<?xml version="1.0"?>
<?xml-stylesheet type="text/css" href="http://nl.gospeltranslations.org/w/skins/common/feed.css?239"?>
<rss version="2.0" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
	<channel>
		<title>Bijbelse Boeken en Preken - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
		<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Speciaal:Bijdragen/Kathyyee</link>
		<description>Uit Bijbelse Boeken en Preken</description>
		<language>nl</language>
		<generator>MediaWiki 1.16alpha</generator>
		<lastBuildDate>Fri, 10 Apr 2026 01:52:11 GMT</lastBuildDate>
		<item>
			<title>Elkaar bemoedigen aan het einde der tijden</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Elkaar_bemoedigen_aan_het_einde_der_tijden</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Encouraging Each Other at the End of the Age}}  &amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Hebreeën 10:19-25¹&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;  &amp;lt;blockquote&amp;gt;Broeders en zusters, dankzij het blo...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Encouraging Each Other at the End of the Age}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Hebreeën 10:19-25¹&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Broeders en zusters, dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom het heiligdom binnengaan. 20 Hij heeft voor ons met zijn lichaam, door het voorhangsel heen, een nieuwe, levende weg gebaand, 21 en doet nu als hogepriester dienst in het huis van God. 22 Laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons geweten gereinigd is door de besprenkeling van ons hart, en ons lichaam met zuiver water is gewassen. 23 Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want Hij die de belofte heeft gedaan is trouw. 24 Laten we op elkaar letten en elkaar aansporen tot liefde en goede daden, 25 en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Met deze boodschap wil ik proberen om in u een diep, vreugdevol en overtuigd gevoel op te wekken, dat het beste wat u kunt doen voor uw eigen ziel, in het voordeel van degenen om u heen en voor de glorie van Christus, is onderdeel uitmaken van een kleine groep christenen om samen te bidden en elkaar bij te staan. Honderden van u weten dit al. Dus geniet van de bevestiging van het pad dat u gekozen heeft. Maar anderen onder u zijn mogelijk opgegroeid, thuis of in de kerk, waar het gewoonweg geen onderdeel was van een christen zijn – om regelmatig samen te komen in een kleine groep gelovigen om voor elkaar te bidden, elkaar te sterken en elkaar te helpen groeien in de genade en leer van de Heer. Dus is mijn doel voor u om u bekend te maken met deze normale Christelijke praktijk en een diep, vreugdevol en overtuigd gevoel op te wekken dat dit iets is wat echt goed en handig is om te doen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Een slecht en onjuist denkbeeld&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Laten we beginnen door de pijlers onder een zeer slecht denkbeeld weg te slaan namelijk dat Gods geboden ervoor zorgen dat we ons ellendig voelen. Dat is een slechte voorstelling van zaken – een vals idee – om te denken dat wanneer God iets gebiedt, het beraamd is om ons ongelukkig te maken. Veel te veel mensen denken dat Gods geboden domweg zijn middelen zijn om te laten zien wie hier het voor het zeggen heeft. Geboden staan gelijk aan autoriteit. Punt. Dus het uitvoeren ervan is pure onderwerping aan autoriteit. En dat is alles. Onderwerping en erkenning. Of ongehoorzaamheid en verwerping. Zo denken en voelen teveel mensen als het gaat om de geboden van God. Ik wil beginnen met het wegslaan van de pijlers onder dat slecht denkbeeld.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Gods geboden zijn in ons voordeel&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Hier volgt wat er in de Bijbel staat: Gods geboden zijn voor onze bestwil. Alles wat hij zegt dat we moeten doen, is goed voor ons. God heeft onze diensten niet nodig om zijn positie of capaciteiten te verbeteren. Dus zegt hij niet wat we moeten doen omdat &amp;lt;em&amp;gt;hij&amp;lt;/em&amp;gt; behoeftes heeft maar omdat wij behoeftes hebben. Neem een paar teksten als voorbeeld hiervan:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Deuteronomium 10:12-13: “Israël, bedenk dus dat de HEER, uw God, niets anders van u vraagt dan dat u ontzag voor Hem toont, dat u de weg volgt die Hij u wijst, dat u Hem liefhebt, Hem met hart en ziel dient en zijn geboden en wetten, &amp;lt;em&amp;gt;die ik u vandaag voorhoud&amp;lt;/em&amp;gt;, naleeft&amp;lt;em&amp;gt;; dan zal het u goed gaan&amp;lt;/em&amp;gt;.” Alle geboden van God zijn goed voor u. God kent ons beter dan wij ons zelf kennen. Hij weet wat ons diep van binnen en blijvend blij zal maken. Wij niet. We moeten dat van hem leren. Zijn geboden zijn in ons voordeel.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wanneer we voor het eerst het koninkrijk van God vinden en alle dingen afzweren voor Christus, hoe is dat? Jezus beschrijft dat in Mattheüs 13:44: “Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en &amp;lt;em&amp;gt;in zijn vreugde&amp;lt;/em&amp;gt; verkocht hij alles wat hij had en kocht die akker.” Het schroot van deze wereld afzweren om de gouden en zilveren schat van Christus te krijgen is zo’n enorm goede ruil dat je dit vol vreugde moet doen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Als God ons opdraagt hem te dienen, wat zegt hij dan? Psalm 100:2: “Dien de HEER met vreugde, kom tot Hem met jubelzang.” Hij wil geen sombere dienaars. Zijn gebod is blijdschap.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Hoe zit dat met geven? Als hij ons gebiedt om te geven, wat zegt hij dan? 2 Korintiërs 9:7: “Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.” God wil geen droevige gevers. Zijn gebod is blijdschap.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Hoe zit dat met lijden? Als onze paden voeren door een donker dal, wat zegt hij dan? Mattheüs 5:11-12: “Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel.” Gods plannen voor ons zijn zo overweldigend en eeuwig goed dat onze tijdelijke ellende hier onze vreugde niet zou mogen bederven. Zelfs tijdens problemen is vreugdevol zijn z’n gebod.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Hoe zit dat met smart en verlies? Wat zegt hij over onze smart? 1 Thessalonicenzen 4:13: “Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over degenen die u ontvallen zijn, zodat u niet hoeft te treuren, zoals anderen, die geen hoop hebben.” Ja, er is verdriet in het leven van een christen. Maar niet zonder hoop.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Daarom kan Paulus deze opvallend vreemde en prachte uitspraak doen in 2 Corinthiërs 6:10: “We hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd.” De vreugde van de hoop middenin de ellende stroomt vanuit de toekomst terug in onze harten dankzij het geloof en doordringt onze droefheid zodat we net als Paulus kunnen zeggen: “We hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd.” Dat is wat God wil voor ons. Hij gebiedt ons vreugde. “Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: Wees altijd verheugd” (Filippenzen 4:4).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*En uiteindelijk, wanneer al onze beproevingen doorstaan zijn, wat komt er dan volgens de Bijbel? Jesaja 35:10: “Wie door de HEER bevrijd zijn, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Blijdschap en vreugde komen hun tegemoet, gejammer en verdriet vluchten weg.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Het punt van Gods geboden: vreugde&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dus laten alle pijlers weggeslagen zijn vanonder het verkeerde denkbeeld dat Gods geboden bedoeld zijn om ons somber of verveeld of terneergeslagen te laten zijn. Ze zijn bedoeld voor het tegendeel. Ze zijn voor onze bestwil en God zorgt er ijverig voor dat we onze opperst vreugde in hem en zijn levenswijze vinden. En de reden daarvoor is dat God het meest vereerd wordt door ons als wij uiterst tevreden met hem zijn. Dus hij krijgt de glorie en wij krijgen de vreugde als we zijn geopenbaarde wil opvolgen. Dat is het punt van zijn geboden.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Oudsten en de oproep tot vreugde&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dus als God de oudsten van elke kerk oplegt om te waken over de mensen voor wie ze verantwoordelijk zijn, bedoelde hij het in het voordeel van hen en in het voordeel van de mensen. Zo zegt Paulus bijvoorbeeld in Handelingen 20:28 tegen de oudsten van Efeze: “Zorg voor uzelf en voor &amp;lt;em&amp;gt;de hele kudde&amp;lt;/em&amp;gt; waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld; hoed Gods gemeente, die Hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon.” Als God ons oplegt dit te doen, is het voor onze bestwil. Het is goed voor de oudsten om voor de kudde te zorgen en het is goed voor de kudde om de zorg van de oudsten te ontvangen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Of kijk eens naar 1 Petrus 5:1-3: “Ik doe een beroep op de oudsten onder u …. Hoed de kudde van God waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding. Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld.” Dus God legt ons oudsten op dit te doen. En dat betekent dat het goed voor ons is en goed is voor u.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Oudsten rusten de heiligen toe voor de evangelische dienst&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Een van de manieren waarop de oudsten zorgen voor de kudde, vooral wanneer kerken groter worden dan een paar dozijn, is door de kudde in te delen in kleinere groepen met getrainde leiders waarop de oudsten supervisie hebben. Anders gezegd, de oudsten rusten de heiligen toe voor de evangelische dienst zoals staat in Efeziërs 4:12, en dan zorgen de leden voor elkaar onder toezicht van de oudsten. Dat is de manier waarop we het doen in Bethlehem². Een van onze betaalde oudsten, David Livingston, houdt toezicht op alle kleine evangelisatiegroepen en traint leden om leiders van deze groepen te worden. Dan proberen de oudsten en leiders van kleine groepen om te voorzien in het soort zorg en verantwoordelijkheid die volgens het Nieuwe Testament goed is voor alle gelovigen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Een van de teksten waarin dit zorgpatroon indirect te vinden is, is Hebreeën 10:23-25. Houd bij deze tekst Hebreeën 13:17 in het achterhoofd. Daar staat: “Gehoorzaam uw leiders (oudsten) en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat zij geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen.” Dus de vroege kerk had oudsten en die werden door God opgedragen om te “waken over de levens” van de kerkleden. Ze zullen daarover verantwoording moeten afleggen richting God. De mensen moeten zich schikken naar deze toezicht houdende zorg en de oudsten helpen hun werk met vreugde te doen, niet met zuchten en steunen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;De essentiële plek van kleine samenkomsten&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Wat Hebreeën 10:23-25 nu toevoegt is dat de zorg die de oudsten verstrekken deels gaat via kleine samenkomsten van gelovigen waarin ze elkaar kunnen helpen de hoop niet op te geven en sterk te blijven in de Heer. Vers 24:25: “Laten we op elkaar letten en elkaar aansporen tot liefde en goede daden, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;1) We bemoedigen elkaar&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Let op vier dingen in de verzen 24:25. Ten eerste, God roept ons op elkaar te bemoedigen. Vers 24b: “Laten we elkaar juist bemoedigen.” Gods plan in ons voordeel is dat veel van onze bemoediging afkomstig is van andere christenen die in onze levens het woord van God spreken en voor ons bidden.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;2) We sporen elkaar aan tot liefde en goede daden&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ten tweede, Gods doel is dat deze wederzijdse aansporing ons aanzet tot liefde en goede daden. Vers 24: “Laten we elkaar aansporen tot liefde en goede daden.” Met andere woorden, het doel van de wederzijdse aansporing is niet alleen ten gunste van de groepsleden maar ook voor de wereld. En dat is wederom goed voor ons want Jezus zei: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen” (Handelingen 20:35). Het is als de pot meel en de oliekruik van de weduwe in het verhaal van Elia: des te meer ze gaf, des te meer gaf God. Ze raakten niet leeg (1 Koningen 17:16). Dus bemoedigen we elkaar en sporen elkaar aan lief te hebben.