken, en een ander zal u omgorden en u brengen waar u niet heen wilt. En dit zei Hij om aan te duiden met wat voor dood hij God verheerlijken zou. En nadat Hij dit gezegd had, zei Hij tegen hem: Volg Mij! En Petrus zag, toen hij zich omkeerde, de discipel volgen die Jezus liefhad, die ook tijdens het avondmaal tegen Zijn borst was gaan liggen, en gezegd had: Heere, wie is het die U verraden zal? Toen Petrus deze zag, zei hij tegen Jezus: Heere, maar wat zal er met hem gebeuren? Jezus zei tegen hem: Als Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volgt u Mij!''&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De directe woorden van Jezus – “dat gaat je niks aan, volg mij” – klinken zoet in mijn oren. Ze bevrijden van de deprimerende slavernij van de fatale vergelijking. Soms lees ik de advertenties in de ''Christianity Today'' (alle tienduizend), en dan word ik ontmoedigd. Niet zo erg als vijfentwintig jaar geleden. Maar ik vind deze berg aan gemeenteopbouw suggesties nog steeds benauwend. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Boek na boek, conferentie na conferentie, DVD na DVD – allemaal vertellen ze me hoe ik een succesvoller gemeente krijg. En allemaal zenden ze stiekem de boodschap uit dat ik het niet goed genoeg doe. Het zingen kan beter. De prediking kan beter. Evangelisatie kan beter. Pastorale zorg kan beter. En hier is wat werkt. Koop dit. Ga hierheen. Ga daarheen. Doe het op deze manier. En wat nog erger is – sommige van deze boeken en conferenties zijn van mij! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik was dus verfrist door Jezus directe woorden voor mij (en jou): “Wat gaat jou dat aan? Volg jij mij!” Petrus had net moeilijke woorden gehoord. Je zult sterven – op een pijnlijke manier. Zijn eerste gedachten waren vergelijking. En Johannes dan? Als ik moet lijden, moet hij dan ook lijden? Als mijn bediening op die manier eindigt, eindigt zijn bediening dan ook zo? Als ik niet een lang leven en een vruchtbare bediening krijg, krijgt hij dat dan ook niet? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zo zitten wij zondaren in elkaar. Vergelijk. Vergelijk. Vergelijk. We móeten weten hoe we het doen in vergelijking tot anderen. En we worden even gelukkig wanneer we iemand kunnen vinden die het minder goed doet dan wij. Auw. Tot op de dag van vandaag kan ik me een klein briefje herinneren die ik kreeg in mijn laatste jaar op Wheaton [universiteit]: “Lief te hebben is stoppen met vergelijken.” Wat gaat jou dat aan, Piper. Volg mij! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wat gaat jou het aan dat David Wells zo goed de allesdoordringende effecten van het postmodernisme begrijpt. Volg jij mij!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wat gaat jou het aan dat Voddie Baucham het evangelie zo krachtig predikt ''zonder aantekeningen''? Volg jij mij!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wat gaat het jou aan dat Tim Keller zo duidelijk verbindingen ziet tussen het evangelie en de werkvloer? Volg jij mij!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wat gaat het jou aan dat Mark Driscoll de taal en de leegte van de pop cultuur op het puntje van zijn tong heeft? Volg jij mij!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wat gaat het jou aan dat Don Carson vijfhonderd boeken per jaar leest en pastoraal inzicht combineert met de diepte en samenhang van een wetenschapper? Volg jij mij!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Die woorden heb ik met grote vreugde tot me genomen. Jezus zal me niet beoordelen op basis van mijn superioriteit of inferioriteit ten opzichte van een ander. Geen predikant. Geen kerk. Geen bediening. Die zijn de standaard niet. Jezus heeft een werk voor mij te doen (en een andere voor u). Wat Hij mij geeft te doen is niet hetzelfde als Hij een ander geeft te doen, en Hij geeft de genade om het te doen. Vertrouw ik Hem voor die genade en doe ik wat Hij mij geeft te doen? Dat is de vraag. O de bevrijding die komt wanneer Jezus harde woorden spreekt! Ik hoop dat u bemoediging en vrijheid vind wanneer u Jezus hoort zeggen tegen al uw gespannen vergelijkingen: “Wat gaat het u aan? Volgt u mij!” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lerend in vrijheid te wandelen met u,&amp;lt;br&amp;gt;Pastor John&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Eenheid,_God_en_u</id>
		<title>Eenheid, God en u</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Eenheid,_God_en_u"/>
				<updated>2009-08-24T17:03:39Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Unity, God, and You}}''20 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, 21 opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 22 En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: 23 Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. (Johannes 17:20-23)'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus bad voor de eenheid van Zijn kerk – en hij doet dat nog! Een van Zijn meest indringende gebeden en verlangens voor elke plaatselijke gemeente is dat zij één zou zijn. Natuurlijk zullen we het er allemaal mee eens zijn dat we één willen zijn. Maar ''waarom'' wil Jezus dat we één zijn. Wat ''beweegt'' Jezus om te zoeken naar de eenheid van de plaatselijke gemeente? Is het slechts voor ons voordeel? Volgens Johannes 17 bidt Jezus voor onze eenheid omdat de eenheid in onze plaatselijke gemeenten ontworpen is om een weerspiegeling te zijn van de eenheid die God geniet in de verschillende personen van de drie-eenheid. Hij wil dat wij, een divers lichaam van gelovigen, één zijn, net zo als Hij, in de diversiteit van de drie-eenheid, één is. Jezus is het Hoofd van de kerk, en Hij wil dat wij een eenheid laten zien die ware en prachtige dingen zegt over de eenheid van onze God drie-enig. Dit is voor een groot deel hoe Jezus wil dat onze plaatselijke gemeenten God zouden vertegenwoordigen – en deze taak kunnen we niet ontlopen. Onze gemeente zegt óf ware dingen over de eenheid van onze God, óf we laten God zien als op een of andere manier verdeeld in Zichzelf. '''&amp;lt;br&amp;gt;''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We dragen allemaal bij óf aan de geest van eenheid, óf aan de geest van verdeeldheid. Ons gedrag, onze woorden, onze prioriteiten, onze houding, onze emotionele reacties, en zelfs onze gedachten en motieven dragen allemaal bij aan hoe onze gemeente Gods eenheid representeert. Wat van beschuldigende gedachte! Elke keer als ik reageer in boosheid of zondige frustratie, elke keer als ik reageer met sarcasme in mijn woorden of als ik bitterheid koester in mijn hart, elke keer als ik roddel, elke keer als ik gemotiveerd word door egoïsme en trots, heeft dat niet alleen effect op mijn eigen getuigenis. Het heeft effect op de eenheid en getuigenis van de Kerk, welke direct effect heeft op het getuigenis van God zelf. Hetzelfde is waar in het huwelijk. Het huwelijk is een beeld van de relatie tussen Christus en Zijn Gemeente (Ef. 5:22-29). Mijn liefde voor mijn vrouw is ontworpen om de verzorgende, koesterende en zelf-opofferende liefde van Christus voor Zijn Gemeente te laten zien. Dus of ik dat nou toe wil geven of niet, al mijn gedragingen, gedachten, houdingen, begeerten, woorden, motivaties en reacties naar mijn vrouw toe zeggen iets over Christus’ relatie met de Gemeente. Ik zeg óf iets wat waar is, óf iets wat niet waar is. En elke keer wanneer ik zondig tegen mijn vrouw op een van deze manieren, heb ik een leugen verteld over hoe Christus zijn geliefde Bruid liefheeft en behandelt. Wanneer wij één worden als plaatselijke gemeente, zeggen we de waarheid over de relatie tussen de Vader, Zoon en de Heilige Geest. Wanneer we denken, voelen, handelen, en reageren op manieren die eenheid reflecteren, zeggen we de waarheid over de eenheid van God. &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En, volgens Jezus, de eenheid van onze gemeenten is ook de beste evangelisatiemethode die we hebben. Hij wil dat we “volmaakt één zijn, ''opdat de wereld erkenne'', dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.” God heeft de eenheid in de plaatselijke gemeente ontworpen om te functioneren als een magneet om zowel gelovigen als ongelovigen aan te trekken. Wanneer wij als plaatselijke gemeente één zijn, spreken onze onderlinge relaties boekdelen tot een toekijkende wereld. De liefde, onzelfzuchtigheid, bescheidenheid en het geduld, die zo kenmerkend zijn voor de relaties van een gemeente waar eenheid heerst, beginnen aan de wereld te vertellen dat God Jezus heeft gezonden, en dat God van ons, Zijn bruid, houdt. En omgekeerd, wanneer we kleine verdeeldheden onder ons laten voortbestaan, worden we wat evangelisatie betreft onvruchtbaar omdat het gezamenlijke getuigenis van onze gemeente leugens zegt over God. De eenheid van de plaatselijke gemeente is Gods evangelisatieprogramma. Als wij willen zien hoe de Heilige Geest onze gemeente gebruikt om bekeerlingen te produceren, dan moeten we allemaal hard werken, en samenwerken om de eenheid in onze kerk te bevorderen en te bewaren. &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus laat ons in Johannes 17 zien dat eenheid om gebed vraagt. We kunnen niet zomaar verwachten eenheid te kunnen genieten als we er niet voor bidden. Als Jezus hiervoor gebeden heeft, moeten wij toch zeker hetzelfde doen. Vriend, wanneer was de laatste keer dat u gebeden hebt voor de eenheid van de kerk. Ik daag u uit om het tot een dagelijks gebedspunt te maken. Bid dat onze gemeente één mag worden, en bid dat God u zal laten zien hoe u kunt bijdragen aan de eenheid binnen onze gemeente door hoe u denkt, spreekt, voelt en reageert. We kunnen allemaal groeien op dit gebied. Ieder van ons worstelt soms tegen de neiging om verbitterd te raken naar anderen toe, of met scherpe woorden te reageren, of té kritisch zijn, of klagend, of te trots te zijn om een fout toe te geven. We zijn allemaal zondaren die genade, barmhartigheid, en vergeving nodig hebben – zowel van God als van elkaar. &amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar wij zijn niet van onszelf. Wij representeren niet alleen onszelf, of onze eigen meningen of verlangens. Jezus heeft ons gekocht met Zijn eigen bloed. Wij zijn van Hem. Hij bezit ons. Hij heeft ons geschapen voor Zijn glorie, en heeft ons gekocht met Zijn bloed zodat wij hem goed zouden vertegenwoordigen in de wereld. Laten we ons voornemen om samen God te verheerlijken in onze plaatselijke gemeenten door te spreken, te voelen, te denken en te handelen op manieren die bijdragen aan de eenheid van de kerk. En laten we bidden dat, wanneer we dat doen, het God zal behagen om onze eenheid een effectief middel te laten zijn voor de bekering van ongelovigen. &amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Naar_een_Definitie_van_de_Kern_van_Bijbelse_Counseling</id>
		<title>Naar een Definitie van de Kern van Bijbelse Counseling</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Naar_een_Definitie_van_de_Kern_van_Bijbelse_Counseling"/>
				<updated>2009-08-24T17:03:28Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Toward a Definition of the Essence of Biblical Counseling}}''Godgericht, Christusverheerlijkend, Geestafhankelijk, Bijbelverzadigd, emotioneel betrokken, cultureel geïnformeerd gebruik van woorden, om mensen te helpen Godgericht en Christusverheerlijkend te zijn, blij om zichzelf weg te cijferen om van mensen te houden, een passie ten toon spreiden voor Gods heerschappij over alle dingen, tot blijdschap voor alle volken.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gebruik van woorden''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1 Tes. 4:13, 18; 5:11; Hebr. 3:13; Rom. 15:14). Bijna alle counseling is praten. Uiteraard omvat het waardevol en hartgeëngageerd luisteren en begrip. Maar counseling op zich is gesprek. Het is opvallend dat mensen geld geven voor een gesprek van een uur. Dat is de macht van woorden. God heeft bedoeld dat het zo is. Daarom hebben de belangrijkste thema's rondom counseling te maken met het wereldbeeld, dat het gesprek inhoud geeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Op God gericht''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1 Kor. 10:31; Hand 17:28). Een Godgericht persoon behandelt God als het centrum van alle zorgen van het leven, van het meest eenvoudige en wereldlijke tot het meest gewichtige en persoonlijke. Godgerichte taal is spreken dat God niet marginaliseert of Hem niet als niet ter zake of onnodig beschouwt. Het maakt duidelijk dat alles wat waarde heeft op belangrijke wijze met God heeft te maken. Alle counselingonderwerpen zijn op verschillende niveaus met God verbonden en counseling die probeert om expliciet zonder God tot genezing te leiden is ontoereikend. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Christus verheerlijken''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Joh. 16:14; 17:5). Christusverheerlijkende counseling is expliciet christelijk en is meer dan het verwijzen naar het goddelijke. Alle thema's in counseling hebben te maken met het verheerlijken of minachten van Jezus Christus. Onze houdingen, gevoelens en daden maken Christus groot of klein. Wij zijn geschapen om Christus groot te maken. Counseling is niet echt succesvol wanneer iemand sociaal beter functioneert, zonder bewuste afhankelijkheid van en blijdschap in Jezus Christus. Dit is de betekenis en het doel van alle gezondheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het kruis koesteren''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Gal. 6:14). Het is onvoldoende om te zeggen dat onze counseling Christus eert. Sommige niet-christelijke systemen, zelfs dat van Moslims, beweren dat ook. Counseling moet naar de kern van onze problemen en naar de kern van Gods oplossing gaan. Dat wil zeggen dat counseling altijd naar het kruis gaat, waar de diepgang van de zonde en de hoogte van de genade worden geopenbaard. Zonder het kruis te koesteren is er geen werkelijk verhogen van Christus of eren van God. Hoogmoed en wanhoop beslissend achterlaten is door het kruis van Christus. Het is het fundament van nederigheid en hoop. Er is geen ware mentale gezondheid indien wij de wanhopige situatie, waarin wij zonder het kruis waren, niet begrijpen en indien wij de vreugde van de bevrijding van die situatie, door de dood van Christus voor ons, niet voelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Afhankelijk van de Geest''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Rom. 8:6; Gal. 3:5; 5:22-23; 1 Petr. 4:11). Geestafhankelijke counseling weet en voelt dat het hopeloos is om, los van het beslissende werk van de Heilige Geest in de counselor en in de confident, wijs en liefdevol te spreken en werkelijke heelheid tot stand te brengen. Dit veronderstelt in het counselingproces de uitdrukkelijke aanwezigheid van gebed. Counseling is dienstbaar in de kracht die God geeft, zodat God in alles de eer ontvangt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Verzadigd van de Bijbel''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Matt. 4:4; Rom. 15:4; Hebr. 4:12). Bijbelverzadigde counseling behandelt het Woord van God niet als een fundament dat nooit ter sprake komt, nooit wordt besproken of nooit wordt aangehaald. &amp;quot;Fundamenten&amp;quot; liggen in de kelder en houden het huis recht, maar er wordt zelden over gepraat en ze zijn gewoonlijk niet attractief. Dit is geen geschikt beeld van de rol van de Schrift in counseling. De Bijbel heeft kracht en is werkelijk de waarheid en het Woord van God. Zelfs heiligen, die zeer vertrouwd zijn met de Schrift, moeten het Woord van God horen. Het heeft macht om de mentale wereld op orde te brengen, het geweten wakker te maken en hoop tot stand te brengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Emotioneel betrokken''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Deut. 32:2; Rom. 12:15; Hebr. 4:15; 13:3). Bijbelse counseling wordt gedaan door iemand die zich op gezonde wijze bewust is van zijn eigen emoties en die van anderen en wat zij voelen, zelfs als die niet door hemzelf of anderen worden uitgedrukt. Advies houdt rekening met wat anderen ervaren en niet uitsluitend met de bijbelse waarheden die op het probleem betrekking hebben. Goede bijbelse counselors voelen gepaste emoties en weten wanneer hun emoties niet in overeenstemming zijn met de situatie. Zij voelen aan wat anderen voelen en weten hoe ze hun manier van doorgeven van de waarheid moeten aanpassen, zoals dat op dat moment geschikt is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Cultureel geïnformeerd''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Hand. 17:23, 28; Spr. 6:6-8; Job 38-41). Bijbelse counseling is zich bewust van de historische, sociale, culturele en familiale factoren die de zonde en de gerechtigheid van onze levens vorm geven. Als het gaat om de macht van de zonde en genade, waardeert Bijbelse counseling culturele, sociale of familiale factoren niet meer dan de geestelijke, maar het beseft wel dat de vorm van de zonde en gerechtigheid beïnvloed is door familiale, sociale, culturele en historische zaken, die mensen kunnen helpen om te onderscheiden wat zonde is en wat niet en wat deugdzaam is en wat niet. Geloven dat de wortel van elk emotioneel en relationeel probleem zonde is, bepaalt grondig het concept van hoe te genezen, maar leidt niet tot simplistische inschattingen over hoe gemakkelijk genezing is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Mensen helpen om te worden''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(1 Tes. 3:12; Fil. 1:9). Bijbelse counseling is er op gericht mensen te veranderen - de manier waarop ze naar God en Christus, zonde, goed, kwaad, de wereld en andere mensen kijken, die begrijpen en aanvoelen. Bijbelse counseling gaat over mensen helpen veranderen. Het is doelgericht. Het is niet neutraal of ongeïnteresseerd. Het heeft door de Bijbel gevormde doelen voor de levens van mensen en voor relaties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Blijmoedig zichzelf wegcijferend houden van mensen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Fil. 1:25; 2 Kor. 1:24: 2 Kor. 16:14; 1 Tim. 1:5; Gal. 5:6). Het doel van alle gezondheid is Godgerichte, Christusverheerlijkende liefde voor mensen. Liefde is onmogelijk wanneer bezig zijn met zichzelf in iemands leven de overhand heeft. Daarom is minder met zichzelf bezig zijn een onderdeel van echte geestelijke gezondheid. Dit kan niet onmiddellijk tot stand worden gebracht, maar uitsluitend als iemand deel heeft aan iets dat waardig en groots is. Het doel is op te gaan in God en verder alles tot eer van God te laten zijn. De echt gezonde persoon heeft passie voor de heerlijkheid van God in alle dingen, tot blijdschap voor alle volken.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Vreugde_van_God_in_Gehoorzaamheid</id>
		<title>De Vreugde van God in Gehoorzaamheid</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Vreugde_van_God_in_Gehoorzaamheid"/>
				<updated>2009-08-24T17:03:17Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | The Pleasure of God in Obedience}}Verschenen in TijdSchrift, Magazine voor Pastoraat, Gezin en Gemeenteopbouw, 3de kwartaal 2006, p. 17-21.&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''1 Samuël 15:22-23'''&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Heeft de Here evenzeer welgevallen aan brandoffers en slacht­offers als aan horen naar des Heren stem? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen. Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezegge­lijkheid is afgoderij en dienen van terafim. Omdat gij het woord des Heren verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat gij geen koning meer zult zijn.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Het is goed nieuws te horen dat God een bergbron is en geen drinkbak. Het goede nieuws is dat GODS overstromende volheid geprezen, en ONZE verlangens bevredigd worden door eenvoudige dingen als dorsten en drinken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we ons van alle sterke, bruisende en gebottelde drank van de wereld afkeren en op onze knieën gaan bij de bergbron van Gods levend water, eren we Hem, verheerlijken we Hem en maken Hem groot als de enige bron van blijvende vreugde. En juist door Hem groot te maken, verzadigen we onszelf, omdat dat het water is waarvan we moeten leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is het beste nieuws in de hele wereld - dat God Iemand is Wiens ijver om Zijn naam te verheerlijken ten volle tot uitdrukking komt in een daad die de verlangens van mijn hart bevredigt. Dit betekent dat als ik het meest dorstig, het meest wanhopig ben en het meest om hulp verlegen zit, ik mijn ziel kan troosten, niet alleen met de waarheid dat er een weldadige stroom uitgaat van het hart van God, maar ook met de waarheid dat de bron en de kracht van deze stroom de ijver van God is om te handelen terwille van Zijn eigen naam. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik kan bidden met de psalmisten: &amp;quot;Om Uws naams wil, Here, vergeef mij mijn ongerechtigheid, want die is groot&amp;quot; (25:11). &amp;quot;Help ons, o God van ons heil, om de heerlijkheid van Uw naam; red ons en doe verzoening over onze zonden om Uws naams wil&amp;quot; (79:9). &amp;quot;Om Uws naams wil zult Gij mij voeren en leiden&amp;quot; (31:4b). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juist omdat God houdt van de heerlijkheid van Zijn eigen naam, is Hij ook blij met degenen die hopen op Zijn liefde en hun hoop uitdrukken in het gebed. Als je op God hoopt, verheerlijk je Hem als de bron van diepe en nooit eindigende vreugde. Als de rechtvaardigen bidden, geven ze simpelweg uitdrukking aan deze God verheerlijkende hoop. We kunnen nog een stap verder gaan en zeggen dat gehoorzaamheid aan God deze God verheerlijkende hoop zichtbaar maakt en aantoont dat ze werkelijk in ons leven aanwezig is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onze tekst is 1 Samuël 15:22: &amp;quot;Heeft de Here evenzeer welgevallen aan brandoffers en slacht­offers als aan horen naar des Heren stem?&amp;quot; Het antwoord is zonder meer NEEN. De Here schept oneindig meer vreugde in gehoorzaamheid dan in de voltrekking van godsdienstig ceremonieel zonder dat naar Zijn stem geluisterd wordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn twee vragen die ik hierbij wil trachten te beantwoorden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Waarom schept God vreugde in gehoorzaamheid? en &lt;br /&gt;
#Is dit goed nieuws voor ons? Is het goed nieuws te horen dat gehoorzaamheid datgene is wat God vreugde geeft, of is dat alleen maar ontmoedigend en lastig?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor we ons op deze twee vragen richten is het goed om ons de situatie weer duidelijk voor de geest te halen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen Israël uit Egypte geleid werd en door de woestijn trok, vielen de Amalekieten het volk aan. Daarover lezen we in Exodus 17:8-16. God gaf de Israëlieten de overwinning, maar het kwaad werd nooit vergeten. In Deuteronomium 25:17-19 zegt God: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Gedenk wat Amalek u gedaan heeft op uw tocht, toen gij uit Egypte getrokken waart; hoe hij u onderweg tegenkwam en al de zwakken in uw achterhoede afsneed, terwijl gij vermoeid en uitgeput waart, en hoe hij God niet vreesde. Als dan de Here, uw God, u rust gegeven heeft van al de vijanden rondom u in het land, dat de Here, uw God, u ten erfdeel geven zal om het te bezitten, dan zult gij de herinnering aan Amalek onder de hemel uitwissen; vergeet het niet.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Uiteindelijk is de maat van de ongerechtigheid der Amalekieten vol en de Here beveelt Saul, de eerste koning van Israël, om het vonnis over hen te voltrekken. De opdracht wordt gegeven in 1 Samuël 15:2-3: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zo zegt de Here der heerscharen: 'Ik doe bezoeking over wat Amalek Israël heeft aangedaan, hoe hij zich hem in de weg heeft gesteld, toen het uit Egypte trok. Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel'.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Saul verzamelt daarop zijn leger en trekt ten strijde tegen de Amalek. Hij waarschuwt de Kenieten zich terug te trekken als ze hun leven veilig willen stellen (vers 6). Daarna vernietigt hij de Amalekieten van Chawila tot Sur, ten oosten van Egypte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar vers 9 beschrijft de ongehoorzaamheid die Saul fataal wordt: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Saul echter en het volk spaarden Agag en het beste van het kleinvee en van de runderen, ook het naastbeste, verder de lammeren, kortom, al wat waardevol was; dat wilden zij niet met de ban slaan. Maar al het vee dat waardeloos was en on­deugdelijk, sloegen zij met de ban.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De Here zag deze ongehoorzaamheid en het berouwde Hem dat Hij Saul koning gemaakt had (vers 11). Even een woordje over dit goddelijke 'berouw' in het voorbijgaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In vers 29 van dit hoofdstuk staat: &amp;quot;Ook liegt de Onveranderlijke Israëls niet en Hij kent geen berouw; want Hij is geen mens, dat Hij berouw zou hebben.&amp;quot; Ik neem aan dat dit betekent dat het berouw van God (bv. in vers 11) niet is als het berouw van mensen. In feite verschillen beide zô van elkaar dat we niet eens kunnen spreken van berouw zoals vers 29 het bedoelt. Het is niet gebaseerd op onwetendheid of bedrog. Het berouw van God is de wending van Zijn hart in een nieuwe richting, maar geen wending die onvoorzien was. God heeft geen berouw omdat Hij onverwachts met een wending in de loop der gebeurtenissen te maken krijgt. Anders zou Hij net zijn als wij mensen. Maar de Onveranderlijke Israëls is geen mens dat Hij berouw zou hebben. Als de Bijbel dus zegt dat God berouw heeft, wordt daarmee bedoeld dat Hij Zich op een andere wijze uitspreekt, een andere houding aanneemt in een zaak waarover Hij eerder al gesproken had. Dat doet Hij niet omdat de loop der gebeurtenissen Hem zou verrassen, maar omdat een andere houding beter past bij de gebeurtenissen zoals die op dat ogenblik plaatsvinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Samuël is ontstemd over de veranderde houding van God tegenover Saul en hij roept de ganse nacht tot God (vers 11, zie ook 12:23). Het gevolg van deze nacht van gebed is een vastberaden besluit om te doen wat God zegt. Hij staat vroeg in de morgen op en ontdekt dat Saul naar Karmel gegaan is (vers 12), zich daar een monument heeft gebouwd en daarna naar Gilgal vertrok, waar hij eerder tot koning was gezalfd (11:15). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus gaat Samuël op weg om Saul te ontmoeten en in vers 13 zegt Saul: &amp;quot;Wees gezegend door de Here; ik heb het bevel des Heren uitge­voerd.&amp;quot; Samuël vraagt (in vers 14) wat dan het geluid van blatende schapen en loeiende runderen te betekenen heeft, als Saul werkelijk alles uitgevoerd had zoals God gezegd had. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dan (in vers 15) schuift Saul de schuld op het volk: &amp;quot;Die heeft men van de Amalekieten meegebracht, want het volk heeft het beste van het kleinvee en van de runderen gespaard...&amp;quot; Maar niets van wat Saul zegt kan verder nog baten. Hij is ongehoorzaam geweest aan het gebod des Heren en geeft dat ten slotte ook toe in vers 24: &amp;quot;Ik heb gezondigd, want ik heb het bevel des Heren, uw opdracht, overtreden.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste vraag die zich nu stelt is deze: Waarom is God zo misnoegd over ongehoorzaamheid? Of in de positieve zin, waarom is God zo blij met gehoorzaamheid? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Waarom God Blij Is met Gehoorzaamheid en Ongehoorzaahmeid Haatoud''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik zie in dit verhaal ten minste vijf redenen waarom God houdt van gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid haat. Ik som ze op in omgekeerde volgorde van belangrijkheid, althans zoals het mij voorkomt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Ongehoorzaamheid geeft blijk van een verkeerd gerichte vrees.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let op vers 24: &amp;quot;Saul zeide tot Samuël: Ik heb gezondigd, want ik heb het bevel des Heren, uw opdracht, overtreden; maar ik vreesde het volk en ik heb naar hen geluisterd.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarom gehoorzaamde Saul het volk in plaats van God? Omdat hij het volk vreesde in plaats van God. Hij was meer bevreesd voor de menselijke gevolgen van gehoorzaamheid dan voor de goddelijke gevolgen van de zonde. Hij vreesde het misnoegen van het volk meer dan het misnoegen van God en dat is een zware belediging aan God. Samuël had tweemaal aan Saul en het volk gezegd, in 12:14 en 24: &amp;quot;Vreest slechts de Here en dient Hem trouw met uw ganse hart.&amp;quot; Maar nu is de leider zelf bang geworden voor mensen en heeft zich afgekeerd van het volgen van God (1 Samuël 15:11). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. Ongehoorzaamheid geeft blijk van een verkeerd gerichte vreugde.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Saul trachtte Samuël ervan te overtuigen dat het een nobele intentie was die hem ertoe bracht God ongehoorzaam te zijn en de beste schapen en runderen in leven te laten (vers 21). Hij zei dat men de Here daarvan offers wilde brengen te Gilgal. Maar de Here gaf Samuël inzicht in de werkelijke motieven van Saul en het volk. Dat zien we in de woorden van vers 19: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Waarom hebt gij dan niet naar de Here geluisterd, maar hebt gij u op de buit geworpen en hebt gedaan wat kwaad is in de ogen des Heren?&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Ze wierpen zich op de buit als hongerige vogels, begerig om hun buik te vullen. Deze uitdrukking: 'zich werpen op' wordt ook gebruikt in 14:32 om te beschrijven hoe het volk zich op de buit wierp toen de Filistijnen werden verslagen. Er staat: &amp;quot;Daarom viel het volk aan op de buit; zij namen kleinvee, runderen en kalveren, slachtten die op de grond, en het volk at ervan met bloed en al.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer Samuël dan zegt in 15:19: &amp;quot;Waarom hebt gij u op de buit geworpen en hebt gedaan wat kwaad is in de ogen des Heren?&amp;quot;, geeft hij te kennen dat het volk gedreven werd door het zelfgenoegzame verlangen naar de genoegens van al dat vlees (bedenk dit: zij die de offers brengen, eten ook van het vlees). Hun genot was misplaatst. God had de oorzaak van hun vreugde moeten zijn, maar ze waren blijer met het vlees van schapen en runderen dan met de glimlach van en de gemeenschap met God. Dit is vanzelfsprekend een grote belediging aan God en daarom erg onaangenaam in Zijn ogen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. Ongehoorzaamheid geeft blijk van verkeerd gerichte eerbied.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen Saul de Amalekieten had verslagen, was het eerste wat hij deed, een monument voor zichzelf bouwen. Vers 12: &amp;quot;En Samuël werd meegedeeld: Saul is te Karmel gekomen en zie, hij heeft zich daar een gedenkteken opgericht.&amp;quot; Klaarblijkelijk was Saul meer geïnteresseerd in het verwerven van een naam voor zichzelf dan in het maken van een naam voor God door nauwgezette gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Hij had de lof onterecht verplaatst van God naar hemzelf. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze zonde wordt zelfs nog groter als je de verzen 17-18 leest: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Daarop zeide Samuël: &amp;quot;Zijt gij niet, hoewel gij klein waart in eigen oog, geworden tot een hoofd der stammen van Israël? En heeft de Here u niet gezalfd tot koning over Israël? De Here had u uitgezonden met de opdracht: Ga heen, sla die boosdoeners, de Amalekieten, met de ban, strijd tegen hen, totdat gij hen hebt uitgeroeid. Waarom hebt gij dan niet naar de Here geluisterd?&amp;quot;&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Eerder, in 9:21 was Saul nog verwonderd geweest dat God hem had verkozen om koning te zijn over Israël, al kwam hij uit de kleinste stam, die van Benjamin, en uit de minste familie van zijn stam. Hij had ook reden om verwonderd te zijn! Als hij eer wilde, had hij verwonderd en tevreden moeten zijn over de eer die God hem had gegeven. Dit is het punt voor Samuël in vers 17 - waarom laat je je leiden door een verlangen naar menselijke eer, nu God je in feite een uniek voorrecht geschonken heeft als het hoofd der stammen Israëls en de gezalfde koning van Gods volk? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar Saul was niet tevreden met de heerlijkheid van God en de eer om Zijn uitverkoren koning te zijn. Hij zocht naar zijn eigen eer en zijn eigen lof. En de nederige weg van gehoorzaamheid biedt dit soort lof en eer nu eenmaal niet. Dus deed hij alles op zijn eigen manier. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''4. Ongehoorzaamheid is als de zonde der toverij.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu zijn we op louter tekstueel terrein. Hier in vers 23 geeft Samuël de exacte reden aan waarom ongehoorzaamheid onaangenaam is voor God. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;(22b) Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen. (23) Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