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;3) We komen samen&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;En ten derde, we &amp;lt;em&amp;gt;komen samen&amp;lt;/em&amp;gt; voor deze bemoediging en deze aansporing tot liefde en goede daden. Vers 25: “… in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen.” Deze samenkomst is niet alleen maar de grote bijeenkomst voor de gezamenlijke eredienst zoals we dat doen op zondagmorgen; het is het soort bijeenkomst waarvan de vorm van de evangelische dienst bestaat uit onderlinge verlening van zielzorg. Let op hoe vers 25 vervolgt: “… in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, &amp;lt;em&amp;gt;elkaar juist bemoedigen.&amp;lt;/em&amp;gt;” De samenkomst, in dit geval, is het soort samenkomst dat noodzakelijkerwijs elkaar bemoedigen inhoudt. Dus God zegt ons dat het goed voor ons is om in kleine groepen samen te komen en elkaar evangelische zorg te verlenen. Dat is zijn manier om voor ons te zorgen. Hij roept oudsten op om dit te begeleiden maar het is de kleinere, onderlinge zielzorg van alle leden die het pastorale werk compleet maakt.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;4) Vooral als het einde nadert&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ten vierde, merk op dat deze vorm van samenkomst om elkaar te bemoedigen in kleinere groepen, in toenemende mate aan belang wint al naar gelang het einde nadert. Vers 25 nogmaals: “…in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, &amp;lt;em&amp;gt;en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen&amp;lt;/em&amp;gt;.” Paulus zegt in 2 Timotheüs 3:1: “Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn.” Tijden vol stress, enorme druk, ontbering, duisternis en onheil. Het zal er niet gemakkelijker op worden een christen te zijn. En God vertelt ons wat we nodig hebben om vast te houden aan onze belijdenis van de hoop (v. 23): Kom samen, kom samen, kom samen. En bemoedig elkaar. En spoor elkaar aan tot liefde. Alleenstaande christenen zullen in die dagen vallen bij bosjes.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Gods wil: Meer vreugde&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dus samengevat, Gods geboden zijn altijd goed voor ons. Zijn doel voor ons, zelfs in onze problemen en verdriet, is vreugde in hem. Een van zijn geboden is dat er voor zijn mensen gezorgd wordt door predikanten – oudsten, herders, toezichthouders – en deze mensen zullen zich verantwoorden voor hoe ze gezorgd hebben voor de schapen. Dat is goed voor de oudsten en goed voor de schapen. Gods wegen zijn de wegen van de grootste vreugde. Nog een gebod van hem is dat de oudsten de leden toe moeten rusten om het werk te doen opdat ze elkaar zielzorg kunnen verlenen, en dat ze in kleine groepen samenkomen om elkaar te bemoedigen en aan te sporen tot liefde en goede daden. Dit is Gods goede plan voor u. Geen onderdeel uitmaken van zo’n kleinere evangelische groep is zelfondermijnend. Dat is niet Gods wil voor uw leven. Zijn wil is uw grotere vreugde. En die komt van de voordelen van onderlinge zielzorg in kleinere settingen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Kleinere groepen en spirituele gaven&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Laat me afsluiten met een verwijzing naar het bovennatuurlijk werk van de Heilige Geest in deze kleinere settingen. Wij zijn een kerk die gelooft in de aanwezigheid en kracht van de Heilige Geest om zijn mensen gaven te verlenen in het belang van andere gelovigen. Wij geloven dat het bovennatuurlijk werk van de Heilige Geest ziekten geneest en bevrijdt van de zondige verslaving van de ziel. Het is duidelijk dat God deze genezingen en bevrijdingen toekent via de gaven van andere gelovigen. Ja, God ontmoet zijn kinderen afzonderlijk. Ongetwijfeld. Dat is iets aangenaams. Niemand onder ons die dat koestert, zou dat verkopen voor een miljard dollar. Maar Gods gebruikelijke manier voor het toekennen van bovennatuurlijke genezing en bevrijding is door gaven te verlenen aan andere mensen die ons dan kunnen zegenen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Niet proberen deel uit te maken van zo’n biddende, evangeliserende kleinere gemeenschap is als zeggen tegen God: “Ik weet dat u vaak bovennatuurlijke zegeningen toekent aan uw mensen via de zielzorg van andere mensen maar ik red me wel zonder dat.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Ester-momenten&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Bekijk het eens van de andere zijde. Toen ik de leiders van de kleine groepen afgelopen zondagavond ontmoette en vroeg om ideeën voor deze preek, zei een van hen dat mensen moeten weten dat er regelmatig “Ester-momenten” zijn in de kleine groepen, en dat zij mogelijk de missende Ester zijn. Ter herinnering, Ester werd koningin in de tijd dat Haman probeerde de Joden uit te roeien. Haar verwante Mordechai zei tegen haar: “Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze.”³ En dat was inderdaad het geval. Ze zei tegen Mordechai: “Moet ik omkomen, goed, dan zal ik omkomen.” En ze stapte op de koning af met risico voor haar eigen leven. De Joden werden verlost.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is een voorstelling die plaats kan vinden in kleinere groepen. Verlossing, redding, genezing, begeleiding, troost, verzorging – kunnen allen afhangen van de Ester-momenten in het groepje. Of de Mordechai-momenten. En u kunt deze Ester of Mordechai zijn – of de nog missende Ester of de missende Mordechai.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Mis niet de vreugde&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God houdt van zijn kerk. Al zijn geboden zijn voor onze welzijn en voor onze vreugde. Gods wil voor onze kerk is dat de oudsten de zorg voor de kudde begeleiden. En zijn wil voor onze kerk is dat leden toegerust zijn om elkaar te evangeliseren in kleine groepen. En zijn wil is dat enorme zegeningen door de heiligen stromen naar de heiligen en naar de wereld want we verwaarlozen dit evangelisch werk niet. Er staan Ester-momenten en Mordechai-momenten te gebeuren dit jaar. Ik bid dat u niet ontbreekt aan de ontvangende en de gevende kant van deze momenten.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;em&amp;gt;Noot van de vertaler&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;¹ Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling van 2021 (NBV21)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;² Bethlehem Baptist Church, kerk in Mineapolis&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;³ Ester 4:14&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 03 Sep 2024 15:29:59 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Elkaar_bemoedigen_aan_het_einde_der_tijden</comments>		</item>
		<item>
			<title>Eet niet het brood waarvoor je je hebt afgetobd</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Eet_niet_het_brood_waarvoor_je_je_hebt_afgetobd</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Don't Eat the Bread of Anxious Toil}}  &amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;em&amp;gt;Zomerpsalmen&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;  &amp;lt;p&amp;gt;Zondagavondbericht&amp;lt;/p&amp;gt;  &amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Psalm 127&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;  &amp;lt;p&amp;gt;Overal waar er mensen zijn...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Don't Eat the Bread of Anxious Toil}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;em&amp;gt;Zomerpsalmen&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Zondagavondbericht&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Psalm 127&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Overal waar er mensen zijn met harten die niet vol zitten met zorgen, angst of verbitterde woede maar in de plaats daarvan rust in het hart hebben en een soort vredige ongedwongenheid waarbinnen ze aandacht hebben voor de zorgen van anderen in plaats van verstrikt te zijn in hun eigen – overal waar zulke mensen zijn, gaat de wereld rechtop zitten en opletten. En terecht want naar alle waarschijnlijkheid is er iets van buiten deze wereld aan het werk, iets waarnaar mensen waar dan ook hunkeren – zelfs als ze er niet zeker van zijn wat het is. De wereld zit vol angstige mensen: studenten vrezen dat mensen om hun nieuwe schoenen zullen lachen, maken zich zorgen of ze wel goede cijfers krijgen, zijn zenuwachtig als ze een boekrecensie voor de klas moeten geven; volwassenen denken angstvallig na hoe ze indruk op hun baas kunnen maken, zijn bang een klant te verliezen, zijn bezorgd of ze een verslag op tijd klaar hebben, of hoe ze van een domme investering afkomen, of over een vreemde pijn op de borst. Van tijd tot tijd ligt er op iedereen wel een donkere, grijze, zware deken van deprimerende angstvalligheid die op dat moment alles duister laat lijken en die men niet af lijkt te kunnen werpen. Die ervaring is zo algemeen dat zij die in vrede, vrijheid en vreugde leven, schijnen als sterren in de duisternis. Zij die het pad gevonden hebben om Jezus’ gebod op te volgen: “Vrees niets” … zij zijn het zout der aarde en het licht van de wereld. Ze brengen smaak en zonneschijn naar plaatsen waar de lage, dikke mist van angstvalligheid alles smakeloos en duister heeft gemaakt.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Maak je geen zorgen&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;In het afgelopen jaar heeft voor mij één tekst boven alle andere meer van deze mist weggeblazen dan welke andere ook, en ik heb hem herhaaldelijk gebruikt. Ik kan me herinneren dat ik regelmatig het kantoor uitging om in mijn klassen les te gaan geven over 1 Petrus en Romeinen 9-11, met een stapel boeken en aantekeningen onder mijn arm zeggend: “Vader, tenzij u de klas wat bijbrengt, is mijn hele voorbereiding voor niets.” En ik stelde mijn hart gerust met het goede nieuws dat het uiteindelijk God was die zorgde dat mijn inspanningen succesvol waren of niet.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De tekst is Psalm 127: 1-2. “Als de HEER het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers; als de HEER de stad niet bewaakt, vergeefs doet de wachter zijn ronde. Vergeefs is het dat je vroeg opstaat, je laat te ruste legt, je aftobt voor wat brood – Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.”¹ Ik denk dat het belangrijkste punt van deze drie verzen is: “Eet niet het brood waarvoor je je hebt afgetobd.” Het betekent hetzelfde als wat Jezus bedoelde toen hij zei: “Maak je geen zorgen over wat je zult eten.”² Als we volwassen worden moeten we allemaal werken voor brood op tafel. We kunnen zenuwachtig aan de slag gaan, bezorgd over wat anderen over ons denken – en zo het brood eten van angstvallige arbeid. Of we kunnen werken met een gerust hart, Christus dienend en niet mensen – en zo het brood van de vrede eten. Gods wil voor zijn kinderen, inderdaad het teken of we al dan geen kinderen zijn, is dat we niet het brood van angstvallige arbeid eten.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God heeft geen specifieke regels gegeven over hoe vroeg we moeten opstaan en hoe laat we ’s avonds moeten stoppen. Maar hij geeft het volgende principe voor zijn geliefden aan: Sta niet vroeg op en ga laat rusten uit bezorgdheid, angst of onrust. Als de vreugde van het werken je verleidt 12 uur per dag te werken, dan is dat maar zo. Maar pas op dat u zichzelf niet bedriegt en in feite gedreven wordt door angst of door diens tweelingzus zelfzuchtig streven. Christenen zullen hard werken maar ze zullen meer werken voor de vreugde van al het goede dat hun werk anderen kan brengen dan voor de angst voor wat anderen zullen denken van hun mislukking. Dus&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Wees ijverig terwijl God leidt&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;En eet het brood dat je oogst,&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar maak je geen zorgen over wat je nodig hebt&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;En raak niet in de grip van bezorgdheid.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Vier manieren om zinloos te werken&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is het belangrijkste punt, volgens mij: Gods lievelingen behoren hun werk niet met angst uit te voeren. Dan zie ik naast dit hoofdpunt nog twee redenen gegeven waarom het zinloos, onnodig en verkeerd is dat Gods lievelingen het brood eten waarvoor ze zich hebben afgetobd. De eerste reden wordt gegeven in vers 1: “Als de HEER het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers; als de HEER de stad niet bewaakt, vergeefs doet de wachter zijn ronde.” Wat wordt er bedoeld met vergeefs bouwen en vergeefs de stad bewaken? Hoe kunnen de inspanningen van iemand om voor zichzelf een huis te bouwen, zinloos, leeg en vergeefs zijn? Daar kan ik vier situaties voor bedenken:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;1) Als God niet achter je staat&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ten eerste, als God hem niet steunt bij het bouwen, kan het zijn dat hij het niet voor elkaar krijgt. U herinnert zich natuurlijk de bouwers van de toren van Babel in Genesis 11. Ze bouwden maar God deed niet mee, en dus bouwden ze vergeefs – hij stond hen niet toe het werk af te ronden. Dat is de eerste situatie waarin ons werk vergeefs blijkt te zijn als God er niet achter staat.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;2) Als het gebouw binnen een jaar instort&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De tweede situatie is dat het gebouw in Gods voorzienigheid klaar komt en dan later instort vanwege een slechte fundering. “De dwaze man bouwde zijn huis op zand, en toen de regen neerstroomde en de beken buiten hun oevers traden, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.”³ God moge ons bewaren en ons toestaan te bouwen zonder dat we bewust zijn van zijn geheime ondersteuning; en wanneer onze buikknopen op barsten staan en onze neus in de lucht is, brokkelt het zand af en vallen we om, en hopelijk leren we ervan, voordat het te laat is, dat we vergeefs zwoegen tenzij we bij het bouwen op de Heer vertrouwen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;3) Wanneer je sterft voordat je het in gebruik neemt&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar er is een derde situatie waarin mijn werk zinloos kan zijn. Het project is zonder incidenten tot een goed einde gekomen, het resultaat is degelijk en duurzaam. Maar op de dag van ingebruikname, val ik dood neer vanwege een hartaanval. Salomo was zich zeer bewust van wat hij schreef in Prediker 2:20 en verder:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Vertwijfeling beving me over alles wat ik had verworven en waarvoor ik had gezwoegd onder de zon. Ook al is een mens bij alles wat hij heeft bereikt bekwaam te werk gegaan, met wijsheid en kennis van zaken, hij moet het nalaten aan iemand die er niets voor heeft gedaan. Ook dat is niets dan leegte en een uiterst kwade zaak.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Leven en dood liggen in de hand van de Heer, en niemand van ons kan onze levens ook maar met één el na de ons toegewezen tijd verlengen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar iemand kan opperen dat volgens de psalm ons werk alleen zinloos is als de Heer niet achter ons werk staat maar aan de andere kant er mensen sterven zelfs wanneer de Heer wel achter hun werk staat. Kan het zijn dat die dan ook vergeefs hebben gewerkt, zelfs als ze op de Heer vertrouwden voor steun tijdens het bouwen? Mijn antwoord is natuurlijk Nee want de dood is niet het einde voor Gods geliefden. Wanneer die sterven is het zeker dat ze hun huis, bedrijf of familie niet meenemen maar al hun gezwoeg binnen het vertrouwen op de Heer komt met hen mee en getuigt van hun geloof als ze voor God staan. Zoals Openbaring 14:13 luidt: “Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu sterven in verbondenheid met de Heer.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’” En zoals Paulus schreef in 1 Korintiërs 15:58: “Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat de inspanningen die u voor de Heer verricht, nooit vergeefs zijn.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar voor zij die in dit leven zwoegen zonder op de Heer te vertrouwen, is de derde situatie waarin te zien is dat dit tevergeefs is, dat wanneer de prestatie compleet is en gebruiksklaar, ze kunnen sterven en er niet van kunnen genieten.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;4) Als het een huis vol leed wordt&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De vierde situatie waarin ons werk tevergeefs kan zijn als God er niet achter staat: de woning kan vlot gebouwd zijn; het kan goed zijn en lang meegaan en wij mogen het in Gods’ plan in gebruik nemen en erin wonen om dan te ontdekken dat het huis alleen maar ellende voortbrengt – een gebroken huwelijk, opstandige kinderen, middenin een overvloed aan prullaria op marmeren planken. Leegheid, zinloosheid, ijdelheid omdat God het huis niet heeft gebouwd.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Het lijkt me dat het punt van vers 1 is dat hoe hard je ook werkt om iets te bereiken, de verwerkelijking en de voldoening die het geeft, doorslaggevend afhangt van God. Als we met heel ons hart geen vertrouwen in God hebben maar in de plaats daarvan afgaan op eigen inzicht, dan kunnen we, als hij dat wil, een monument oprichten maar uiteindelijk zal dat een monument van de zinloosheid worden.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ik zei dat vers 1 de eerste van twee redenen is waarom Gods geliefden zich geen zorgen hoeven te maken tijdens hun werk. Hoe brengt het dan ons over onze bezorgdheid heen? Het werkte als volgt voor mij. Toen ik het kantoor uitliep richting de klas, redeneerde ik dat als mijn grootste inspanningen alleen tevergeefs zijn zonder Gods speciale hulp, dan ligt het succes of falen van deze klas uiteindelijk bij hem en niet bij mij. En daarmee viel er van m’n schouders een last waarvoor ik niet was geschapen om die te dragen, namelijk de eindverantwoordelijkheid voor het succes of falen van wat ik ook maar onderneem. Soms borrelt de waarheid daarvan zo in mij omhoog dat ik me zo licht als een vlinder voel. Ik kan de last of deze klas me vandaag wel mag, niet dragen Heer. Ik kan de last of ze me vragen stellen boven mijn vermogen, niet dragen Heer. Ik kan de last van het openen van hun harten voor de leer van uw heerschappij, niet dragen Heer. Die lasten zijn te zwaar! Die zijn voor u! En ik heb ontdekt dat God niet alleen wil maar erop bestaat om de last op zich te nemen, de last van de eindverantwoordelijkheid of al dan niet het huis wordt gebouw en de stad wordt beschermd. En dat is voor mij een belangrijke reden om tijdens mijn werk niet bezorgd te zijn.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;God geeft het zijn lieveling in de slaap&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De tweede reden wordt gegeven in vers 2: Vergeefs is het dat je … je aftobt voor wat brood want “Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.” In sommige vertalingen staat: “Hij geeft zijn lieveling slaap.” Beide zijn mogelijke vertalingen uit het Hebreeuws. De ene houdt in dat God iemand nachtrust geeft, de andere houdt in dat terwijl iemand rust, God in de wereld bezig is om hem te zegenen. Welke past het beste in de context?&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De eerste helft van vers 2 zegt dat het vergeefs is om vroeg op te staan en laat te ruste te gaan, maar hoe moet een eenvoudige bewering dat God slaap verleent iemand ontmoedigen om vroeg op te staan en laat naar bed te gaan? Hij is niet geïnteresseerd in zijn slaap; hij maakt zich zorgen over zijn werk. Maar als Salomo bedoelt, wat ik denk dat hij bedoelt: “God geeft het zijn lieveling in de slaap,” dan is er een enorm sterke prikkel om op te houden met bezorgd zijn en met weinig slapen. Dit is die stimulatie: God kan meer goed doen voor degenen die hem vertrouwen terwijl ze slapen dan dat ze voor zichzelf kunnen doen met angstvallig werk als ze wakker zijn. Kunt u zich een betere reden voorstellen om niet vroeg op te staan, laat naar bed te gaan en het brood te eten waarvoor je je hebt afgetobd?&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Hebt u zich wel eens afgevraagd waarom God ons zo geschapen heeft dat we een derde van ons leven moeten slapen? God had een menselijk wezen kunnen scheppen die altijd fris en uitgerust is en nooit slaap nodig heeft. Waarom heeft hij opgelegd dat slaap onderdeel is van de menselijke beleving? Ik geef u mijn mening. Hij wou de mensheid een algemene waarschuwing geven dat we slechts kinderen zijn en dat we dit moeten erkennen. We zijn zo teer dat we elke dag hulpeloos, buiten bewustzijn, blind en zwak moeten zijn om te kunnen leven. Slaap is een zeer verdeemoedigende ervaring. We zijn nooit zwakker, nooit kinderlijker dan wanneer we slapen vol vertrouwen. En heeft god niet gezegd: “Mijn kracht openbaart zich juist ten volle wanneer iemand zwak is”!&amp;lt;sup&amp;gt;4 &amp;lt;/sup&amp;gt;en: “Als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan.”&amp;lt;sup&amp;gt;5&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Als Gods kracht perfect wordt in onze zwakheid dan mogen we ongetwijfeld deze psalm geloven dat als we onze zorgen aan God overhandigen en onze hoofden vreedzaam te ruste leggen, God ’s nachts met heel zijn kracht bezig is in ons voordeel.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De grootste geloofstest is te geloven dat als we alleen maar het sombere resultaat van een situatie zien en geen licht aan het eind van de tunnel, de almachtige God toch als het ware uit het niets kan en zal zorgen voor verandering van gebeurtenissen of gedrag wat voor een grote zegen zorgt. En dat kan hij doen terwijl we slapen! Pas op dat u zijn werk niet te kort door de bocht interpreteert. Het kan zijn dat het niet is wat u verwacht en mogelijk is hij nog niet klaar. William Cowper&amp;lt;sup&amp;gt;6&amp;lt;/sup&amp;gt; schreef een groot loflied dat me veel geholpen heeft op dit punt.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Beoordeel de Heer niet vanuit de onderbuik&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar vertrouw Hem om Zijn genade,&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Achter een fronsende voorzienigheid&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Verbergt hij een lachend gezicht.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Zijn doelen zullen snel rijpen&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Onthuld elk uur.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De knop mag dan een bittere smaak hebben,&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar de bloem zal zoet zijn. Blind ongeloof zal vast en zeker gaan dwalen&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
En zijn werk vergeefs onderzoeken.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
God is zijn eigen vertolker&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