God plaatste toverij in dezelfde categorie als de afschuwelijke dingen die Hij in Deuteronomium 18:10 zegt te haten: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Onder u zal er niemand worden aangetroffen, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet gaan, die waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, niemand, die de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt. Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Waarom zijn weerspannigheid en ongehoorzaamheid als de zonde der toverij? Toverij zoekt naar een manier om dingen te doen buiten het Woord en de raad van God om. En dat is precies waarop ongehoorzaamheid gebouwd is. God zegt één ding en wij zeggen: 'ik denk dat ik een andere bron van wijsheid ga raadplegen. Welke dan wel? MEZELF!' Ongehoorzaamheid aan Gods Woord stelt mijn eigen wijsheid in plaats van die van God; bijgevolg beledigt ze Hem als de enige ware en betrouwbare bron van wijsheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''5. Ongehoorzaamheid is afgoderij.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is wat Samuël zegt in het laatste deel van vers 23: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezegge­lijkheid is afgoderij en dienen van terafim.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Wanneer God iets zegt en wij raadplegen de kleine tovenaar die onze eigen wijsheid is, wanneer we dan hardnekkig verkiezen onze eigen weg te gaan, zijn we afgodendienaars. We hebben niet enkel gekozen onszelf te raadplegen bij wijze van alternatief voor God en zijn bijgevolg schuldig geworden aan toverij; we gaan nog verder dan dat. Feitelijk schatten we de koers van onze eigen gedachten hoger in dan Gods aanwijzingen en worden daardoor schuldig aan afgoderij. En het ergste van al, Wij zijn zelf de afgod! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het spreekt dus vanzelf dat God ontstemd is over ongehoorzaamheid omdat die in alle opzichten een aanslag is op Zijn heerlijkheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Zij stelt de vrees voor mensen in de plaats van de vrees voor God. &lt;br /&gt;
*Zij verheft het genot van dingen boven blijdschap in God. &lt;br /&gt;
*Zij zoekt een naam voor zichzelf in plaats van een naam voor God. &lt;br /&gt;
*Zij raadpleegt de wijsheid die we zelf hebben in plaats van tevreden te zijn met de wil van God. &lt;br /&gt;
*En zij hecht meer waarde aan de eigen ingevingen dan aan het gebod van God en tracht bijgevolg God te onttronen door trouw te bewijzen aan de afgod van de menselijke wil.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar gehoorzaamheid die precies het tegenovergestelde doet, plaatst God in al deze dingen op de troon en eert God. Daarom schept God vreugde in gehoorzaamheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we nu teruggaan naar de tweede vraag die we bij de aanvang stelden: Is dit goed nieuws voor ons? Is het goed nieuws te horen dat gehoorzaamheid datgene is wat God vreugde geeft, of is dat alleen maar ontmoedigend en lastig?&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'''Is Het Goed Nieuws Dat God Zich Verheugt in Gehoorzaamheid?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik geloof dat het goed nieuws is. En daar zijn ten minste zes redenen voor. We kunnen ze hier enkel even kort opsommen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;1. Gods vreugde over gehoorzaamheid is goed nieuws, want dit betekent dat Hij lovenswaardig en betrouwbaar is. Als Hij niet blij zou zijn met gehoorzaamheid, zou Hij een levende tegenstrijdigheid zijn: boven alles van Zijn heerlijkheid houden en toch niet blij zijn met wat deze heerlijkheid bekend maakt. Hij zou oneerlijk zijn en met 2 monden spreken. Zijn schoonheid zou verdwijnen en daarmee ook al onze vreugde! Hij zou bovendien onbetrouwbaar zijn, want men kan geen God vertrouwen wiens waarden zo wisselvallig zijn dat Hij Zichzelf het éne moment verheft en Zich het andere moment beledigingen laat welgevallen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;2. Gods vreugde over gehoorzaamheid is goed nieuws omdat het een garantie is voor de belofte dat de aarde op een dag vol zal zijn van Gods heerlijkheid zoals de wateren de zee bedekken. Als ongehoorzaamheid God onverschillig zou laten, dan was er geen zekerheid dat de komende eeuw vrij zou zijn van elk God onterend gedrag. Maar omdat Hij ongehoorzaamheid haat en gehoorzaamheid liefheeft, kunnen we er zeker van zijn dat ons verlangen naar een wereld vol van Gods heerlijkheid zonder twijfel vervuld zal worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;3. Gods vreugde over gehoorzaamheid is goed nieuws omdat ze toont dat Gods genade een geweldige kracht is en niet zomaar een onbeduidend verdragen van zonde. De heerlijkheid van Gods genade wordt niet enkel hierin gezien dat Hij voorbijziet aan de zonden van wie geloven, maar ook hierin, dat zij deze zonden geleidelijk, finaal en zegevierend uitroeit. Als God niet blij zou zijn met gehoorzaamheid, kon de heerlijkheid van Zijn soevereine genade ook nooit gezien worden in haar kracht die de zonde overwint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;4. Gods vreugde over gehoorzaamheid is goed nieuws, omdat Zijn geboden niet te zwaar zijn. Ze zijn alleen maar zo zwaar om te gehoorzamen als Zijn heerlijkheid moeilijk om te koesteren, en Zijn beloften moeilijk te geloven zijn. Deuteronomium 30:11 zegt: &amp;quot;Want dit gebod, dat Ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u.&amp;quot; En 1 Johannes 5:3 zegt: &amp;quot;Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren. En Zijn geboden zijn niet zwaar.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;5. Gods vreugde over gehoorzaamheid is goed nieuws omdat alles wat God ons beveelt, tot ons welzijn is. Waar God dus werkelijk blij me is als Hij zich verheugt over onze gehoorzaamheid, is onze diepe en blijvende vreugde. Deuteronomium 10:12-13 zegt: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Nu dan, Israël, wat vraagt de Here, uw God, van u dan de Here, uw God, te vrezen door in al Zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben, de Here, uw God, te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel; de geboden en de inzettingen des Heren, die Ik u heden opleg, te onderhouden, opdat het u welga.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
6. En ten slotte is Gods vreugde over gehoorzaamheid goed nieuws omdat de gehoorzaamheid waar Hij van houdt, de gehoorzaamheid is van het geloof. En geloof wil zeggen dat men zijn hoop vestigt op Gods barmhartigheid. En barmhartigheid wil zeggen dat onze gehoorzaamheid niet perfect hoeft te zijn; ze moet alleen boetvaardig zijn. &amp;quot;Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.&amp;quot; (1 Johannes 1:9). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
God is nog steeds een bergbron en geen drinkbak. Gehoorzaamheid is geen stel emmers om zijn nood te lenigen. Gehoorzaamheid is de niet te onderdrukken 'public relations' inspanning van hen die geproefd en gezien hebben dat de Here goed is.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Kenmerken_van_een_Geestelijke_Leider</id>
		<title>De Kenmerken van een Geestelijke Leider</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Kenmerken_van_een_Geestelijke_Leider"/>
				<updated>2009-08-24T17:03:02Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | The Marks of a Spiritual Leader}}Ik omschrijf geestelijk leiderschap als weten waar God wil dat mensen zich bevinden en het initiatief nemen om ze daar te brengen met behulp van Gods methodes en vertrouwend op Gods kracht. Het antwoord op de vraag waar God wil dat mensen zich bevinden, is in geestelijke welstand en een levenswandel die Zijn heerlijkheid toont en Zijn naam eert. Daarom is het doel van geestelijk leiderschap dat mensen God leren kennen en Hem eren in alles wat ze doen. Geestelijk leiderschap beoogt niet zozeer mensen te sturen, maar mensen te veranderen. Als we het soort leiders willen zijn die we behoren te zijn, moeten we ons tot doel stellen personen verder te ontwikkelen veeleer dan plannen te dicteren. Je kunt mensen laten doen wat je wilt, maar als ze in hun hart niet veranderen, heb je ze niet geestelijk geleid. Je hebt ze niet meegenomen naar de plaats waar God ze hebben wil. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen heeft in één of ander verband wel de verantwoordelijkheid van een leider. Maar mijn belangstelling gaat in dit artikel naar de kenmerken die iemand moet bezitten om een geestelijk leider te zijn die zowel in de kwaliteit van zijn leiding uitblinkt, als in het aantal mensen dat hem volgt. Bijbels geestelijk leiderschap behelst een binnencirkel en een buitencirkel. de binnencirkel van geestelijk leiderschap is die keten van dingen die in de menselijke ziel moeten plaatsvinden, wil iemand de eerste beginselen van geestelijk leiderschap bereiken. Dit zijn de absolute minimum vereisten, dingen die elke christen in mindere of meerdere mate moet kunnen verwerven. En als ze voor iemand tot een passie geworden zijn, een diepe overtuiging, zullen ze hem ook dikwijls brengen tot krachtig leiderschap. In de buitencirkel treffen we kwaliteiten aan die zowel geestelijke als niet-geestelijke leiders kenmerken. Wat ik in dit artikel zou willen doen, is trachten deze kwaliteiten van de binnen- en buitencirkel eenvoudig uit te leggen en te illustreren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''de Binnencirkel van Geestelijk Leiderschap''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. DAT ANDEREN GOD GAAN EREN''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het uiteindelijk doel van elk geestelijk leiderschap is dat andere mensen mogen leren God te eren, d.w.z. dat ze zo gaan voelen, denken en handelen, dat ze het ware karakter van God grootmaken. Volgens Mattheüs 5:14-16 is één van de voornaamste mogelijkheden van een christen leider om anderen ertoe te brengen God te eren, iemand te zijn die vriend en vijand liefheeft. &amp;quot;Gij zijt het licht der wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw vader, die in de hemelen is, verheerlijken.&amp;quot; Deze tekst laat zien dat er een zô typische instelling en levenshouding bestaat dat, als ze op het strijdtoneel van de gevallen mensheid zichtbaar wordt, ze een geldig bewijs levert dat er een God bestaat en dat Hij een unieke, betrouwbare hemelse Vader is. Als de realiteit van Gods beloften om voor ons te zorgen en alles voor ons te laten meewerken ten goede, ons hart zo aangrijpt dat we niet langer overgeleverd zijn aan hebzucht of angst of ijdelheid, maar integendeel voor andere mensen blijk geven van tevredenheid, liefde en vrijheid, dan zal de wereld moeten erkennen dat degene die ons hoop en vrijheid geeft, écht moet zijn, en schitterend bovendien.&amp;lt;br&amp;gt;'''2. VRIEND EN VIJAND LIEFHEBBEN DOOR TE VERTROUWEN OP GOD EN TE HOPEN OP ZIJN BELOFTEN''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar hoe krijgen wij nu een liefde die sterk genoeg is om z'n vijanden te zegenen en voor hen te bidden? Het antwoord dat de Schrift geeft (en dit is het derde niveau in de binnencirkel) is, dat vertrouwen op God en hoop op Zijn beloften leiden tot liefde. Galaten 5:6 zegt: &amp;quot;Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende.&amp;quot; D.w.z. als we een sterk geloof hebben in Gods goedheid, zal dat geloof zichzelf onvermijdelijk uitwerken in liefde. Colossenzen 1:4-5 zegt:&amp;lt;br&amp;gt;&amp;quot;Wij hebben gehoord van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen.&amp;quot; Met andere woorden, als onze hoop sterk is, worden we bevrijd van angsten en zorgen die ons verhinderen om vrijwillig lief te hebben. Daarom moet een geestelijk leider iemand zijn die een sterk vertrouwen heeft in Gods soevereine goedheid die alles voor hem doet meewerken ten goede. Anders loopt hij onvermijdelijk in de val waardoor hij omstandigheden gaat manipuleren en mensen uitbuiten om voor zichzelf een gelukkige toekomst te verzekeren, waarvan hij niet zeker is dat God die zal voorzien. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. MEDITEREN OVER EN BIDDEN BIJ ZIJN WOORD''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar hoe zullen wij, zondaars, erin slagen om zulk vertrouwen in God te krijgen? Romeinen 10:17 zegt: &amp;quot;Zo is dan het geloof uit het horen en het horen door het Woord van Christus.&amp;quot; En Psalm 119:18 luidt:&amp;lt;br&amp;gt;&amp;quot;Open mijn ogen, opdat ik aanschouw de wonderen uit Uw wet.&amp;quot; Deze twee teksten samen tonen ons dat geloof in God geworteld is in Gods Woord. Als we Gods Woord horen, voornamelijk de prediking van Christus in wie alle beloften van God ja en amen zijn, worden we aangespoord om Hem te vertrouwen, maar dit gebeurt niet automatisch. We moeten bidden dat onze ogen geopend worden voor de ware betekenis van het Woord van God in de Schrift. Dus moet de geestelijke leider iemand zijn die mediteert over het Woord van God en bidt om geestelijke verlichting. Anders verzwakt zijn geloof, zijn liefde gaat wegkwijnen en niemand zal aangespoord worden om God te eren dankzij hem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''4. ERKEN JE HULPELOOSHEID''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tenslotte moeten we ons afvragen hoe iemand ertoe komt om tijd te willen maken en open te staan voor het Woord van God? Het antwoord lijkt te zijn, dat wij onze hulpeloosheid moeten erkennen. Het ware geestelijke leiderschap heeft z'n wortels in de ontreddering. Jezus prees de man die zei: &amp;quot;O God, wees mij, zondaar, genadig.&amp;quot; Jezus zei over Zijn eigen zending: &amp;quot;Zij die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij die ziek zijn; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar de zondaars.&amp;quot; Dit betekent dat het begin van geestelijk leiderschap moet liggen in de erkenning dat wij die zieken zijn die een dokter nodig hebben. Als we eens tot dat punt afgedaald zijn, dan kunnen we open staan om het voorschrift van de dokter te lezen in het Woord. En naarmate we lezen over de wonderlijke beloften die daarin staan voor degenen die de dokter vertrouwen, wordt ons geloof sterker en onze hoop vaster. Als ons geloof dan sterk, en onze hoop vast is, zullen alle barrières om lief te hebben, zoals hebzucht en angst, worden weggevaagd. Als wij mensen worden die ons leven in de waagschaal durven stellen, zelfs voor onze vijanden, mensen die niet haatdragend zijn en die onze krachten besteden om de anderen goed te doen in plaats van onze eigen verheerlijking te zoeken, dan zullen de mensen dat opmerken en de eer geven aan onze Vader in de hemel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het gevolg van deze binnencirkel van leiderschap is dat je om leiding te kunnen geven, ook voor je mensen zult moeten uitgaan in bijbelstudie en gebed. Ik denk dat er geen succesvol geestelijk leiderschap zal zijn zonder langdurige periodes van gebed en meditatie over de Schrift. Geestelijke leiders dienen vroeg op te staan om God te ontmoeten, eer ze ook maar iemand anders zien. Mogelijk houden ze wel een dagboek bij van inzichten en gedachten bij het lezen van het Woord en bij het bidden. Ze moeten boeken willen lezen over de Bijbel (bijv. boeken van J.I. Packer, Paul Little, John Stott en tientallen andere uitstekende evangelicale schrijvers) en over gebed (bijv. de acht boeken van E.M. Bounds). Ze zullen af en toe een halve dag retraite moeten houden met een Bijbel, een notitieboekje en een liederenbundel. Wil je groot worden als leider van mensen, zul je ze soms moeten achterlaten om met God alleen te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''HET VOORBEELD VAN HUDSON TAYLOR''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 'Het Geestelijk geheim van Hudson Taylor' (pag. 234 e.v.) beschrijft Dr. Howard Taylor een van de ervaringen uit zijn rijzen door China met zijn vader Hudson Taylor. Hij schrijft: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Het was voor Mr. Taylor niet gemakkelijk om tijd te maken voor gebed en bijbelstudie in zijn erg veranderlijk leven, maar hij wist dat dit noodzakelijk was. De schrijvers herinneren zich maar al te goed hoe ze maand na maand met hem in noord-China rondtrokken met kar en kruiwagen, en overnachtingen in de armoedigste herbergen. Er was vaak maar één grote kamer voor koelies en reizigers samen; toch schermden ze met gordijnen van allerhande stoffen een hoek af voor hun vader en één voor hen zelf. Als dan de slaap uiteindelijk enige rust had gebracht, hoorden ze een lucifer aanstrijken en speurden ze naar het flikkerende kaarslicht dat Mr. Taylor, hoe moe hij ook was, liet schijnen over de kleine tweedelige Bijbel die ze altijd bij zich hadden. Van twee tot vier uur 's morgens was de tijd die hij gewoonlijk doorbracht in het gebed, een tijd waarvan hij zeker was dat hij God ongestoord kon dienen. Dat flikkerende kaarslicht heeft meer voor hen betekend dan alles wat ze ooit gelezen of gehoord hebben over stil gebed; het was echt, geen preek maar praktijk. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Het moeilijkste in een zendingsloopbaan, aldus Mr. Taylor, is het onderhouden van geregelde, door gebed ondersteunde bijbelstudie. &amp;quot;Satan vindt altijd wel iets om te doen,&amp;quot; zei hij, &amp;quot;als je dààrmee bezig hoort te zijn, al was het alleen maar het ophangen van een rolgordijn.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''HET VOORBEELD VAN GEORGE MUELLER''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Mueller staat bekend om zijn groot geloof bij het werk in zijn weeshuizen. Zijn autobiografie bevat een gedeelte met als titel: &amp;quot;Hoe voortdurend blij te zijn in de Here.&amp;quot; Hij klaagt hoe hij jarenlang getracht had 's morgens vroeg te besteden aan het gebed, en hoe zijn gedachten daarbij telkens weer afdwaalden. Toen deed hij een ontdekking. Hij noteert dit als volgt: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Eigenlijk is het zo: Ik zag veel duidelijker dan tevoren in dat het eerste en allervoornaamste waarop ik me elke dag moest richten was, hoe mijn ziel blij kon worden in de Here. Mijn hoofdbekommernis moest niet zijn hoe goed ik de Here kon dienen, hoe ik de Here kon verheerlijken, maar hoe ik mijn ziel in een toestand van blijdschap kon brengen en hoe mijn inwendige mens gevoed kon worden... Vôôr die tijd was het minstens tien jaar lang mijn dagelijkse gewoonte geweest om me 's morgens na het aankleden aan het gebed te wijden. Nu zag ik in dat het belangrijkste wat ik moest doen was, me te wijden aan het lezen van en het mediteren over Gods Woord. Daardoor kon mijn hart getroost, bemoedigd, gewaarschuwd, vermaand en onderwezen worden. Al mediterend zou mijn hart tot een diep doorvoelde gemeenschap met de Here gebracht worden. Dus startte ik vroeg in de morgen met meditaties over het Nieuwe Testament, te beginnen bij het begin. Het eerste wat ik ging doen, nadat ik in enkele woorden gebeden had om Gods zegen op Zijn dierbaar Woord, was gewoon beginnen met het Woord te overdenken. Ik ging elk vers als het ware doorzoeken om er een zegen uit te ontvangen. Mijn doel was niet de openbare bediening van het Woord, niet het preken uit hetgeen waarover ik had gemediteerd, maar voedsel voor mijn ziel te verkrijgen. Ik ontdekte dat dit haast altijd tot gevolg had dat mijn ziel al na een paar minuten tot belijdenis kwam, tot dankzegging, voorbede of smeking. Hoewel ik dus niet bewust ging bidden, maar mediteren, kwam ik toch haast onmiddellijk min of meer tot gebed. Als ik dan enige tijd had doorgebracht met belijden of voorbede doen, smeking of dankzegging, ging ik verder met de volgende woorden of het volgende vers. Weer kwam ik gaandeweg tot gebed voor mezelf of anderen, al naargelang het Woord me leidde. Toch hield ik het voedsel voor mijn ziel onafgebroken voor me als meditatiepunt. Het resultaat van dit alles was, dat met mijn meditatie altijd een flink deel aan belijdenis, dankzegging, smeking of voorbede gemengd werd, dat mijn inwendige mens steevast en haast tastbaar werd gevoed en gesterkt. Tegen het uur van het ontbijt was ik dan ook bijna altijd in een vredige, zo niet blijde stemming. Nu God me dit geleerd heeft, is het voor mij zonneklaar dat het eerste dat een kind van God elke morgen moet doen is, voedsel ontvangen voor de inwendige mens. Net zoals de uitwendige mens niet lang kan werken tenzij hij zich voedt en aangezien dat ook een van de eerste dingen is die we 's morgens doen, zou dat ook moeten gelden voor de inwendige mens. Iedereen heeft toch voeding nodig, nietwaar? Wat is nu het voedsel voor de inwendige mens? Niet het gebed, maar het Woord van God, d.w.z. niet zomaar het lezen van Gods Woord, zodat het alleen maar door onze gedachten stroomt als water door een buis, maar zich concentreren op hetgeen we lezen, er diep over nadenken en het ter harte nemen. Door Gods genade heb ik aan deze werkwijze de hulp en de kracht te danken die ik heb ontvangen om in de vrede door diepere beproevingen van allerlei aard heen te komen dan ooit tevoren; en nu ik gedurende meer dan veertig jaar getracht heb op deze manier te werken, kan ik haar in de vreze Gods ten volle aanbevelen. Wat een verschil maakt het, of de ziel 's morgens vroeg reeds verkwikt en blij gestemd wordt, of dat de dienst, de beproevingen en verleidingen van de dag op je pad komen zonder dat je geestelijk bent voorbereid! &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Het lezen van een brief die George Mueller in 1897 schreef aan het Britse en Buitenlandse Bijbelgenootschap, zou voor ieder van ons een aansporing moeten zijn om te blijven volharden in de meditatie over Gods Woord. in deze brief verontschuldigt hij zich voor het niet bijwonen van een vergadering te Burmingham. Hij schrijft: &amp;quot;Weest u zo goed de vergadering dit voor te lezen, dat ik gedurende 68 jaar en 3 maanden, d.i. sedert juli 1929, zonder onderbreking een bewonderaar ben geweest van het Woord van God. Al die tijd heb ik meer dan honderdmaal aandachtig doorheen het hele Oude en Nieuwe Testament gelezen met gebed en meditatie.&amp;quot; Als we krachtige geestelijke leiders willen worden, moeten we wandelen zoals ook Hudson Taylor en George Mueller gewandeld hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''DE BUITENCIRKEL VAN GEESTELIJK LEIDERSCHAP''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iedereen in de gemeente heeft één of meer geestelijke gaven. Iedereen zou in de dienst betrokken moeten worden. Iedereen zou ernaar moeten streven anderen zover te brengen dat ze eer gaan brengen aan God door hun manier van denken, voelen en handelen. Toch zijn er ook enkele mensen aan wie de Here persoonlijke kwaliteiten heeft gegeven, waardoor ze betere leiders worden dan anderen. Niet al deze kwaliteiten zijn typisch christelijk, maar wanneer de Heilige Geest iemands leven vervult, wordt elk van deze kwaliteiten benut en gevormd ten dienste van Gods plannen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. RUSTELOOS''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geestelijke leiders hebben een heilige onvrede met het status quo. Niet-leiders hebben een traagheid die maakt dat ze vastzitten op een dood punt en daarvan maar moeilijk los te maken zijn. Leiders hebben een drang om te veranderen, te bewegen, hun gezichtsveld te verbreden, te groeien en een groep of organisatie op te tillen naar nieuwe dimensies van dienen. Ze hebben de geest van Paulus, die in Filippenzen 3:13 zei: &amp;quot;Broeders, ik voor mij acht niet dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vôôr mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.&amp;quot;&amp;lt;br&amp;gt;Leiders zijn altijd erg doelgerichte mensen. Gods heilsgeschiedenis is niet af. De gemeente is doortrokken van onvolkomenheid, verloren schapen zijn nog altijd niet in de schaapskooi, allerlei noden in de wereld worden niet gelenigd, zonde besmet de heiligen. Het is ondenkbaar dat we tevreden zouden zijn met de manier waarop alles reilt en zeilt in een gevallen wereld en een onvolmaakte gemeente. Daarom heeft het God behaagd enkele van Zijn mensen een heilige rusteloosheid te geven; deze mensen zullen zeer waarschijnlijk de leiders zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. OPTIMISTISCH''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geestelijke leiders zijn optimistisch, niet omdat de mens goed is, maar omdat God de leiding heeft. De leider moet z'n onvrede niet laten komen tot verslagenheid. Als hij de onvolkomenheid van de gemeente ziet, moet hij met de schrijver van Hebreeën (6:9) zeggen:&amp;lt;br&amp;gt;&amp;quot;Maar wat u betreft, geliefden, ook al spreken wij zo, wij zijn overtuigd van iets beters, waaraan uw heil hangt.&amp;quot; Het fundament van zijn leven is Romeinen 8:28: &amp;quot;Wij weten dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen die God liefhebben, die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn.&amp;quot; Hij zegt met Paulus dat: &amp;quot;Hij die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons heeft overgegeven, ons met Hem zeker ook alle dingen zal schenken&amp;quot; (Romeinen 8:32). Zonder dit vertrouwen, gebaseerd op Gods goedheid die zich heeft geopenbaard in Jezus Christus, zou het doorzettingsvermogen van de leider wankelen en mensen zouden niet begeesterd worden. Zonder optimisme vervalt rusteloosheid tot wanhoop. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. IJVERIG''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De grote kwaliteit die ik zoek in mijn medewerkers, is de ijver. Romeinen 12:8 zegt dat, als je gave die van leiderschap is: &amp;quot;doe het dan in ijver.&amp;quot; Romeinen 12:11 zegt: &amp;quot;Weest in ijver onverdroten, vurig van geest!&amp;quot; Als de discipelen zich herinnerden hoe Jezus zich had gedragen met betrekking tot Gods tempel, beschreven ze dat zo, met woorden uit het Oude Testament: &amp;quot;De ijver voor Uw huis heeft Mij verteerd&amp;quot; (Johannes 2:17). De leider volgt de raad van Prediker 9:10: &amp;quot;Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat.&amp;quot; Toen Jonathan Edwards jong was, schreef hij een lijst van zowat 70 voornemens. Het voornemen dat mij het meest geïnspireerd heeft, luidt ongeveer: &amp;quot;Het leven dat ik heb te leven met al m'n kracht.&amp;quot; Graaf Zinzendorf van de Moraviërs zei: &amp;quot;Ik heb één passie. Dat is Hij en Hij alleen.&amp;quot; Jezus waarschuwt ons in Openbaring 3:16 dat Hij lauwe mensen helemaal niet mag: &amp;quot;Omdat gij lauw zijt en noch koud, noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen.&amp;quot; Geestelijke leiders moeten in afzondering gaan en overpeinzen welke onuitsprekelijke en verbazingwekkende dingen ze weten over God. Is hun leven één langgerekte geeuw, dan zijn ze gewoon blind. Leiders moeten getuigen dat de dingen van de Geest levende realiteit zijn. Dat kunnen ze niet, tenzij ze zelf ijverig zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''4. ZELFBEHEERSING''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met zelfbeheersing bedoel ik niet een gemaakte, passende en onbewogen houding, maar veeleer dat men meester is van z'n drijfveren. Als het de bedoeling is dat we anderen tot God leiden, kunnen we zelf niet naar de wereld gedreven worden. Volgens Galaten 5:23 is zelfbeheersing een vrucht van de Geest. Het is niet alleen maar wilskracht, maar het aanwenden van Gods kracht om meester te worden over onze emoties en begeerten, die ons kunnen misleiden of waardoor we onze tijd zouden besteden aan inspanningen zonder resultaat. In 1 Corintiërs 6:12 zegt Paulus: &amp;quot;Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten.&amp;quot; De christen leider moet zijn eigen leven meedogenloos onderzoeken om te zien of hij ook maar in het minst de slaaf is van televisie, alcohol, koffie, golf, computerspelletjes, vissen, Playboy, masturbatie, lekker eten enz. Paulus zei in 1 Corintiërs 9:25-27: &amp;quot;Al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. Ik loop dan ook niet zomaar in den blinde en ik ben geen vuistvechter die zomaar in de lucht slaat. Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.&amp;quot; En in Galaten 5:24 zegt hij: &amp;quot;Wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.&amp;quot; Geestelijke leiders sporen slechte gewoonten onvermoeibaar op en kappen ermee door de kracht van de Geest. Ze horen en volgen Romeinen 8:13: &amp;quot;Indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.&amp;quot; Geestelijke leiders wensen vrij te zijn van al wat hun volste vreugde in God en hun dienst aan anderen hindert. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''5. DIKHUIDIG''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eén ding is zeker: als je begint anderen te leiden, zul je bekritiseerd worden. Niemand wordt een belangrijk geestelijk leider als hij ernaar streeft anderen te plezieren en hun bijval te zoeken. Paulus zei in Galaten 1:10: &amp;quot;Tracht ik mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.&amp;quot; Geestelijke leiders zoeken geen eer van mensen, maar ze willen God behagen. Dr. Carl Lundquist, voormalig Directeur van het 'Bethel College and Seminary', zei in zijn laatste rapport aan de Algemene Baptistenconferentie, dat er haast geen jaar voorbijging van de 28 die hij de Conferentie gediend had, dat hij niet door velen actief werd tegengewerkt.&amp;lt;br&amp;gt;Als kritiek ons verlamt, zullen we het nooit maken als geestelijke leiders. Ik wil niet zeggen dat we mensen moeten zijn die de beledigingen niet voelen, maar wel dat we niet uit het veld geslagen moeten worden door de beledigingen. We moeten met Paulus in 2 Corintiërs 4:8 kunnen zeggen: &amp;quot;In alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren.&amp;quot; We zullen de kritiek voelen, maar er niet door verlamd worden. zoals Paulus zegt in 2 Corintiërs 4:16: &amp;quot;Wij verliezen de moed niet.&amp;quot; Leiders moeten in staat zijn depressies te verteren, want ze zullen er heel wat te slikken krijgen. Er zullen vele dagen zijn dat de verleiding om ermee te kappen heel sterk wordt door ondankbare mensen. Kritiek is één van satans meest geliefde wapens om krachtige christen leiders over te halen om de handdoek in de ring te werpen. Toch wil ik deze eigenschap van dikhuidigheid nader omschrijven. Ik wil niet de indruk geven dat geestelijke leiders doof zijn voor gegronde kritiek. Een goede leider moet niet alleen een dikke huid hebben, maar ook open staan voor terechte kritiek, nederig bereid zijn ze te aanvaarden en toe te passen. Geen enkele leider is volmaakt en Jonathan Edwards zei eens dat hij er een geestelijke sport van maakte naar de waarheid te zoeken in elke kritiek die hij kreeg, alvorens ze opzij te zetten. Dat is een goed advies. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''6. DYNAMISCH''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Luie mensen kunnen geen leiders zijn. Geestelijke leiders &amp;quot;kopen de tijd uit&amp;quot; (Efeziërs 5:16 SV). Ze werken terwijl het dag is, omdat ze weten dat er een nacht komt dat niemand kan werken (Johannes 9:4). Ze &amp;quot;worden niet moe van het goeddoen&amp;quot;, want ze weten dat ze te rechter tijd zullen oogsten als ze niet verslappen (Galaten 6:9). Ze zijn &amp;quot;standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk des Heren, wetende dat hun werk niet tevergeefs is in de Here&amp;quot; (1 Corintiërs 15:58). Maar ze eisen niet de eer op voor deze grote energie, of roemen niet op hun inspanningen, omdat ze met de apostel Paulus zeggen: &amp;quot;Ik heb harder gewerkt dan allen, doch niet ik, maar de genade Gods die in mij is&amp;quot; (1 Corintiërs 15:10). En: &amp;quot;Hiervoor span ik mij in, onder zware strijd, naar Zijn werking die in mij werkt met kracht&amp;quot; (Colossenzen 1:29).&amp;lt;br&amp;gt;De wereld wordt bestuurd door vermoeide mensen, heeft ooit iemand gezegd. Een leider moet leren leven met druk. Niemand krijgt veel voor elkaar zonder limieten en limieten creëren altijd een gevoel van druk. Een leider ziet de druk van werk niet als een vloek, maar als een zegen. Hij wil zijn leven niet verdoen in overmatige ontspanning. Hij verkiest productief te zijn, biedt het hoofd aan druk en verhindert dat de toestand zorgelijk wordt. Hij vertrouwt op Gods beloften, zoals vermeld in Mattheüs 11:27, 28, Filippenzen 4:7, 8 en Jesaja 64:4. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''7. EEN KRITISCH DENKER''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Weest kinderen in de boosheid, maar word in het verstand volwassen!&amp;quot; (1 Corintiërs 14:20). Het is niet makkelijk om een leider te zijn van mensen die je denken voor zijn. Een leider moet iemand zijn die gaat denken zodra hij een opeenstapeling van situaties ziet. Hij gaat met pen en kladbloc zitten krabbelen, schrijven en ontwerpen. Hij toetst alles in zijn geest en houdt over wat goed is (1 Tessalonicenzen 5:21). Hij is kritisch in de goede zin van het woord, dus niet naïef, grillig of modieus. Hij weegt dingen af, bekijkt de voor- en nadelen en zorgt dat hij altijd een illustratief argument klaar heeft voor de beslissingen die hij neemt. Zorgvuldig en rigoureus denkwerk staat niet haaks op vertrouwend gebed en goddelijke openbaring. De apostel Paulus zei tot Timotheüs: &amp;quot;Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven&amp;quot; (2 Timotheüs 2:7). Met andere woorden, Gods manier om ons inzicht te geven betekent niet het kortsluiten van het intellectuele proces. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''8. UITGESPROKEN''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is moeilijk anderen te leiden als je je gedachten niet duidelijk en krachtig kunt verwoorden. Leiders als Paulus trachten mensen te overtuigen, niet te dwingen (2 Corintiërs 5:11). Leiders die geestelijk zijn, verzamelen geen volgelingen om zich heen met onzin, opwellingen of losse woorden, maar veeleer met frisse, degelijke, overtuigende volzinnen. Zoals alle goede leiders streefde de apostel Paulus naar duidelijkheid in wat hij zei. Zo vroeg hij in Colossenzen 4:3,4 de mensen om voor hem te bidden, opdat hij het geheimenis van Christus zô in het licht mocht stellen, als hij het behoorde te spreken. Het is verbijsterend en bedroevend hoeveel mensen vandaag de dag niet eens in staat zijn in complete volzinnen te spreken. Het resultaat is dat een dikke mist hun denken omhult. Zij, noch hun toehoorders weten precies waarover gesproken wordt. Een nevel bedekt de discussie en je gaat weg en vraagt je af waarover het eigenlijk ging. Als niemand uitstijgt boven de warrigheid en verbale chaos van &amp;quot;Weet je wel...&amp;quot;, &amp;quot;Ik bedoel maar...&amp;quot;, &amp;quot;Werkelijk waar&amp;quot;, dan is er geen sprake van leiderschap. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''9. BEKWAAM OM TE ONDERWIJZEN''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verbaast mij niet dat enigen van de grote leiders van de Bethlehem Baptistengemeente mensen waren, die ook markante leraars zijn. Volgens 1 Timotheüs 3:2 zou ieder die streeft naar het ambt van oudste in de gemeente, in staat moeten zijn te onderwijzen. Wat is een goede leraar? Ik geloof dat een goede leraar ten minste de volgende kenmerken heeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een goede leraar stelt zichzelf de moeilijkste vragen, zoekt naar de antwoorden en stelt dan provocerende vragen op voor zijn leerlingen om hun denken te stimuleren. &lt;br /&gt;