En hij zal dat duidelijk maken.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ik sluit af met een persoonlijke ervaring. Ik herinner me de tijd een paar jaar geleden waarin ik enkele weken niet in staat was te slapen. Zelfs mijn argumentatie dat het geen zin heeft je zorgen te maken, hield me wakker. De oplossing kwam ten slotte in de vorm van een situatie die ik me elke avond voorstelde.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ik zat in een boot op een ruwe zee en de bemanning werkt als bezeten om de boeg in de wind te houden en alle vracht aan boord te zekeren. Wanneer ik naar beneden het kleine ruim van de boot in klim, slaapt daar Jezus in de kooi. Er lag geen spanning op z’n gezicht en zijn hoofd schudde naar voren en achteren met de deining mee. Ik liep naar hem toe en trok aan zijn schouder: “Jezus, ik kan niet slapen - help me alstublieft.” Langzaam stond hij op, liep naar het einde van de kooi en ging zitten. Hij gebaarde me om te gaan liggen en mijn hoofd in zijn schoot te leggen. Toen zei hij met z’n hand op mijn schouder: “Ik zal vannacht voor je zorgen, wees niet bezorgd. Ik weet zeker dat je klaar bent voor de klas van morgen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ik kan u niet vertellen hoeveel nachten ik in slaap ben gevallen in die houding. Maar dat waren er veel. En ik doe dat nog steeds als de slaap niet wil komen. Want hij geeft het zijn lieveling in de slaap.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dus eet niet het brood waarvoor je je hebt afgetobd want ongeacht hoe hard je werkt om iets te bereiken, God heeft je schouders bevrijd van de eindverantwoordelijkheid voor het succes, en God kan meer goede dingen doen voor zij die hem vertrouwen terwijl ze slapen dan dat ze kunnen doen met angstvallig werk als ze wakker zijn.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Aanvullende teksten:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;1 Kor. 3:7; 15:10; Filippenzen 2:13; 1 Pet. 5:7; 4:19&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Wie is die “lieveling”? Vergelijk Psalm 146:8 (Psalm 32:8, 11); Joh. 16:27&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;1 Koningen 3:3-15 – Salomo’s acceptatie van de belofte in zijn slaap&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Jes. 43:13 – Wat Ik tot stand breng, wie maakt het ongedaan?&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Psalm 60:11; 108:12 – de hulp van de mens is ijdel&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Jer. 46:11 – tevergeefs gebruikte u medicatie&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;em&amp;gt;Noot van de vertaler&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;¹ Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling van 2021 (NBV21)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;² Mattheüs 6:25&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;³ Mattheüs 7:26-27&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;4&amp;lt;/sup&amp;gt; 2 Korintiërs 12:9&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;5&amp;lt;/sup&amp;gt; Mattheüs 18:3&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;6&amp;lt;/sup&amp;gt; Britse dichter (1731 – 1800)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 03 Sep 2024 15:18:43 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Eet_niet_het_brood_waarvoor_je_je_hebt_afgetobd</comments>		</item>
		<item>
			<title>De boodschapper</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_boodschapper</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|The Messenger}}Het alom aanwezig logo dat als raamsticker te vinden is bij vrijwel elke bloemenwinkel in Amerika ter aanduiding van de F.T.D.-dienst (Floral Tel...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|The Messenger}}Het alom aanwezig logo dat als raamsticker te vinden is bij vrijwel elke bloemenwinkel in Amerika ter aanduiding van de F.T.D.-dienst (Floral Telegraph Delivery)&amp;lt;ref&amp;gt;Besteldienst + detaillistenketen + groothandel in bloemen, later “Florists’ Transworld Delivery” genoemd&amp;lt;/ref&amp;gt;, laat de afbeelding zien van de mythologische godheid die Mercurius wordt genoemd bij de Romeinen en Hermes bij de Grieken. Mercurius (of Hermes) wordt afgebeeld met vleugels op zijn helm en vleugels aan zijn voeten. Deze vleugels werden gebruikt voor bovenmenselijke snelheid, een eigenschap nodig voor de godheid die omschreven werd als de “boodschapper der goden.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De term “hermeneutiek” heeft dezelfde wortel die bestaat uit de naam van de Griekse tegenhanger van Mercurius, Hermes. De wortel betreft de levering van een “boodschap.” Als we de Bijbel lezen, geloven we niet dat we er de Olympische wijsheid van Zeus of Jupiter tegenkomen, maar wel het Woord van de Allerhoogste God. De Bijbel is het goddelijk woord of de “boodschap” van God. Het is de boodschap van God omdat het van God is en het van God komt. Het orthodox christendom bevestigt de onfeilbaarheid van de goddelijke boodschap en de inspiratie van de menselijke auteurs die God gebruikte om deze boodschap over te brengen. De profeten en apostelen bedachten de boodschap niet zelf, zij waren slechts de overbrengers van de boodschap of de door God aangewezen boodschappers. (Het is ironisch dat de apostel Paulus ooit onterecht werd aangezien voor Hermes in persona.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het probleem dat we zien bij Bijbelse interpretatie is dat hoewel de boodschap onfeilbaar is en de boodschappers geïnspireerd waren, de ontvangers van de boodschap noch onfeilbaar noch geïnspireerd zijn (tenzij je gelooft in de onfeilbaarheid van de kerk – wat slechts één stap van het probleem oplost). Vroeg of laat bereikt de boodschap ons en wij kunnen de boodschap en de boodschappers verkeerd begrijpen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom hebben wij een wetenschap die hermeneutiek wordt genoemd – om ons bij te staan in het verkrijgen van ''de'' correcte interpretatie van de Bijbelse boodschap. Merk op dat ik zei de correcte interpretatie en niet een correcte interpretatie. Ik gebruikte het bepaald lidwoord in plaats van het onbepaald lidwoord. Mijn aanname is hier dat, hoewel er 1000 toepassingen van een gegeven tekst kunnen zijn, er maar één correcte betekenis is. We zeggen dit omdat we niet geloven dat de Bijbel een wassen neus is, die in elke figuur gevormd kan worden naar de subjectieve grillen van de lezer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De klassieke hermeneutiek zoekt de objectieve betekenis van de Schrift voordat het op de juist wijze toegepast wordt op het gelezen onderwerp. In recente decennia is deze zaak van de objectieve betekenis een grote kwestie geworden onder Bijbelonderzoekers. Momenteel is er een hermeneutische oorlog gaande over dit specifiek punt. Rudolf Bultmann&amp;lt;ref&amp;gt;Duitse theoloog (20 augustus 1884 – 30 juli 1976)&amp;lt;/ref&amp;gt; bijvoorbeeld stelt dat het achterhalen van de objectieve betekenis van de Bijbel niet alleen onmogelijk maar ook onwenselijk is. Hier hebben de invloeden van het existentialisme en subjectivisme het wezen van de Schrift weggenomen, en we weten niet waarheen ze het hebben gebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Reformatie legde de nadruk op het zoeken naar de letterlijke betekenis van de Bijbel. Dat principe wordt vaak totaal verkeerd begrepen. Wat Luther bedoelde met de ''sensus literalis'' (letterlijke betekenis) van de Schrift is dat de Bijbel begrepen en geïnterpreteerd moet worden als literatuur&amp;lt;ref&amp;gt;Letterkundige betekenis&amp;lt;/ref&amp;gt;. Het is een geschreven boodschap die een brede verscheidenheid aan literaire vormen en instrumenten kent. Het bevat historische verhalen, brieven (epistels), gedichten, enz. Het maakt gebruik van personificaties, vergelijkingen, zinspreuken, spreekwoorden, preken, hyperbolen, en dergelijke. De Bijbel “letterlijk” uitleggen betreft het zien van verhalen als verhalen, gedichten als gedichten, leerstukken als leerstukken, spreekwoorden als spreekwoorden, enz. Toepassen van de literaire regels van de dichtkunst op historische verhalen of de regels van de verhaalkunde op gedichten geeft vervorming van de tekstuele betekenis. In dat opzicht moet de Bijbel, hoewel het niet lijkt op enig ander boek gezien zijn inspiratie en goddelijke oorsprong, als elk ander boek gelezen worden. De inspiratie van de Heilige Geest wijzigt een zelfstandig naamwoord niet in een werkwoord of de actieve vorm in de passieve vorm of een aanvoegende wijs in een aantonende wijs. Om verantwoord de Schrift uit te leggen is vereist dat we de basis van grammatica en literaire interpretatie leren beheersen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat de Bijbel vertaald is in een groot aantal talen, is het belangrijk te weten dat geen enkele vertaling exact woord voor woord overeenkomt met de originele Hebreeuwse en Griekse teksten van de Bijbel. Daarom eisen veel dan wel de meeste seminaria een studie van de oorspronkelijke talen van de Bijbel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Bijbel is ook geschreven in een historische context. Het is zinvol voor de serieuze Bijbelstudent om iets te weten over de historische context waarin de Bijbel geschreven is. Dat helpt om ons te weerhouden van de neiging om onze eigen culturele en historische context op de tekst van de Bijbel te projecteren. Wij zijn cultureel, historisch en taalkundig duizenden jaren verwijderd van de oorspronkelijke teksten van de Bijbel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een ander probleem dat we tegenkomen bij het uitleggen van de Bijbel, is een logisch probleem. Zelfs als we de oude talen beheersen op het gebied van vocabulaire en grammatica, en we deskundige studenten worden in de oude historie en cultuur, is dat nog geen garantie dat we de Bijbel accuraat zullen interpreteren. Een van de meest voorkomende oorzaken van misinterpretatie van de Schrift is het maken van valse conclusies uit de tekst. Hiermee wordt bedoeld dat we logische fouten maken en zo zinloze conclusies trekken uit wat we lezen. De basisregels van de logica en logische tekstuele conclusies zijn van vitaal belang voor een correcte interpretatie. We moeten bijvoorbeeld het verschil weten tussen een mogelijke gevolgtrekking en een noodzakelijke gevolgtrekking. Laat ik dat eens toelichten. Had Jezus in Zijn herrezen lichaam het vermogen om dwars door voorwerpen zoals deuren te gaan? Hoe je die vraag beantwoordt kan afhangen van hoe je het belang opvat van de in de Bijbel genoemde verschijning van Jezus voor Zijn discipelen in de bovenzaal waar ze bijeen waren gekomen. Volgens dat verhaal was de deur gesloten “uit angst voor de Joden.”&amp;lt;ref&amp;gt;Johannes 20:19&amp;lt;/ref&amp;gt; Was het doel van de toevoeging van dit detail over de deur opzet van de auteur om ons iets duidelijk te maken over de staat van Jezus’ herrezen lichaam of was het om de aandacht te leggen op de staat van de discipelen (angst) op het moment van Jezus’ verschijning? De Bijbel vermeldt niet expliciet dat Jezus door de gesloten deur liep. Er staat slechts dat Hij verscheen in hun midden. De tekst kan suggereren dat Jezus door een vast voorwerp ging maar benoemt dat niet expliciet. Dat Hij door vaste voorwerpen ging is een mogelijke gevolgtrekking uit de tekst maar niet een noodzakelijke.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is maar één voorbeeld uit een heleboel teksten die gebruikt worden om theologieën of gevolgtrekkingen samen te stellen die of eventueel mogelijk zijn of helemaal niet kloppen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit zijn enkele van de redenen waarom de behoedzame Bijbelstudent zorgvuldig zal zijn in het gebruiken van goede toelichtingen die ons regelmatig helpen te vermijden dat onze persoonlijke neigingen de tekst verdraaien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ultimatieve verklaarder van de Bijbel is de Bijbel zelf. De basisregel in de Bijbelse hermeneutiek is de “geloofsregel” dat de Schrift zichzelf verklaart. We mogen nooit de Geest van God beledigen door de Schrift zo uit te leggen dat geweld wordt gedaan aan wat de Schrift zegt op andere plekken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Noot van de vertaler''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 01 Apr 2022 03:07:58 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:De_boodschapper</comments>		</item>
		<item>