*Een goede leraar splitst zijn onderwerp op in onderdelen, ziet de verbanden en ontdekt de eenheid van het geheel. &lt;br /&gt;
*Een goede leraar kent de problemen die de leerlingen kunnen ondervinden met zijn onderwerp, moedigt hen aan en helpt ze over de hobbels van de ontmoediging heen. &lt;br /&gt;
*Een goede leraar voorziet tegenwerpingen en doordenkt ze, zodat hij ze op verstandige wijze kan beantwoorden. &lt;br /&gt;
*Een goede leraar kan zich inleven in de situatie van een verscheidenheid van leerlingen en daardoor moeilijke dingen uitleggen in bewoordingen die duidelijk zijn vanuit hun standpunt. &lt;br /&gt;
*Een goede leraar is concreet, niet abstract, specifiek, niet algemeen, duidelijk, niet vaag, kwetsbaar, niet ontwijkend. &lt;br /&gt;
*Een goede leraar vraagt altijd: &amp;quot;En dan?&amp;quot; en tracht te begrijpen hoe ontdekkingen heel ons systeem van denken vormen. Hij tracht verbanden te leggen tussen ontdekkingen en het dagelijkse leven en vermijdt de hokjesgeest. &lt;br /&gt;
*Het doel van een goede leraar is het hele leven en denken tot een eenheid te vormen die Christus eer aandoet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''10. EEN GOEDE MENSENKENNER''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus kende de harten van mensen (Johannes 2:17) en Hij spoorde ons aan om vooruitziend te zijn bij het inschatten van anderen (Mattheüs 7:15 e.v.). Leiders moeten weten wie voor welk werk geschikt is. Goede leiders hebben goede neuzen. Ze halen de meelopers er onmiddellijk uit, degenen die altijd luisteren zonder ooit te leren of te veranderen. Ze kunnen talent ontdekken bij een beginneling. Ze horen al snel de echo's van trots, huichelarij en wereldse gezindheid. De geestelijke leider vaart een voorzichtige koers tussen de gevaren van starre vooroordelen enerzijds en onverschilligheid anderzijds. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''11. TACTVOL''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus zei in Colossenzen 4:5, 6: &amp;quot;Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte. Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven.&amp;quot; En de schrijver van Spreuken zei: &amp;quot;Een woord, in juiste vorm gesproken, is als gouden appelen op zilveren schalen&amp;quot; (25:11). We moeten bedenken dat leiders ernaar streven harten te veranderen, niet enkel dat taken worden uitgevoerd. Daarom is het onnodig buitensluiten van mensen zelfvernietigend. Tact is die genadegave die het vertrouwen van mensen wint die er zeker van zijn dat je niets dwaas zult doen of zeggen. Je kunt je volgelingen niet begeesteren als mensen verlegen het hoofd moeten buigen bij de ongepaste en harteloze dingen die je zegt of doet. Voor een leider is tact bij uitstek nodig om het hoofd te helpen bieden aan pijnlijke of tragische situaties. Bijv.: bij het leiden van een groep gebeurt het niet zelden dat iemand iets zegt dat absoluut niet ter zake is en door alle anderen als ontzettend dom wordt ervaren. Een tactvol leider moet in staat zijn de aandacht van de groep terug naar het hoofdonderwerp van het gesprek te brengen, zonder dat die ander het voorwerp van spot wordt. Een ander voorbeeld dat ik me herinner, is een gebeurtenis op Wheaton College. Ik was aanwezig bij een dienst in de kapel toen V. Raymond Edman op de preekstoel een hartaanval kreeg, ineenzakte en overleed. Hudson Armerding, die hem volgde als directeur, zat achter hem toen Dr. Edman plots ophield midden in z'n preek, een stap opzij zette en viel. In één van de mooiste en meest fijngevoelige demonstraties van tact die ik ooit zag, knielde Dr. Armerding snel naast hem neer terwijl 2.000 studenten verstomden. Daarna stond hij op, ging ons voor in een kort gebed waarin hij Dr. Edman aan de Here opdroeg en zond de studenten rustig weg. Dr. Edman stierf terwijl wij naar buiten gingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tact van een leider moet tot uitdrukking komen in een directe confrontatie. Wie niet bereid is naar iemand toe te gaan die een vermaning of terechtwijzing nodig heeft, zal geen succesvol geestelijk leider zijn. In combinatie met zijn mensenkennis zal tact iemand die leiding geeft in staat stellen om delicate onderhandelingen te voeren en tegengestelde standpunten te verzoenen. Zijn woordkeus is veeleer sluw dan stuntelig (het is een groot verschil of je zegt: &amp;quot;Je voet is te groot voor deze schoen&amp;quot;, of: &amp;quot;Deze schoen is te klein voor je voet&amp;quot;). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''12. THEOLOGISCH GERICHT''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Colossenzen 3:17 zegt: &amp;quot;Doet alles in de naam des Heren Jezus.&amp;quot; 1 Corintiërs 2:16 spreekt over de geestelijke mens als iemand die de Geest van Christus heeft. Een geestelijk leider weet dat heel het leven tot in z'n kleinste details te maken heeft met God. Als we mensen moeten leiden zodat ze Gods heerlijkheid zien en weerspiegelen, moeten we over alles theologisch nadenken. We moeten naar een synthese van alle dingen toe werken. We moeten nagaan hoe de dingen met elkaar in overeenstemming zijn. Hoe hangen oorlog, sport, pornografie, verjaardagspartijtjes, literatuur, ruimtereizen, ziekte en ondernemen allemaal samen? In welk verband staan ze met God en Zijn plannen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leiders moeten een theologisch standpunt hebben, dat hen helpt bij het leggen van verbanden tussen alle dingen. Dat geeft hun een stabiliteit die verhindert dat ze worden meegesleept door plots veranderende omstandigheden, of door nieuwe winden van leer. Ze weten voldoende over God en Zijn wegen om te zien dat de dingen over het algemeen in een patroon passen en ook zin hebben, zelfs al zijn ze onaangenaam. Daarom steekt een leider niet ontmoedigd de handen in de lucht, maar gaat onverminderd voort op de weg naar God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''13. EEN DROMER''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit zegt Joël 2:28 over de laatste dagen (waarin we thans leven): &amp;quot;Uw ouden zullen dromen dromen en uw jongelingen zullen gezichten zien.&amp;quot; Dit is de positieve tegenhanger van rusteloosheid. We moeten niet alleen ontevreden zijn met het heden, maar ook dromen van wat de toekomst kan brengen. In 2 Koningen 6:15-17 worden Elisa en zijn knecht in de stad Dothan omringd door de Assyriërs. Als de knecht dit ziet en het van ontzetting uitschreeuwt, bidt Elisa en zegt: &amp;quot;O Here, open zijn ogen opdat hij mag zien.&amp;quot; En de Here opent de ogen van de jongeman en hij ziet; &amp;quot;en zie, de berg was vol paarden en wagens van vuur rondom Elisa&amp;quot;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leiders zien hoe de kracht Gods de toekomstige problemen overschaduwt. Dit is een buitengewone gave - de soevereine kracht van God te zien temidden van schijnbaar overweldigende weerstand. De meeste mensen zijn specialist in het zien van alle problemen en redenen om geen risico te lopen en vooruit te gaan. Menig voorganger wordt gekelderd door kerkenraden die denken dat ze hun plicht gedaan hebben als ze alle mogelijke hinderpalen en problemen hebben opgeworpen tegen een idee dat hij inbrengt. Dat is goedkoop. Hoop en uitkomsten zijn duur. De geest van stoutmoedigheid heeft z'n prijs vandaag. O, wat hebben we een nood aan mensen die al was het maar vijf minuten per week willen besteden om te dromen van wat mogelijk zou kunnen gebeuren. De tekst zegt dat oude mannen dromen zullen dromen. Hoe triest is het dan om te zien dat zoveel oude mensen menen dat hun leeftijd betekent dat ze nu kunnen 'freewheelen' en de creativiteit aan de jongeren overlaten. 't Is tragisch als leeftijd de mens afstompt veeleer dan zijn creativiteit te doen toenemen. Elke nieuwe gemeente, organisatie, zending of instelling, ieder streven is het resultaat van iemand die een visie heeft en daar koppig aan vasthoudt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''14. GEORGANISEERD EN EFFICIENT''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een leider houdt niet van rommel. Hij wil weten waar en wanneer iets het makkelijkste kan bereikt en gebruikt worden. Hij verkiest de rechte lijn als model, niet de cirkel. He kan wel janken van vergaderingen die maar blijven rondcirkelen in irrelevante vooropstellingen en maar niet tot besluiten kunnen komen. Als er iets gedaan moet worden, heeft hij daarvoor een driestappenplan en ontvouwt dat. Een leider ziet de samenhang tussen een raadsbeslissing en de implementering ervan. Hij vindt manieren om de tijd maximaal te benutten en bouwt z'n tijdschema zô op dat hij maximaal kan renderen. Hij reserveert grote tijdsblokken voor zijn kerntaken en gebruikt ook de kleine tijdsperiodes, zodat ze niet verloren gaan. Bijv.: wat doe je terwijl je je tanden poetst? Kun je eventueel een tijdschrift op het handdoekenrek zetten en een artikel lezen? Een leider neemt tijd om z'n dagen, weken, maanden en jaren te plannen. Ook al is het God die uiteindelijk de stappen van de leider bepaalt, doet deze er goed aan zijn weg te plannen. Een leider is geen kwal die heen en weer geslingerd wordt door de golven, maar oog geen onbeweeglijke oester. Een leider is de dolfijn van de zee die tegen de stroom in of met de stroom mee kan zwemmen, zoals het hem schikt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''15. BESLUITVAARDIG''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1 Koningen 18:21 roept Elia uit: &amp;quot;Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de Here God is, volgt Hem na; maar indien het Baäl is, volgt hem na.&amp;quot; Een leider kan niet verlamd worden door besluiteloosheid. Hij neemt veeleer risico's dan niets te doen. Hij dompelt zichzelf onder in gebed en in het Woord; dan vertrouwt hij zich voor zijn beslissingen toe aan Gods soevereine kracht, wetend dat hij meer dan waarschijnlijk vergissingen zal begaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''16. VOLHARDEND''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus zei in Mattheüs 24:13: &amp;quot;Wie volhardt tot het einde, zal behouden worden.&amp;quot; Paulus zei in Galaten 6:9: &amp;quot;Laten wij niet moe worden goed te doen.&amp;quot; We leven in een tijd dat gewoonlijk onmiddellijke voldoening wordt geëist. Dit betekent dat er maar weinigen zijn die uitblinken in de deugd van volharding. Zeer weinigen gaan door en gaan door in dezelfde bediening als er ernstige moeilijkheden opduiken. Nochtans, visie zonder volharding resulteert in sprookjes, niet in een vruchtbare zending. Mijn vader vertelde me ooit dat de reden waarom volgens hem vele voorgangers geen opleving zien in hun gemeente, is dat ze weggaan vlak vôôrdat het gebeurt. De lange kuur is zwaar, maar ze loont. De dikke boom wordt geveld door vele, vele kleine slagen. De kritiek die op je weg komt, wordt snel vergeten, als je de wil van God blijft doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''17. EEN MINNAAR''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik spreek hier rechtstreeks tot mannen die getrouwd zijn en leiding geven. Paulus zei in Efeziërs 5:25: &amp;quot;Mannen, hebt uw vrouwen lief!&amp;quot; Hou van haar! Hou van haar! Wat baat het een man als hij een grote aanhang wint en z'n vrouw verliest? Waar hebben we mensen heengeleid, als ze zien dat dit ons tot echtscheiding brengt? Wat we vandaag nodig hebben, zijn leiders die ook grote minnaars zijn. Mannen die gedichten schrijven, liedjes zingen en bloemen kopen voor hun vrouwen om geen enkele andere reden dan dat ze van hen houden. We hebben leiders nodig die weten dat ze zo nu en dan een dag alleen met hun vrouw moeten doorbrengen; leiders die niet vervallen in de gewoonte om hun vrouwen uit te lachen en op hun plaats te zetten, vooral met kleine nonchalante opmerkingen in publiek; leiders die in het openbaar lovend spreken over hun vrouw en haar spontaan complimentjes maken als ze alleen zijn; leiders die hun vrouw teder aanraken op andere ogenblikken dan wanneer ze in bed liggen. Eén van de grootste verleidingen voor een actieve leider is als hij z'n vrouw begint te behandelen als een soort seksobject. Dat begint duidelijk te worden als hij haar alleen maar hartstochtelijk kust of streelt, als hij tracht haar het bed in te lokken. Het is tragisch als een vrouw een ledenpop wordt voor zelfbevrediging. Ontdek welke haar lusten zijn en breng haar tot de hoogste ervaring van seksueel genot. Praat met haar en leer haar verlangens kennen. Kijk haar in de ogen als je met haar praat. leg de krant neer en zet de televisie uit. Open de deur voor haar. Help haar met de afwas. Bouw eens 'n feestje voor haar. HOU VAN HAAR! HOU VAN HAAR! Doe je dat niet, dan kan al je succes als leider op een dag thuis in een complete mislukking uiteenspatten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''18. RUSTIG''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We begonnen met de rusteloosheid als kwaliteit en we eindigen met die van de rust. &amp;quot;Als de Here het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan; als de Here de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. Het is voor u tevergeefs dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet - Hij geeft het immers Zijn beminden in de slaap&amp;quot; (Psalm 127:1,2). De geestelijke leider weet dat de productiviteit van zijn arbeid uiteindelijk berust bij God en dat God meer kan doen terwijl hij slaapt dan hijzelf zonder God zou kunnen als hij wakker is. Hij weet dat Jezus tot Zijn bedrijvige discipelen zei: &amp;quot;Komt hier en gaat met Mij alleen naar een eenzame plaats en rust een weinig&amp;quot; (Marcus 6:31). Hij weet dat één van de Tien Geboden was: &amp;quot;Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is een Sabbat voor de Here uw God&amp;quot; (Exodus 20:9,10). Hij is niet zozeer aan werk verslaafd dat hij niet zou kunnen rusten. Hij is een goed rentmeester van zijn leven en gezondheid. Hij maximaliseert het geheel van z'n arbeid door de mogelijke spanning te meten waaronder hij kan werken zonder zijn efficiëntie te verminderen, of z'n leven te zeer te verkorten.&amp;lt;br&amp;gt;Besluit &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn ongetwijfeld vele andere kwaliteiten die vermeld zouden kunnen worden en die, als iemand ze heeft, een nog succesvoller leider van hem zouden maken. De hoger genoemde kwaliteiten kwamen me gewoon voor de geest bij het overpeinzen van dit onderwerp. Men moet niet in al deze dingen uitblinken. Echter, hoe meer elk daarvan bij iemand gerijpt is, hoe krachtiger en vruchtbaarder hij zal zijn als leider. Laat me nogmaals onderstrepen dat het de binnencirkel is die het leiderschap geestelijk maakt. Elk waarachtig leiderschap begint in een gevoel van ontreddering, de wetenschap dat we hulpeloze zondaars zijn die een grote Verlosser nodig hebben. Dat brengt ons tot luisteren naar God in Zijn Woord en roepen tot Hem om hulp en inzicht in het gebed. Dit leidt op zijn beurt tot vertrouwen in God en hoop op Zijn grote en kostbare beloften. Dit maakt ons vrij voor een leven van liefde en dienstbetoon, die uiteindelijk aanleiding zullen zijn voor andere mensen, dat ze onze Vader in de hemel zullen zien en Hem de eer zullen geven.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Het_Diepste_Wezen_van_Aanbidding</id>
		<title>Het Diepste Wezen van Aanbidding</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Het_Diepste_Wezen_van_Aanbidding"/>
				<updated>2009-08-24T17:02:49Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | The Inner Essence of Worship}}&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Filippenzen 1:18-24''' ''&amp;quot;Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een bijoogmerk,hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik mij, en zal ik mij ook verblijden.19 Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de bijstand des Geestes van Jezus Christus, 20 naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkelopzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. 21 Want het leven is mij Christus en het sterven gewin. 21 Indien ik in het vlees blijf leven, betekent dat voor mij werken met vrucht, en wat ik moet kiezen, weet ik niet. 23 Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; 24 maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil.&amp;quot; ''(Fil. 1:18-24) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''Aanbidding is een innerlijke, Godgerichte ervaring''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Nieuwe Testament getuigt van een oorverdovend stilzwijgen als het gaat om uiterlijke plaatsen en vormen van aanbidding. Het spreekt van een radicale verdieping van aanbidding als innerlijke, Godgerichte ervaring van het hart, die tastbaar wordt in het leven van alle dag. De stilte rondom uiterlijke vormen is opvallend hierin, dat het leven van de gemeente als zodanig nergens in het Nieuwe Testament 'aanbidding' wordt genoemd. En het voornaamste Oudtestamentische woord voor aanbidding (proskuneo in de Septuagint) ontbreekt nagenoeg in de Nieuwtestamentische brieven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Die verdieping van aanbidding als innerlijke, Godgerichte ervaring van het hart kunnen we zien in de woorden van Jezus, dat het uur komt en nu is dat aanbidding niet gesitueerd zal worden in Samaria of Jeruzalem, maar zal gebeuren &amp;quot;in geest en in waarheid&amp;quot; (Johannes 4:21-23). De innerlijke geestelijke werkelijkheid vervangt hier de geografische plaatsbepaling. We zien dat ook weer in Mattheüs 15:8-9, waar Jezus zegt: ''&amp;quot;Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij.&amp;quot; ''Aanbidding die niet recht uit het hart komt, is ijdel, leeg. Het is geen oprechte aanbidding. Het is geen aanbidding. Dat zien we ook in Romeinen 12:1, waar Paulus zegt dat wij, christenen, ons lichaam aan God moeten aanbieden in dagelijkse gehoorzaamheid aan Zijn wil, als een 'geestelijke eredienst'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hieruit concludeer ik dat het wezen van aanbidding niet bestaat uit uiterlijke, plaatsgebonden tekenen, maar uit innerlijke, Godgerichte ervaring, die niet in de eerste plaats blijkt uit de kerkdiensten, hoe belangrijk deze ook zijn, maar vooral zichtbaar wordt in dagelijkse uitingen van trouw aan God - in je seksleven, in de manier waarop je met je geld omgaat, je trouwbeloftes houdt, of getuigt van Christus.&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'''Welke ervaring is het die God groot maakt?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik wil gewoon vaststellen wat het wezen van die innerlijke ervaring is, die we 'aanbidding' noemen. Als het in wezen geen uitwendig teken is, maar een ervaring van het hart, wat voor ervaring is dat dan? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ga uit van het gegeven dat aanbidding, of het nu gaat om een innerlijk teken van het hart, of een uiterlijk teken van het lichaam of de gemeente als collectief, betekent 'God grootmaken’. Het is een teken dat laat zien hoe schitterend God is. Het is een teken dat toont of uitdrukt hoe groot en glorierijk Hij is. Aanbidding heeft alles te maken met de weerspiegeling van Gods waarde en waardigheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vraag die we ons stellen is dus: Welke innerlijke ervaring van het hart doet dat? Als het wezen van aanbidding geen louter uitwendige vorm is, maar een innerlijke, Godgerichte ervaring, wat voor ervaring drukt dan uit hoe groot en glorierijk God is? Om die vraag te beantwoorden, gaan we naar Filippenzen 1:20-21. Merk in vers 20 op wat Paulus' levensopdracht is. Hij zegt: ''&amp;quot;mijn vurig verlangen en hopen is dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood&amp;quot;.'' Het sleutelwoord: 'grootgemaakt' - bewezen dat Hij groot en glorierijk is. Paulus drukt hier dus zijn vurige hoop en hartstocht uit, dat wat hij ook doet met zijn lichaam, hetzij in leven of dood, altijd aanbidding zal zijn. In leven en dood is zijn zending Christus groot te maken - te laten zien dat Christus schitterend is, Christus te verhogen en te tonen dat Hij geweldig is. Dat blijkt duidelijk uit vers 20: &amp;quot;dat Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood.&amp;quot;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'''Christus verheerlijken door leven en dood''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dan stelt zich de vraag: Vertelt Paulus ons welk soort van innerlijke ervaring Christus op deze manier verhoogt? Ontsluiert hij het wezen van aanbidding? Het antwoord is dat hij dat inderdaad doet, en wel in het volgende vers (vers 21), door de wijze waarop dit verbonden is met vers 20. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let op de verwijzing naar 'leven' en 'dood' in vers 20: &amp;quot;dat Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood&amp;quot;. Let ookn op de band met de corresponderende woorden 'leven' en 'sterven' in het volgende vers (21): &amp;quot;Want het leven is mij Christus en het sterven gewin.&amp;quot; 'Leven' en 'dood' in vers 20 zijn verbonden met 'leven' en 'sterven' in vers 21. De verbinding tussen beide verzen ligt hierin dat vers 21 de basis aangeeft van hoe leven en sterven Christus kunnen verheerlijken of grootmaken. Vers 21 begint met 'want' of 'omdat'. Mijn verlangen en hopen is dat Christus zal worden grootgemaakt, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood, want (omdat) het leven is Christus en het sterven is winst. Vers 21 omschrijft de innerlijke ervaring die Christus verhoogt en dat is het wezen van aanbidding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om dit te begrijpen, nemen we elk paar woorden afzonderlijk, te beginnen bij 'dood' in vers 20 en 'sterven' in vers 21. Als we beide samenvoegen, lezen we: Mijn verlangen en hopen is dat Christus grootgemaakt zal worden in mijn lichaam door de dood, want voor mij is het sterven winst. Christus zal verheerlijkt worden in mijn sterven, als dat voor mij winst betekent. Ziet u het? De innerlijke ervaring die Christus in het sterven groot maakt is, de dood als winst te ervaren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe zo dan? Vers 23 laat zien waarom het sterven voor Paulus (en voor u als u een christen bent) winst is: &amp;quot;Ik verlang heen te gaan (m.a.w. te sterven) en met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste.&amp;quot; Dat is wat de dood doet: hij brengt ons dichter in de nabijheid van Christus. We gaan heen en zijn 'met Christus'; dat is in de woorden van Paulus winst. En als je de dood zo ervaart, zegt Paulus nog, verhoog je Christus. Wie Christus in het sterven als winst ervaart, maakt Hem groot. Dat is het wezen van aanbidding in het uur van de dood.&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'''Christus koesteren als winst''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat betekent dan weer dat we kunnen zeggen dat het diepste wezen van aanbidding is, Christus als winst te achten. Dat is zonder twijfel groter winst dan alles wat het leven bieden kan - familie, carrière, pensioen, roem, voedsel, vrienden. Het wezen van aanbidding is Christus als winst ervaren. Of om het te zeggen met woorden die we hier gebruiken: van Christus genieten, Hem als een schat beschouwen, vol zijn van Christus. Dit is het diepste wezen van aanbidding. Want volgens Paulus is Christus als winst ervaren in onze dood de wijze waarop Hij ook verhoogd wordt in het sterven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De slogan: &amp;quot;God wordt het meest verheerlijkt in ons als wij het meest verzadigd zijn in Hem&amp;quot;, heb ik uit dit gedeelte gehaald. Christus wordt grootgemaakt in mijn dood, wanneer ik in het sterven vol ben van Hem - als ik de dood ervaar als winst, omdat ik Hem zal winnen. Of anders gezegd, Christus werkelijk prijzen is Hem hoog op prijs te stellen. Christus zal geprezen zijn in mijn sterven, als Hij in mijn dood hoger geprijsd staat dan het leven. Het diepste wezen van aanbidding is Christus naar waarde te schatten, op prijs te stellen, te koesteren, te achten, vol te zijn van Hem, verzadigd te zijn in Hem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Richten we ons nu ter bevestiging op het andere paar woorden. Vers 20: &amp;quot;Mijn verlangen is dat Christus grootgemaakt zal worden in mijn leven&amp;quot; en vers 21: &amp;quot;Want het leven is mij Christus.&amp;quot; De reden dat Christus in Paulus' leven wordt verhoogd, aanbeden, is dat voor hem &amp;quot;het leven Christus is.&amp;quot;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'''Wat betekent dat?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De alles overtreffende waarde van het kennen van Christus als Heer (Filippenzen 3:8) geeft het antwoord. Daar zegt Paulus: ''&amp;quot;Ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen.&amp;quot;'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Leven is Christus&amp;quot; betekent: in dit leven alles als schade te achten in vergelijking met de waarde die ligt in het winnen van Christus. Zie je hoe het woord &amp;quot;winnen&amp;quot; weer opduikt in 3:8, net als in 1:21 (winst)? &amp;quot;Leven is Christus&amp;quot; betekent Hem ook nu als winst te ervaren, niet enkel in de dood. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat Paulus hier wil benadrukken is dat leven en dood voor een christen tekenen zijn van aanbidding. Leven en dood verhogen Christus, maken Hem groot, drukken openlijk Zijn grootheid uit - als ze voortvloeien uit een innerlijke ervaring Christus als winst te beschouwen. Christus wordt geprezen in de dood wanneer Hij hoger dan het leven geprijsd wordt. En Christus wordt het meest verheerlijkt in het leven als wij ten volle verzadigd zijn in Hem, zelfs voordat we sterven. Het waarmerk, het diepste wezen van aanbidding is verzadigd te zijn van Christus, Hem naar waarde te schatten, Hem te koesteren en lief te hebben. Als we zeggen dat we God najagen op zondagmorgen, bedoelen we dit: we jagen verzadiging in God na, we jagen God na als onze ereprijs, als onze schat, ons zielevoedsel, onze hartelust, ons geestesgenoegen. Want we weten uit Filippenzen 1:20-21 dat wie Christus winst acht, Hem groot maakt, Hem verhoogt, Hem eert.&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'''Gevolgen voor aanbidding''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''1. Het streven naar blijdschap in God is niet vrijblijvend.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is onze voornaamste plicht. Er zijn miljoenen christenen die een populaire ethiek hebben meegekregen, die zegt dat het moreel verkeerd is te zoeken naar blijdschap, zelfs in God. Dit is absoluut dodelijk voor oprechte aanbidding. In de mate waarin deze ethiek bloeit, in die mate verwelkt de aanbidding. Want het diepste wezen van aanbidding is voldoening in God, God ervaren als winst. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom zeg ik dat de basishouding bij aanbidding op de zondagmorgen er een is van komen, niet met volle handen om God iets te geven, maar met lege handen om iets van God te ontvangen. En wat je in aanbidding ontvangt, is God, geen amusement. Je zou moeten komen met honger naar God, komen en zeggen: ''&amp;quot;Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God.” ''(Psalm 42:1) God wordt geweldig geëerd als een volk weet dat het zonder Hem zal sterven van honger en dorst. Indien we de rechtmatigheid en de absolute noodzaak hervinden van het streven naar verzadiging in God, zijn we al een heel eind op weg om de echtheid en de kracht van aanbidding te herstellen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''2. Als we zeggen dat het wezen van aanbidding voldoening in God is, heeft dat nog een ander gevolg: aanbidding stelt God radicaal in het middelpunt.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is niets dat God zo'n hoge en centrale plaats geeft dan een volk dat rotsvast overtuigd is dat niets - geen geld of prestige, noch vrije tijd, noch familie, werk, gezondheid, sport, speelgoed of vrienden – dat niets z'n smachtend hart bevrediging kan schenken buiten God. Deze overtuiging brengt een volk voort dat God op de zondagmorgen najaagt. De vraag naar het waarom van de samenkomsten houdt hen niet bezig. Voor hen zijn liederen, gebeden en preken niet louter een traditie of verplichting, maar mogelijkheden om tot God te gaan, of mogelijkheden voor God om tot hen te komen met meer van Zijn volheid. Daar verlangen ze naar, want God is winst. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Keer op keer heb ik gezien dat, als onze aandacht gericht is op het geven aan God, niet God in het middelpunt blijft, maar dat Hij geleidelijk aan plaats moet maken voor de kwaliteit van onze gave. Zingen we Zijn naam waardig? Spelen de muzikanten goed genoeg om de Here aangenaam te zijn? Is de prediking een passend offer aan de Here? En langzamerhand schuift de focus weg van de absolute noodzaak van de Here zelf naar de kwaliteit van onze prestaties. We gaan de kwaliteit en kracht in de aanbidding zelfs bepalen in termen van technisch kunnen in ons artistiek handelen. Er is niets dat God zo in het middelpunt van de aanbidding blijft stellen als het bijbelse geloof dat het wezen van aanbidding een intense, diep doorvoelde voldoening in Hem is, en de overtuiging dat het nastreven van deze voldoening de reden is dat we samen zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''3. Als we zeggen dat het wezen van aanbidding voldoening in God is, heeft dat nog een derde consequentie, nl. dat de voorrang van aanbidding als doel op zich, gevrijwaard blijft.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als het wezen van aanbidding voldoening in God is, kan oprechte aanbidding niet gebruikt worden als middel om een ander doel te bereiken. Je kunt niet zomaar tegen God zeggen: ik wil verzadigd zijn in U opdat ik iets anders kan verkrijgen. Want dit zou betekenen dat je niet echt verzadigd bent in God, maar in dat andere dat je wilt ontvangen. En dat zou God ontwijden, niet eren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Duizenden kerkgangers en predikanten beschouwen echter het evenement 'aanbidding' op zondagmorgen feitelijk als middel om iets anders te bereiken dan het aanbidden van God. We 'aanbidden' om geld in te zamelen; we 'aanbidden' om grote massa's aan te trekken; we 'aanbidden' om menselijke pijn te genezen; we 'aanbidden' om werkers te rekruteren; we 'aanbidden' om de gemeentetucht te verbeteren. We 'aanbidden' om talentvolle muzikanten een kans te geven hun roeping te vervullen; we 'aanbidden' om onze kinderen de weg der gerechtigheid te leren; we 'aanbidden' om gezinnen te helpen samen te blijven; we 'aanbidden' om aan de verlorenen onder ons het Evangelie te verkondigen; we 'aanbidden' om mensen te motiveren voor hulpprojecten; we 'aanbidden' om onze kerken een familiegevoel te geven, enz., enz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hiermee bewijzen we dat we niet weten wat echte aanbidding is. Eerlijke gevoelens van affectie voor God zijn een doel op zich. Ik kan tegen mijn vrouw niet zeggen: &amp;quot;Ik ben zo ongelooflijk blij met je, want nu ga je een lekkere maaltijd voor me klaarmaken.&amp;quot; Blij zijn met je vrouw werkt zo niet. Zij is het einddoel van die blijdschap; die heeft geen lekkere maaltijd op het oog. Ik kan aan m'n zoon toch niet zeggen: &amp;quot;Ik vind het leuk om met je te voetballen - en dus ga jij het gras afmaaien.&amp;quot; Als je hart er werkelijk plezier in schept met hem te voetballen, kan dat plezier niet gebruikt worden als middel om hem wat anders te laten doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu wil ik niet ontkennen dat oprechte aanbidding honderden goede gevolgen oplevert voor het gemeenteleven. Ze zal alles beter maken, net zoals oprechte toewijding dat doet in een huwelijk. Wat ik bedoel is dit: in de mate waarin we 'aanbidden' om deze redenen, in die mate houdt aanbidding op echt te zijn. Als we de voldoening in God centraal blijven stellen, worden we voor dit drama behoed. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''4. Ten slotte: zeggen dat het wezen van aanbidding betekent verzadigd te zijn met God heeft nog een laatste consequentie. Het verklaart waarom Paulus in Romeinen 12:1 het ganse leven tot een uiting van aanbidding maakt. Maar dat is iets voor een volgende gelegenheid.''&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Danvers_Verklaring</id>
		<title>De Danvers Verklaring</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Danvers_Verklaring"/>
				<updated>2009-08-24T17:02:35Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | The Danvers Statement}}''CBMW'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;In December 1987, kwam de kort daarvoor samengestelde ‘Council on Biblical Manhood and Womanhood’ (Raad van Bijbelse Mannelijkheid en Vrouwelijkheid) bij elkaar in Danvers, Massachussettes (VS) om de Danvers Verklaring te schrijven, zoals we hebben uitgelegd aan het begin van het vorige hoofdstuk. De volledige tekst van deze verklaring luidt als volgt:&amp;lt;br&amp;gt;'''Onze beweegredenen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wij zijn in beweging gezet door de volgende hedendaagse ontwikkelingen die ons met grote vervullen: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#De wijdverbreide onzekerheid en verwarring in onze cultuur met betrekking tot de complementaire verschillen tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid. &lt;br /&gt;
#De tragische gevolgen van deze verwarring, namelijk het uit elkaar vallen van het weefsel van het huwelijk, dat door God is geweven uit de mooie en van elkaar verschillende draden van mannelijkheid en vrouwelijkheid. &lt;br /&gt;
#De groeiende promotie van het feministische gelijkheidsdenken met de daarbij behorende vervormingen of verwaarlozing van de vreugdevolle harmonie die de Schrift laat zien tussen het liefdevolle, nederige leiderschap van verloste mannen en de intelligente, bereidwillige ondersteuning van dat leiderschap door verloste vrouwen. &lt;br /&gt;
#De wijdverbreide tegenstrijdigheid met betrekking tot de waarden van het moederschap, het beroep van huisvrouw en de vele bedieningen die in de geschiedenis zijn uitgeoefend door vrouwen. &lt;br /&gt;
#De groeiende claims voor de legitimiteit van seksuele relaties die in de bijbel en in de geschiedenis als onwettig en verdorven worden beschouwd en de toename van pornografische voorstellingen van menselijke seksualiteit. &lt;br /&gt;