			<title>Het in praktijk brengen van afsterving</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Het_in_praktijk_brengen_van_afsterving</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|The Practice of Mortification}}De nasleep van een discussie kan de manier waarop we later het belang ervan inschatten veranderen.  Mijn vriend – een jongere d...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|The Practice of Mortification}}De nasleep van een discussie kan de manier waarop we later het belang ervan inschatten veranderen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn vriend – een jongere dominee – ging bij me zitten aan het einde van een conferentie in zijn kerk en zei: “Voordat we de avond beëindigen, neem me eens mee door de stappen die nodig zijn om iemand die z’n zonden wil laten afsterven, te ondersteunen.” We zaten er nog wat langer over te praten en gingen toen naar bed, hopelijk voelde hij zich net zo gezegend als mij na onze discussie. Ik vraag me nog steeds af of hij me zijn vraag stelde als dominee of puur voor zichzelf – of beide.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe kun je zijn vraag het beste beantwoorden? Het eerste om te doen is: Raadpleeg de Schriften. Ja, wend je tot John Owen&amp;lt;ref&amp;gt;Britse theoloog, 17e eeuw&amp;lt;/ref&amp;gt; (da’s nooit een slecht idee!), of tot een andere al dan niet overleden raadgever. Maar bedenk dat we niet overgeleverd zijn aan alleen maar goede menselijke bronnen op dit gebied. We moeten leren uit “de mond van God” zodat de principes die we leren toepassen zowel de autoriteit van God als de belofte van God in zich dragen, opdat ze werken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verschillende passages komen ter bestudering in de gedachten op: Romeinen 8:13, Romeinen 13:8-14 (tekst van St. Augustinus), 2 Corinthiërs 6:14-7:1, Efeziërs 4:17-5:21, Colossenzen 3:1-17, 1 Petrus 4:1-11, 1 Johannes 2:28-3:11&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling van 2021 (NBV21)&amp;lt;/ref&amp;gt;. Opvallend genoeg bevatten slechts twee van deze passages termen als ‘sterven’ of ‘gestorven’. Net zo opvallend is dat de context van deze passages breder is dan de aansporing om de zonde te laten afsterven. Zoals we zullen zien is dit een constatering die van uitermate belang zal blijken te zijn. Van deze passages is Colossenzen 3:1-17 waarschijnlijk het beste startpunt voor ons.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier heb je vrij jonge Christenen. Ze hadden een geweldige ervaring van bekering van het heidendom tot Christus. Zij zijn een glorieus nieuwe en verlossende wereld van genade binnen gegaan. Misschien – als we tussen de regels mogen lezen – voelden ze zich een poos alsof ze bevrijd waren van niet alleen de straf voor de zonde maar bijna ook van haar invloed – zo prachtig was hun nieuwe vrijheid. Maar dan steekt natuurlijk de zonde haar lelijke kop weer op. “Alvast” genade beleefd hebbende, ontdekken ze nu het pijnlijke “nog niet” tijdens de lopende heiliging. Komt bekend voor!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tenzij Colossenzen veel kennis en inzicht van de evangelische principes bood, liepen ze nu een enorm risico in onze evangelische subcultuur van snel lapwerk voor lange termijn kwesties! Precies op dit punt kunnen jonge Christenen een gemakkelijk prooi zijn voor valse leermeesters met nieuwe beloftes van een hoger spiritueel leven. Dat was wat Paulus vreesde (Col. 2:8, 16). Heiligheid voortbrengende methodes waren toen in zwang (Col. 2:21-22) – en ze leken diep spiritueel te zijn, precies iets voor serieuze jonge gelovigen. Maar in feite heeft het “geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging” (Col. 2:23). Niet de nieuwe methodes maar alleen het inzicht in de werking van het evangelie kan zorgen voor een adequate basis en normen om met zonde af te rekenen. Dat is het thema binnen Colossenzen 3:1-17.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus geeft ons die normen en het routine dat we nodig hebben. Zoals Olympische verspringers zullen we geen succes hebben tenzij we teruggaan van het punt van actie naar een punt waarvan we energie kunnen winnen voor de grote inspanning om met zonde af te rekenen. Hoe leert Paulus ons dit te doen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst onderstreept Paulus hoe belangrijk het voor ons is om vertrouwd te raken met onze nieuwe identiteit in Christus (3:1-4). Hoe vaak gebeurt het wel niet dat als we spiritueel falen we klagen dat we vergeten waren wie we werkelijk zijn – van Christus. We hebben een nieuwe identiteit. We zijn niet langer “in Adam” maar “in Christus”, niet langer werelds maar spiritueel, niet langer overheerst door de oude schepping maar leven in de nieuwe (Rom. 5:12-21, 8:9, 2 Cor. 5:17). Paulus neemt de tijd om dit uiteen te zetten. We zijn gestorven met Christus (Col. 3:3, we zijn zelfs met Hem begraven 2:12), we zijn met Hem tot leven gewekt (3:1) en ons leven ligt verborgen met Hem (3:3). Inderdaad, we zijn zó met Christus verenigd dat Christus niet in luister zal verschijnen zonder ons (3:4).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Falen om met het verschijnsel zonde om te gaan, kan vaak worden teruggeleid naar spiritueel geheugenverlies, het vergeten van onze nieuwe, ware identiteit. Als gelovige ben ik iemand die bevrijd is van de overheersing der zonde en die daardoor vrij en gemotiveerd is om te vechten tegen de restanten van het leger der zonden in mijn hart.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Principe nummer één is dan: Ken, berust in, denk volgens en handel naar uw nieuwe identiteit – u bent in Christus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede, Paulus gaat door om de werking van de zonde op alle terreinen van onze levens te laten zien (Col. 3:5-11). Als we op Bijbelse wijze met zonde moeten afrekenen, moeten we niet de fout maken dat we onze aanval kunnen beperken tot één punt van falen in ons leven. Alle zonden moeten aangepakt worden. Dus Paulus gaat volgordelijk door de manifestaties van de zonde in het privéleven (v. 5), het alledaags sociaal leven (v. 8) en het leven in de kerkgemeenschap (verzen 9-11; “elkaar,” “dan,” wil zeggen, in de kerkgemeenschap). De uitdaging in afsterving is verwant aan de uitdaging van een dieet (dat op zich een soort afsterving is!): als we eenmaal beginnen, ontdekken we dat er allerlei redenen zijn waarom we overgewicht hebben. We worden echt met onszelf geconfronteerd, niet slechts met calorieën tellen. Ik ben het probleem, niet die zak chips! Zonden af laten sterven betekent een omslag van het leven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde, wat Paulus laat zien, geeft ons een praktische richtsnoer hoe zonde te laten afsterven. Soms lijkt het of Paulus ons aanspoort (“Laat dus … afsterven” 3:5) zonder “praktische” hulp te geven op onze “hoe dan?”-vragen. Tegenwoordig gaan Christenen vaak naar Paulus om te weten wat te doen en daarna naar de plaatselijke Christelijke boekwinkel om te ontdekken hoe dat te doen! Waarom deze tweedeling? Waarschijnlijk omdat we niet lang genoeg blijven hangen bij wat Paulus zegt. We laten ons denken niet grondig genoeg in de Schriften afdalen. Want, typisch, steeds als Paulus met een aansporing komt, laat hij deze vergezellen met hints over hoe we die in praktijk moeten brengen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is hier zeker het geval. Kijk eens hoe deze passage ons helpt om onze “hoe dan?”-vragen te beantwoorden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Leer om zonde te erkennen voor wat zij echt is. Noem het beestje bij de naam – noem het “seksueel immoreel” en niet “ik werd een beetje verleid”, noem het “onkuisheid” en niet “ik heb wat moeite met m’n denkwereld”, noem het “kwaadaardig verlangen, wat afgoderij is” en niet “ik denk dat ik mijn prioriteiten een beetje anders moet stellen.” Dat patroon zit in dit hele hoofdstuk. Wat is dit een krachtige ontmaskering van zelfbedrog – en het helpt ons bij de ontmaskering van zonde die in de verborgen hoeken van onze harten schuilt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Herken zonde voor wat uw zonde echt is in Gods bijzijn. “Want om deze dingen treft Gods toorn degenen die Hem ongehoorzaam zijn” (3:6). De meesters van het spiritueel leven spraken van het brengen van onze lusten (trappend en schreeuwend of wat ze ook maar doen) naar het kruis, naar een toornige Christus. Mijn zonde leidt – niet naar blijvende vreugde – maar naar heilige goddelijke wrevel. Herken het ware karakter van uw zonde in het licht van haar bestraffing. We denken te gemakkelijk dat zonden minder ernstig zijn bij Christenen dan bij niet-gelovigen. “Ze zijn toch vergeven?” Niet als we ermee door gaan (1 Johannes 3:9)! Betracht zonde met een hemelse blik en voel de schaamte van dat waardoor u u ooit liet leiden (Col. 3:7; zie ook Rom. 6:21).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Herken de onsamenhangendheid van uw zonde. U legt de “oude mens” af en trekt de “nieuwe mens” aan (3:9-10). U bent niet langer de “oude mens.” De identiteit die u had “in Adam” is verdwenen. “Immers, we weten dat ons oude bestaan [oude mens] met Hem [Christus] gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn” (Rom. 6:6). Nieuwe mensen leven nieuwe levens. Alles minder dan dat is een tegenspraak van wie ik ben “in Christus.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Laat wat aards is afsterven (Col. 3:5). Zo “eenvoudig” is dat. Weiger het, honger het uit en wijs het af. Je kunt zonde niet laten “afsterven” zonder de pijn van het doden. Er is geen ander weg!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar let eens op hoe Paulus dit in een zeer belangrijke bredere context plaatst. De negatieve taak om zonde te laten afsterven, zal niet afgerond zijn zonder de positieve oproep van het evangelie om u te “omkleden” met de Heer Jezus Christus (Rom. 13:14). Paulus zet dit nader uiteen in Colossenzen 3:12-17. Ons huis reinigen zorgt er alleen maar voor dat we open staan voor nog een invasie van zonden. Maar als we het “glorieuze uitwissel”-principe van het evangelie der genade doorgronden, beginnen we echte vooruitgang in heiligheid te maken. Zondige verlangens en gewoontes worden niet alleen afgewezen maar vervangen door christelijke gunsten (3:12) en daden (3:13). Omdat we gekleed zijn in Christus’ karakter en Zijn gunsten door liefde bijeen worden gehouden (v. 14), niet alleen in onze privélevens maar ook in de kerkgemeenschap (vv. 12-16), zijn Christus’ naam en glorie gevestigd en vereerd zowel in ons als om ons heen (3:17).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit zijn enkele van de dingen die mijn vriend en ik die herinneringswaardige avond bespraken. We hadden daarna geen gelegenheid meer om elkaar te vragen “Hoe gaat het met je?” want het was ons laatste gesprek. Hij stierf enkele maanden daarna. Ik heb me vaak afgevraagd hoe de tussenliggende maanden in zijn leven waren verlopen. Maar de serieuze persoonlijke en pastorale betrokkenheid in zijn vraag hangt nog steeds in mijn hoofd. Die hebben een vergelijkbaar effect als die Charles Simeon&amp;lt;ref&amp;gt;Britse predikant, 18e en 19e eeuw&amp;lt;/ref&amp;gt; beweerde te voelen via de ogen van zijn zeer bewonderd portret van de grote Henry Martyn&amp;lt;ref&amp;gt;Zendeling, 18e en 19e eeuw&amp;lt;/ref&amp;gt;:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Handel niet lichtvaardig!”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 14 Mar 2022 02:28:52 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Het_in_praktijk_brengen_van_afsterving</comments>		</item>
		<item>
			<title>Waarom God ons vertelt dat hij verheugd is in Zijn kinderen</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Waarom_God_ons_vertelt_dat_hij_verheugd_is_in_Zijn_kinderen</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Why God Tells Us He Delights in His Children}}  Het is niet de vraag of God verheugd is in zijn kinderen. Dat is hij. De vraag is tweeledig: Eén, wat van ons b...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Why God Tells Us He Delights in His Children}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is niet de vraag of God verheugd is in zijn kinderen. Dat is hij. De vraag is tweeledig: Eén, wat van ons bezorgt hem vreugde? En twee, waarom vertelt hij ons dat hij zich in ons verheugt? Welk effect wil hij dat het heeft? (Als ik “God” zeg, bedoel ik alles wat God voor ons is in Christus. Bedoel ik de drie-enige, Christelijke God.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk eerst eens naar enkele van de teksten die gaan over Gods genoegen in zijn mensen en zijn lof voor hen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Zefanja 3:17, “De HEER, je God, zal in je midden zijn, ''Hij is de held die je bevrijdt, Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou''.”&amp;lt;ref&amp;gt;Tenzij anders vermeld zijn Bijbelteksten geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling van 2021 (NBV21)&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Psalm 147:11, “''Vreugde vindt de HEER in wie Hem eren en in wie hopen op zijn liefde en trouw''.”&lt;br /&gt;
*1 Petrus 1:6-7, “Verheugt u [over deze redding], ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en ''zo verwerft u lof, eer en roem'' wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.”&lt;br /&gt;
*Romeinen 2:29, “Jood zijn is iets innerlijks en de besnijdenis is die van het hart. Het is het werk van de Geest, niet van een geschreven regel. ''En de lof die men ermee oogst, komt niet van mensen maar van God''.”&lt;br /&gt;
*1 Korintiërs 4:5, “Houd dus op met oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat er in de harten van mensen omgaat. ''En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt''.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ter beantwoording van onze bovenstaande vragen moeten we ook de waarheid zien dat God ons opdraagt ons over hem te verheugen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Psalm 37:4, “''Zoek je geluk bij de HEER'', Hij zal geven wat je hart verlangt.”&lt;br /&gt;