#De sterke toename van lichamelijke en geestelijke mishandeling binnen het gezin. &lt;br /&gt;
#De opkomst van rollen voor mannen en vrouwen in kerkelijk leiderschap die niet overeenkomen met bijbels onderwijs maar juist een averechtse uitwerking hebben doordat zij het bijbelgetrouwe getuigenis verlammen. &lt;br /&gt;
#De groeiende invloed en acceptatie van hermeneutische eigenaardigheden die worden uitgevonden om op het eerste gezicht eenvoudige betekenissen van bijbelse teksten te herinterpreteren. &lt;br /&gt;
#De daaruit voortvloeiende bedreiging voor het gezag van de bijbel, omdat de helderheid van de Schrift in het geding komt en haar betekenis alleen nog te begrijpen valt binnen het, niet voor de gewone mens toegankelijk, domein van technische spitsvondigheden. &lt;br /&gt;
#En wat achter al deze ontwikkelingen schuilgaat, namelijk dat sommigen binnen de kerk zich schijnen te hebben aangepast aan de geest van deze tijd, watt ten koste gaat van aantrekkelijke, radicale bijbelse echtheid, die in de kracht van de heilige Geest voor een hervorming van onze ongezonde cultuur kan zorgen in plaats van zelf een afspiegeling te zijn van die cultuur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Onze doelen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We onderkennen onze eigen blijvende zondigheid en onvolmaaktheid en erkennen het oprechte evangelische standpunt van velen die het niet met al onze overtuigingen eens zijn. Desalniettemin, bewogen door de hierboven beschreven waarnemingen en met de hoop dat de grootse bijbelse visie van mannelijke en vrouwelijke complementariteit het hart en verstand van de kerk van Christus nog voor zich kan winnen, zetten we ons volledig in om de volgende doelen na te streven: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Het bestuderen van het bijbelse gezichtspunt over de relatie tussen mannen en vrouwen, vooral met betrekking tot de thuissituatie en de gemeente. &lt;br /&gt;
#Het bevorderen van de publicatie van wetenschappelijk en populair materiaal dat dit gezichtspunt vertegenwoordigt. &lt;br /&gt;
#Het aanmoedigen van het zelfvertrouwen van gewone gelovigen om zelf het onderwijs van de Schrift te bestuderen en te begrijpen, vooral met betrekking tot het onderwerp van relaties tussen mannen en vrouwen. &lt;br /&gt;
#Het aanmoedigen van de weldoordachte en fijngevoelige toepassing van dit bijbelse gezichtspunt op de relevante gebieden van het leven. &lt;br /&gt;
#En daarmee&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;genezing te brengen aan personen en relaties die zijn beschadigd door onvoldoend begrip van Gods wil met betrekking tot mannelijkheid en vrouwelijkheid. &amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;zowel mannen als vrouwen te helpen om zich te realiseren wat in dienstbetoon hun volle potentieel is door een werkelijk begrip en de uitoefening van de rol die God hun heeft gegeven.&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;en de verspreiding van het evangelie onder alle volken te bevorderen door een bijbelse heelheid in relaties te bevorderen die aantrekkingskracht uitoefent op een gebroken wereld.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''Onze verklaringen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebaseerd op ons begrip van bijbels onderwijs, verklaren wij het volgende: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Adam en Eva zijn beide geschapen naar Gods evenbeeld, als persoon gelijk voor God en verschillend in hun mannelijkheid en vrouwelijkheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Verschillen in mannelijke en vrouwelijke rollen zijn door God ingesteld als deel van de geschapen orde en zouden weerklank moeten vinden in hart van ieder mens. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Adams leiderschap in het huwelijk werd door God ingesteld vóór de zondeval en is geen gevolg van zonde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. De zondeval bracht een misvorming in de relatie tussen mannen en vrouwen. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Thuis wordt het liefhebbende, nederige leiderschap van de man dikwijls vervangen door overheersing of passiviteit en wordt de intelligente, bereidwillige onderdanigheid van de vrouw dikwijls vervangen door aanmatigend gedrag of slaafsheid.&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;In de gemeente drijft de zonde mannen de richting van een wereldlijke machtswellust of tot het afstand doen van geestelijke verantwoordelijkheid en drijft het vrouwen ertoe zich te verzetten tegen rolbegrenzingen of nalatig te zijn in het gebruik van hun gaven in passende bedieningen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
5. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament laat zien dat God een grote waarde en waardigheid toekent aan de rollen van mannen en vrouwen en aan beiden in gelijke mate. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament bevestigt het principe van mannelijk leiderschap in het gezin en in de verbondsgemeenschap. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6. De verlossing in Christus heeft als doel de misvormingen die de vloek met zich meebracht op te heffen. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;In het gezin zouden mannen zich af moeten keren van ongevoelig en zelfzuchtig leiderschap en groeien in liefde en zorg voor hun vrouw; vrouwen zouden zich af moeten keren van verzet tegen het gezag van hun man en groeien in bereidwillige, vreugdevolle erkenning van dit gezag.&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;In de gemeente geeft de verlossing in Christus aan mannen en vrouwen een gelijk aandeel in de zegeningen van de redding, desalniettemin zijn sommige besturende en onderwijzende rollen binnen de gemeente voorbehouden aan mannen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
7. In alle domeinen van het leven is Christus het ultieme gezag en de gids voor mannen en vrouwen, zodat geen enkele erkenning van aards gezag – huiselijk, religieus of burgerlijk – ooit kan inhouden dat men een menselijke autoriteit kan volgen in het begaan van een zonde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
8. Als een man of een vrouw zich oprecht tot een christelijke bediening geroepen voelt, zou dit gevoel nooit gebruikt moeten worden om bijbelse criteria voor bepaalde bedieningen los te laten. Bijbels onderwijs moet juist alle autoriteit krijgen bij het toetsen van onze subjectieve onderscheiding van Gods wil. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
9. Met de helft van de wereldbevolking buiten het bereik van inheemse evangelisten; met ontelbaar veel andere verloren mensen in de samenlevingen die het evangelie wél gehoord hebben; met de zorg en ellende van ziekte, ondervoeding, dakloos zijn, analfabetisme, onwetendheid, ouder worden, verslaving, misdaad, gevangenschap, neuroses en eenzaamheid, zou geen enkele man of vrouw die een passie voelt van God om Gods genade te laten zien in woord en daad, hoeven te leven zonder de voldoening van een bediening voor de glorie van Christus en tot zegen voor deze gevallen wereld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
10. We zijn ervan overtuigd dat het ontkennen of negeren van deze principes zal leiden tot steeds groter wordende vernietigende gevolgen in onze gezinnen, onze gemeenten en de cultuur in brede zin.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Praat_met_mensen_in_plaats_van_over_hen</id>
		<title>Praat met mensen in plaats van over hen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Praat_met_mensen_in_plaats_van_over_hen"/>
				<updated>2009-08-24T17:02:23Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Talking to People Rather than About Them}}''Wat ik 6 augustus uit de preek liet&amp;lt;br&amp;gt;'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In mijn eerste preek na vijf maanden van afwezigheid, liet ik iets weg. Het stond in mijn aantekeningen maar het leek niet aan te sluiten&amp;amp;nbsp;bij de hoofdboodschap toen ik het tegenkwam. Dus sloeg ik het over. Maar ik wilde het wel graag zeggen. Dus zeg ik het nu. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U herinnert zich dat in Lucas 18:9, Lucas de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar op de volgende manier introduceert: “''En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis''.” Het lijkt op het eerste gezicht misschien een kleinigheid, maar let er op dat er staat dat Jezus deze gelijkenis sprak tót sommigen die op zichzelf vertrouwden. Er staat niet dat Hij deze gelijkenis óver hen sprak. Jezus keek de farizeeën in de ogen en vertelde hen een gelijkenis die impliceerde dat zij zelfingenomen en hoogmoedig waren. Hij praatte niet óver hen, maar tót hen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lijkt misschien een kleinigheid, maar het bevat een enorme les voor de gezondheid van onze kerk. Laten wij ook zo zijn. Laten we niet ''met anderen'' praten óver fouten van mensen. Laten we ''mét hen'' over hun fouten praten. Het is gemakkelijk- en veel te lekker op de tong van onze met zonde bevlekte ziel – om ''óver ''mensen te praten. Maar het is moeilijk – en smaakt vaak bitter- om ''mét ''ze te praten. Waneer je ''over'' hen praat, kunnen ze je niet corrigeren of de rollen omdraaien en jou het probleem maken. Maar als je ''met'' ze praat over een probleem dan kan dat heel pijnlijk zijn. Dus voelt het veiliger om over ze te praten, in plaats van met ze. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar Jezus roept ons niet op om veilige keuzes te maken. Hij vraagt om liefdevolle keuzes. Op de korte termijn is liefde vaak pijnlijker voor ons dan veilig het conflict te ontwijken. Maar op de langer termijn veroordeeld ons geweten ons voor het kiezen van de makkelijke weg en doen we anderen weinig goed. Dus laten we meer op Jezus lijken in dit geval en niet praten over mensen maar met ze. Zowel met woorden van bemoediging, omdat we bewijs van genade in hun leven zien, en met woorden van voorzichtigheid, waarschuwing, correctie of zelfs vermaning. Paulus roept ons op om met verschillende woorden te spreken om verschillende behoeften tegemoet te komen: “wijst de ongeregelden terecht, beurt de kleinmoedigen op, komt op voor de zwakken, hebt geduld met allen.”(1 Tess. 5:14) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik bedoel niet dat je President Bush niet kunt bekritiseren zonder hem op te bellen. En ik bedoel ook niet dat je mijn preken niet kunt bespreken, zowel positief als negatief, zonder naar me toe te komen. Mensen die in de openbaarheid treden weten wat ze doen en begrijpen dat iedereen een mening zal hebben over wat ze zeggen. Dat mag ook. Wat ik bedoel is dat wanneer je een broeder of zuster kent die in de greep is van een zondige houding of zondig gedrag, neem dan de balk uit je eigen oog, en ga naar hen toe en probeer hen te dienen met een nederig Bijbels advies. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Je kunt bijvoorbeeld een gelijkenis vertellen. Dat deed Jezus in Lucas 18:9-14. En Nathan deed dat ook voor David na zijn zonde met Batseba en tegen Uriah (2 Samuel 12:1-4). Maar je hoeft niet zo creatief te zijn. Dat je geeft om de persoon die je confronteert is veel belangrijker dan creativiteit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn verlangen voor onze kerk is dat we vrij zijn van roddel. Laten we rechtstreeks en eerlijk en moedig en nederig zijn. Jezus was soms verbazingwekkend direct. Liefde klinkt soms zo. Hij had makkelijk beschuldigd kunnen worden van ongevoeligheid of liefdeloosheid. Maar we weten dat Hij de meest liefdevolle persoon was die ooit geleefd heeft. Dus laten we Hem in deze dingen volgen. Hij stierf voor ons zodat de balken en splinters in onze ogen vergeven konden worden. Dat moet ons zowel moed geven als liefdevolle zorg in de omgang met anderen. Zeker wanneer we realiseren dat de fouten van onze broeders en zusters ook door Jezus vergeven zijn. &amp;lt;br&amp;gt;Wat een ongelofelijk startpunt hebben we voor relaties. Een vergeven, gerechtvaardigde, Geestvervulde gemeenschap van mensen die in liefde en genade willen groeien. Bedankt dat u met liefde Jezus wilt vertrouwen en volgen in het praten met elkaar, in plaats van over elkaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Blij om terug te zijn, &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastor John&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Ziet_Toe_Hoe_Gij_Hoort_1</id>
		<title>Ziet Toe Hoe Gij Hoort 1</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Ziet_Toe_Hoe_Gij_Hoort_1"/>
				<updated>2009-08-24T17:02:11Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Take Care How You Listen!}}&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Lucas 8:4-18'''&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;Toen er nu veel volk samenstroomde en uit elke stad mensen tot Hem kwamen, sprak Hij door een gelijkenis: 5 &amp;quot;Een zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel een deel langs de weg en het werd vertrapt en de vogelen des hemels aten het op. 6 En een ander deel viel op de rotsbodem, en toen het opkwam, verdorde het, omdat het geen vochtigheid had. 7 En een ander deel viel midden tussen de dorens, en de dorens kwamen tegelijk op en verstikten het. 8 Een ander deel viel in goede aarde, en toen dat opgekomen was, bracht het honderdvoudige vrucht voort.&amp;quot; Dit zeggende, riep Hij: &amp;quot;Wie oren heeft om te horen, die hore.&amp;quot; 9 Zijn discipelen vroegen Hem, wat de bedoeling van deze gelijkenis was. 10 En Hij zeide: &amp;quot;U is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen, maar aan de anderen (worden zij gepredikt) in gelijkenissen, opdat zij ZIENDE NIET ZIEN EN HORENDE NIET HOREN. 11 Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods. 12 Die langs de weg, zijn zij, die het gehoord hebben; daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden. 13 Die op de rotsbodem, zijn zij, die het Woord, zodra zij het horen, met blijdschap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, zij geloven voor een tijd en in een tijd van beproeving worden zij afvallig. 14 Wat in de dorens viel, dat zijn zij, die het gehoord hebben; en gaandeweg worden zij door zorgen en rijkdom en lusten des levens verstrikt en zij brengen het niet tot vrucht. 15 Dat in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het Woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding. 16 Niemand steekt een lamp aan en bedekt die met een vat of zet haar onder een bed, maar hij zet haar op een standaard, opdat wie binnentreden het licht mogen zien. 17 Want er is niets verborgen, dat niet aan het licht zal komen, en niets geheim, dat niet bekend zal worden en aan het licht komen. 18 Ziet dan toe, hoe gij hoort. Want wie heeft, hem zal gegeven worden, en wie niet heeft, ook wat hij meent te hebben, zal hem ontnomen worden.&amp;quot; &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''Hoe ons voorbereiden op de preek en hoe te reageren?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe zouden mensen zich moeten voorbereiden op de prediking en hoe zouden we erop moeten reageren? Om deze vraag te beantwoorden heb ik een tekst gekozen die gaat over het horen van het gepredikte Woord van God. Het eerste dat ik dus wil doen is je laten zien dat dit inderdaad het geval is deze tekst gaat over het luisteren naar het Woord van God als het verkondigd wordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is een behoorlijk ontnuchterend gedeelte voor predikanten, omdat het niet de verwachting wekt van geweldig succes in termen van aantallen mensen die blijvend aangeraakt worden één op de vier, misschien, zoals bij de zaaier, als je de tekst letterlijk neemt. Ik betwijfel of deze verhouding zonder meer betekent dat we altijd en overal een blijvende respons van 25% mogen verwachten. Zeker is dat Jezus de predikers wil waarschuwen om niet verwaand te zijn en te denken dat ze mensen gemakkelijk kunnen veranderen. Ze moeten ook niet ontmoedigd worden als vele toehoorders de prediking niet met een blijvende verandering beantwoorden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Is preken een doeltreffende vorm van communicatie?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Men beweert soms dat de dagen van de preek voorbij zijn, omdat prediking geen doeltreffend middel is om mensen te veranderen. Het antwoord is: statistisch is het nooit erg doeltreffend geweest, Net zomin als enige andere vorm van communicatie. En dat ligt niet aan de communicatiemethode; de reden daarvoor vinden we in Mattheüs 7:14: &amp;quot;Eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.&amp;quot; Daarom zegt Jezus in Lucas 13:24: &amp;quot;Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.&amp;quot; Wanneer het Woord gepredikt en de weg naar het leven gewezen wordt, doe er dan alles aan om binnen te gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarover gaat deze tekst. Het gaat over horen en toch niet horen. Zien en toch niet zien. Het gaat over hen die denken dat ze het gehoord hebben, maar het niet hebben begrepen. En dus heeft het allemaal te maken met de voorbereiding op de prediking en hoe erop te reageren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me dit even toelichten, zodat je begrijpt waar ik heen wil. Moge God ons ogen geven om te zien, oren om te horen en een goed hart dat vrucht draagt. De verkondiging van Gods Woord die elke zondag tijdens de preek weerklinkt, is iets geweldigs en wat je doet met hetgeen je hoort, heeft gevolgen voor de eeuwigheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Beginnen we bij vers 5: Jezus vertelt een gelijkenis die zo begint: &amp;quot;Een zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien.&amp;quot; Dan interpreteert Hij in vers 11: &amp;quot;Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods.&amp;quot; Hij vertelt dus een gelijkenis over de prediking en het horen van het Woord van God. De zaaier is degene die het Woord brengt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een gelijkenis over horen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn vier reacties op deze prediking van het Woord vier verschillende bodems. Wat we hier in het bijzonder willen opmerken, is dat Jezus elk van deze vier duidelijk uitlegt als vier manieren waarop men het Woord kan horen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 5 zegt dat een eerste deel van het zaad, een deel van het Woord &amp;quot;langs de weg viel en het werd vertrapt en de vogelen des hemels aten het op.&amp;quot; In vers 12 interpreteert Hij: &amp;quot;Die langs de weg, zijn zij, die het gehoord hebben; daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.&amp;quot; Dat is één manier van horen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 6 zegt dat &amp;quot;een ander deel viel op de rotsbodem, en toen het opkwam, verdorde het, omdat het geen vochtigheid had.&amp;quot; Vers 13 verklaart dit: &amp;quot;Die op de rotsbodem, zijn zij, die het Woord, zodra zij het horen, met blijdschap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, zij geloven voor een tijd en in een tijd van beproeving worden zij afvallig.&amp;quot; Dat is een tweede manier van horen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 7 zegt: &amp;quot;een ander deel viel midden tussen de dorens, en de dorens kwamen tegelijk op en verstikten het.&amp;quot; Vers 14 verklaart: &amp;quot;Wat in de dorens viel, dat zijn zij, die het gehoord hebben; en gaandeweg worden zij door zorgen en rijkdom en lusten des levens verstrikt en zij brengen het niet tot vrucht.&amp;quot; Dat is een derde manier van horen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten slotte luidt vers 8: &amp;quot;Een ander deel viel in goede aarde, en toen dat opgekomen was, bracht het honderdvoudige vrucht voort.&amp;quot; En vers 15 verklaart: &amp;quot;Dat in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het Woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding.&amp;quot; Dat is een vierde manier van horen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wie oren heeft om te horen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan het einde van vers 8 laat Jezus overduidelijk verstaan dat het gaat om het horen; Hij zegt: &amp;quot;Wie oren heeft om te horen, die hore.&amp;quot; Dit betekent dat het niet genoeg is oren te hebben aan de zijkanten van je hoofd. Die heeft iedereen. Er is ook een ander soort oor, dat alléén maar bij sommige mensen wordt aangetroffen. Zij kunnen horen. &amp;quot;Wie oren heeft om te horen, die hore.&amp;quot; Er is een geestelijk oor, of hartsoor, een oor dat in de prediking van het Woord meer hoort dan gewoon maar woorden. Er is een schoonheid, een waarheid, een kracht die in deze oren onweerstaanbaar, levensveranderend en reddend doorklinkt. Dat is het horen waar Jezus om vraagt. Dat is waar deze tekst over gaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan, alsof hij het punt van het horen nog extra wil benadrukken, vertelt Lucas ons hoe Jezus het doel van de gelijkenissen in zijn situatie uitlegde. Lees de verzen 9 10: &amp;quot;Zijn discipelen vroegen Hem, wat de bedoeling van deze gelijkenis was. En Hij zeide: 'U is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen, maar aan de anderen (worden zij gepredikt) in gelijkenissen, opdat zij 'ziende niet zien en horende niet horen'.&amp;quot; Dit is een schokkend woord. Aan degenen die Jezus heeft uitgekozen, wordt het mysterie van Zijn Koninkrijk geopenbaard en Hij schenkt hun de gave om het te kunnen begrijpen. Vers 10a: &amp;quot;U is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen.&amp;quot; het Koninkrijk van God te kennen is een geschenk van God voor hen die door Jezus zijn uitgekozen als Zijn discipelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar dan zegt Hij in vers 10b wat voor de anderen de reden is voor Zijn gelijkenissen: &amp;quot;opdat zij ziende niet zien en horende niet horen.&amp;quot; Weer dat horen dus. &amp;quot;Horende niet horen.&amp;quot; Dit betekent dat er twee vormen van horen zijn: de ene met de fysieke oren aan het hoofd en de andere met de geestelijke oren van het hart. &amp;quot;Horende (met de fysieke oren) niet horen (met de geestelijke oren).&amp;quot; En dit is naar Zijn zeggen één van de redenen dat Hij gelijkenissen gebruikt &amp;quot;opdat zij horende niet horen.&amp;quot; Met andere woorden, de gelijkenissen maken zowel deel uit van Jezus' verhullende en verhardende prediking als van Zijn openbarende en reddende boodschap. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het Woord redt sommigen en verhardt anderen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit harde woord is een citaat uit Jesaja 6:9 10, waar God tot Jesaja zegt dat zijn prediking voor Israël niet alleen redding betekent voor sommigen, maar ook verharding voor anderen. God zegt tot Jesaja: &amp;quot;Ga, zeg tot dit volk: 'Hoort aldoor - maar verstaat niet, en ziet aldoor - maar merkt niet op'. Maak het hart van dit volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn ogen dichtkleven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich niet bekere en genezen worde.&amp;quot; Met andere woorden, de tijd was voorbij voor dit volk en het Woord van God was niet meer nuttig voor z'n redding; het kon hun hart alleen nog maar ongevoelig maken, hun oren afstompen, hun ogen verblinden. Dit leert ons iets ontzettend belangrijks over de prediking. Zelfs wanneer de prediking van het Woord van God niet verzacht, redt en geneest, is zij niet noodzakelijk zonder resultaat. Het zou kunnen dat diezelfde prediking van het Woord bezig is Gods vreselijke oordelen te voltrekken. Ze kan mensen verharden en hun oren zo hardhorend maken dat ze niet langer meer willen luisteren. Er is ook een oordeel in deze wereld niet slechts in de toekomende (Romeinen 1:24) en o, hoe dienen we ons te haasten om dat te ontvluchten. Of om het met deze tekst te zeggen: let op hoe je luistert! Wees niet nonchalant als je week na week luistert naar Gods Woord. Want als het niet verzacht, redt en geneest, als het geen vrucht draagt, is het misschien bezig te verharden, te verblinden en te verdoven (zie 2 Corintiërs 2:16). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De doelmatigheid van het horen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit brengt ons bij de laatste verwijzing naar het horen in deze tekst. Ze komt op een wel verrassende plaats. Ik zou haar veeleer onmiddellijk na de gelijkenis verwacht hebben, na vers 15 dus. Maar nu staat ze in vers 18: &amp;quot;Ziet dan toe [= daarom, de conclusie hiervan], hoe gij hoort [luistert!]&amp;quot; Dat is de essentie van de tekst en voor mij ook de kern van dit artikel. Let op hoe je luistert. Preken is één ding en het is cruciaal. Maar horen is nog iets anders en dat is even belangrijk. In deze tekst staat niets over de doelmatigheid van preken; 't gaat alléén over de doelmatigheid van het horen. Het punt is niet: &amp;quot;Let op hoe je preekt&amp;quot;, maar: &amp;quot;Let op hoe je luistert.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let op de reden die de rest van vers 18 aangeeft waarom we zo moeten letten op onze wijze van horen. Er staat: &amp;quot;Want [= omdat] wie heeft, hem zal gegeven worden, en wie niet heeft, ook wat hij meent te hebben, zal hem ontnomen worden.&amp;quot; Waarnaar wordt hier verwezen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wie heeft...''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wel, er zijn twee delen, het positieve (&amp;quot;wie heeft, hem zal gegeven worden&amp;quot;) en het negatieve (&amp;quot;wie niet heeft, ook wat hij meent te hebben, zal hem ontnomen worden&amp;quot;). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nemen we het positieve eerst: &amp;quot;Want wie heeft, hem zal gegeven worden.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit slaat eerst en vooral terug op vers 8 en het einde van de gelijkenis van de zaaier. Jezus zegt: &amp;quot;Wie oren heeft om te horen, die hore.&amp;quot; Waarom? Omdat &amp;quot;wie heeft, hem zal gegeven worden.&amp;quot; Als je geestelijke oren hebt, zal het begrijpen je gegeven worden. Het slaat ook terug op de vierde bodem zoals omschreven in vers 15: &amp;quot;Het zaad in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding.&amp;quot; Wie heeft, hem zal gegeven worden. Wat ze al hebben, is &amp;quot;een goed en vroom hart&amp;quot;; wat hun daarbovenop zal gegeven worden, is vrucht. Zij &amp;quot;dragen vrucht in volharding.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let dus op hoe je luistert! Doe het met geestelijke oren, niet alleen met de oren aan je hoofd. En luister met een goed en eerlijk hart, niet met een bedrieglijk en kwaadwillig hart. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wie niet heeft...''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijken we nu naar het negatieve deel van vers 18: &amp;quot;Wie niet heeft, ook wat hij meent te hebben, zal hem ontnomen worden.&amp;quot; Waarnaar wordt hier verwezen? Dit slaat terug op de andere drie bodems en het onvermogen om te horen met een goed hart en werkelijk geestelijke oren. Voor elk van de eerste drie bodems (verzen 12 14) is er een horen van het Woord van God. Maar voor alle drie geldt dat wat ze menen te hebben, hun ontnomen wordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 12, de eerste bodem: ze denken dat ze het Woord hebben, maar de duivel grist het weg. Vers 13, de tweede bodem: ze denken dat ze het Woord hebben, echt geestelijk geloof en vreugde, maar ze hebben geen wortel die hen steun geeft in tijden van beproeving. Hun geloof is slechts oppervlakkig enthousiasme als alles voor de wind gaat. Als de beproevingen komen, wordt dat wat ze menen te hebben, weggenomen. Ten slotte nog vers 14, de derde bodem: ze denken dat ze het Woord van God hebben, maar als de zorgen, de rijkdom en vreugde van het leven komen, wordt datgene weggenomen wat ze menen te hebben. Ze komen niet toe aan vrucht dragen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De essentie van vers 18 is dus te interpreteren wat er in de vier bodems gebeurt. In drie gevallen komt dit uit: &amp;quot;Wie niet heeft, ook wat hij meent te hebben, zal hem ontnomen worden.&amp;quot; Eénmaal, bij de vierde bodem, gebeurt het tegenovergestelde: &amp;quot;Wie heeft, hem zal gegeven worden.&amp;quot; Aan wie hoort met een goed en eerlijk hart (vs.15), zal meer gegeven worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Let op hoe je luistert''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot hiertoe is het belangrijkste punt overduidelijk: &amp;quot;Ziet toe hoe gij hoort!&amp;quot; Aan hem die heeft, zal meer gegeven worden. Heb je oren om te horen? Heb je een nieuw hart? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Horen is enorm belangrijk. Ik geloof met heel m'n hart dat ik geroepen ben om het Woord van God te verkondigen. En velen onder u zijn geroepen om het te onderwijzen in diverse omgevingen. Maar deze tekst spreekt over een andere geweldige roeping de roeping om het Woord van God te horen. En dat is geen kleinigheid. De inzet is erg hoog. Er is een horen dat nog maar amper begonnen is, of het Woord is al weg voor je goed en wel de deur uit bent. Er is een horen dat duurt totdat er zware tijden komen in het leven; dan wendt men zich van God af naar andere boodschappen. Er is een horen dat opbloeit totdat de rijkdom en het plezier van dit leven het verstikken. En er is een horen dat de duivel verslaat, beproevingen doorstaat, rijkdom veracht en vrucht draagt tot in het eeuwige leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het horen dat wij wensen. Laten wij God erom vragen. Psalm 40:7 zegt dat God het oor opent om te horen: &amp;quot;In slachtoffer en spijsoffer hebt Gij geen behagen, - Gij hebt mij geopende oren gegeven.&amp;quot; Laat ons dus in onze samenkomsten en gebedstijden bidden naar dit voorbeeld: &amp;quot;Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit Uw wet&amp;quot; (Psalm 119:18). Laat dit uw gebed zijn: &amp;quot;Open mijn oren opdat ik het Woord van God kan horen met een goed en eerlijk hart, dat ik daardoor gered mag worden (Lucas 8:12) en vrucht dragen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De gelijkenis van de zaaier gaat over horen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we nu teruggaan naar verzen 16-17. De reden waarom ik die verzen bij de gelijkenis van de zaaier voeg, is dat de conclusie van deze gelijkenis in vers 18 staat, na deze beide verzen. Lucas voegt ze dus toe aan de gelijkenis van de zaaier. Feitelijk maakt hij in de conclusie van de gelijkenis (vers 18) de directe slotsom van verzen 16-17. We lezen: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;quot;Niemand steekt een lamp aan en bedekt die met een vat of zet haar onder een bed, maar hij zet haar op een standaard, opdat wie binnentreden het licht mogen zien. Want er is niets verborgen, dat niet aan het licht zal komen, en niets geheim, dat niet bekend zal worden en aan het licht komen.&amp;quot; &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Met deze woorden doet Jezus op z'n minst twee dingen: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Vrucht en licht''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Hij zegt dat de &amp;quot;vrucht&amp;quot; uit vers 15 het &amp;quot;licht&amp;quot; uit vers 16 is. Dit licht is bedoeld als hulp voor de mensen, zodat ze de weg zien waarlangs ze &amp;quot;binnenkomen&amp;quot; in het Koninkrijk van God. Hij verandert het beeld van 'vrucht' (vers 15) naar 'licht' (vers 16). Dat is niet zo verrassend, want uit ander nieuwtestamentisch onderwijs weten we dat 'vrucht dragen' wil zeggen 'goede werken des geloofs doen' tot eer van God (Lucas 3:8 9; Colossenzen 1:10). We weten ook dat Jezus deze goede werken &amp;quot;licht&amp;quot; noemt (Mattheüs 5:16) dat mensen helpt om het Koninkrijk binnen te komen: &amp;quot;Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.&amp;quot; Met andere woorden, de vrucht die groeit in de goede grond van vers 15, zijn de goede werken uit geloof in het Woord van God dat gepredikt werd. En deze goede werken worden hier (zoals in Mattheüs 5:16) licht genoemd dat anderen helpt het Koninkrijk binnen te gaan anderen helpt om de heerlijkheid en waarheid van God te erkennen en op Hem te vertrouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het eerste dat Jezus doet in deze verzen: Hij zegt dat de vrucht op het horen uit de goede grond gelijk is aan een leven van goede werken, die als een licht in de wereld schijnen, zodat degenen die &amp;quot;binnenkomen&amp;quot; de juiste weg kunnen zien en kennen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De verborgenheid van het Evangelie''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Het andere dat Jezus in verzen 16 17 doet, is duidelijk maken dat de verborgenheid van het Evangelie, zoals vermeld in vers 10, niet bedoeld is om de discipelen te verhinderen om het Woord van God moedig, openlijk te verkondigen en uit te dragen. Herinner je dat Hij in vers 10 zegt: &amp;quot;U is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen, maar aan de anderen (worden zij gepredikt) in gelijkenissen, opdat zij 'ziende niet zien en horende niet horen'&amp;quot; Dit lijkt op een beperking voor de openheid en algemeenheid bij het aanbod van Gods Woord, maar dat is het niet. Dat wordt duidelijk uit de verzen 16 17. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als je lamp verlicht wordt door het Woord van God en als je leven een licht wordt van geloof, vreugde en goede werken, verberg het dan niet! Vers 16: &amp;quot;Niemand steekt een lamp aan en bedekt die met een vat of zet haar onder een bed, maar hij zet haar op een standaard, opdat wie binnentreden het licht mogen zien.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus zegt dat het kan zijn dat iets daarvan een tijd lang verborgen blijft in mijn aardse leven. Maar zoals Hij nu in vers 17 duidelijk laat zien, zullen de dingen veranderen: &amp;quot;Want er is niets verborgen, dat niet aan het licht zal komen, en niets geheim, dat niet bekend zal worden en aan het licht komen.&amp;quot; In mijn rechtvaardigheid mag Ik dan al wijze en soevereine bedoelingen hebben voor het tijdelijk verhullen van het mysterie voor sommigen, maar dat is niet jouw zaak. Neem jij wat Ik je geef en maak het wijd en zijd bekend. Zoals Jezus zegt in Mattheüs 10:27: &amp;quot;Wat Ik u zeg in het donker, zegt het in het licht; wat gij u in het oor hoort fluisteren, predikt het van de daken.