*Filippenzen 4:4, “''Laat de Heer uw vreugde blijven''; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd.”&lt;br /&gt;
*Romeinen 5:2, “Dankzij Hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en mogen we ons ''laten voorstaan op de hoop om in zijn luister te delen''.”&lt;br /&gt;
*Psalm 43:4, “Dan zal ik naderen tot het altaar van God, ''tot God, mijn hoogste vreugde''.”&lt;br /&gt;
*Psalm 70:5, “Wie bij U hun geluk zoeken zullen ''lachen en vrolijk zijn'', wie van U hun redding verwachten zullen steeds weer zeggen: ‘God is groot!’ ”&lt;br /&gt;
*Psalm 63:4, “Uw goedertierenheid is immers beter dan het leven; daarom zullen mijn lippen U prijzen.”&amp;lt;ref&amp;gt;Herziene Statenvertaling (HSV)&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let op: Die laatste twee teksten laten iets cruciaals zien. De ene zegt als je houdt van Gods redding, zeg je niet gewoon, “Gods redding is groot!” Je zegt, “''God'' is groot!” En als je de goedertierenheid van God ervaart, zeg je niet gewoon, “Mijn lippen zullen uw goedertierenheid prijzen.” Je zegt vooral, “Mijn lippen zullen ''U'' prijzen!” Anders gezegd, in al deze teksten is de opdracht om je te verheugen in God zelf, en alle andere zegeningen die we mogen genieten, moeten ons leiden naar God zelf als onze ultieme en volledige tevredenstelling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus, als reactie op onze eerste vraag is mijn antwoord: ''De kern is: dat wat God verheugt in ons is dat wij verheugd zijn in hem.''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een manier om dat goed te begrijpen is het noemen wat vanzelfsprekend is: God stemt in met wat ''rechtvaardig'' is. Hij verheugt zich in ons denken over, voelen van en doen van het rechtvaardige. Dus moeten we ons afvragen, Wat is, als het puntje bij het paaltje komt, rechtvaardig? Wat maakt iets “rechtvaardig”? Mijn antwoord is: “Rechtvaardigheid” is ''denken, voelen en handelen op een manier die in de juiste verhouding die waarde uitdrukt van wat het meest waardevol is.'' Rechtvaardigheid is denken, voelen en handelen dat voortvloeit uit een correct beeld van de hoogste waarde van God. Het is waarlijk zien van, gepast genieten van en consequent handelen naar het oneindig woord van God. Dus we doen wat rechtvaardig is als we de waarheid van Gods waarde ''begrijpen'' zoals het is, het ''aanvoelen'' in verhouding tot zijn universele heerschappij, en ''handelen'' op manieren die Gods hoogste waarde tot uitdrukking brengen. Dat is wat “rechtvaardig” betekent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus als we zeggen God verheugt zich in ons denken over, voelen van en doen van het rechtvaardige, bedoelen we dat hij zich verheugt als wij genieten van ''zijn'' hoogste waarde, deze zien en laten zien. God waardeert onze waardering voor hem. God geniet ervan dat wij van hem genieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu is de tweede vraag die we hierboven stelden: waarom vertelt hij ons dat? Moeten we blij zijn om het te horen? Ja, we zouden blij moeten zijn dat te horen? Maar waarom? Wat is het fundament van onze blijheid over het horen ervan? Het is mogelijk om het te horen en er blij om te zijn dat je het hoort, op een manier die fataal is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De juiste reden om er blij over te zijn dat God zich verheugt in onze vreugde in hem is omdat ''het bevestigt dat onze vreugde in God oprecht is''. Dat fixeert onze blik meer vastberaden op hem en geeft onze vreugde in zijn schoonheid meer diepgang. Maar er is een desastreuse manier om te reageren op Gods lof voor ons. Wat als we Gods lof horen en afgeleid worden van onze vreugde in God naar vreugde over hoe God zich in ons verheugt? Wat als we zijn lof horen als een prikkel voor waar we echt van genieten, namelijk zeer gewaardeerd worden? Wat als het eindresultaat is dat wat ons blij maakt, niet God zelf is maar Gods aandacht, Gods lofprijzing? Als dat het eindresultaat is zijn we niet verheugd in God maar gebruiken we de vreugde in God alleen maar om geprezen te worden. Dat zou schokkend zijn. Als Gods vreugde in ons ons brengt naar ervan genieten bewonderd te worden, zullen we ophouden juist dat te doen wat God verheugt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De leer dat God zich verheugt in ons is zeer gevaarlijk. Dat is waar. En zeer gevaarlijk. De reden waarom het zo gevaarlijk is, is dat we gevallen zijn en de belangrijkste vreugde van ons gevallen karakter is niet seks maar zelfverheerlijking. Ons zondig karakter houdt ervan bewonderd te worden voor wat we zijn en wat we gedaan hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het geneesmiddel hiervoor is niet van God de aanbidder maken en dan denken dat alles goed is. Alles zou wel eens niet goed kunnen zijn maar dodelijk. Al Gods lof voor ons zal ons goed doen als we het horen als een bevestiging voor onze oprecht vreugde in hem. Gods lof voor onze vreugde in hem is bedoeld om ons te helpen ons te blijven verheugen in God en door niets te worden afgeleid. God verbiedt het dat zijn lof voor onze vreugde in hem ons wegleidt van het genieten van hem naar ervan genieten door hem geprezen te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begrijp me goed. We houden er ''echt'' van om door God geprezen te worden. Maar niet op de manier waarop een vleselijke geest dat wil. Gods lof is niet de basis van onze vreugde. We moeten ons niet door zijn aanbidding laten afleiden van datgene wat hij prijst – namelijk, onze vreugde in hem. ''Wij genieten ervan om door God aanbeden te worden omdat het onze focus op hem bevestigt en vergroot, in plaats van dat het ons van hem wegleidt''. Zelfs zijn genadige instemming met onze imperfecte vreugde in hem, geeft hem nog meer innerlijke schoonheid. Moge zij die de woorden horen, “Goed gedaan, goede en trouwe dienaar,” zeggen, “Groot en genadig is onze God!”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verband tussen wat ik hier heb gezegd en de leer van de vrijspraak door het geloof is dat God naar zijn kinderen kijkt door de lens van Christus’ toegerekende rechtvaardigheid. Dat houdt twee dingen in: Het ene is dat God ons telt als perfect in Christus. Het andere is dat hij ons nog in de ''praktijk'' kan zien worden wat we ''in de positie'' van Christus al zijn. De lens van toerekening stelt onze onaantastbare goede verhouding met God veilig. Het garandeert ook Gods vreugde in onze imperfecte vreugde in hem. Dat wil zeggen, hoewel we gerekend worden als perfect rechtvaardig in Christus, God onze zonden en de vrucht van de Geest in ons leven nog kan zien. Daarom kan hij zich in meer of mindere mate in ons verheugen. Dat weten wij want hij erkent ons als perfect rechtvaardig (Romeinen 4:4-6) en daarnaast wijst hij ons terecht wegens de zonden in onze levens (1 Korintiërs 11:32). Dus Gods vreugde in onze vreugde in hem varieert in verhouding tot de affecties van onze harten, maar is alleen mogelijk omdat God de perfecte rechtvaardigheid van Christus aan ons toerekent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verlangend om met u onophoudelijk verheugd te zijn in God,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Predikant John&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Noot van de vertaler''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 25 Feb 2022 01:15:22 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Waarom_God_ons_vertelt_dat_hij_verheugd_is_in_Zijn_kinderen</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van het ongeloof van de moedeloosheid</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_moedeloosheid</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Battling the Unbelief of Despondency}}  &amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Psalm 73:21-26'''&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/bl...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling the Unbelief of Despondency}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Psalm 73:21-26'''&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zolang ik verbitterd was,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
gekwetst van binnen, dom en dwaas,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
was ik bij u als een redeloos dier. Maar nu weet ik mij altijd bij u,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
u houdt mij aan de hand en leidt mij volgens uw plan.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dan neemt u mij weg, met eer bekleed. Wie buiten u heb ik in de hemel?&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Naast u wens ik geen ander op aarde. Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
nu en altijd.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''(Het volgende is een tekstweergave van de geluidsopname van de preek)''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik verzoek u zich een paar minuten te richten op vers 26 -“ Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam” – want dat is de definitie van moedeloosheid waarmee ik met u wil gaan werken. Ziet u de drie delen van deze kleine zinsnede “al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam”?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Mijn lichaam” – dit betekent dat er bij moedeloosheid een fysieke component komt kijken. Of niet dan? Het lichaam verzwakt, er is sprake van uitputting, er is lusteloosheid en lamlendigheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede, “mijn hart” – wat duidt op een emotionele, spirituele dimensie van moedeloosheid. Onze harten zijn ontmoedigd, terneergeslagen, somber en opgebrand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde, “bezwijken en vergaan”. Deze woorden betekenen ten einde komen, opraken, uitgeput raken. Het is alsof het leven een container is met daarin water dat je nodig hebt ter verfrissing. En iemand trekt de stop aan de onderkant eruit zodat het er allemaal uitstroomt. En dit woord in het Hebreeuws (Kalla) betekent ten einde komen, opgebruikt zijn, kracht missen om problemen of het leven aan te kunnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Is zonde de bron van moedeloosheid?'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vraag is nu of ongeloof de wortel is waardoor men moedeloosheid ervaart? En met de tien minuten die ik hier mag prediken breng ik veel over. Het antwoord is ja en nee.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anders gezegd, het is niet eenvoudig. Maar ik zal een eenvoudige zin nemen, eentje die uit de Schrift komt, omdat we duidelijke en eenvoudige zaken nodig hebben om mee te leven. Hier is de zin waarvan ik denk dat deze eenvoudig en waar is: Ongeloof is de wortel van het zwichten voor moedeloosheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik sla de kwestie over waar moedeloosheid door wordt veroorzaakt want die is zeer complex. Waar het ook door komt, ongeloof is de wortel voor er vrede mee hebben, er voor zwichten, er geen spiritueel conflict van maken om het te bestrijden, het nalaten om de wapenrusting van God aan te trekken, enzovoort. Nu wil ik dit kort toelichten door te kijken naar de Psalmen en dan naar Jezus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''“de rots …”'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Psalm 73:26 bevat deze waarheid: “Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam.” Letterlijk nu is het “bezwijkt” en niet “al bezwijkt”. Er zit geen “al” in dit Hebreeuws werkwoord. Het is gewoon “Mijn hart bezwijkt en mijn lichaam vergaat. Ik ben teleurgesteld, moedeloos, ik ben ten einde raad.” En dan komt de spirituele tegenaanval in het volgend zinsdeel: “de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus hier is die man. De kurk is uit de onderkant van zijn leven getrokken. Zijn hart en zijn lichaam zijn min of meer uitgeput, en hij zegt – mogelijk met zijn laatste ademtocht – “de rots (of de kracht) van mijn zwak, vergankelijk bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn punt dat ik hier maak, is dat waar moedeloosheid ook door wordt veroorzaakt, ongeloof betreft dat niet refereert aan God. Het is ongeloof dat zich niet verzet. Het is ongeloof dat niet het geloof als schild en de Geest als zwaard neemt, en dat niet vecht. Zoveel kunnen we volgens mij duidelijk uit de Schrift opmaken. “Mijn lichaam is geraakt, mijn hart staat bijna stil, en ik zal niet bezwijken voor wat dan ook. Ik zal vertrouwen op God al heeft mijn kracht me verlaten.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Psalm 19:8: “De wet van de HEER is volmaakt: levenskracht voor de mens.” Het woord van God is gegeven om mensen in levenskracht te voorzien. De zielen van Gods kinderen moeten herstellen en herstart worden. Dat betekent dat moedeloosheid komt en het Woord van God is gegeven om dit te herstellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Satan vs. de Zoon van God'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we naar Jezus gaan. Kijk met mij naar Mattheüs 26:36 en verder. Ik wil dat we een paar minuten bij Jezus zijn in Getsemane. We hebben net het laatste avondmaal genoten. Een paar uur later is Jezus in Getsemane en wat daar gebeurt, is waarschijnlijk de grootste spirituele strijd die ooit in een mensenziel plaats vond of ooit overtroffen zal worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Satan is ongetwijfeld dichterbij gekomen. U herinnert zich dat er staat nadat Jezus in de wildernis op de proef was gesteld: “Hij ging voor een tijd bij hem vandaan.” Tot wanneer denkt u? Tot dit moment denk ik. En hij is niet slechts dichterbij gekomen. Ik wed dat hij de sterkste leden van zijn verdorven leger allemaal bijeen heeft gebracht. U kunt er zeker van zijn dat de brandende pijlen die Paulus noemde in Efeziërs 6, in salvo’s vlogen richting de ziel van de Zoon van God toen hij daar knielde worstelend om trouw te blijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk naar vers 36:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden.’ Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden, zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd.’&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat gebeurt hier nu, waarom is Jezus zo verontrust, angstig en bedroefd?&lt;br /&gt;