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uiteindelijk laat de gelijkenis van de zaaier zien dat niet alleen je eigen redding en vruchtbaarheid afhangen van de manier waarop je het Woord van God hoort, maar ook het succes waarmee dat Woord zich over de wereld verspreidt. Daarom vinden we in vers 18 de onmiddellijke gevolgtrekking op wat staat in verzen 16 17): &amp;quot;Ziet dan toe, hoe gij hoort.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Luisteren horen is een hoge roeping in de christelijke kerk, omdat je redding ervan afhangt (vers 12). Maar ook je vruchtbaarheid (vers 15), de verspreiding van het licht in de wereld (verzen 16 17) en ten slotte de eer van God hangen ervan af (Mattheüs 5:16).&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'''Hoe bereid je je nu voor om het Woord van God op zondag te horen?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb daarvoor een advies in tien punten; de meesten zijn erg kort, maar verdienen zeker meer consideratie dan ik ze hier geven kan. Je kunt ze meenemen ter overweging. Ik hoop dat je ze ergens opschrijft en er als gezin over praat, of, wie weet, in je kleine kring als die samenkomt. De vraag die ik tracht te beantwoorden is: Hoe bereid je je voor op het horen van Gods Woord tijdens de eredienst op zondagmorgen? Ik bedoel meerbepaald, wat kun je op zaterdagavond en zondagmorgen doen, op weg naar de kerk en als je de kerk binnengaat? Dat is het tijdskader waar ik aan denk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Bid dat God je het goede en eerlijke hart geeft zoals beschreven in vers 15''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn vele dingen die we kunnen en moeten doen met onze wil. Maar onze wil wordt geregeerd door ons hart en wat ons hart begeert. We moeten dus een nieuw hart hebben als we willen doen wat we zouden moeten doen, zeker als we het met vreugde willen doen zoals God het ons gebiedt (Psalm 100:2). De Bijbel leert dat dit nieuwe hart een werk van God is. Ezechiël 36:26: &amp;quot;Een nieuw hart zal Ik u geven.&amp;quot; Jeremia 24:7: &amp;quot;Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen.&amp;quot; Het is dus zaak dat we God erom vragen. &amp;quot;O Heer, geef mij een hart voor U. Geef mij een goed en eerlijk hart. Geef mij een zacht en ontvankelijk hart. Geef mij een nederig en gewillig hart. Geef mij een vruchtbaar hart. Geef mij een hart voor U.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maak wat tijd vrij om in deze zin te bidden eer je naar bed gaat op zaterdagavond, en ook weer als je op zondagmorgen opstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. Mediteer over het Woord van God. Lees gedeelten uit je Bijbel met het doel je honger naar God aan te wakkeren''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoevelen onder u hebben al gehoord van de uitdrukking 'eetlust opwekken'? Haast iedereen denk ik zo. Maar het woord 'eetlustwekker' dan? Nee? Omdat het niet in het woordenboek staat. Wel, dan wordt het hierbij door mij gecreëerd! Een eetlustwekker is iets dat eetlust opwekt, dat ons trek doet krijgen in eten. Als de preek dus de maaltijd is, dan werkt de eetlustwekker, het gedeelte uit Gods Woord waarover je op zaterdagavond en zondagmorgen mediteert, als een aperitief. Dit is belangrijk. Om de maaltijd van de Geest optimaal te kunnen smaken en genieten, moet je je geestelijke smaak ontwikkelen eer je komt eten. Als je gehemelte naar de wereld staat, zul je geen smaak hebben in geestelijk voedsel en kun je ook niet horen zoals het hoort. Wek dus de eetlust van je hart op door zaterdagavond en zondagmorgen te mediteren over het Woord van God. Plan dat in. Het is dé manier om &amp;quot;toe te zien hoe je hoort!&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. Reinig je gedachten door je af te wenden van wereldse ontspanning''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jacobus 1:21: &amp;quot;Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante Woord aan, dat uw zielen kan behouden.&amp;quot; Hoe ontvang je het ingeplante Woord? Door alle vuilheid en boosheid weg te doen. Want dat zijn de dingen die ons ontoegankelijk maken voor het Woord. Het verbaast me hoeveel christenen dezelfde banale, nietszeggende, onnozele, platvloerse, prikkelende, suggestieve, immorele TV.-programma's volgen die de meeste ongelovigen bekijken. En dan zijn ze verwonderd dat hun geestelijk leven zwak, en hun aanbiddingsleven oppervlakkig is, zonder het minste vuur. Als je het Woord van God werkelijk wilt horen zoals ernaar geluisterd zou moeten worden, in waarheid, blijdschap en kracht, zet dan de televisie uit op zaterdagavond en lees dingen die waar, groots, mooi, zuiver, eerbaar, schitterend zijn en alle lof verdienen (zie Filippenzen 4:8). Dan zul je merken hoe je hart opbloeit en honger begint te krijgen naar het Woord van God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''4. Vertrouw op de waarheid die je al hebt''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In onze tekst komt de tweede bodem niet toe aan horen zoals het zou moeten, omdat hij geen wortels heeft. Wat is de wortel die nodig is om het Woord van God te horen? Jeremia 17:7 8 luidt: &amp;quot;Gezegend is de man die op de Here vertrouwt, wiens betrouwen de Here is; hij toch zal zijn als een boom, aan het water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt, als er hitte komt, maar welks loof groen blijft, die in een jaar van droogte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen.&amp;quot; De wortel waarop vruchtbaar horen kan gedijen, is deze van geloof. Horen brengt geloof voort en geloof op zijn beurt weer beter horen. Vertrouwen op de waarheid die je al hebt is de beste manier om je voor te bereiden om meer te ontvangen. Als je dus op zaterdagavond en zondagmorgen de TV uitzet, bidt en mediteert, richt dan bewust je hart op Gods beloften en vertrouw op Hem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''5. Zorg van zaterdag op zondag voor voldoende nachtrust''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben me ervan bewust dat sommigen op zaterdag de hele nacht moeten werken, om 7 uur 's morgens van hun werk komen, douchen en een hapje eten, waarna ze direct naar de kerk gaan. Prijs jezelf gelukkig. God heeft een bijzondere zegen voor je en je mag Zijn speciale hulp zoeken. Vertrouw op Hem. Hij zal je helpen. Maar ik spreek tot de anderen die zelf beslissen wanneer ze naar bed gaan. Mijn advies is: bepaal wanneer je moet opstaan om tijd te hebben voor ontbijt, om je te kleden, te bidden en het Woord te overdenken, je gezin klaar te maken en naar de kerk te trekken. Tel dan acht uur terug (of hoeveel je ook maar nodig hebt) en zorg ervoor dat je een kwartier vóór dat tijdstip in bed bent. Lees je Bijbel in bed en slaap in met Gods Woord op je lippen en in je gedachten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is meer discipline nodig om op tijd naar bed te gaan dan om op tijd op te staan. De druk om te gaan slapen is niet zo groot en slaap is zo saai vergeleken bij spelen, uitgaan of TV kijken. Ik vermaan met nadruk ouders om hun tieners te leren dat de zaterdag niet de meest geschikte dag is om een lang gezellig avondje uit te plannen met vrienden. Als je een bijzonder avondje uit wilt, laat het dan vrijdag zijn, niet zaterdag. Het is vreselijk als kinderen geleerd wordt dat de eredienst zo vrijblijvend is dat het niets uitmaakt of je er doodmoe naartoe gaat. Wat in de zondagdienst gebeurt, is veel belangrijker dan het toelatingsexamen voor de universiteit. En we doen er alles aan om onze kinderen genoeg slaap te geven vóór een belangrijke toets. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we te weinig slapen, kunnen we niet alert zijn; onze geest is afgestompt, onze emoties zijn vlak en krachteloos, onze neiging tot depressiviteit is groter en we hebben lange tenen. &amp;quot;Let op hoe je luistert&amp;quot; betekent hier: zorg voor een goede nachtrust voordat je het Woord van God hoort. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''6. Verdraag elkaar zonder morren en kritiek''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Psalm 106:25 zegt: &amp;quot;Zij morden in hun tenten, Zij luisterden niet naar de stem des Heren.&amp;quot; Het gemor, getwist en geruzie van zaterdagavond en zondagmorgen kan de eredienst voor een heel gezin vergallen. Ik stel daarom dit voor: als er iets is waar je boos over bent, of er is een conflict waarvan je oprecht vindt dat het moet worden uitgesproken, verdraag het nog even en zet het van je af tot later die dag na de dienst. Vlieg er niet in op zaterdagavond of zondagmorgen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En als je komt om te aanbidden, doe het dan niet als huichelaars die voorwenden dat er geen problemen zijn. We hebben allemaal problemen. Kom met de gedachte: Here, toon mij de balk in mijn oog. Maak mij nederig en rein en laat mij zoveel zien van Uzelf, dat ik hiermee op een veel christelijker manier weet om te gaan dan ik nu doe. Je zou verbaasd zijn hoeveel crisissituaties worden omgekeerd in het licht van Gods Woord en van aanbidding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''7. Kom in een geest van gewillige leergierigheid''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geen naïveteit. Je hebt je Bijbel en je hebt je hoofd. Jacobus zegt: &amp;quot;Neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan&amp;quot; (1:21). Als we komen in de mening dat er niets is dat we nog kunnen leren, of nergens ons voordeel mee kunnen doen, dan zullen we onszelf in beide gevallen onfeilbaar wanen. Maar als we buigen voor het Woord van God, dan zullen we horen, groeien en vrucht dragen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''8. Wees stil als je de plaats van samenkomst binnengaat en concentreer je hart en aandacht op God''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wat het betreden van de samenkomstruimte betreft, zou ik willen aanbevelen om &amp;quot;te komen met de blik gericht op God en te gaan met de blik gericht op mensen&amp;quot;. D.w.z., kom rustig en zoek God ernstig in gebed en meditatie. Ga na afloop weg met de intentie om kansen te benutten, om liefde en gastvrijheid te betonen aan anderen. Het is geen onvriendelijke kerk waar mensen vóór aanvang van de dienst ijverig op zoek zijn naar God en na afloop even ondernemend zijn in het begroeten van bezoekers. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kun je me hierin bijtreden? Deze benadering verschilt wel van de wijze waarop men in vele kerken aankijkt tegen de sfeer die aan de eredienst voorafgaat. Voor velen geldt: hoe luider hoe beter, want dat roept associaties op met levendigheid en vriendelijkheid. Dat gaat wel op in sommige gevallen, maar hier dreigt iets zeer gewichtigs verloren te gaan, nl. het besef van Gods grootheid, heiligheid en schoonheid. Er zijn in ons leven haast geen ogenblikken waarop we samen bloedserieus kunnen zijn als het gaat om God en onze ontmoeting met Hem in Zijn grootheid. Laat zondagmorgen één van die ogenblikken zijn. &amp;quot;Laat af en weet, dat Ik God ben&amp;quot; (Psalm 46:10). Wanneer doen we dat? Laten we dit doen vlak vóór de dienst in onze kerk begint. Het Parlement mag dan gonzen van de begroetingen; laat de samenkomstruimte de elektrische kracht weerkaatsen van stille liefde voor Gods heerlijkheid. Er ligt een wereld van verschil tussen de stilte der lusteloosheid en de stilte der hartstocht! Bid, mediteer bij de tekst waarover gepreekt zal worden, overpeins de liedteksten. Zoek God ernstig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''9. Wanneer de eredienst begint, denk dan ernstig na over wat er gezongen, gebeden en gepredikt wordt''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus schrijft aan de Corintiërs: &amp;quot;Broeders, weest geen kinderen in het verstand, maar in de boosheid; wordt in het verstand volwassen&amp;quot; (1 Corintiërs 14:20). En aan Timótheüs schrijft hij: &amp;quot;Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven&amp;quot; (2 Timótheüs 2:7). Al wat waard is om gehoord te worden, is ook waard om overpeinsd te worden. Als een prediking er niet in slaagt je aandacht en betrokkenheid te krijgen, zul je er waarschijnlijk niet veel aan overhouden bij het buitengaan. Het zou dan wellicht ook geen bijbelse prediking geweest zijn. Als je aandacht wilt schenken aan de wijze waarop je luistert, denk dan na over wat je hoort. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''10. Verlang naar de waarheid van Gods Woord, meer dan naar rijkdom of voedsel''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Terwijl je daar rustig in de samenkomst zit en bidt, de tekst en de liederen overpeinst, breng jezelf dan in herinnering wat Psalm 19:10 11 zegt over de Woorden Gods: &amp;quot;Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja, dan honigzeem uit de raat. Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning.&amp;quot; Wees er des te meer op bedacht hoe je luistert, omdat het Woord van God groter is dan alle rijkdom en zoeter dan alle honing. Verlang ernaar, meer dan naar deze dingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoals Spreuken 2:3 5 zegt: &amp;quot;Indien gij tot het inzicht roept en tot de verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vreze des Heren verstaan en de kennis Gods vinden.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moge God ons maken tot een volk dat naar Zijn Woord luistert en honderdvoudig vrucht draagt, zodat de lamp van ons leven op een standaard kan staan en licht geeft aan allen die het Koninkrijk Gods binnengaan. Let op hoe je luistert! Amen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Verheugt_u_met_beving</id>
		<title>Verheugt u met beving</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Verheugt_u_met_beving"/>
				<updated>2009-08-24T17:01:55Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Rejoice with Trembling}}''Een meditatie op Psalm 2:11-12'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Dient de Here met vreze en verheugt u met beving.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Kust de zoon, opdat hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat,'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''want zeer licht ontbrandt zijn toorn.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Welzalig allen die bij Hem schuilen!'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''''&amp;quot;Dient de Here met vreze...''''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit bevel sluit Psalm 100:2 niet uit: &amp;quot;Dient de Here met vreugde.&amp;quot; Het dienen van de Here met vreze en het dienen van de Here met vreugde zijn niet tegenovergesteld aan elkaar. De volgende zin maakt dat duidelijk (&amp;quot;verheugt u met beving&amp;quot;). Er is echte vrees en echte vreugde. Er is echte vrees omdat er ook echt gevaar bestaat. Onze God is een verterend vuur (Heb. 12:29). Ja, de uitverkorenen zijn veilig in Christus. Maar onderzoek jezelf. Paulus zegt: &amp;quot;of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan.&amp;quot; (2 Kor.13:5). &amp;quot;Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt.&amp;quot; (1 Kor.10:12). Vertrouwen op God betekent niet dat je geen zorgen meer hebt. Wij zijn veilig omdat God ons beschermt. De beslissingen die wij ooit namen hebben daar niets mee te maken. &amp;quot;Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde&amp;quot; (Judas 1:24). Hij beschermt ons bijvoorbeeld door ons ervan te verzekeren dat wij dagelijks in Christus moeten rusten en niet op onszelf moeten vertrouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''''...en verheugt u met beving.''''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Door vrees raken we onze vreugde niet kwijt. Dat heeft twee redenen: De eerste is dat het ons naar Christus drijft, waar het veilig is. De tweede is dat Christus, zelfs als we daar zijn, ons bevrijdt van de vrees die hoop verwoest. In plaats daarvan geeft Hij ons een gevoel dat we voor altijd willen voelen. Die grootsheid geeft ons een gevoel van ontzag, verwondering of beving, en dat willen we voelen, zolang het we er zeker van zijn dat het ons niet vernietigt. De beving sluit vreugde niet uit; het is een deel van vreugde. Mensen gaan naar enge films, omdat ze weten dat het monster niet uit het witte doek zal springen. Zolang het maar veilig is, willen ze wel bang zijn. Op de een of andere manier geeft dat een goed gevoel. Dit menselijke gegeven is een teken dat de mens voor God geschapen is. Het geeft een diepe voldoening om &amp;quot;bang&amp;quot; te zijn als niemand ons echt iets aan kan doen. Het is het beste als het beven veroorzaakt wordt door de grootsheid van heiligheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''''Kust de zoon, opdat hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat...''''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
God is jaloers voor zijn Zoon. &amp;quot;Want gij zult u niet nederbuigen voor een andere god, immers de HERE, wiens naam Naijverige is, is een naijverig God.&amp;quot; (Exodus 34:14). Hij wordt woedend als iemand anders de liefde krijgt die voor hem is bedoeld. Er is natuurlijk de Judaskus, maar dat bedoelt hij hier niet. De kus die hier bedoeld wordt, is een kus van aanbidding en onderworpenheid- misschien kussen wij zijn voeten als we voor hem buigen. Je kunt God niet in de maling nemen. Als we meer van iemand anders houden dan van hem, zullen we omkomen. Hij is onze grootste rijkdom of onze vijand. De veiligste plek in het universum is aan de voeten van onze God en Redder, Jezus Christus. Als wij hem verlaten om een andere rijkdom te zoeken, dan zal zijn toorn tegen ons zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''''…want zeer licht ontbrandt zijn toorn.''''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het woord 'licht' is hier niet het beste woord. Het woord kan ook 'plotseling' betekenen. In de Bijbel wordt God herhaaldelijk getypeerd als &amp;quot;barmhartig en genadig, ''lankmoedig'', groot van goedertierenheid en trouw&amp;quot; (Exodus 34:6). Hij is &amp;quot;lankmoedig&amp;quot;, wat juist betekent dat hij niet snel kwaad wordt. Daarom denk ik dat Psalm 2:12 betekent: &amp;quot;Zijn toorn kan plotseling uitbreken.&amp;quot; Met andere woorden: denk niet te lichtvaardig over zijn geduld, want het kan opraken en dan krijg je al zijn toorn over je heen. Als je zijn schepping blijft kussen en niet zijn Zoon, dan zul je plotseling gebeten kunnen worden door een slang. Ga er niet vanuit dat God altijd wel geduldig zal zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''''Welzalig allen die bij Hem schuilen.''''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De enige plek waar je veilig bent voor Gods toorn, is bij God. Buiten Gods zorgzaamheid is het gevaarlijk. Hij is zelf de enige schuilplaats voor zijn eigen toorn. Ben je bang voor God? Het heeft geen zin om weg te rennen en je te verbergen, want er is geen plaats om je voor hem te verbergen. Buiten Gods zorgzaamheid is alleen maar toorn. Maar je kunt ontsnappen aan Gods toorn door bij God te blijven. De veiligste plaats om voor zijn toorn te schuilen—de enige veilige plaats—is God zelf. Kom naar God toe. Schuil bij God. Verberg je in de schaduw van zijn vleugels. Vanuit die plek leven en dienen wij met vreugdevolle beving. Het is verschrikkelijk en geweldig tegelijk. Het lijkt op het oog van een orkaan—rondom ellende, maar in het oog is het prachtig en volkomen kalm. Hier is diepe vriendschap. Hier is een rustige, liefdevolle eenheid. Hier kunnen we met hem praten als met een vriend. Hier voorziet hij in onze behoeften. Ik nodig u uit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Samen met u veilig in Christus, &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastor John&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Houden_van_God_om_Wie_Hij_Is:_Het_Standpunt_van_een_Herder</id>
		<title>Houden van God om Wie Hij Is: Het Standpunt van een Herder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Houden_van_God_om_Wie_Hij_Is:_Het_Standpunt_van_een_Herder"/>
				<updated>2009-08-24T17:01:41Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Loving God for Who He Is: A Pastor's Perspective}}Eén van de belangrijkste ontdekkingen die ik ooit deed, is dat God is het meest verheerlijkt wordt in mij, wanneer ik het meest voldoening vind in Hem. Dit is de motor die mijn bediening als herder krachtig maakt. Dit beïnvloedt alles wat ik doe.&amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of ik nu eet of drink, of preek of raad geef, of eender wat doe, mijn doel is God te verheerlijken door de manier waarop ik het doe. ''“Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods”'' (1 Kor. 10:31) Ik wil dus graag alles op een zodanige manier doen, dat het duidelijk wordt dat de glorie van God het verlangen van mijn hart vervult. Indien er in mijn preken ook maar de kleinste hint zou liggen dat God mijn eigen noden niet lenigt, zou ik een vals getuigenis geven. Indien Christus niet mijn eigen hart zou vervullen, zouden anderen me dan nog geloven wanneer ik Zijn Woord preek? Zou ik dan nog kunnen zeggen: ''“Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten”'' (Joh. 6:35)? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Brood lenigt de honger. Het levende water laaft de dorstigen. We doen het pure bergwater van een riviertje geen eer aan wanneer we er emmers vol water van de lagergelegen vijver aan toevoegen. We eren de bron door, wanneer we ons dorstig voelen, onze knie buigen en met vreugde drinken. Dan zeggen we: &amp;quot;Ahhh!&amp;quot; (dat is aanbidding!); dan kunnen we verder gaan in de sterkte van de bron (dat is dienen). De bron wordt het meest geëerd wanneer wij voldaan zijn door haar water. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spijtig genoeg hebben velen van ons geleerd dat plicht, en niet genot, de manier is om de Heer te eren. Wat we niet geleerd hebben, is dat genieten in God onze plicht is! Tevreden zijn in God is geen vrij achtervoegsel aan de christelijke plicht. Het is de basisvereiste van alles. ''&amp;quot;Verlustig u in de Here&amp;quot;'' (Ps. 37:4) is geen voorstel, maar een opdracht. Dit geldt ook voor ''&amp;quot;…dient de Here met vreugde” ''(Ps. 100:2) en: &amp;quot;''Verblijdt u in de Here te allen tijde!&amp;quot; ''(Fil. 4:4). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijk deel van mijn bediening bestaat er in om aan anderen duidelijk te maken dat Gods goedertierenheid beter is ''“dan het leven”'' (Ps. 63:4). En als die goedertierenheid beter is dan het leven, dan bedoelt de psalmist beter dan gelijk welk leven deze wereld ons kan geven. Dit betekent dat het niet de gaven van God zijn die ons voldoening geven, maar wel de glorie van God, de glorie van zijn liefde, de glorie van zijn macht, zijn wijsheid, rechtvaardigheid, goedheid, en waarheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is waarom de psalmist Asaf uitriep: ''&amp;quot;Wie heb ik (nevens U) in de hemel? Nevens U begeer ik niets op aarde; al zou mijn vlees en mijn hart bezwijken, mijns harten rots en mijn erfdeel is God voor eeuwig&amp;quot;'' (Ps. 73:25-26). Niets op de aarde –geen enkele van de wonderbaarlijke dingen die God geschapen heeft- kon het hart van Asaf vervullen. Enkel God kon dat. Dit is wat David bedoelde toen hij tegen God zei: ''&amp;quot;Gij zijt mijn Here, ik heb geen goed buiten U&amp;quot;'' (Ps. 16:2). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Doorheen hun eigen verlangen om God centraal te stellen in hun leven, leren zowel David als Asaf ons dat zelfs Zijn gaven van gezondheid, welvaart en succes, geen voldoening geven. Enkel God geeft voldoening. Het zou arrogant zijn om God niet te danken voor deze gaven. ''“Vergeet niet één van Zijn weldaden&amp;quot; ''(Ps. 103:2) Anderzijds zou het verafgoding zijn van de gaven omwille van het plezier die ze brengen, in plaats van eer te geven aan de Gever. David zegt tegen de Heer: ''&amp;quot;Overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rechterhand”'' (Ps. 16:11), en bedoelt hiermee dat de nabijheid van God zelf de meest voldoening gevende ervaring van het universum is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is niet voor de gaven dat David zegt: ''&amp;quot;Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God.&amp;quot; ''(Ps. 42:2) Wat David wil, is de openbaring van Gods kracht en glorie: ''&amp;quot;O God, Gij zijt mijn God, U zoek ik, mijn ziel dorst naar U, mijn vlees smacht naar U, in een dor en dorstig land, zonder water.&amp;quot; ''(Ps. 63:1-2) Alleen God kan een harteroep als die van David tegemoet komen. En David was een man naar God's hart. Daartoe zijn ook wij geschapen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is de kern van wat het betekent om God lief te hebben: voldoening vinden in Hem. In Hem! Houden van God omvat ook ''gehoorzaamheid'' aan al zijn geboden; het omvat ook ''geloof'' in heel zijn Woord; het omvat ook ''dankzegging'' voor al zijn gaven. De essentie van God lief te hebben, bestaat echter uit het ''genieten'' van al wat Hij is. Het is deze vreugde in God die zijn waarde de hoogste eer geeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We weten dit zowel intuïtief als vanuit het Woord. Voelen wij ons meer geëerd door hen die ons dienen uit plichtsgevoel, of door de vreugde die voortkomt uit de geestelijke gemeenschap? Mijn vrouw voelt zich vereerd wanneer ik zeg: &amp;quot;Tijd die ik met jou spendeer maakt me gelukkig&amp;quot;. Mijn geluk is een echo van haar innerlijke schoonheid. Zo is het ook bij God. Hij wordt verheerlijkt in ons wanneer wij tevreden zijn in Hem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niemand van ons heeft al die perfecte blijdschap in God bereikt. Soms ben ik verdrietig over het pruttelen van mijn ontevreden hart over het verlies van een werelds gemak. Ik heb echter mogen proeven van de goedheid van de Heer. Door Gods genade ken ik de fontein van eeuwige vreugde. Dus wil ik mijn dagen doorbrengen met het bereiken van mensen, totdat ook zij kunnen zeggen, samen met mij, ''&amp;quot;Eén ding heb ik van de Here gevraagd, dit zoek ik&amp;amp;nbsp;: te verblijven in het huis des Heren al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid des Here te aanschouwen, en om te onderzoeken in zijn tempel.”'' (Ps. 27:4)&amp;amp;nbsp;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Ik_Zal_Naderen_tot_God,_Mijn_Hoogste_Vreugde</id>
		<title>Ik Zal Naderen tot God, Mijn Hoogste Vreugde</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Ik_Zal_Naderen_tot_God,_Mijn_Hoogste_Vreugde"/>
				<updated>2009-08-24T17:01:30Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | I Will Go to God, My Exceeding Joy}}&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Psalm 43'''&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;1 Verschaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak.&amp;lt;br&amp;gt;Bescherm mij tegen een liefdeloos volk, vol list en bedrog.&amp;lt;br&amp;gt;2 U bent toch mijn God, mijn toevlucht, waarom wijst U mij af,&amp;lt;br&amp;gt;waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand geplaagd?&amp;lt;br&amp;gt;3 Zend Uw licht en Uw waarheid, laten zij mij geleiden&amp;lt;br&amp;gt;en brengen naar Uw heilige berg, naar de plaats waar U woont.&amp;lt;br&amp;gt;4 Dan zal ik naderen tot het altaar van God, tot God, mijn hoogste vreugde.&amp;lt;br&amp;gt;Dan zal ik U loven bij de lier, God, mijn God.&amp;lt;br&amp;gt;5 Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij.&amp;lt;br&amp;gt;Vestig je hoop op God, eens zal ik Hem weer loven, mijn God Die mij ziet en redt.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Er zijn drie redenen waarom ik deze tekst heb gekozen voor mijn laatste preek tussen mijn ope­ratie en m’n verlofperiode. Ten eerste was deze tekst waarschijnlijk de krachtigste en meest dierbare voor me in deze dagen sinds m’n opera­tie, en ten tweede beschrijft hij het hoogste doel van het leven, inclusief dus het doel voor ons als gemeen­te in de komende vijf maanden. Ten derde reikt deze Psalm zeer praktische stappen aan die je kunt nemen wanneer je het gevoel hebt dat God ver weg is of dat Hij je in de steek gelaten of afge­wezen heeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bemoedigingen na de operatie''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat ik dit moment gebruiken om te zeggen hoe intens dankbaar ik ben voor uw gebeden en kaar­ten en cadeautjes en maaltijden en bezoek­jes. Als u bemoediging nodig hebt dat God uw gebe­den beantwoord heeft, laat me dan zo veel bemoedi­ging geven als ik maar kan. Ten eerste heb ik me niet afgewezen gevoeld door God. Ik heb niet getwijfeld aan het feit dat Hij alles onder controle heeft, noch aan Zijn wijsheid of Zijn goedheid of iets van dat alles. Kanker te krijgen is voor mij een gave geweest vanuit Zijn volmaakt-wijze, alles-beheersende, volmaakt-liefdevolle hand. Die vrede in m'n ziel dank ik niet aan mijn karakter maar aan Gods genade. Hartelijk bedankt voor uw gebeden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede zijn Noël [John Piper’s echtgenote, vert.] en ik diep verenigd in deze omhelzing van Gods soevereine wijsheid en goedheid. Er zijn weinig dingen die meer voor me betekenen dan de hand van m'n echtgenote te nemen en sa­men ons hoofd te buigen en als één te zeggen: &amp;quot;Vader, we accepteren dit vanuit Uw hand en we onderwerpen ons aan Uw soevereine wil en we vertrouwen U. Ga Uw gang met ons – alleen: laat Christus groot­gemaakt worden.&amp;quot; Dat te kunnen zeggen, met je vrouw aan je zijde die Amen voelt en zegt, is een van de hoogste pieken in de bergketen van huwelijksvreugde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde heb ik geen pijn ervaren. Ongemak? Ongenoegen? ja. Maar niets dat ik in de catego­rie 'pijn' zou scharen. God heeft me met zachte handschoenen behandeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten vierde heeft de dokter woensdag bij me geze­ten en het ziekterapport besproken. Het bevestig­de de aanwezigheid van kanker in de verwijderde prostaat, maar het bevestigde ook dat – voorzover ze konden zien – het omhulsel niet was aangetast, en dat er geen aanwijzing van kanker in de lymfeklieren was. Hij zei dat 94% van de mannen met deze uitslag en deze operatie na tien jaar nog kanker-vrij zijn. Hier­voor breng ik dank en belijd rustig en gelukkig tegenover God: &amp;quot;Of ik in de 94% of in de 6% groep zit, is volledig in uw handen.&amp;quot; En daarin heb ik vrede. Niet in de kansberekening. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En zo zou ik natuurlijk kunnen doorgaan. Waar­mee ik maar wil zeggen: wees bemoedigd dat uw gebeden niet tevergeefs zijn geweest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus laten we nu naar Psalm 43 gaan en zien wat het uiteindelijke doel van ons leven is en welke prak­tische stappen u kunt nemen als u afstand er­vaart tegen­over God of de indruk hebt dat Hij u verlaten of afgewezen heeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De verdeelde ziel van de Psalmist''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 1 beschrijft wat er gaande is in het leven van de Psalmist; vers 2 beschrijft wat er gaande is in zijn ziel in reactie op deze situatie. Vers 1: “Ver­schaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak. Bescherm mij tegen een liefdeloos volk, vol list en bedrog.” Wat zijn situatie pijnlijk maakt is dat hij vijanden heeft en dat zij hem onderdrukken. Ze zijn een goddeloos volk en ze bedreigen zijn leven of maken hem op een of andere manier ellendig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 2 beschrijft wat er gaande is in zijn ziel: “U bent toch mijn God, mijn toevlucht, waarom wijst U mij af, waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand ge­plaagd?” Wat hier het meest opvalt over zijn ziel is dat deze verdeeld is. We zullen dit in vers 5 ook zien, en het is waarom de psalmisten soms bidden: “verenig mijn hart om uw naam te vre­zen” (Psalm 86:11). Zijn hart is verdeeld tus­sen wat hij in de eerste regel van vers 2 zegt: “U bent toch mijn God, mijn toevlucht” en in de vol­gende regel: “waarom wijst U mij af?” en vervol­gens: “waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand ge­plaagd?” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van zijn hart, zo lijkt het, schuilt bij God. God heeft hem niet afgewezen en hij heeft God niet afgewezen. Maar hij kan niet begrijpen waar­om God zijn vijanden op deze nare manier de overhand laat krijgen. Wanneer hij zegt: “waarom wijst U mij af?” lijkt hij te bedoelen: “Waarom keert U mij de rug toe en staat U toe dat de vij­and me ellendig maakt? U bent mijn toevlucht. Ik ben wel honderd keer naar U toe gevlucht. Ik vlucht nu naar U toe. Maar U hebt me overge­geven aan de hoon en bedreiging van mijn vij­anden. Er is duisternis om me heen en ik klaag van droefenis in mijn onder­drukking.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik denk dat dit een herkenbare situatie is onder christe­nen vandaag de dag – een verdeeld en ver­scheurd hart. Ik zeg niet dat het iets goeds is, of dat we deze ervaring ''moeten'' hebben. Ik zeg alleen dat de meeste christenen dit kennen. In feite denk ik dat ik zou zeggen: “Alle christe­nen ervaren dit op enig punt.” Je kunt het zien in de woorden van de man in Marcus 9:24: “Ik ge­loof. Kom mijn ongeloof te hulp!” Je ziet het in de strijd van Paulus in Romeinen 7:19: “Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik.” Dus ik denk dat velen van u deze ervaring ook uit uw eigen leven herkennen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe de Psalmist ermee omgaat''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we nu eens kijken welke praktische stap­pen deze man in Psalm 43 neemt tegenover zijn ver­deelde hart. De genade van God heeft hem ervan weerhouden om zo ver te gaan dat hij niet wil ver­anderen. Dat wil hij dus wel. Hij begint de Psalm door het uit te roepen naar God: “Ver­schaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak.” Hij roept dus tegen zijn omstandig­heden in en vraagt God om ze te veranderen. “Versla deze vijanden, Heer! Geef me de over­winning!” Het is niet verkeerd, te bidden dat God ons redt van onze vijanden – of het nu mensen zijn of een natuurramp of ziekte. Het is juist en goed om te bidden voor bevrijding en redding en genezing. Dus dat doet hij. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar dat is niet het voornaamste wat hij doet. Hij doet twee andere dingen die veel dieper gaan en veel meer betekenen. De reden dat ik zeg dat ze dieper gaan en meer betekenisvol zijn is dat het verlangen naar rehabilitatie en redding uit de han­den van de vijand een natuurlijk verlangen kan zijn – dat wil zeggen: een verlangen dat ook mensen hebben die niet wedergeboren zijn en geen gees­telijk leven hebben. Iedereen wil hersteld worden en gered van z’n vijanden. Daar is op zich niets godvruchtigs aan. Dus het hoeft niet verkeerd te zijn. Maar er is geen geestelijk werk voor nodig in iemands leven om te zorgen dat hij zijn vijanden versla­gen wil zien en zelf wil ontkomen aan de troep waarin hij verkeert. Dat kan heel natuurlijk zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar de andere twee dingen die de psalmist doet zijn niet natuurlijk. Dat zijn geen dingen die me­nigeen zou doen zonder het werk van de Heilige Geest in hun leven. Deze twee dingen gaan die­per en zijn meer betekenisvol dan al­leen het verlangen naar rechtsverschaffing. Het eerste is dat hij tot God spreekt (in vers 3 en 4) en God vraagt hem te leiden – niet alleen uit de ellende, maar naar God, en specifiek naar God in Zijn onovertroffen vreugde. Het andere punt is dat hij zijn eigen ziel aanspreekt (in vers 5) en zijn ziel oproept om op God te hopen. Nu zijn dit twee dingen die de duivel nooit zou doen. En het zijn ook dingen die de natuurlijke, geval­len, met zich­zelf ingenomen mens nooit zou doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we eens een voor een naar deze twee din­gen kijken. Dit zijn de stappen die u kunt nemen als u zich van God verlaten voelt. Dit zijn stap­pen die ik honderden keren in mijn leven geno­men heb. En God heeft me geant­woord en geholpen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ten eerste spreekt hij tot God''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst, vers 3-4: “Zend Uw licht en Uw waarheid, laten zij mij geleiden en brengen naar Uw heili­ge berg, naar de plaats waar U woont. Dan zal ik na­deren tot het altaar van God, tot God, mijn hoog­ste vreugde. Dan zal ik U loven bij de lier, God, mijn God.” Dit is een verbazingwekkend gebed. Het laat een man zien met veel rijke geestelijke ervaring. Zijn woordenschat, zijn zicht op de realiteit, de volgorde van zijn ge­dachten, de God-gerichtheid van zijn doel, de vertrouwdheid met het heiligdom, de emotione­le gevolgen die hij voorziet – dat laat allemaal een man zien die met God geleefd heeft en God kent. Is het niet verba­zingwekkend dat zelfs zo’n man het gevoel kan hebben dat God ver weg is, alsof Hij hem afge­wezen heeft? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En merk op dat er hier geen vleugje meer te beken­nen is van gebed voor rechtsverschaffing tegen­over vijanden. Dat is niet meer in beeld. Er staat nu veel meer op het spel. Er is een veel belangrijker overwinning te behalen dan de over­winning over mensen of rampen of kanker. Dit is waarom ik in mijn artikel in Star zei: “Zie ‘kanker overwinnen’ niet alleen als ‘genezen worden’.” Er is een veel belangrijker overwinning te behalen. En die kun je behalen, zelfs als je sterft. Dat is waar de psalmist nu voor vecht. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kruip nu in het hart van deze man en leer van hem wat hij doet. Dit is hoe je leert van de heili­gen die een lange tijd met God gewandeld heb­ben en Hem goed kennen. Zijn gebed neemt hem door vier stadia of vier stappen heen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Eerste stap: Gebed om geestelijk licht en waarheid''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In vers 3: “Zend Uw licht en Uw waarheid, laten zij mij geleiden.” Hij belijdt dat hij God nodig heeft om hem te leiden. Waarom? Omdat hij in het donker zit. Hij weet dat hij in de duisternis zit om­dat zijn hart verdeeld is. God is zijn toe­vlucht maar hij voelt zich verlaten, hij voelt zich afge­wezen. En hij weet wel beter. God wijst niet af wie bij Hem schuilen. “Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen” (Psalm 18:30). Maar hij kan zich­zelf niet helpen. Zo voelt hij zich. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O, hoe velen komen naar me toe voor gebed, wij­zend naar hun hoofd en zeggend: “Ik weet dat God waar is. Ik weet dat God van me houdt. Ik weet dat Hij belooft dat Hij me nooit zal ver­laten of af zal wijzen.” En dan wijzen ze op hun hart en zeggen: “Maar ik ervaar ’t niet.” Dat is ook wat deze man ervaart. Objectief gezien is God zijn schuilplaats. Maar subjectief gezien voelt hij zich afgewezen en verlaten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij weet dat de oorzaak hiervan duisternis is. Hij is geestelijk ergens blind voor. Dus het eerste sta­dium van zijn gebed is voor licht en waar­heid. Op deze manier bad ook Paulus voor ons, in Efeze 1:17-18: “opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve... ''verlichte'' ogen uws harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt.” De ogen van het hart – denk aan waar de mensen naar toe wezen als ze niet konden voelen wat ze wisten – de ogen van het hart hebben licht nodig. Geestelijk licht. Licht van God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij bidt voor geestelijk licht. Het is geen fysiek licht. Fysiek licht helpt fysieke ogen om de fysieke werkelijkheid te zien. Geestelijk licht helpt geeste­lijke ogen – die van ons hart – de geestelijke werkelijkheid te zien. En die te zien zoals hij is, namelijk: schitterend. Dus bidt hij hier niet dat God hem van zijn vijanden redt maar van een veel gevaarlijker vijand: een duis­ternis die de wereld veel aantrekkelijker doet lijken dan hij is en de grootheid en schoon­heid van God uit het gezichtsveld laat verdwij­nen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O God, zo bidt hij, stuur me licht. En ik denk dat hij “waarheid” eraan toevoegt omdat dat is wat je ziet wanneer het licht komt. Waarheid is wat echt is, wat tastbare werkelijkheid is. Zend licht naar mijn ziel. Laat me de echte werkelijk­heid van de dingen inzien. O God, verdrijf de illusies uit mijn hart. Niet alleen intellectuele illusies uit m’n hoofd, maar vooral ook de emo­tionele beelden uit m’n hart die niet kloppen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Tweede stap: bij het altaar van God komen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tweede stadium van zijn gebed is dat God hem door dit licht en door deze waarheid bij Gods heilige verblijfplaats zou brengen – het heiligdom en het altaar van God. Vers 3b-4a: “... laten zij mij geleiden en brengen naar Uw heilige berg, naar de plaats waar U woont. Dan zal ik naderen tot het altaar van God...” Nu is het altaar de plaats waar het bloed van offer­dieren gesprenkeld werd om verzoening te doen voor de mensen en waar God de zonden van Zijn volk vergaf. Met andere woorden, het licht van God leidt hem naar de waarheid van zijn zondigheid en neemt hem naar de plaats van vergeving en verzoening. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan deze zijde van het kruis van Jezus Christus vandaag weten we waar het altaar van God is. Het is niet in de tempel. Het is niet in een ge­bouw dat met mensenhanden gebouwd is. Hebreeën 13:10 zegt: “Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten.” Ons altaar is Jezus Christus, Die gekruisigd is en opgestaan en nu staat voor de troon van God. Zoals een oud Engels lied zegt: “Voor de troon van God daar­boven, heb ik een sterke en volmaakte voor­spraak” – namelijk Christus onze Hoge­priester, ons offerlam, ons altaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het licht van God dat ons vandaag leidt is “... de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus...”(2 Corinthiërs 4:4). Het licht van het Evangelie leidt ons tot Christus, naar het altaar, naar het kruis. En daar wordt ons hart verder verlicht om onze zonde te zien en onze wonder­baarlijke vergeving. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Derde stap: God ervaren als hoogste vreugde''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het derde stadium van zijn gebed is dat dit licht en deze waarheid hem zouden leiden naar God als zijn hoogste vreugde. Vers 4: “Dan zal ik naderen tot het altaar van God, tot God, ''mijn hoogste vreugde''.” Het uiteindelijke doel van het leven is niet vergeving of welke goede gave van God ook. Het uiteindelijke doel van het leven is God Zelf, Die we mogen ervaren als onze hoog­ste vreugde. Of heel letterlijk uit het Hebreeuws: “God, de blijdschap van mijn verheu­ging.” Dat wil zeggen, God, Die in al mijn ver­heuging over alle goede dingen die Hij gemaakt had, Zelf het hart van mijn vreugde is, de ultie­me blijdschap van mijn vreug­de. Elke blijdschap die God niet als de centrale Bron van vreugde heeft is een holle blijdschap en zal uiteindelijk als een zeep­bel uiteenspatten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is dit niet verbazingwekkend! Hier zien we een man die bedreigd wordt door vijanden en die gevaar voelt van zijn tegenstanders. En toch weet hij dat het gevecht waar het ’t meest op aan komt in zijn leven niet gaat om het verslaan van zijn vijanden; het gaat niet over het ont­snappen aan natuurlijke rampen en niet over genezen worden van kanker. Het uiteindelijke gevecht gaat erom: zal God zijn hoogste vreug­de zijn? Zal God de vreugde zijn die het hart vormt van al zijn blijd­schap? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Vierde stap: uiting geven aan deze vreugde in God''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De laatste stap of het laatste stadium in zijn gebed is dat dit licht en deze waarheid hem ertoe zullen brengen om uiting te geven aan deze vreugde die hij in God ervaart. Het eind van vers 4: “Dan zal ik U loven bij de lier, God, mijn God.” Echte, authen­tieke vreugde in God zal overstromen in lofprij­zing. Of, zoals C.S. Lewis zegt in zijn boek over de Psalmen: “We vinden het heerlijk om te lofprijzen wat ons verheugt omdat de lofprijzing niet alleen de vreugde uitdrukt, maar die ook afmaakt; het is benoemde vervulling.”1 Het is niet verkeerd om te zeggen: “We zijn gemaakt voor God.” Het is niet verkeerd om te zeggen: “We zijn gemaakt voor vreugde.” Het is niet verkeerd om te zeg­gen: “We zijn gemaakt om te lofprijzen.” Maar het is nog meer waar om te zeggen: “We zijn ervoor ge­maakt om van God te genieten met overvloeiende lofprijs.” Dit is ons hoogste levensdoel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let wel: we hebben het gebed van een verdeeld hart beschreven. De psalmist zou een wel een constante, ononderbroken ervaring willen heb­ben van God als zijn hoogste vreugde. Maar in de rea­liteit zijn er tijden dat hij zich verlaten voelt. Hij weet in zijn hoofd dat God hem niet verlaten heeft. Maar ’t voelt wel alsof dat wel ’t geval is. Dus is zijn diepste strategie om aan deze gevaar­lijke conditie te ontsnappen, te bidden: “Zend Uw licht en Uw waarheid; laten die mij leiden; laten die me bij Uw heilige berg brengen en bij de plek waar U bent! Dan zal ik naar het altaar van God gaan, naar God mijn hoogste vreugde en ik zal U prijzen met de lier, o God, mijn God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ten tweede spreekt hij zijn eigen ziel aan''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We hebben geen tijd om diep in te gaan op zijn tweede geestelijke strategie, maar laten we be­sluiten met die tenminste even te noemen. Zijn eerste strategie was om tot God te spreken. Zijn tweede is om tegen zichzelf te praten. Vers 5: “Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik Hem weer loven, mijn God Die mij ziet en redt.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daar zijn ze dus, de twee belangrijke praktische stappen die u kunt nemen als u zich verlaten voelt: tot God bidden en jezelf aanspreken. Niets is belangrijker in je geest dan het Evangelie aan jezelf te brengen.2 Hoop verkondigen als al je omstandigheden wanhoop verkondigen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Verkondig het Evangelie aan jezelf''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we nu van elkaar verwijderd zijn deze vol­gen­de vijf maanden, zul je dit dan doen, beste ge­meente Bethlehem? Net zo als de oudsten erop toe zullen zien dat het Evangelie verkon­digd wordt vanaf deze kansel, wilt u erop toezien dat u het Evangelie aan uzelf verkondigt? Bidt God om het licht dat u nodig hebt in uw hart, en verkondig tegenover uzelf de waarheid die u in uw ziel nodig hebt. En, zo God het wil, zullen we Hem opnieuw gezamenlijk prijzen op 6 augustus. Hem, onze redding en onze God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Notes''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1 C.S. Lewis, ''Reflections on the Psalms ''(New York: Harcourt, Brace &amp;amp;amp; World, 1958), p.95. Het citaat is mijn vertaling (vert.). Letterlijk zegt Lewis: “we delight to praise what we enjoy because the praise not merely expresses but completes the enjoyment; it is its appointed consummation.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2 Martyn Lloyd-Jones, de voormalige voorganger en arts uit Londen, beschreef het belang van predi­king naar onszelf toe: “Heeft u zich gerealiseerd dat het grootste deel van uw ongelukkig-zijn in dit leven eraan te wijten is dat u naar uzelf luistert in plaats van tegen uzelf praat? Neem die gedachten die naar u toekomen, ’s morgens bij het wakker worden. U hebt ze niet verzonnen maar ze praten tegen u. Ze brengen de problemen van gisteren bij u terug, enz. Iemand praat. Wie praat tegen u? Uw zelf praat tegen u. Welnu, de behandeling van deze man [in deze Psalm] was deze: in plaats van dit ‘zelf’ tegen hem te laten praten, beging hij tegen zichzelf te praten. ‘Wat ben je bedroefd, mijn ziel?’ vraagt hij. Zijn ziel was hem depressief aan het maken, hem aan het terneerdrukken. Dus staat hij op en zegt: ‘Zelf, luister eens even, ik zal je eens wat zeggen.’” Bron: D. Martyn Lloyd-Jones, ''Spiritual Depression ''(Grand Rapids, Mich.: Wm. B. Eerdmans, 1965), 20.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Sterk_zijn_in_de_Heer</id>
		<title>Sterk zijn in de Heer</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Sterk_zijn_in_de_Heer"/>
				<updated>2009-08-24T17:01:22Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | How to Be Strong in the Lord}}1. &amp;quot;''Put '''kracht''' uit de vreugde die de Heer u geeft''.&amp;quot; (Nehemia 8:10). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is het niet geweldig dat wij bij een God horen die kracht geeft door vreugde? Satan is een erg sombere god. Maar Jezus zei: &amp;quot;Dans op die dag van blijdschap, want groot is uw beloning in de hemel.&amp;quot; (Lukas 6:23). Satan kan de liederen van de heiligen niet weerstaan. (Omdat hij dat weet, probeert hij zelf ook iets &amp;quot;muzikaals&amp;quot; neer te zetten, maar in plaats van de liederen van blije mensen hoort hij alleen het zuchten, kreunen en schreeuwen van mensen zonder vrede.) Ik heb gezien hoe Satan door de liederen van hoopvolle mensen uitgedreven werd. Ik weet dat ik in mijn eigen leven steeds opnieuw en opnieuw de vreugde van de Heer moet opzoeken om het vol te houden. Vreugde is een geweldige kracht. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. &amp;quot;''In de '''hoop''' te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig''.&amp;quot; (Romeinen 5:2). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In wat we nu hebben, kunnen we ook al vreugde vinden—vergeving van zonden, een relatie met God, een leven met een doel, aanbidding, relaties, zonsopgang, zonsondergang, waardevolle vrienden en familie. Maar het is een simpel en pijnlijk feit dat &amp;quot;onze uiterlijke gestalte vergaat&amp;quot; (2 Korintiërs 4:1); en dat we &amp;quot;van alle kanten belaagd worden... we twijfelen... we worden vervolgd... we worden neergeslagen&amp;quot; (2 Korintiërs 4:8-9); en wij, die de Geest ontvangen hebben &amp;quot;zuchten diep, zolang we uitzien naar het moment waarop God ons voorgoed tot zijn kinderen maakt en ons hele bestaan bevrijdt.&amp;quot; (Romeinen 8:23). Als we een constante vreugde willen hebben, zullen we dat &amp;quot;in de hoop&amp;quot; moeten zoeken. &amp;quot;In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden&amp;quot;—en met vreugde (Romeinen 8:24f). Dus: &amp;quot;Wees verheugd door de hoop die u hebt!&amp;quot; (Romeinen 12:12). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. &amp;quot;''Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij...De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht''.&amp;quot; (Openbaring 21:4,23). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is onze hoop. Ooit zal Gods luister in een nieuwe schepping zichtbaar worden en zal het alle kwaad, alle pijn, alle ellende, alle angst en alle schuld wegdoen. Alle gehoorzaamheid en trouw zal worden gerechtvaardigd en beloond. Allen die zichzelf verloochenen en om hun geloof moeten lijden, zullen een honderdvoudige vergoeding krijgen. &amp;quot;Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?&amp;quot; (Romeinen 8:32). God geeft zijn kinderen alles wat hij heeft. Daar mogen zij eeuwig van genieten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. &amp;quot;''Ik dank God onophoudelijk voor u en ik noem u in mijn gebeden. Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen.''&amp;quot; (Efeziërs 1:16-18). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is onze uitdaging: we moeten de luister van onze hoop ''leren kennen''. We moeten leren om het te ''zien'' met de ogen van ons hart en er niet alleen maar over nadenken. Dat is een grote geestelijke strijd. Die kunnen we alleen maar aangaan door de televisie uit te doen en op onze knieën in het Woord te gaan lezen. Ik hoop echt dat we niet &amp;quot;ziende blind&amp;quot; en &amp;quot;horende doof&amp;quot; zijn. Laten we met ons hele hart bidden dat de God die zei &amp;quot;Uit de duisternis zal licht schijnen&amp;quot; in ons hart het licht doet schijnen &amp;quot;om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, ''die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus''.&amp;quot; (2 Korintiërs 4:6). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Samenvatting''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bidden dat we zullen zien &amp;amp;gt; de luister van God ontdekken &amp;amp;gt; hoop in die luister vinden &amp;amp;gt; sterk in vreugde zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zich samen met u uitstrekkend naar God, &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastor John.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Acht_redenen_waarom_ik_geloof_dat_Jezus_opstond_uit_de_doden</id>
		<title>Acht redenen waarom ik geloof dat Jezus opstond uit de doden</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Acht_redenen_waarom_ik_geloof_dat_Jezus_opstond_uit_de_doden"/>
				<updated>2009-08-24T17:01:13Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Eight Reasons Why I Believe That Jesus Rose from the Dead}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====1. Jezus getuigde zelf over zijn komende opstanding uit de doden. ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus sprak openlijk over datgene wat hem zou overkomen, namelijk de kruisiging en daarna de opstanding uit de doden: “En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.” (Markus 8:31; zie ook Mattheus 17:22; Lukas 9:22). Mensen die de opstanding van Christus ongeloofwaardig vinden, zullen waarschijnlijk zeggen dat Jezus misleid was. Of, eerder nog, dat de vroege kerk deze opmerkingen in zijn mond heeft gelegd zodat hij hun zelfverzonnen leugens verkondigde. Maar als je de evangeliën leest en overtuigd raakt dat de man die daarin zo ernstig spreekt geen verdichtsel kan zijn van dwaze inbeelding, dan zal een dergelijke poging om Jezus’ eigen getuigenis over zijn opstanding uit de dood weg te verklaren erg onbevredigend zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dat geldt al helemaal omdat de opstanding niet alleen op een directe manier wordt voorspeld door teksten zoals degene die hierboven is aangehaald, maar ook door zeer zijdelingse en indirecte opmerkingen. Het is erg onwaarschijnlijk dat deze eveneens verzonnen zijn door misleide discipelen. Bijvoorbeeld: twee getuigen leggen afzonderlijk een zeer afwijkend getuigenis af over de uitspraak van Jezus dat, wanneer zijn vijanden de tempel (van zijn lichaam) zouden hebben verwoest, hij die weer in drie dagen zou opbouwen (Johannes 2:19; Markus 14:58; vgl. Mattheus 26:61). Hij sprak ook zinnebeeldig over &amp;quot;het teken van Jona&amp;quot; - drie dagen in het hart van de aarde. (Mattheus 12:39; 16:4). En hij zinspeelde er opnieuw op in Mattheus 21:42: &amp;quot;De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks&amp;quot;. En niet alleen hij getuigde van zijn komende opstanding, ook zijn tegenstanders zeiden dat dit hoorde bij Jezus' leer: &amp;quot;Heer, wij zijn indachtig, dat deze verleider, nog levende, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik opstaan.&amp;quot; (Mattheus 27:63). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ons eerste bewijs voor de opstandig is dus dat Jezus er zelf over sprak. De reikwijdte en het karakter van de uitspraken maken het onwaarschijnlijk dat een misleide kerk deze heeft verzonnen. Daarbij beoordelen de meeste mensen de persoonlijkheid van Jezus niet als die van een gek of een bedrieger. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====2. Het graf was leeg op de paasmorgen. ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vroegste documenten stellen: “En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.” (Lukas 24:3). De vijanden van Jezus bevestigden dit door te beweren dat de discipelen het lichaam hadden gestolen (Mattheus 28:13). Het dode lichaam van Jezus kon niet worden gevonden. Er zijn vier mogelijke manieren om dit te verklaren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;2.1 ''Zijn vijanden stalen het lichaam.'' Als ze dat werkelijk gedaan hadden (en ze hebben zoiets zelf nooit beweerd), dan zouden ze het lichaam zeker hebben getoond om daarmee de snelle verspreiding van het christelijke geloof, precies in de stad waar ook de kruisiging plaatsvond, een halt toe te roepen. Maar ze konden het lichaam niet tonen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.2 ''Zijn vrienden stalen het lichaam.'' Dit was een van de eerste geruchten (Mattheus 28:11-15). Is dit waarschijnlijk? Zouden ze de wachten bij het graf de baas hebben gekund? En belangrijker nog, zouden ze met hetzelfde gezag hebben kunnen prediken dat Jezus werd opgewekt wanneer ze wisten dat dit niet waar was? Zouden ze hun leven in de waagschaal hebben gelegd voor iets waarvan ze wisten dat het bedrog was? &amp;lt;/blockquote&amp;gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.3 ''Jezus was niet dood, maar slechts bewusteloos toen hij in het graf werd gelegd.'' Vervolgens stond hij op, wentelde de steen weg, overmeesterde de soldaten en verdween uit de geschiedenis – na een paar ontmoetingen met zijn discipelen waarin hij hen overtuigde dat hij uit de doden was opgestaan. Zelfs de tegenstanders van Jezus hebben deze verklaring nooit geprobeerd. Het was overduidelijk dat hij gestorven was, daar hadden de Romeinen wel op toegezien. De steen kon niet worden verplaatst door één man, die zojuist in zijn zij was gestoken met een speer en daarvoor zes uur lang had doorgebracht terwijl hij aan een kruis was vastgenageld. &amp;lt;/blockquote&amp;gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
2.4 ''God wekte Jezus op uit de doden.'' Dat is wat Jezus had voorzegd. Dat is wat volgens de discipelen ook was gebeurd. Maar zolang er ook maar de kleinste mogelijkheid is om de opstanding op een natuurlijke wijze te verklaren, zullen moderne mensen nooit voor een bovennatuurlijke verklaring kiezen. Is dat redelijk? Ik denk van niet. Natuurlijk zijn we niet onnozel. Maar aan de andere kant willen we de waarheid ook niet ontkennen, puur en alleen omdat het vreemd is. We moeten ons realiseren dat onze stellingnames op dit punt erg beïnvloed zijn door onze voorkeuren - òf voor de consequenties van de waarheid van de opstanding, òf voor de consequenties van de onwaarheid ervan. Wanneer de boodschap van Jezus je hart bijvoorbeeld heeft geopend voor de werkelijkheid van God, en voor de noodzaak van vergeving, dan zal een leer die al het bovennatuurlijke ontkent zijn kracht over je gedachten verliezen. Zou het zo kunnen zijn dat deze opening van je hart niet tot vooringenomenheid ten gunste van de opstanding leidt, maar juist tot de bevrijding van de vooroordelen ertegen? &amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====3. Bijna direct na de opstanding veranderden de discipelen van mannen die bevreesd en zonder hoop waren na de kruisiging (Lukas 24:21), in mannen die vrijmoedige getuigen waren van de opstanding (Handelingen 2:24, 3:15, 4:2). ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hun eigen uitleg van deze verandering was dat ze de opgestane Christus hadden gezien, en dat hij hen de volmacht had gegeven om zijn getuigen te zijn. Het meest populaire tegenargument is dat hun zelfvertrouwen voortkwam uit hallucinaties. Er zijn tal van problemen met een dergelijk idee. De discipelen waren niet onnozel, maar nuchter en sceptisch - zowel voor als na de opstanding (Markus 9:32, Lukas 24:11, Johannes 20:8-9, 25). Bovendien, is het diepgaande en edele onderwijs van hen die getuigen waren van de opgestane Christus de typische inhoud van een hallucinatie? Hoe zit het bijvoorbeeld met Paulus' belangrijke brief aan de Romeinen? Persoonlijk vind ik het erg moeilijk om deze intellectuele grootheid en zeer transparante ziel als misleid of bedrieglijk te beschouwen. En hij beweerde de opgestane Christus te hebben gezien. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====4. Paulus stelde niet slechts dat hij de opgestane Christus had gezien, maar dat er nog 500 anderen waren die hem ook gezien hadden, en dat er van hen nog velen in leven waren toen hij deze bewering openbaar maakte. ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen&amp;quot; (1 Corinthiërs 15:6).&lt;br /&gt;
In het bijzonder is dit relevant omdat het geschreven is aan Grieken die sceptisch stonden tegenover dit soort beweringen, terwijl veel getuigen nog in leven waren. Het zou dus een gevaarlijke bewering geweest zijn als het ontkracht kon worden door een eenvoudig onderzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====5. Het pure bestaan van een bloeiende vroeg Christelijke kerk, die het hele Romeinse rijk veroverde, ondersteunt de waarheid van de leer van de opstanding. ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kerk verspreidde zich door de kracht van het getuigenis van Jezus' opstanding uit de doden, waardoor God hem zowel Heer als Christus had gemaakt (Handelingen 2:36). De heerschappij van Christus over alle naties is gebaseerd op zijn overwinning op de dood. Dat is de boodschap die over de hele wereld verspreid is. De kracht van deze boodschap om culturen te overstijgen om uit al deze culturen één groep van Gods kinderen te laten ontstaan is een krachtig getuigenis van de waarheid ervan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====6. De bekering van de apostel Paulus ondersteunt de waarheid van de opstanding. ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij betoogt in Galaten 1:11-17 voor een gedeeltelijk afwijzend publiek dat zijn evangelie afkomstig is van de opgestane Jezus Christus zelf, en niet van mensen. Zijn bewijs hiervoor is dat hij zich eerst met geweld keerde tegen het Christelijke geloof, voordat hij tijdens zijn ervaring op de weg naar Damascus de opgestane Christus zag (Handelingen 9:1). Maar nu riskeert hij tot ieders verbazing zijn leven voor het evangelie (Handelingen 9:24-25). Zijn eigen verklaring hiervoor: De opgestane Jezus verscheen hem en machtigde hem om de drijvende kracht te worden achter de heidenzending. Kunnen we een dergelijk getuigenis geloven? Dit brengt ons bij het volgende reden om in de opstanding te geloven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====7. De getuigen van het Nieuwe Testament dragen niet het stempel van misleide mensen of bedriegers. ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe schat je een getuige op waarde? Op welke manier beslis je of je iemands getuigenis gelooft of niet? De beslissing om in iemands getuigenis te geloven is niet hetzelfde als het maken van een wiskundige vergelijking. Het is een andere vorm van zekerheid, maar kan net zo sterk zijn (ik stel vertrouwen in het getuigenis van mijn vrouw dat ze trouw is). Als een getuige dood is, kunnen we ons oordeel over hem slechts vormen op basis van zijn geschriften en het getuigenis van anderen over hem. Hoe doen Petrus, Johannes en Mattheus het wat dit betreft? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als ik de geschriften van deze mannen lees (en op dit punt kunnen we alleen afgaan op ons eigen oordeel - Lukas 12:57), zijn dit geen geschriften van onnozele, makkelijk te misleiden of bedrieglijke mannen. Ze hebben een zeer diep inzicht in de menselijke natuur. Hun persoonlijke inzet is sober en zorgvuldig vermeld. Hun onderwijs is samenhangend en ziet er niet uit als een uitvinding van een onstabiele persoonlijkheid. Hun morele en geestelijke standaard staat op hoog niveau. En de levens van deze mannen zijn geheel toegewijd aan de waarheid en aan de eer van God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====8. Er is een heerlijkheid in het evangelie van Christus' dood en opstanding die, zoals verteld door de bijbelse getuigen, zichzelf bevestigt. ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Nieuwe Testament leert dat God de Heilige Geest zond om Jezus te verheerlijken als de Zoon van God. Jezus zei: &amp;quot;Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden... Die zal Mij verheerlijken&amp;quot; (Johannes 16:13-14). De Heilige Geest doet dit niet door ons te vertellen dat Jezus opstond uit de doden. Maar hij doet dit door onze ogen te openen voor de zichzelf bevestigende heerlijkheid van Christus in de geschiedenis van zijn leven, dood en opstanding. Hij stelt ons in staat om Jezus te zien zoals hij werkelijk was, zodat hij onweerstaanbaar echt en schoon wordt. De apostel verklaarde het probleem van onze blindheid en de oplossing ervoor als volgt: &amp;quot;In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is... Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.&amp;quot; (2 Corinthiërs 4:4, 6). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is niet zo dat we de zaligmakende kennis van de gekruisigde en opgestande Christus kunnen verkrijgen door simpelweg op de juiste manier de historische feiten op een rijtje te zetten. Alleen geestelijke verlichting kan ons de feiten laten zien zoals ze werkelijk zijn: Een openbaring van de waarheid en de heerlijkheid van God, in het aangezicht van Christus die dezelfde is, gisteren, heden en in eeuwigheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastor John&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Verspil_Je_Kanker_Niet</id>
		<title>Verspil Je Kanker Niet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Verspil_Je_Kanker_Niet"/>