Johannes 12:27 luidt: “Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen.” Deze tekst nu, vertelt volgens mij welk karakter de verzoeking had. Satan vuurde salvo na salvo de geest van Jezus Christus in. Gedachten afkomstig van Satan kwamen in hem op, gedachten zoals “Dit is een doodlopende weg. Golgotha is slechts een zwart gat. Het gaat pijn doen zoals het nog nooit eerder een mens pijn heeft gedaan, en die vlegels zijn het niet waard, enzovoort.” Deze waren afkomstig van Satans verdorven hart en gingen de geest van de Zoon van God binnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Satan wil in Jezus een geest van moedeloosheid teweegbrengen, die bij uitblijven van verzet uitmondt in overgave en zegt: “Dit gaat niet werken, het heeft geen zin om door te blijven gaan.” Nu wil ik dat we een minuutje nadenken over deze strijd en dat vergelijken met de discipelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Laat uw harten niet vol zorgen zijn'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus is een zondenvrije man. Volgens Hebreeën 4:15 en 2 Korintiërs 5:20 beging hij nooit een zonde, noch in gedachten, emoties of daden. Hij was zondenvrij. Dat betekent dat de emotionele onrust die hij op dat moment ervoer, een passende reactie was op het soort extreme verzoekingen die hij onderging. De duivelse gedachte dat Golgotha een zwart gat van zinloosheid, leegheid en doelloosheid is, is zo afschuwelijk dat het wel een schrikreactie moet opleveren, een shock, in de ziel van de Zoon van God alsook in de uwe en de mijne.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is vergelijkbaar met een bom. Satan gooit bommen op de vredige zee van onze levens. En als het een atoombom is dan, zodra deze explodeert, is er een enorme schokgolf die treft voordat de dodelijke straling de levens van de mensen begint te beheersen. Dat is iets in Jezus’ leven wat ik geen zonde zou noemen. De schokgolf van een satanische verzoeking dat de dood van de Zoon van God zinloos zou zijn, is zo krachtig dat het hem overspoelt, hem tegen de grond slaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verbazende is nu dat de verontrusting ook bij de discipelen optrad. Maar Jezus zegt tegen de discipelen: “Wees niet ongerust.” Johannes 14:1: “Maar vertrouw op God en op mij.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of Johannes 14:27: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.” Toen ik dat gisteren las, zei ik tegen mezelf: “Wacht eens even. Dit moet ik uitzoeken. Ik zeg dat de zondeloze Zoon van God verontrust kan zijn maar hijzelf zegt tegen de discipelen dat ze niet ongerust hoeven te zijn.” Het is alsof Satan deze bom laat vallen, dezelfde bom, middenin de belevenissen van Jezus en de discipelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ze dreigden moedeloos te worden omdat Jezus weg ging en ze kregen de indruk dat ze maar weer moesten gaan vissen. Er is hier geen Koninkrijk. Dit is een zinloze zaak. Er is niets goeds gebeurd en nu is onze beste vriend en, dachten we, Heer weggegaan. En Jezus zegt: “Nee, wees niet ongerust,” terwijl hijzelf verontrust was.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is dat een tegenstelling? Is het okay voor Jezus om verontrust te zijn en niet okay voor de discipelen om verontrust te zijn? Ik denk niet dat dit met elkaar in tegenspraak is. Hier is hoe ik deze twee samen zie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wat betreft de discipelen zegt Jezus: “Als de bom valt in jullie levens en Satan kleurt de schokgolf van deze gebeurtenis met zwarte hopeloosheid, bezwijk dan niet. Geloof.” Anders gezegd, hij zegt tegen hen: “Ga in de tegenaanval, laat uw harten niet verontrust worden, val aan, geloof in God, geloof ook in mij.” Hij zegt niet dat deze eerst schokgolf die je neer kan slaan of de stop uit je leven kan trekken, er niet zal zijn. Hij zegt: “Ga in de tegenaanval, geloof, neem mijn vrede, luister naar wat ik gezegd heb, kijk naar het woord van God. Ik zal jullie de levensweg laten zien.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten aanzien van Jezus, niemand anders dan de Zoon van God wist beter dat als hij niet onmiddellijk de schokgolf van Satans duivelse verzoeking zou pareren met een tegenaanval, het met hem gedaan zou zijn. En ter afsluiting wil ik dat we eens goed gaan kijken hoe Jezus reageerde op zijn verontruste ziel en de satanische aanval op zijn vrede met God. Hier is het – in vijf stappen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bestrijd ongeloof zoals Christus'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als ik deze vijf stappen benoem in Mattheüs 26:37 en verder, wil ik dat u in gedachten vasthoudt wat uw rust het meest bedreigt, wat het vaakst in uw leven terneergeslagenheid of gevoelens van ontmoediging veroorzaakt. Welke granaat gooit Satan het vaakst uw leven binnen? En dan, als ik deze vijf stappen benoem, die de Heer Jezus nam toen de bom op zijn leven viel, wil ik dat u ze meteen naar uw ervaringen vertaalt want ze zijn stuk voor stuk belangrijk. Okay? Het zijn er vijf.&lt;br /&gt;
#Jezus koos een paar hechte vrienden uit om bij hem te zijn. Vers 37: “Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee.” Dus hij trok zich niet terug. Hij nam zijn directe sociale kring, zijn meest waardevolle en betrouwbare vrienden, en trok met hen op.&lt;br /&gt;
#Hij opende zijn ziel voor hen. Vers 38: “Zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd.’” Ik kan me voorstellen dat hun monden open gingen van verbazing, hun Koning bekent zijn zwakheid. Hij opende zijn ziel voor hen.&lt;br /&gt;
#Hij vroeg hun hulp in de spirituele strijd. Vers 38, tweede deel: “Blijf hier met mij waken.” In een andere tekst staat: “Bid.” En elders staat: “Dat jullie niet in beproeving komen; blijf hier en strijd met mij. Strijd met mij.”&lt;br /&gt;
#In gebed luchtte hij zijn hart tegenover de Vader. Vers 39: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan!” Het is niet verkeerd om te bidden dat de bom die op uw leven is gegooid, weg wordt genomen. Dat is ontzettend goed. Wat Satan ook op u afvuurt, het is goed om te zeggen: “Neem het weg Vader. U bent sterker dan hem.”&lt;br /&gt;
#Maar uiteindelijk vertrouwde hij zijn ziel toe aan de soevereine wijsheid van God. Tweede helft van vers 39: “Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is nu de les. Wanneer Satan een bom gooit op de vrede in uw leven, is de emotionele reactie op de eerste schokgolven niet persé zonde. Wat wel zonde is, is niet doen wat Jezus deed toen de bom viel in het Hof van Getsemane. Zonde is bezwijken voor depressie. Zonde is niet de wapenrusting van God te nemen. Zonde is niet deelnemen aan spirituele strijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar Jezus toont onze een andere weg. Die is niet zonder pijn maar is ook niet passief. En ik wil dat wij hem daarin volgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een beeld en een plan'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me ter afsluiting alles nog even resumeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vind vrienden de u vertrouwt. Wie zijn zij? Wie vormen uw directe sociale kring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Open uw ziel voor hen.&lt;br /&gt;
#Vraag hen om met u te strijden, de oorlog met u te voeren, u te steunen, met u te waken en met u te bidden.&lt;br /&gt;
#Lucht uw hart bij de Vader.&lt;br /&gt;
#En berust in de soevereiniteit van zijn wijsheid, kome wat moge komen. “De rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met dit beeld voor ogen sluit ik af. Houd het vast in uw gedachten. De les van Jezus’ leven en de les van de Psalmen is deze: elke grot waarin u bent – ronddwalend, de rotsen voelend, struikelend, lopend, uw hoofd stotend – elke grot waarin u bent, is een tunnel die uitmondt in glorie. Het komt uit op een dag als vandaag in de Hemel, met een stralende zon, groen gras, en kabbelend water – zolang je maar niet blijft zitten in die grot en de kaars van het geloof uitblaast.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 18:49:12 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_moedeloosheid</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van het ongeloof van de ongeduld</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_ongeduld</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Battling the Unbelief of Impatience}}  &amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Jesaja 30:1-5'''&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/bloc...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling the Unbelief of Impatience}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Jesaja 30:1-5'''&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Wee jullie, koppige kinderen – spreekt de HEER -,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
die plannen uitvoeren tegen mijn wil,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
verdragen sluiten tegen mijn zin&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
en zo zonde op zonde stapelen;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
die zonder mij te raadplegen&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
op weg gaan naar Egypte,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
om te schuilen in de vesting van de farao&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
en bescherming te zoeken in de schaduw van Egypte.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;De vesting van de farao zal jullie schande brengen,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
de bescherming van Egyptes schaduw smaad.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Al gaan jullie leiders naar Soan,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
al komen jullie gezanten tot in Chanes,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
ze bereiken er helemaal niets,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
want dat volk heeft niets te bieden.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het brengt hun geen hulp of voordeel,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