				<updated>2009-08-24T17:01:01Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Don't Waste Your Cancer}}Verschenen in TijdSchrift, Magazine voor Pastoraat, Gezin en gemeenteopbouw, 4de kwartaal 2006, p. 27-30.&amp;lt;br&amp;gt; Ik schrijf dit op de vooravond van een prostaatoperatie. Ik geloof in Gods genezende kracht - door een wonder en door de geneeskunde. Ik geloof dat het juist en passend is te bidden voor beide vormen van genezing. Kanker is geen verspilling als ze genezen wordt door God. Hij krijgt de eer en het is daarom dat kanker bestaat. Niet bidden om genezing kan dus je kanker verspillen. Maar genezing is niet Gods plan voor iedereen. Er zijn trouwens vele andere manieren om je kanker te verspillen. Ik bid voor mezelf en voor u, dat we deze pijn niet zouden verdoen. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:&amp;amp;nbsp;'''Ik, '''D'''avid '''P'''owlison, voeg deze overpeinzingen bij de woorden van John Piper op de ochtend nadat ik bericht ontving dat bij mij prostaatkanker werd vastgesteld (3 maart 2006). De tien hoofdgedachten én de eerste alinea's daarvan zijn van hem; de volgende alinea's (voorafgegaan door 'DP') zijn van mij.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''1. Je zult je kanker verspillen als je niet gelooft dat deze ziekte Gods plan is voor jou'''. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het heeft geen zin te zeggen dat God onze kanker alleen gebruikt, maar dat Hij deze niet zo bedoeld heeft. Als God wat toestaat, doet Hij dat met een reden. Deze reden is Zijn plan. Als God voorziet dat moleculaire ontwikkelingen tot kanker leiden, kan Hij dat stoppen of niet. Doet Hij dat niet, heeft Hij daar een bedoeling mee. Aangezien Hij oneindig wijs is, is het correct als we deze bedoeling een plan, een ontwerp noemen. Satan is reëel; hij veroorzaakt veel vreugde en leed. Hij is evenwel niet allesbeheersend. Als hij Job dan met zweren slaat (Job 2:7), schrijft deze dat zonder meer toe aan God (2:10) en de geïnspireerde schrijver stemt hiermee in: &amp;quot;Zij... Beklaagden en troostten hem over al het onheil dat de Here over hem gebracht had&amp;quot; (Job 42:11). Als je niet gelooft dat je kanker door God voor jou gepland werd, verspil je hem. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' Je bent niet flegmatisch, oneerlijk of gemaakt vrolijk als je in je ziekte Zijn beschikkende hand ziet. Integendeel, de realiteit van Gods plan geeft aanleiding tot een onomwonden en doelgericht roepen tot je enige ware Verlosser. Gods plan nodigt veeleer uit tot openhartig spreken dan tot stille berusting. Kijk eens naar de eerlijkheid van de Psalmen, van Koning Hizkia (Jesaja 38), of Habakuk 3. Deze mensen zijn ronduit, eerlijk gelovend omdat ze weten dat God God is en vestigen hun hoop op Hem. Psalm 28 leert je vurig en direct tot God te bidden. Hij moet je horen. Hij zal naar je luisteren. Hij zal in jou en je situatie blijven werken. Dit roepen komt voort uit het besef dat je hulp nodig hebt (28:1-2). Som dan je specifieke problemen op voor God (28:3-5). Je bent vrij om met je persoonlijke details te komen. Datgene waar je dikwijls tegenaan loopt in de 'velerlei verzoekingen' van het leven (Jacobus 1:2), is niet precies hetzelfde als dat waar David of Jezus tegenaan liepen - maar de dynamiek van het geloof is dezelfde. Als je al je bekommernis geworpen hebt op Hem die voor je zorgt, geef dan uiting aan je blijdschap (28:6-7): de door God gegeven vrede die alle verstand te boven gaat. Omdat geloof altijd liefde uitwerkt, gaat het accent verschuiven van je eigen noden en blijdschap naar liefdevolle bezorgdheid voor anderen (28:8-9). Ziekte kan je nog sterker bewust maken hoezeer God altijd al aan het werk geweest is in elk detail van je leven.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''2. Je zult je kanker verspillen als je gelooft dat het een vloek is er geen geschenk.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn&amp;quot; (Romeinen 8:1). &amp;quot;Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden&amp;quot; (Galaten 3:13). &amp;quot;Want er bestaat geen bezwering tegen Jakob, noch waarzeggerij tegen Israël&amp;quot; (Numeri 23:23). &amp;quot;Want de Here God is een zon en schild, de Here geeft genade en ere; het goede onthoudt Hij niet aan hen die onberispelijk wandelen&amp;quot; (Psalm 84:12). &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' De zegen komt in wat God doet voor ons, met ons, door ons. Hij brengt Zijn geweldige en barmhartige verlossing op het toneel van de vloek. Je kanker op zichzelf is één van die duizenden 'schaduwen des doods' (Psalm 23:4) die ieder van ons ontmoet: allemaal bedreigingen, verliezen, pijn, onvolmaaktheid, ontgoochelingen, alle kwaad. Maar in Zijn geliefde kinderen bewerkt onze Vader door onze pijnlijkste verliezen heen een bijzonder weldadig goed: soms is dat genezing en herstel voor het lichaam (tijdelijk, tot de opstanding der doden ten eeuwigen leven), maar altijd ondersteunt en onderwijst Hij ons, opdat wij Hem beter zouden kennen en meer zouden liefhebben. Op het oefenterrein van de boze wordt je geloof diep en echt, je liefde doelgericht en wijs: Jacobus 1:2-5, 1 Petrus 1:3-9, Romeinen 5:1-5, Romeinen 8:18-39.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''3. Je zult je kanker verspillen als je troost zoekt in je kansen en niet bij God.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gods plan in je kanker is niet je te oefenen in rationalistische menselijke kansberekening. De wereld put troost uit haar kansen, christenen niet. Sommigen tellen hun wagens (overlevingspercentages) en anderen hun paarden (bijwerkingen van de behandeling), maar: &amp;quot;wij roemen in de naam van de Here, onze God&amp;quot; (Psalm 20:8). Gods plan is duidelijk uit 2 Corinthiërs 1:9: &amp;quot;Voor eigen besef achtten wij ons als ter dood verwezen, opdat wij niet op onszelf vertrouwen zouden stellen, maar op God, die de doden opwekt.&amp;quot; Het doel dat God in je kanker heeft - temidden van duizenden andere goede dingen - is de steunen onder ons hart weg te slaan, zodat we volkomen op Hem zouden vertrouwen. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' God zelf is je troost. Hij geeft Zichzelf. Het lied 'Be still my soul', bij ons o.a. bekend als 'Ik bouw op U' (bundel Opwekking), schat de kansen juist in: we zijn 100% zeker dat we zullen lijden en Christus is 100% zeker dat Hij ons zal ontmoeten, ons zal komen halen, ons zal troosten en de puurste blijdschap van de liefde herstellen. Het lied 'How Firm a Foundation' weegt de kansen precies zo af: je bent 100% zeker dat je ernstige droefheid zult moeten doorstaan en je Verlosser is 100% zeker dat Hij met je zal zijn, je zal zegenen in de moeilijkheden en de diepste verlangens voor je zal heiligen. Als het om God gaat, rekenen we niet in percentages, maar leven we met zekerheden.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''4. Je zult je kanker verspillen als je weigert na te denken over de dood.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We gaan allemaal dood als Jezus Zijn wederkomst uitstelt. Niet nadenken over hoe het zal zijn om dit leven te verlaten en God te ontmoeten is dwaasheid. Prediker 7:2 zegt: &amp;quot;Het is beter te gaan naar een huis van rouw dan te gaan naar een huis van feestgelag; want dat is het einde van ieder mens en de levende neme het ter harte.&amp;quot; Hoe kun je dit ter harte nemen als je er niet over nadenkt? Psalm 90:12 zegt: &amp;quot;Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.&amp;quot; Je dagen tellen betekent bedenken hoe weinige het er zijn en dat er een einde aan komt. Hoe kun je een wijs hart bekomen als je weigert dit te overdenken? Wat een verspilling als we niet nadenken over de dood. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' Paulus laat zien dat de Heilige Geest het ongeziene innerlijke voorschot is op de zekerheid van het leven. Door geloof geeft de Here ons een voorproefje van de tastbare realiteit die het eeuwige leven zal zijn in de aanwezigheid van onze God en van Christus. We zouden ook kunnen zeggen dat kanker een voorschot is op het onvermijdelijke sterven, ons een bittere voorsmaak geeft van de realiteit van onze sterfelijkheid. Kanker is een wegwijzer naar iets véél groter: de laatste vijand die je moet ontmoeten. Maar Christus heeft deze laatste vijand verslagen: 1 Corinthiërs 15. De dood is verzwolgen in de overwinning. Kanker is niet meer dan een van de verkenningstroepen die de vijand op patrouille heeft uitgestuurd. Ze heeft geen beslissende macht over wie een kind van de opstanding is; je hoeft er dus niet bang voor te zijn.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''5. Je zult je kanker verspillen als je denkt dat 'kanker overwinnen' wil zeggen in leven blijven, veeleer dan Christus liefhebben.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De plannen die satan en God met je kanker hebben zijn niet dezelfde. Satan zoekt je liefde voor Christus te vernietigen; God wil haar verdiepen. Kanker behaalt geen overwinning als je sterft. Dat doet ze wel als je er niet in slaagt Christus lief te hebben. Het is Gods bedoeling je te spenen van de borst van de wereld en je te voeden met de overvloed van Christus. Het is de bedoeling dat je dit leert zeggen en voelen: &amp;quot;Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dit alles te boven gaat&amp;quot;, en bijgevolg te weten: &amp;quot;Het leven is mij Christus en het sterven gewin&amp;quot; (Filippenzen 3:8; 1:21). &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:'''Christus liefhebben is een uitdrukking van de twee voornaamste pijlers van het geloof: bittere nood en volmaakte blijdschap. Vele psalmen schreeuwen het uit in 'mineur': we koesteren onze Verlosser door Hem nodig te hebben om ons te verlossen van echte problemen, echte zonden, echt lijden, echte angst. Vele psalmen zingen het ook uit in 'majeur': we koesteren onze Verlosser door ons in Hem te verheugen, Hem lief te hebben, te danken voor al wat Hij ons schenkt, blij te zijn omdat Zijn redding het aller-voornaamste goed ter wereld is en omdat Hij het laatste woord heeft. Menige psalm begint in de ene toonaard en eindigt in de andere. Christus koesteren is niet saai of eenzijdig; je doorleeft het hele scala van menselijke ervaring met Hem. 'Kanker overwinnen' is leven in de wetenschap dat je hemelse Vader barmhartig is voor Zijn geliefde kind, omdat Hij je leefwereld kent, weet dat je enkel stof bent. Jezus Christus is de weg, de waarheid en het leven. Te leven wil zeggen Hem kennen, en iemand kennen wil zeggen hem liefhebben.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''6. Je zult je kanker verspillen als je teveel tijd besteedt aan het lezen over kanker en niet genoeg tijd aan het lezen over God.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is niet verkeerd om wat over kanker te weten. Onwetendheid is geen deugd, maar de aanvechting om meer en meer te weten en het gebrek aan ijver om God beter en beter te leren kennen, is symptomatisch voor ongeloof. Kanker is bedoeld om ons te bepalen bij de werkelijkheid van God. Ze is bedoeld om onze gevoelens en krachten te scharen achter de opdracht: &amp;quot;Ja, wij willen de Here kennen, ernaar jagen Hem te kennen&amp;quot; (Hosea 6:3). Ze is bedoeld om ons te bepalen bij de waarheid van Daniël 11:32: &amp;quot;Het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen.&amp;quot; Ze is bedoeld om ons tot een onwankelbare, onverwoestbare eik te maken: &amp;quot;Die aan des heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht. Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; - al wat hij onderneemt, gelukt&amp;quot; (Psalm 1:2). Wat een verspilling van kanker als we dag en nacht over kanker lezen en maar zelden of nooit over God. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' Wat waar is voor je lectuur is ook waar voor je gesprekken met anderen. Andere mensen drukken hun bezorgdheid en betrokkenheid dikwijls uit door te informeren naar je gezondheid. Dat is goed, maar de conversatie blijft daar al te makkelijk steken. Spreek gerust openlijk met hen over je ziek zijn, vraag om hun gebed en hun raad, maar geef dan een wending aan het gesprek en vertel hun hoe God je trouw steunt met ontelbare barmhartigheden. Robert Murray McCheyne zei ooit deze wijze woorden: 'Voor elke blik die je richt op je zonden, richt je tien blikken op Christus.' Hiermee ging hij in tegen onze neiging om deze 10:1 ratio om te keren door te tobben over ons falen en de God der barmhartigheid te vergeten. Wat McCheyne zegt over onze zonden kunnen we ook toepassen op ons lijden. Voor elke zin die je tot anderen over je kanker zegt, zou je tien zinnen moeten zeggen over God, over je hoop, over wat Hij je leert, over de kleine zegeningen van elke dag. Voor ieder uur dat je besteedt aan research of discussies over je kanker, besteed je tien uren aan het zoeken naar, het spreken over en het dienen van je Heer. Leg alles wat je over kanker leert voor aan Hem en Zijn bestiering en je zult niet gekweld worden.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''7. Je zult je kanker verspillen als je toelaat dat ze je de eenzaamheid in drijft, in plaats van je contacten met anderen te verdiepen door blijken van genegenheid.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen Epafroditus de giften aanbood die door de gemeente te Filippi aan Paulus gezonden waren, werd hij ziek en stierf haast. Paulus schrijft aan de Filippenzen: &amp;quot;Hij was vol verlangen naar u allen en ook in zorg, omdat gij gehoord hadt, dat hij ziek was&amp;quot; (Filippenzen 2:26). Wat een verbazende reactie! Er wordt niet gezegd dat zij bezorgd waren omdat hij ziek was, maar dat hij bezorgd was omdat zij hoorden van zijn ziekte. Dat is het soort hart dat God in ons verlangt te scheppen met kanker: een innig toegenegen, meelevend hart voor mensen. Verspil je kanker niet door je in jezelf terug te trekken. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' Onze cultuur is doodsbang voor de confrontatie met de dood. Ze is bezeten van geneeskunde, verafgoodt jeugd, gezondheid en kracht. Ze tracht ieder spoor van zwakheid of onvolmaaktheid te verbergen. Je brengt de anderen een geweldige zegen door je geloof en liefde openlijk uit te leven in al je zwakheid. Hoe vreemd het ook moge klinken, het onderhouden van contacten als je pijn hebt en zwak bent zal anderen juist kracht geven. 'Elkanderen' is een straat met het tweerichtingsverkeer van gul geven en dankbaar ontvangen. Jouw nood geeft anderen een gelegenheid om liefde te tonen en omdat liefde altijd Gods hoogste doel is in je leven, ga jij ook zelf de fijnste en meest verblijdende lessen van Hem leren als je de kleinste mogelijkheden ontdekt om je bezorgdheid voor anderen tot uitdrukking te brengen, ook al ben je op je zwakst. Een ernstige, levensbedreigende zwakheid kan wonderlijk bevrijdend werken. Er is niets meer dat je kunt doen, tenzij door God en anderen geliefd te worden, en God en anderen lief te hebben.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''8. Je zult je kanker verspillen als je bedroefd bent zoals zij die geen hoop hebben.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus gebruikte deze uitdrukking met betrekking tot diegenen wier geliefden gestorven waren: &amp;quot;Wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere mensen, die geen hoop hebben&amp;quot; (1 Tessalonicenzen 4:13). Er is rouw bij het sterven. Zelfs bij het sterven van een gelovige is er een tijdelijk verlies - verlies van lijfelijke aanwezigheid, verlies van geliefden hier en verlies van een aardse bediening. Maar de droefheid is verschillend - ze is doordrongen van hoop. &amp;quot;Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen&amp;quot; (2 Corinthiërs 5:8). Verspil je kanker niet door te rouwen zoals degenen die deze hoop niet hebben. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' Toon de wereld die andere manier van rouwen. Paulus zei dat hij 'droefheid op droefheid' zou hebben gehad als zijn vriend Epafroditus gestorven was. Hij was bedroefd en voelde de zware last van de ziekte van zijn vriend. Hij zou dubbel bedroefd geweest zijn als deze zou gestorven zijn. Maar die tedere, eerlijke, Godgerichte droefheid ging samen met &amp;quot;verblijdt u te allen tijde&amp;quot; en &amp;quot;de vrede Gods die alle verstand te boven gaat&amp;quot; en &amp;quot;om uw belangen getrouw te behartigen.&amp;quot; Hoe in vredesnaam kan hartzeer samengaan met liefde, blijdschap, vrede en een onverwoestbaar levensdoel? Volgens de diepste logica van het geloof kan dat perfect. Omdat je hoop hebt, kun je het lijden van dit leven intenser gewaarworden: 'droefheid op droefheid.' Daarentegen kiest de droefheid die geen hoop heeft dikwijls voor ontkenning, ontvluchting of werken, omdat ze de realiteit niet aankan zonder radeloos te worden. In Christus weet je wat er op het spel staat en dus voel je het kwaad van deze gebroken wereld heel sterk aan. Je neemt pijn en sterven niet zomaar voor lief; je houdt van wat goed is en haat wat kwaad is. Per slot van rekening volg je het voetspoor van &amp;quot;een man van smarten en vertrouwd met ziekte.&amp;quot; Jezus was evenwel bereid het kruis te dragen &amp;quot;om de vreugde die voor Hem lag.&amp;quot; He leefde en stierf in de hoop dat alles goed zou komen. Zijn pijn werd niet tot zwijgen gebracht door ontkenning of medicijnen; ze werd ook niet aangetast door wanhoop, angst of het om zich heen grijpen naar eender welke strohalm van hoop die Zijn omstandigheden zou kunnen veranderen. Jezus' ultieme beloften vloeien over van de vreugde van een krachtige hoop temidden van het verdriet: &amp;quot;Mijn blijdschap zal in u zijn, en uw blijdschap zal vervuld worden. Uw droefheid zal tot blijdschap worden. Niemand ontneemt u uw blijdschap. Bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij. Deze dingen heb Ik gesproken in de wereld, opdat Mijn blijdschap in hen vervuld worde&amp;quot; (fragmenten uit Johannes 15-17).&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''9. Je zult je kanker verspillen als je met zonde even nonchalant omgaat als voordien.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zijn de zonden die je zo licht in de weg staan even aantrekkelijk als voor je kanker had? Zo ja, dan ben je bezig je kanker te verspillen. Kanker is bedoeld om de lust tot zondigen te vernietigen. Trots, hebzucht, hartstocht, haat, onverzoenlijkheid, ongeduld, luiheid, traagheid - dit alles zijn de tegenstanders waarvoor kanker bedoeld is om ze aan te vallen. Denk niet enkel aan het bestrijden VAN kanker; denk ook aan het bestrijden MET kanker. Deze dingen zijn ergere vijanden dan kanker. Verspil niet de kracht van kanker om deze vijanden te verpletteren. Laat de zonden van deze tijd op aarde zo onbeduidend lijken als ze werkelijk zijn in het licht van de eeuwigheid. &amp;quot;Wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt?&amp;quot; (Lucas 9:25). &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' De werkelijke bedoeling van lijden is om je af te brengen van de zonde en je geloof te versterken. Als je Godloos bent, dan verheerlijkt het lijden de zonde. Ga je als maar meer verbitterd worden, wanhopig, geneigd tot verslaving, angstig, uitzinnig, ontwijkend, sentimenteel, goddeloos in je hele levenswandel? Ga je doen alsof er niets aan de hand is? Ga je op eigen voorwaarden met de dood overeenkomen? Maar als je God toebehoort, dan zal lijden in Christus' handen je veranderen, altijd langzaam aan, soms snel. Je komt tot overeenstemming met het leven en de dood op Zijn voorwaarden. Hij maakt je zacht, zuivert je, maakt je rein van zelfingenomenheid. Hij maakt dat je Hem nodig hebt en van Hem houdt. Hij herschikt je prioriteiten, zodat wat eerst moet komen, ook vaker op de eerste plaats staat. Hij zal naast je gaan. Natuurlijk zul je bij tijd en wijle falen, misschien onder de beklemming van prikkelbaarheid of gepieker, ontvluchtingsdrang of angst. Maar hij helpt je iedere keer weer op als je struikelt. Je innerlijke vijand - een morele kanker die vele malen dodelijker is dan deze van het lichaam - zal sterven naarmate je doorgaat je Verlosser te zoeken en te vinden: &amp;quot;Om Uws naams wil, Here, vergeef mij mijn ongerechtigheid, want die is groot. Wie is de man, die de Here vreest? Hij onderwijst hem aangaande de weg die hij moet kiezen&amp;quot; (Psalm 25:11-12).&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''10. Je zult je kanker verspillen als je er niet in slaagt ze te gebruiken als een middel om te getuigen van de waarheid en heerlijkheid van Christus.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Christenen zijn nooit zomaar ergens door een gelukkig toeval. Als we ergens terechtkomen, heeft dat zo zijn reden. Bedenk wat Jezus zei over pijnlijke onvoorziene omstandigheden: &amp;quot;Zij zullen de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen, en u voor konin­gen en stadhouders te leiden om Mijns naams wil. Het zal voor u hierop uitlopen, dat gij zult getuigen&amp;quot; (Lucas 21:12-13). Zo is het ook met kanker. Het is een gelegenheid om te getuigen. Christus is het ook oneindig waard. Hier ligt een gouden kans om te laten zien dat Hij meer waard is dan het leven. Vergooi deze kans niet. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''DP:''' Jezus is je leven. Hij is de man voor wie elke knie zal buigen. Hij heeft de dood eens voor altijd verslagen. Hij zal voltooien wat Hij begonnen is. Laat je licht zó schijnen als je leeft in Hem, door Hem, Uit Hem, voor Hem. Eén van de oude liederen zegt het zo:&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;'Christ zij met mij, Christus in mij,&amp;lt;br&amp;gt;Christus achter, Christus vóór mij,&amp;lt;br&amp;gt;Christus naast mij, mij te winnen,&amp;lt;br&amp;gt;troosten, helen diep van binnen,&amp;lt;br&amp;gt;Christus onder mij en boven,&amp;lt;br&amp;gt;Hij in rust en bange smarten:&amp;lt;br&amp;gt;Al de dierbaren mijns harten,&amp;lt;br&amp;gt;Vriend en vreemd'ling moet Hem loven'&amp;lt;br&amp;gt;(naar 'I bind unto myself the name', eigen vertaling).&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;In je kanker heb je je broeders en zusters nodig om te getuigen van de waarheid en heerlijkheid van Christus, om naast je te gaan, om hun geloof aan jouw zijde uit te leven om van je te houden. En jij kunt hetzelfde doen voor hen en voor alle anderen, door een hart te worden dat liefheeft met de liefde van Christus, een mond die gevuld is met hoop voor vriend en vreemdeling.&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Bedenk dat je niet alleengelaten bent. Je ontvangt de hulp die je nodig hebt: &amp;quot;Mijn God zal in al uw behoeften naar Zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus&amp;quot; (Filippenzen 4:19). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pastor John&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Christelijke_Moed</id>
		<title>Christelijke Moed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Christelijke_Moed"/>
				<updated>2009-08-24T17:00:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Christian Courage}}'Christelijke moed’ is de bereidheid om te zeggen en te doen wat juist is, ongeacht de prijs die je hiervoor op aarde moeten betalen, en dit omdat God belooft je te helpen omwille van Christus. Het kost moed om iets te doen dat pijnlijk zal zijn. Soms is de pijn lichamelijk, zoals bij oorlog, of een reddingsoperatie. Soms is de pijn mentaal, zoals bij een confrontatie of controverse. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moed is onmisbaar bij het verspreiden en bewaren van de waarheid van Christus. Jezus beloofde ons dat we op tegenstand zouden stoten bij het verspreiden van het evangelie: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil.” (Matt. 24:9). Paulus waarschuwde dat, zelfs binnen de gemeente, trouw aan de waarheid strijd zou kosten: “Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.” (Hand. 20:29-30; zie ook 2 Tim. 4:3-4). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom vergen waarheidsgetrouwe evangelisatie en waarheidsgetrouw onderricht moed. Als we bij het evangeliseren of het onderrichten wegvluchten voor tegenstand, dan brengt dat oneer aan Christus. Maarten Luther zegt het als volgt: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Wanneer ik met de luidste stem, en het duidelijkste onderricht elk gedeelte van Gods waarheid belijd, behalve dat kleine stukje dat net op dat moment door de wereld en de duivel aangevallen wordt, dan belijd ik Christus helemaal niet, hoe vrijmoedig ik hem ook belijd. De trouw van de soldaat wordt bewezen daar waar de strijd woedt, en als hij daar tekortschiet, is het alleen maar oneervol vluchten wanneer hij stand houdt op alle andere slagvelden.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar halen we dan die moed vandaan? Overdenk de volgende tips. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit het ontvangen van vergeving en rechtvaardiging''' – “De goddeloze gaat op de vlucht, zonder dat iemand vervolgt, maar de rechtvaardige voelt zich veilig als een jonge leeuw.” (Spr. 28:1). “En daar Jezus hun geloof zag, zeide Hij tot de verlamde: Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven.” (Matt. 9:2) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit het vertrouwen en hopen op God''' – “Weest sterk en uw hart zij onversaagd, gij allen, die op de HERE hoopt.” (Ps. 31:24; zie ook 2 Kor. 3:12) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit het vervuld zijn met de Geest '''– “En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.” (Hand. 4:31) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit de belofte van God dat Hij bij je zal zijn''' – “Heb Ik u niet geboden: wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de HERE, uw God, is met u, overal waar gij gaat.” (Joz. 1:9) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit de wetenschap dat Hij die met je is, sterker is dan de tegenstander''' – “Weest sterk en moedig, vreest niet en wordt niet verschrikt voor de koning van Assur en de gehele menigte die met hem is, want met ons is meer dan met hem.” (2 Kron. 32:7) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit de zekerheid dat God Heer is over elke strijd''' – “Wees sterk en laten wij ons dapper gedragen voor ons volk en voor de steden van onze God. De HERE doe wat goed is in zijn ogen.” (2 Sam. 10:12) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit het gebed''' – “Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.” (Ps. 138:3; zie ook Ef. 6:19-20) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Uit het voorbeeld van anderen''' – “…het merendeel der broeders in de Here heeft door mijn gevangenschap vertrouwen gekregen om met des te meer moed onbevreesd het woord Gods te spreken.” (Fil. 1:14) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Verschenen in Tijd''Shrift'' voor Pastoraat, Gezin en Gemeenteopbouw, nov/dec 2004 – jan 2005, p. 6-7.'''&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Christus_met_Hem_Gekruisigd</id>
		<title>Christus met Hem Gekruisigd</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Christus_met_Hem_Gekruisigd"/>
				<updated>2009-08-24T17:00:37Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Christ and Him Crucified}} &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lijkt nogal dwaas om de leer van de apostel Paulus over redding in het tijdsbestek van dit korte artikel samen te vatten. Ik ga het toch proberen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus' prediking over het evangelie komt voort uit de overtuiging dat Jezus van Nazareth de beloofde &amp;quot;Messias&amp;quot; en Zoon van God is, die door God in &amp;quot;de volheid der tijden&amp;quot; naar de wereld is gestuurd om Zijn beloften aan Zijn volk Israël te vervullen (2 Kor. 1:18-22; 6:2; Gal. 4:4). De geweldige boodschap van Paulus' prediking is het &amp;quot;mysterie&amp;quot; van het evangelie van Jezus Christus (Kol. 1:26; Rom. 16:26; 2 Tim. 1:10). Hoewel het eerst verborgen was, werd het mysterie nu bekend gemaakt aan hem en de andere apostelen als &amp;quot;dienaren van Christus, aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd&amp;quot; (1 Kor. 4:1; Ef. 3:2e.v.). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verklaring die Paulus geeft maakt het verband duidelijk tussen zijn leer, dat over redding gaat, en de leer van Jezus Christus in de Evangeliën. Net als Christus de komst van Gods koninkrijk benadrukt, waarmee de zegeningen van het &amp;quot;komende tijdperk&amp;quot; in &amp;quot;dit tijdperk&amp;quot; worden geïntroduceerd, benadrukt Paulus de komst van Jezus Christus als Degene door wie Gods reddende zegeningen nu ook aan Zijn volk worden verleend. De leer van Jezus in de Evangeliën lijkt op een muzikale ouverture dat het thema van het hele Nieuwe Testament aankondigt: Gods koninkrijk is &amp;quot;komende&amp;quot;. Paulus diept dit thema in zijn predikingen verder uit door een duidelijke uitleg te geven over de reddende zegeningen van het koninkrijk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar hoe legt de apostel de redding die Christus brengt uit? Wat heeft Christus bereikt met Zijn dood en opstanding, waardoor degenen die bij Hem horen verlossing ontvangen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus vat zijn antwoord op deze vraag samen in 1 Korintiërs 15:3-4: &amp;quot;Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat.&amp;quot; Deze samenvatting lijkt op wat Paulus in andere brieven schrijft (zie 1 Kor. 2:2; Gal. 6:14). In deze tekstgedeelten beweert Paulus dat de kern van het Evangelie waar hij over predikt de verzoenende dood en opstanding van Jezus Christus is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de brieven van Paulus worden diverse bijbelse thema's gebruikt om bepaalde aspecten aan te wijzen van de redding die Christus aan gelovigen geschonken heeft. De belangrijkste thema's die Paulus gebruikt om het verzoenende werk van Christus te beschrijven zijn ten eerste: een &amp;quot;offer&amp;quot; voor of &amp;quot;zoenoffer&amp;quot; voor de schuld van menselijke zonden; ten tweede: &amp;quot;verzadiging&amp;quot; van Gods heilige toorn tegen zijn zondige schepping; ten derde: &amp;quot;verzoening&amp;quot; of vrede met God; ten vierde: &amp;quot;verlossing&amp;quot; van de vloek en veroordeling van de Wet; ten vijfde: &amp;quot;overwinning&amp;quot; over zonde, dood en alle machten die zich tegen Gods koninkrijk verzetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is overduidelijk dat Paulus de dood van Christus als ''offer'' voor de zonde ziet. In 1 Korintiërs 15:3 beweert Paulus dat Christus stierf &amp;quot;voor onze zonden.&amp;quot; In een ander tekstgedeelte zegt hij dat God Zijn eigen Zoon zond &amp;quot;als mens in dit zondige bestaan&amp;quot; (Rom. 8:3). Paulus leert ons ook dat Gods toorn door de dood van Christus ''verzadigd'' werd. In Zijn heiligheid kan God de zonde alleen maar verafschuwen. Maar het wonder van het Evangelie is dat God zijn toorn liefdevol van ons heeft afgewend door de dood van Zijn eigen Zoon (Rom. 3:25; 5:9-10; 2 Kor. 5:21). Christus' bevrijdende werk is ook een werk van ''verzoening''. Door Zijn dood heeft Christus elke hindernis weggenomen die de vrede tussen de zondaar en God in de weg staat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit werk van verzoening heeft een God-gericht en een mens-gericht aspect. Het verwijdert niet alleen de hindernis van Gods toorn (Rom. 5:9-10), maar ook roept het de zondaar op zich met God &amp;quot;te verzoenen&amp;quot;(2 Kor. 5:20). Het thema van ''verlossing'' speelt een belangrijke rol in Paulus' zienswijze over de verzoening van Christus. Het bijbelse idee van verlossing gaat over het betalen van een prijs om er als zondaar zeker van te zijn dat je bevrijd bent van slavernij (Tim. 2:5-6). In één van de duidelijkste uiteenzettingen over Christus' verzoening als verzoenend werk verklaart de apostel Paulus: &amp;quot;Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt&amp;quot; (Gal. 3:13). Een ander kenmerk van Christus' verzoenende werk, dat vaak vergeten wordt, is de ''overwinning'' over de macht van zonde, dood en zelfs elke vorm van tegenwerking op Gods koninklijke regering (1 Kor. 15:54-57). Door zijn dood en opstanding heeft Christus de machten ontwapend die zich tegen Gods koninkrijk verzetten (Kol. 2:13-15). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kernboodschap van Paulus' prediking is ongetwijfeld dat God de geschiedenis is binnengegaan in de persoon van Zijn Zoon, Jezus Christus, die door Zijn verzoenende dood en opstanding verlossing heeft gebracht. Maar het Evangelie volgens de apostel Paulus vertelt ook over de toepassing van de verlossing in Christus op gelovigen die één zijn door de werken van Zijn Geest. Hoewel Paulus niet expliciet een &amp;quot;bevel tot verlossing&amp;quot; (ordo salutis) uitspreekt, blijken de eerste beginselen van een dergelijk bevel duidelijk uit zijn brieven (zie Rom. 8:3; 1 Kor. 1:30; 6:11). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meest inclusieve manier waarop Paulus de toepassing van verlossing beschrijft is in termen van de ''eenheid'' van een gelovige ''met Christus''. Wanneer gelovigen met Christus verenigd worden door de werken van Zijn Geest, delen zij volledig mee in de voordelen van Zijn verzoenende werk dat voor hen bedoeld is (Rom. 8:2,11; 1 Kor. 6:11; Ef. 4:30). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met het oog op onze korte samenvatting noem ik drie voordelen van eenheid in Christus die van bijzonder belang zijn in Paulus' zienswijze van de toepassing van verlossing: vrije rechtvaardiging, door de Geest geautoriseerde heiliging en verheerlijking. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Vrije rechtvaardiging.'' In onze inleiding noemden we al dat het in sommige kringen gemeengoed is om Paulus' benadrukking van eenheid in Christus tegenover zijn leer over forensische rechtvaardiging te plaatsen. Dat is echter een grote denkfout. In de Reformatie werd correct beweerd dat een belangrijk kenmerk van Paulus' lering de leer van rechtvaardiging door genade alleen en door geloof alleen was. In tegenstelling tot wat veel recente auteurs van het &amp;quot;nieuwe perspectief&amp;quot; op Paulus beweren, is het bovendien duidelijk dat Paulus rechtvaardiging als een &amp;quot;soteriologisch&amp;quot; thema benadert. Rechtvaardiging gaat niet alleen over de vraag of Heidenen en Joden bij Gods volk van het verbond horen, zoals veel auteurs van het nieuwe perspectief volhouden. De belangrijkste vraag is hoe elke zondaar, Jood of Heiden, door God geaccepteerd kan worden ondanks zijn zonden en schuld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens Paulus is rechtvaardiging een handeling van God uit genade, waarbij Hij de zonden van gelovigen vergeeft en hen rechtvaardig verklaart op basis van de beschuldiging van Christus' rechtvaardigheid (Rom. 4:1-5; 5:15-17; 10:3; 2 Kor. 5:21; Fil. 3:9). Hoewel allen hebben gezondigd is Christus ter dood veroordeeld voor de zonden van Zijn volk en is Hij opgestaan voor hun rechtvaardiging (Rom. 4:25). God rechtvaardigt mensen niet op basis van hun &amp;quot;werken&amp;quot; in gehoorzaamheid aan de wet, maar Hij rechtvaardigt mensen die Christus in geloof aannemen (Rom. 3:28; Gal. 2:16). Deze gunstige rechtvaardiging is een volkomen eschatologische zegen van verlossing, dat beweert: &amp;quot;Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld&amp;quot; (Rom 8:1). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Door de Geest geautoriseerde heiliging.'' De levensbrengende Geest komt in alle mensen wonen die met Christus verbonden zijn (Rom. 8:4-11). Gelovigen worden niet alleen rechtvaardig verklaard op basis van vrije rechtvaardiging, maar zij worden ook vernieuwd naar het beeld van Christus (2 Kor. 3:17-18). De macht en de heerschappij van de zonde zijn verbroken. Omdat zij één zijn in Christus door Zijn dood en opstanding, moeten gelovigen zich voor de zonde dood beschouwen en levend voor gerechtigheid (Rom. 6:12-14). De nieuwe status waarin gelovigen zich verkeren (rechtvaardiging) gaat altijd samen met een vernieuwd leven in gehoorzaamheid, dat door de Geest van Christus in gelovigen bewerkt wordt (heiliging). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Verheerlijking.'' Hoewel de meeste mensen denken dat verheerlijking een toekomstige vervulling van de verlossing van de gelovige is, zegt Paulus dat verheerlijking een realiteit van nu en later is (Rom. 8:18e.v., 30). Door de intieme eenheid tussen gelovigen en Christus is de verheerlijking van Christus door Zijn opstanding en hemelvaart ook de verheerlijking van de gelovigen. Gelovigen zitten nu al samen met Christus in de hemelsferen (Ef. 2:6). Maar gelovigen verwachten een nog toekomstige verheerlijking (2 Tess. 1:10). Zolang zij in deze wereld leven, wachten gelovigen vol spanning op de dag waarop hun &amp;quot;armzalig lichaam&amp;quot; zal veranderen in een lichaam dat hetzelfde zal zijn als Christus' verheerlijkte lichaam (Fil. 3:21). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Evangelie volgens de apostel Paulus kan samengevat worden als de heerlijke boodschap van de vervulling van al Gods beloften van verlossing voor Zijn volk in Christus. De kernboodschap van Paulus' predikingen is verlossing door de gekruisigde en opgestane Christus. Christus heeft verzoening geschonken voor de zonden van Zijn volk, zodat Hij met alle aspecten van hun zondige natuur af kan rekenen. Door de eenheid in geloof met Christus kunnen gelovigen meegenieten van alle voordelen van zijn verzoenende werk. In de opmerkelijke woorden van 2 Korintiërs 5:17: &amp;quot;Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.&amp;quot; Die in Christus zijn worden in hun nieuwe status door God om niet geaccepteerd, ondanks hun onwaardigheid als zondaars. Zij ervaren ook de genade van een nieuw leven van gehoorzaamheid aan de &amp;quot;wet van Christus&amp;quot; door de werking van de Heilige Geest. Zij kennen de genade van de tegenwoordige én de toekomstige verheerlijking, wanneer de &amp;quot;eerste vruchten&amp;quot; van de verlossing in Christus het begin aankondigen van de eschatologische oogst, waarbij zij volledig mogen meedelen in Christus' opstandingsoverwinning.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Zegent_Wie_U_Vervolgen</id>
		<title>Zegent Wie U Vervolgen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Zegent_Wie_U_Vervolgen"/>
				<updated>2009-08-24T17:00:24Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Bless Those Who Persecute You}}&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Romeinen 12:14-21'''&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. West niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen? Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwint het kwade door het goede. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
In deze paragraaf zegt Paulus telkens weer hetzelfde. Vers 14: Vervloek niet wie u vervolgen. Vers 17: Vergeldt kwaad niet met kwaad. Vers 19: Wreek uzelf niet. Vers 21: Laat u niet overwinnen door het kwade. En dan de positieve kant: Vers 14: zegen wie u vervolgen. Vers 18: Hou vrede met alle mensen. Vers 20: Geef voedsel en drank aan uw vijand. Vers 21: Overwin het kwade door het goede. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik ben geneigd al deze gelijkaardige geboden samen te nemen en hen te behandelen onder de vlag van het liefhebben van onze vijand. Toch weersta ik deze neiging omwille van twee redenen. Eén is dat er tussen al die geboden verschillen zijn, elk met concrete gevolgen voor ons leven. Die gevolgen dreigen verloren te gaan wanneer alles onder één vlag wordt behandeld en wanneer alles onder een algemeen thema wordt besproken in plaats van naar elk gebod afzonderlijk te kijken. De andere reden is dat er tussen deze geboden enkele staan, die niet in het model lijken te passen. We zouden dus wat Paulus wil zeggen kunnen missen door ze met elkaar te verweven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We gaan dus aan de slag door alle verzen één voor één te bekijken. Vandaag proberen we de verzen 14 en 15 te begrijpen en toe te passen. &amp;quot;Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe passen vers 14 en 15 bij elkaar?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze twee verzen samen nemen roept de vraag op wat ze met elkaar te maken hebben. Iets? Meer dan u misschien denkt. Wat zou, bijvoorbeeld, een reden kunnen zijn dat u niet weent met de wenenden? Eén reden zou kunnen zijn dat u blij bent met het feit dat ze wenen. U was met andere woorden boos op hen voor de manier waarop zij u behandelden. Daarna gebeurde er iets erg met hen en u was daar blij over. Wat heeft dat te maken met vers 14: Vervloek niet wie u vervolgen. Verlang niet dat ze vervloekt worden. Wees niet blij wanneer ze huilen. Zegen hen. Het lijkt er dus op dat er een hecht verband is tussen verzen 14 en 15.&amp;lt;br&amp;gt;Verblijden wij ons met iedereen die blij is en wenen wij met iedereen die weent? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere vraag stelt zich. Verblijden wij ons met iedereen die blij is en wenen wij met iedereen die weent? Moet er tussen verschillende soorten verdriet en verschillende soorten blijdschap onderscheid gemaakt worden? Over bepaalde soorten verdriet zouden we heel blij moeten zijn. En sommige blijdschap zou ons heel verdrietig moeten maken. Dat weten we omdat Jezus in Lucas 6:25 zegt: &amp;quot;Wee u, die nu overvloed hebt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult smart hebben en geween.&amp;quot; Het gaat hier over lachen waar waarin we ons kunnen invoelen. Het gaat niet om lachen dat ons verdriet doet. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is er anderzijds verdriet waarover we ons zouden verblijden? Is er wenen dat leidt tot leven? Paulus zei in 2 Korintiërs 7:10: &amp;quot;Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil.&amp;quot; Daarom is godvruchtige rouw wonderlijk. Het is pijnlijk, maar vol van hoop en leven! Op zo'n moment kunnen onze tranen vloeien, maar het zijn tranen zijn die gelijken op die van een moeder die naar haar pasgeboren kind kijkt. We wenen dus niet op dezelfde manier met iedereen die weent. En we verblijden ons niet op dezelfde wijze met iedereen die blij is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is een diepgaand verband tussen vers 14 en 15, tussen gemeende sympathie aan de ene kant en het zegenen van wie u vervloeken langs de andere kant. Dat zien we wanneer we vanop een afstand kijken naar de verzen 14 en 15 kijken en de specifieke christelijke context en wortel van deze geboden zien. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wat is de wortel en de betekenis van dit radicale gedrag?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijna alle geboden in vers 14 tot 21 veronderstellen dat er iets dieper aan de hand is. Al deze geboden zijn geworteld in het bevrijd zijn van met zichzelf bezig te zijn, van zelfgenoegzaamheid, zelfliefde en zelfverheffing. Maar meer dan dat - en dat is cruciaal - ze zijn geworteld in het bezig zijn met Christus, passie voor Christus en het verheffen van Christus. Ik zou hier een zaak kunnen van maken door naar vers 1 te gaan. Kijk wat er staat: &amp;quot;Met beroep op de barmhartigheden Gods&amp;quot;. Ik zou kunnen argumenteren dat het hele hoofdstuk de vrucht is van de barmhartigheden van God in Christus, zoals die beschreven staan in Romeinen hoofdstuk 1 tot 11. Dat zou helemaal kloppen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we in de plaats echter bedenken hoe Paulus ons voorbereidt op het gebod in vers 3. Hij heeft pas gezegd dat de manier om als christen te leven is hervormd te worden door de vernieuwing van ons denken, zodat we de wil van God kunnen onderscheiden en aannemen. Daarna openbaart hij ons een diepgaand niveau van hervorming en vernieuwing. Die moet plaatsvinden wanneer we Gods wil in dit hoofdstuk willen doen: zegen hen die ons vervolgen, ween met wie weent en wees blij met wie blij is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is wat hij zegt in vers 3: &amp;quot;Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is volgens Paulus het alternatief voor te hoog over onszelf denken? Het antwoord is niet laag over onszelf denken, hoewel dit een goed beginpunt is om van tijd tot tijd eens naar terug te keren. Het alternatief is te denken ‘naar de mate van het geloof dat God heeft toebedeeld'. Het alternatief van een hoge dunk over onszelf (bezig zijn met onszelf, zelfliefde, zelfverhoging - de wortels van alle zonde), is niet op een andere manier naar het gezicht in de spiegel aan de wand te kijken. Het alternatief is de spiegel te veranderen in een venster en daar doorheen de heerlijkheid van Christus zien. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is wat geloof is en doet. Wanneer geloof voor de spiegel staat, wordt de spiegel een venster en ziet het aan de andere zijde de glorie van Christus. Het beslissende alternatief voor te zeggen: &amp;quot;Ik ben alles,&amp;quot; is niet te stellen: &amp;quot;Ik ben niets,&amp;quot; maar te verklaren: &amp;quot;Christus is alles.&amp;quot; Geloof kijkt naar Christus, niet naar zichzelf, zelfs niet naar het nieuwe zelf. De bestemming van het nieuwe zelf is het zelf dat naar Christus kijkt als zijn Redder, Heer, Schat, Vreugde en Voldoening. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Merk in vers 3 nog iets anders op dat belangrijk is voor geboden als &amp;quot;Zegent wie u vervolgen,&amp;quot; en &amp;quot;Weent met de wenenden.&amp;quot; In het tweede deel van het vers staat: &amp;quot;Maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.&amp;quot; De mate van ons geloof is een gave van God. God heeft het toebedeeld. Geloof is een actie van onze ziel. Maar ons verlangen om die actie te ondernemen is een gave van God. &amp;quot;Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God.&amp;quot; (Efeziërs 2:8) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zodoende zijn twee gronden van zelfverheffing aan het trotse menselijk hart ontnomen. Ten eerste wordt de hooghartigheid dat ik mijzelf kan redden of aan mijn behoeften kan voldoen vernietigd. Door geloof vind ik Christus als mijn alles - mijn Redder, Heer, Raadsman, Vriend, Schat, Blijdschap. Ik kijk weg van mijzelf en wordt voldaan in Hem. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede wordt ook een ander fundament uit het trots menselijk hart verwijderd. Ik ontdek het Woord - en ervaar het in mijn hart - dat dit geloof, dit wegkijken van mijzelf naar Christus, een geschenk is. Ik kan er mij zelfs niet op beroemen dat ik slim, wijs, geestelijk, godvruchtig of nederig genoeg was om in Jezus te geloven. Neen. Hij was gewoon vriendelijk en sterk genoeg om al mijn weerstand te overwinnen. Geprezen zij Zijn machtige genade. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
God de Vader plande voor de grondlegging van de wereld om ons te redden van zonde en hel. God de Zoon kocht onze vergeving en vernieuwing door Zijn bloed aan het kruis. God de Geest overwon al ons bezig zijn met onszelf, zelfliefde en zelfverheffing en opende onze ogen om de schoonheid van Christus te zien als ons alles. Vanuit die situatie ontmoeten we drie soorten mensen: zij die ons vervolgen, zij die zich verblijden en zij die wenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu vertelt Paulus ons op Gods gezag hoe we hen moeten behandelen. Dit is de manier waarop iemand, voor wie Christus alles is en die zichzelf onttroond heeft, leeft. Romeinen 12:14-15: &amp;quot;Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Merk op hoe radicaal dit gedrag is. Er staat niet: &amp;quot;Wreek uzelf niet.&amp;quot; U zou uw wilskracht nog kunnen gebruiken om u niet te wreken. U zou allerlei motieven kunnen hebben om niet haatdragend, rancuneus of wrekend terug te slaan. Maar het gaat niet alleen over uiterlijk gedrag. Het gaat om uw hart. U kunt het in deze woorden zien: &amp;quot;Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.&amp;quot;Dit is een gedeeltelijke aanhaling van de woorden van Jezus in Lukas 6:28, waar Hij zegt: &amp;quot;Zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen.&amp;quot; Het woord ‘bidt' toont aan dat het niet alleen om het gedrag gaat. Gebed is de uitdrukking van waar u naar verlangt tegenover God. Iemand zegenen is dus niet alleen de manier waarop u hem behandelt. Het sluit het verlangen in dat u voor iemand hebt. En Jezus zegt dat het verlangens voor het goede moeten zijn, niet voor een vloek. Dat betekent ‘zegenen'. Zegen hen en bid voor hen. Waarvoor bidden? Hun goed - nu en voor altijd. En het grootste goed is zonder einde Christus te zien, te smaken en te demonstreren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het christenleven is dus radicaal. Het dringt door in de wortel van wie wij zijn en waar wij naar verlangen. Nu kunnen we zien waar dit soort radicale gedrag vandaan komt en wat het betekent. Het komt door geloof in Christus. Het betekent dat Christus algenoegzaam is. Het komt voort uit niet hoger over onszelf te denken dan we zouden moeten, maar bedachtzaam te denken in overeenstemming met de mate van het geloof dat God ons heeft toebedeeld (v. 3).&amp;lt;br&amp;gt;Wanneer we onrechtvaardig behandeld worden, en zelfs onrechtvaardig pijn gedaan worden omwille van Christus, en toch onze tegenstanders zegenen en voor hen bidden, dan moet onze natuurlijke obsessie van met onszelf bezig te zijn, zelfliefde en zelfverhoging sterven. Toch werkt die dood op zichzelf niets uit. Dit is wat geloof doet: het opzien naar en het aannemen van de volledig voldoende schat van Christus. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe motiveert geloof in Christus ons om onze vijanden te zegenen?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom is dit geloof in Christus de wortel van dit radicale gedrag. Het is de bron van het niet vervloeken van onze vervolgers. Het is de wortel van hen te zegenen en voor hen te bidden en naar hun oneindig goed te verlangen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werkt zo: geloof in Christus omvat het wegkeren van ons natuurlijke zelf (zelfs met inbegrip van onze lichamen) als de bron van onze belangrijkste tevredenheid en veiligheid. In die betekenis is het zelf (zelfs het lichaam) dood. Dit zelf bedreigen met vernederende opmerkingen, pijn of zelfs dood, is niet langer een ultieme bedreiging. Het oude zelf is ons leven niet, is onze schat niet, noch onze grootste en duurzaamste vreugde. Daardoor zijn we vrij van de gedrevenheid tot bevrediging die ooit in het oude zelf de kop opstak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tegelijkertijd doet geloof in Christus iets dat nog belangrijker is. Het keert zich niet alleen af van het natuurlijke zelf als de bron van onze belangrijkste tevredenheid en veiligheid. Het keert zich tot Christus. Het ziet Christus en het omhelst Christus als onze volledig genoegzame tevredenheid en veiligheid. Dit zien op Christus motiveert ons op drie manieren om onze vijanden te zegenen en ons zachtaardig te maken voor hen die wenen en zich verblijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten eerste zegende de Christus waarop het geloof is gevestigd en wie het geloof omhelst hen die hem vervloekten. Toen Hij aan het kruis hing zei hij: &amp;quot;Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat zij doen (Lukas 23:34). Aangezien geloof alles in zich opneemt wat het van Christus ziet, neemt het dit in zich op. U kunt niet zeggen: &amp;quot;Christus leefde een schitterend leven, en hen zegenen die mij vervolgen is stom.&amp;quot; Wanneer u de genade in Christus ziet en smaakt, zult u er van houden barmhartig te zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede zegende de Christus waarop het geloof is gevestigd en wie het geloof omhelst niet alleen in het abstracte. Hij deed dit voor mij. En voor u. Romeinen 5:6: &amp;quot;Zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven.&amp;quot; U kunt zich niet verblijden dat uw leven, toen u nog Zijn vijand was, door Christus gezegend is door volledig door de onverdiende genade omhuld worden, en dan omkeren en hen vervloeken die u vervolgen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde stelde de Christus waarop het geloof is gevestigd en wie het geloof omhelst onze toekomst voor altijd veilig door voor ons te sterven en op te staan. Daarom kunnen onze vervolgers ons niet vernietigen en hoeven wij op aarde niet het laatste woord te hebben. God heeft het laatste woord. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;En weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; west veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel. Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader. En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven. (Matteüs 10:28-31) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De wortel van radicale Christus-gelijkvormige liefde is dood aan het zelf en onoverwinnelijke blijdschap in de persoon, het werk en de beloften van Christus. Indien u met gevoelens van bitterheid of wraak worstelt, ga dan dieper met Christus, totdat u Hem kent en liefhebt zoals Hij werkelijk is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wat heeft vers 15 met vervolging te maken?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat met vers 15? &amp;quot;Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.&amp;quot; Wanneer u denkt dat dit vreemd is aan een situatie van vervolging en zomaar achter vers 14 staat, luister dan naar de woorden van het februari nummer van de De Stem der Martelaren, die verslag uitbrengt van de situatie van Khun, een vrouw van de etnische groep van de Khum in Laos. Haar man is vandaag in de gevangenis omdat Hij Christus predikte. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Khun roept Christenen in het Westen op om voor haar man Khamsay en hun gezin te bidden. Zij vraagt ook gebed voor de mensen van het Kasy district en voor een grotere vrijheid voor Christenen om hun geloof openlijk, zonder belemmering door de plaatselijke vertegenwoordigers van de overheid, te belijden. Al zijn onze culturen verschillend, we zijn één in het Lichaam van Christus. Khun deelt moedig: &amp;quot;Onze zaak is uw zaak. Onze verdriet is uw verdriet. Onze blijdschap is uw blijdschap.&amp;quot; De apostel Paulus schreef: &amp;quot;Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als éé lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde&amp;quot; (1 Korintiërs 12:26). Wanneer leden van het gezin van Khmu voor Christus lijden, dan lijden wij met hen. Wanneer Khamsay zich in de gevangenis verblijdt omdat hij een medegevangene voor Christus won, dan verblijden wij ons met hem.1 &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Dit zou de beste uitleg van vers 15 kunnen zijn die ik kan geven. In omstandigheden van vervolging: zegen wie u vervolgen, verblijd u met hen die juichen in lijden, en ween met hen wiens lijden hen doet wenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Noot''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1Nate Gary Lane, &amp;quot;Walking With Christ in Laos,&amp;quot; Voice of the Martyrs, Febuari 2005, p. 4-5.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Gebeuren_er_vandaag_de_dag_nog_tekenen_en_wonderen%3F</id>
		<title>Gebeuren er vandaag de dag nog tekenen en wonderen?</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Gebeuren_er_vandaag_de_dag_nog_tekenen_en_wonderen%3F"/>
				<updated>2009-08-24T17:00:06Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;PagePush: Automated: copied from main site&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{ info | Are Signs and Wonders for Today?}}&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Handelingen 4:29-31'''&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;quot;En nu, Here, let op hun dreigingen en geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus.” En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden alleen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid. &amp;lt;/blockquote&amp;gt;&amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Denkt u dat we vandaag de dag ook op deze manier moeten bidden? Ik bedoel zoals in de verzen 29 en 30 wordt gedaan: “Geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Moeten wij bidden om vrijmoedigheid om te getuigen en om tekenen en wonderen van genezing? Of moeten wij alleen bidden om vrijmoedigheid om te getuigen? Werden de tekenen en wonderen alleen door God gedaan om de autoriteit van de apostelen te bevestigen? En zijn de tekenen en wonderen verdwenen, nadat de apostelen hun werk hadden gedaan, dat bestond uit het doorgeven van de openbaringen die wij nu bezitten in de vorm van het Nieuwe Testament, waarmee het fundament voor de kerk werd gelegd? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik moet bekennen dat er in mijn bediening als predikant nog nooit een onderwerp is geweest dat mij zoveel hoofdbrekens heeft bezorgd. De ene keer zit ik aan mijn bureau met mijn hoofd in mijn handen en bid ik: “Oh, Here, als er ook maar iets van waar is dat er een Bijbelse, geestelijke kracht bezig is door middel van tekenen, wonderen, genezingen en profetie, laat mij dat dan niet in de weg staan! Maak mij tot de leider die U wilt dat ik ben tot zegen voor deze kerk en tot zegen van de boodschap van het evangelie.” Maar de andere keer bid ik: “Oh, Here, verhinder alstublieft dat wij ons Bijbelse fundament verliezen, verhinder dat wij met de wereld meegaan of een bevlieging najagen en de rots van de waarheid inruilen voor het zand van de ervaring. Laat ons de kracht van het evangelie zien, oh Here, en bewaar ons ervoor dat wij ons gaan bezighouden met minder belangrijke zaken, hoe spectaculair die ook mogen zijn.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb hier twee stapels boeken liggen van evangelische voorgangers en leraren. In de boeken van de ene stapel wordt beweerd dat tekenen en wonderen (zoals genezingen) door God werden gedaan om de mensen te laten geloven in de Zoon van God en vervolgens om de autoriteit van zijn apostelen te bevestigen, toen zij bezig waren met de opbouw van de kerk door middel van hun door God geïnspireerde onderwijs en geschriften. Nadat de apostelen waren gestorven en hun geschriften waren verzameld in het Nieuwe Testament, was de tijd van tekenen en wonderen voorbij. Wij moeten daar vandaag de dag dus niet naar streven. In de boeken van de andere stapel wordt beweerd dat tekenen en wonderen ook vandaag de dag nog in Jezus naam moeten worden gedaan. De reden waarom we daar maar zo weinig van zien, is omdat wij in de kerk zo weinig verwachten. Maar God is bezig om de kerk in onze dagen daarvoor klaar te maken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik heb de boeken van beide stapels gelezen. Ik heb de Schrift erop nageslagen. Ik heb erover gebeden. En ik eindig steeds ergens tussen beide meningen in, gekweld door veel onzekerheid. Het beste wat ik dus kan doen, is voor u op een rijtje zetten wat mij nu in beide kampen aantrekt. Als we dan samen daarover bidden en de Bijbel bestuderen, zal de Here ons misschien meer inzicht geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Laten we beginnen met de mening waarbij wordt beweerd dat tekenen en wonderen alleen bestemd waren voor het tijdperk van de apostelen. Dat betekent niet dat er vandaag de dag geen wonderen meer gebeuren. Het betekent alleen dat ze niet meer kenmerkend zijn voor de normale verspreiding van het evangelie. De gave van genezing die Jezus en de apostelen hadden, was uniek. Tekenen en wonderen werden niet door gewone christenen gedaan, maar waren kenmerkend voor de apostelen. Toen de apostelen stierven, verdwenen daarmee ook de tekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hieronder noem ik vijf bijbelgedeelten waarmee deze mening gestaafd wordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.1 In het boek Handelingen lijkt de schrijver Lukas ons ervan te willen overtuigen dat tekenen en wonderen niet gebruikelijk zijn onder gewone christenen, maar behoren tot de speciale bediening van de apostelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten eerste herinnert Lukas ons eraan dat tekenen en wonderen speciaal deel uitmaakten van de bediening van Jezus. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Handelingen 2:22: “Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vervolgens laat Lukas ons het belang van tekenen en wonderen in de bediening van de apostelen zien. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Handelingen 2:43: “En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen” (dus niet door gewone christenen). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Handelingen 5:12: “En door de handen van de apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk” (dus niet door de handen van gewone christenen). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Handelingen 14:3: “Zij verkeerden daar dan geruime tijd, vrijmoedig sprekende in vertrouwen op de Here, die getuigenis gaf aan het woord zijner genade en tekenen en wonderen door hun handen deed geschieden.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Handelingen 15:12: “En de gehele vergadering werd stil en zij hoorden Paulus en Barnabas verhalen wat al tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.” (Hieruit blijkt dat het iets opmerkelijks was en niet iets wat door de gewone christenen gedaan werd.) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lijkt er dus op dat Lukas ons wil doen geloven dat de tekenen en wonderen in het boek Handelingen een speciale bedoeling hadden in de bediening van de apostelen. Dit impliceert dat zowel toen als vandaag de dag tekenen en wonderen geen deel uitmaken van de gewone gang van zaken in de kerk en in evangelisatie. Zij waren alleen bedoeld om de autoriteit van de apostelen voor iedereen te bevestigen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.2 Het tweede bewijs voor deze stelling is te vinden in 2 Korintiërs 12:12. Paulus verdedigt daar zijn apostelschap tegenover de Korinten, waarvan sommigen zeiden dat anderen de echte of betere apostelen waren dan hij. Hij zegt: “De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus zegt hier dat hij voldoende bewijs heeft geleverd van zijn apostelschap – hij had in moeilijke omstandigheden de tekenen van een apostel laten zien. “Tekenen en wonderen” maakten deel uit van de tekenen van een apostel die Paulus had laten zien. Het ziet er dus naar uit dat ook hier tekenen en wonderen een speciale rol hadden in het vaststellen van de authenticiteit van apostelen (zie ook Rom.15:19). Dit zou betekenen dat toen de apostelen hun gemeentestichtend werk hadden volbracht en stierven, de tekenen en wonderen daarmee ook zijn verdwenen als onderdeel van de evangelieverspreiding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.3 In Hebreeën 2:3b-4 wordt teruggekeken naar de tijd dat de apostelen het evangelie naar dit volk brachten. Daar staat geschreven: ..”een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen (i.e. de apostelen), die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de heilige Geest toe te delen naar zijn wil.” Het lijkt erop dat de wonderen niet gebruikelijk waren in de kerk, maar dat de kerk terugkeek op een bijzondere tijd waarin de ooggetuigen van de Here het evangelie verspreidden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.4 Ten vierde wordt gesteld dat de bediening van Jezus op bepaalde punten uniek was. We kunnen dus niet automatisch de conclusie trekken dat, omdat Hij zijn discipelen de opdracht gaf om te genezen tijdens zijn leven, Hij ons ook de opdracht geeft om dat op dezelfde manier te doen nu Hij niet meer op aarde is. In Matteüs 10:7-8 zegt Jezus bijvoorbeeld tegen de twaalf discipelen: “Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, …” (zie ook Lukas 9:2). Er is dus wel een opdracht voor Zijn discipelen om de zieken te genezen als onderdeel van hun bediening. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar twee verzen eerder wordt gezegd: “Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Iedereen is het erover eens dat deze opdracht tijdelijk was. Voor een korte periode was er een beperking tot het Joodse volk tijdens Jezus’ bediening. Maar na Zijn opstanding droeg Jezus ons op om het evangelie aan alle naties te verkondigen. We kunnen er dus niet klakkeloos van uitgaan dat alles wat Jezus tijdens Zijn leven aan Zijn discipelen heeft opgedragen, ook als prioriteit in bediening moet worden gezien na Zijn opstanding (zie ook Lukas 22:35-36). Het was een unieke tijd toen Jezus op aarde rondliep en de ongewone hoeveelheid tekenen en wonderen maakte deel uit van die unieke situatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.5 Het laatste argument komt uit de kerkgeschiedenis, waaruit blijkt dat er nog nooit iemand is geweest die mensen genas op de manier zoals Jezus en de apostelen hebben gedaan, namelijk een onmiddellijke, volledige genezing. Zelfs de moeilijkste ziekten werden genezen. Bij de meeste genezingen die sinds de dagen van de apostelen hebben plaatsgevonden, gaat het om gemakkelijk te genezen ziekten. Ook wordt er vaak gefaald en vindt er geen onmiddellijke genezing plaats. Dit betekent niet dat de genezing niet echt is, alleen dat het om een ander soort genezing gaat dan de tekenen en wonderen die Jezus en de apostelen verrichtten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om deze redenen vindt een bepaalde groep evangelischen dat tekenen en wonderen geen deel meer uitmaken van de normale bediening van de kerk, nadat de apostelen hun werk hadden gedaan. Wij moeten daar dus vandaag de dag niet meer naar streven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Mensen die de andere mening aanhangen, zeggen dat wij vandaag de dag meer moeten streven naar het doen van tekenen en wonderen dan we op dit moment doen. Tekenen en wonderen zijn gegeven tot zegen van de kerk en voor de verspreiding van het evangelie. Hieronder volgt een aantal bijbelteksten, waardoor deze mening zeker ook het overdenken waard is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.1 Jezus lijkt te zeggen dat er een verband is tussen zijn eigen bediening en de bediening van de kerk. “Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u” (Johannes 20:21). Lukas zegt in Lukas 9:2 over Jezus toen Hij Zijn twaalf discipelen uitzond: “Hij zond hen uit om het Koninkrijk Gods te verkondigen en genezingen te doen.” En in Lukas 10:8-9 zegt Hij, als Hij de zeventig mannen uitzendt: “En als gij in een stad komt … geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.” Dus de prediking over het Koninkrijk lijkt nauw verbonden te zijn met de bediening van genezing. Vervolgens zegt Hij in Matteüs 24:14: “En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.” Met andere woorden, hetzelfde evangelie van het Koninkrijk dat Jezus predikte, moet verkondigd worden totdat alle naties het hebben gehoord. En het lijkt alleen maar logisch als wij de verkondiging van dat Koninkrijk op dezelfde manier aanpakken als Jezus heeft gedaan, behalve op die gebieden waarvan Hij heeft gezegd dat het anders gedaan moet worden of waarvan op een andere plaats in het Nieuwe Testament wordt gezegd dat het anders gedaan moet worden. Wij beperken ons bij de evangelieverkondiging bijvoorbeeld niet tot de Joden, omdat Hij ons dat zelf heeft gezegd. Daarom moeten we ook niet stoppen met het uitvoeren van genezingen, omdat Hij dat niet expliciet heeft gezegd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 14:12 zegt Hij: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, …” Wat dit ook precies mag betekenen, er lijkt in ieder geval een verband te bestaan tussen de tekenen en wonderen die Jezus deed en de bediening van de gelovigen (en niet alleen de apostelen). Dit is dus het bewijs dat Jezus heeft laten zien dat er een verband bestaat tussen Zijn bediening en de bediening van de kerk. Hij zegt niet: “Laat genezen alleen een onderdeel zijn van jullie bediening als Ik hier op aarde ben, maar niet als Ik naar de hemel ben gegaan.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.2 Het tweede bewijs vinden we in het boek Handelingen waar niet alleen de apostelen tekenen en wonderen doen. Twee “diakenen”, twee van de zeven die in Handelingen zes zijn uitgekozen, Stefanus en Filippus (Handelingen 6:5), doen ook tekenen en wonderen die deel uitmaken van hun bediening. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Handelingen 6:8 zegt Lukas: “En Stefanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk.” En in Handelingen 8:6 staat: “En toen de scharen Filippus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd.” Wat opmerkelijk is in de bediening van Filippus onder de Samaritanen, is dat later de apostelen kwamen om de Samaritanen de handen op te leggen. Dit betekent dat Filippus niet als apostel handelde, toen hij tekenen en wonderen deed. Hij had alleen deze gave gekregen voor evangelisatie-doeleinden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.3 Het derde bewijs is te vinden in Galaten 3:5. Paulus schrijft daar aan de kerken in Galatië en zegt: “Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt, (doet Hij dit) ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof?” Het punt is dat God Zijn Geest geeft aan de Galaten (niet aan de apostelen) en wonderen onder hen doet, terwijl Hij niet lichamelijk aanwezig is. Het lijkt er dus op dat het doen van wonderen niet beperkt is gebleven tot de bediening van de apostelen in de vroege kerk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.4 Tenslotte is het vierde bewijs te vinden in 1 Korintiërs 12, waar Paulus ons leert dat er in de kerk gaven voorkomen van genezing en krachten. Het gaat hier om gelovigen en niet alleen om apostelen. Hij zegt in de verzen 7-10: “Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken,... en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van krachten …” Daarna onderscheidt hij deze gaven los van het apostelschap in vers 28, waar hij zegt: “En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing …” Dus er zijn blijkbaar toch gaven van genezing en het verrichten van wonderen die niet beperkt zijn tot de apostelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanwege bovenstaande bijbelgedeeltes zijn er evangelische gelovigen die geloven dat tekenen en wonderen niet beperkt zijn tot de tijd van de apostelen, maar ook vandaag de dag nog beschikbaar zijn. Daarom moeten ook wij daarnaar streven, zodat het de kerk en de verspreiding van het evangelie ten goede zal komen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat moeten wij nu over deze twee standpunten zeggen? Bijna alle grote predikanten en voorgangers uit de geschiedenis die ik bewonder en die mij in de loop der jaren tot voorbeeld zijn geweest, behoren tot de eerste groep, die gelooft dat tekenen en wonderen alleen voor de tijd van de apostelen waren (Johannes Calvijn, Maarten Luther, John Owen, Jonathan Edwards, George Whitefield, Charles Spurgeon, Benjamin Warfield, en mijn eigen vader). Maar ik ben niet helemaal overtuigd van hun gelijk. Aan de andere kant lijkt er ook sprake te zijn van een unieke situatie die er was ten tijde van de bediening van Jezus en de apostelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat ik hierover kan zeggen, is het volgende. 1) Aan de ene kant moeten wij respect hebben voor de unieke situatie waarin Jezus en de apostelen verkeerden en voor de fundamenten van ons geloof die in het Nieuwe Testament verwoord zijn. 2) Aan de andere kant moeten wij ervoor open staan dat ook onze tijd een uniek moment in de geschiedenis kan zijn. En dat God juist nu als doel kan hebben om Zijn Geest uit te storten ten behoeve van een opwekking van liefde voor Christus, bezieling voor aanbidding en bewogenheid voor verloren mensen en een zendingsbevel waarvan tekenen en wonderen deel uitmaken. Ik houd mijn roer in de wateren van de eeuwige Bijbelse openbaring van God, en ik wil mijn zeilen richten op elke beweging van God’s Geest.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>PagePush</name></author>	</entry>

	</feed>