maar slechts schande, spot en hoon.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Op Gods plek, in Gods tempo'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ongeduld is een vorm van ongeloof. Het is wat we beginnen te voelen als we de wijsheid van Gods timing of de kwaliteit van zijn raad beginnen te betwijfelen. Het komt op in onze harten als de weg naar succes modderig wordt of bezaaid licht met rotsblokken of geblokkeerd is door een paar omgevallen bomen. De strijd tegen ongeduld kan een kleine woordenwisseling zijn over de lange rij voor de kassa. Of kan een grote strijd zijn tegen een handicap of ziekte of omstandigheid die de helft van je dromen kapot maakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tegendeel van ongeduld is niet eventjes wat frustratie negeren. Het tegendeel van ongeduld is een verdiepende en vormende, kalme bereidheid om hetzij te wachten op God op de plek van gehoorzaamheid, dan wel voort te gaan in het tempo dat hij toestaat op de weg van gehoorzaamheid – wachten op zijn plek of gaan in zijn tempo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De strijd tegen ongeloof'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als het pad dat u vandaag wou bewandelen of uw hele levenspad is geblokkeerd of een verlaagd snelheidslimiet kent, verleidt het ongeloof van de ongeduld u in twee richtingen deels afhankelijk van uw persoonlijkheid en deels van omstandigheden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Aan de ene kant verleidt het u tot opgave, eruit stappen. Als er frustraties, weerstand en moeilijkheden zijn, wil ik er niets van weten. Ik geef deze baan op, ontwijk de uitdaging, voedt dat kind niet op, blijf niet in dit huwelijk of in dit leven. Dat is één manier waarop het ongeloof van de ongeduld u verleidt. Geef op.&lt;br /&gt;
#Aan de andere kant verleidt ongeduld u tot het maken van ondoordachte tegenzetten tegen de obstakels op uw weg. Het verleidt u om onstuimig, haastig, impulsief of roekeloos te zijn. Als u uw auto niet keert en huiswaarts rijdt, neemt u overhaast een verkeerd aanbevolen omleiding om het maar te winnen van het systeem.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op welke wijze u ook tegen ongeduld moet strijden, in hoofdzaak is het een strijd tegen ongeloof en daarom is het niet alleen maar een kwestie van persoonlijkheid. De kwestie draait erom of u volgens het geloof leeft en de belofte van eeuwig leven erft. Luister naar deze verzen om aan te voelen hoe belangrijk deze strijd is:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Lucas 21:19 – “Red je leven door standvastigheid! [geduld]”&lt;br /&gt;
*Romeinen 2:7 – “Aan wie het goede doet en daarin volhardt [geduld heeft], aan wie glorie, eer en onsterfelijkheid zoekt, schenkt hij het eeuwige leven.”&lt;br /&gt;
*Hebreeën 6:12 – “Opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.”²&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geduld tijdens de opvolging van de wil van God is niet een optionele deugd in het Christelijk leven. En de reden dat het dat niet is, komt doordat geloof niet een optionele deugd is. Geduld tijdens goede daden is de vrucht van het geloof. En ongeduld is de vrucht van het ongeloof. Dus de strijd tegen ongeduld is een strijd tegen ongeloof. Daarom is het belangrijkste wapen het Woord van God, in het bijzonder zijn beloftes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe de psalmist streed tegen ongeduld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voordat we kijken naar Jesaja 30 wil ik dat u deze relatie tussen de belofte van God en het geduld van de gelover in Psalm 130:5 ziet. Hoe strijdt de psalmist tegen het ongeduld in zijn hart?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Ik verwacht de HEERE,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
mijn ziel verwacht Hem&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
en ik hoop op Zijn woord.&amp;lt;ref&amp;gt;Herziene Statenvertaling (HSV)&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Uitzien naar de Heer” is een oudtestamentische manier om het tegendeel van ongeduld te beschrijven. Uitzien naar de Heer is het tegendeel van voor de Heer aanrennen of van de Heer afzien. Het is op de aangewezen plek blijven als hij zegt dat je moet blijven, of het is gaan in het aangewezen tempo als hij zegt dat je moet gaan. Het is niet onstuimig en het is niet wanhopig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe bewaart nu de psalmist zijn geduld als hij wacht tot de Heer hem laat zien hoe het verder gaat? Vers 5 luidt: “Ik verwacht de HEERE, mijn ziel verwacht Hem en IK HOOP OP ZIJN WOORD.” De kracht waarmee je je geduld bewaart is hoop, en de bron van hoop is het Woord van God. “Ik hoop op Zijn woord!” En hoop is in wezen de toekomstig tijd van geloof. In Hebreeën: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat er voor ons in Psalm 130:5 staat is een duidelijk voorbeeld dat ongeduld bestrijden bestaat uit je hoop (of geloof) te vestigen op God, en de manier waarop je je hoop vestigt op God is door te luisteren naar zijn Woord, vooral naar zijn beloftes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als je de neiging hebt om niet kalm op God te wachten totdat hij je laat zien wat je volgende stap is – al je geneigd bent om hem op te geven of voor hem aan te gaan – realiseer je dan alsjeblieft dat dit een moment is van grote spirituele strijd. Neem de Geest als zwaard, Gods woorden (Efeziërs 6:17), en hanteer zo’n prachtige belofte tegen die vijand, ongeduld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De onstuimige kant van ongeduld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat ons naar een voorbeeld van Israël kijken toen het dat niet deed. In de dagen van Jesaja werd Israël bedreigd door vijanden zoals de Assyriërs. In die tijd zond God de profeet met zijn woord om Israël te vertellen hoe hij wou dat ze reageerden op deze bedreiging. Maar op een keer werd Israël ongeduldig over Gods timing. Het gevaar was te dichtbij. De kans op succes was te klein. Jesaja 30:1-2 beschrijft wat Israël in zijn ongeduld deed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Wee jullie, koppige kinderen – spreekt de HEER -, die plannen uitvoeren tegen mijn wil, verdragen sluiten tegen mijn zin en zo zonde op zonde stapelen; die zonder mij te raadplegen op weg gaan naar Egypte, om te schuilen in de vesting van de farao en bescherming te zoeken in de schaduw van Egypte.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het tegendeel van wachten op de Heer. Israël werd ongeduldig. God had hen niet tijdig behoed voor hun vijand of op de manier waarop ze hadden gehoopt, en het geduld raakte op. Ze zonden een hulpvraag naar Egypte. Ze maakten een plan en een verdrag, maar die waren niet van God. De sleutelwoorden staan in vers 2: “die ZONDER MIJ TE RAADPLEGEN op weg gaan naar Egypte.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is een perfect voorbeeld van de onstuimige kant van ongeduld. Op deze wijze zondigen velen van ons dagelijks: vooruitlopend met onze eigen plannen zonder te stoppen om de Heer te raadplegen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De waarschuwing van de Heer'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Heer geeft in vers 3 een waarschuwing: “De vesting van de farao [de koning van Egypte!] zal jullie schande brengen, de bescherming van Egyptes schaduw smaad.” Met andere woorden, je ongeduld zal op jezelf terugvallen. Egypte zal jullie niet beschermen; het zal jullie schande brengen. Jullie ongeduld zal jullie smaad worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is bedoeld als een waarschuwing voor ons allen. Als ons pad geblokkeerd is en de Heer zegt dat je moet wachten, kunnen we het best op hem vertrouwen en wachten want als we op de zaak vooruit gaan lopen zonder overleg met hem, zullen onze plannen waarschijnlijk niet zijn plannen zijn en ons eerder schande dan glorie brengen. (Zie Jesaja 50:10-11 en de kwestie van Abraham en Hagar op dit zelfde punt.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wat moet er in de plaats daarvan gedaan worden?'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat had Israël moeten doen? Wat moeten wij doen als we ons ingeperkt en gefrustreerd voelen door obstakels? Het antwoord wordt gegeven in vers 15 en vers 18.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Dit zei God, de HEER, de Heilige van Israël: ‘In rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.’ Maar jullie wilden niet. En toch wacht de HEER op het ogenblik dat hij jullie genadig kan zijn; toch zal hij zich oprichten om zich over jullie te ontfermen. Want de HEER is een God van recht. Gelukkig de mens die op hem wacht.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier hebben we deze morgen twee grote beloftes die je een sterke prikkel zouden moeten geven om het ongeloof van de ongeduld te overwinnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 15: “In geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.” Anders gesteld, als je berust op God, als je naar hem kijkt in plaats van dat je naar Egypte ijlt, dan zal hij je de kracht geven, die je nodig hebt om geduldig te zijn en de spanningen ter plekke aan te kunnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dan vers 18: “Gelukkig de mens die op hem wacht.” God belooft dat als je geduldig wacht op zijn raad en hulp, in plaats van vooruit te stormen “zonder hem te raadplegen”, zal hij je gelukkig maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Preken voor uw eigen ziel'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is de manier waarop u het ongeloof van de ongeduld bestrijdt. U houdt een preek voor uw eigen ziel met waarschuwingen en beloftes. U zegt, Kijk wat Israël overkwam toen ze ongeduldig handelden en naar Egypte gingen voor hulp in plaats van te wachten op God. Het bracht hen schande en smaad. En dan zeg je tegen je ziel: maar kijk wat God ons belooft als we op hem berusten, kalm en vol vertrouwen zijn. Hij zal ons sterk maken en ons redden. Hij zegt dat hij ons gelukkig maakt als we geduldig op hem wachten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarna zou u de belofte uit Jesaja 49:23 kunnen gebruiken,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Dan zul je erkennen dat ik de HEER ben, die niet beschaamt wie op hem hopen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan Jesaja 64:4,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Geen oog zag ooit een god buiten u, die opkomt voor wie op hem wacht.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En tot slot 40:31,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kortom, u bestrijdt het ongeloof van de ongeduld door de beloftes van God te gebruiken om uw hart ervan te overtuigen dat Gods timing en Gods raad en Gods soevereiniteit deze frustrerende, beklemmende en onproductieve situatie weten te meesteren en er iets van maken dat eeuwige waarde heeft. Er zal een zegening zijn, kracht en gerechtigheid, en een opstijging met vleugels als van een adelaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Charles Simeons verdraagzaamheid van ongeduld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me afsluiten met een illustrerend voorbeeld van een man die leefde en stierf in succesvolle strijd tegen het ongeloof van de ongeduld. Zijn naam was Charles Simeon. Hij was predikant van de Anglicaanse kerk van 1782 tot 1836 in de Trinity Church te Cambridge. Hij werd tegen de wil van de mensen door een bisschop aan zijn kerk toegewezen. Ze stelden zich niet tegen hem op omdat hij een slechte predikant was maar omdat hij een evangelist was – hij geloofde de Bijbel en riep op tot bekering, zaligheid en wereldmissies.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twaalf jaar lang weigerden de mensen om hem de preek op de zondagmiddag te laten houden. In die tijd boycotten ze de zondagmorgendienst en sloten ze de kerkbanken af zodat er niemand op kon zitten. Hij preekte 12 jaar voor mensen in de gangpaden! Hoe hield hij dat vol?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In deze toestand zag ik geen andere remedie dan geloof en geduld. [Zie hier het verband tussen geloof en geduld!] De passage uit de Schrift, die mijn gedachten bezig hield was deze: “Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken.”&amp;lt;ref&amp;gt;2 Timoteüs 2:24&amp;lt;/ref&amp;gt; [Let op: Het wapen in de strijd voor geloof en geduld was het Woord!] Het deed inderdaad pijn om te zien dat de kerk, op de gangpaden na, bijna geheel verlaten was. Maar ik dacht, als God de bezoekende kerkgemeente dubbel zou zegenen, er alles bij elkaar evenveel goeds gedaan zou zijn als wanneer de gemeente verdubbeld zou zijn en de zegeningen beperkt werden tot de helft. Dat was elke keer een troost voor me want zonder zo’n reflectie zou ik bezwijken onder de last. (''Charles Simeon'', door H.C.G. Moule&amp;lt;ref&amp;gt;Handley Carr Glyn Moule, Anglicaanse bisschop (1841-1920)&amp;lt;/ref&amp;gt;, p. 39)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe kwam hij aan de zekerheid dat als hij het pad van geduld zou volgen, er een zegening op zijn werk zou rusten, die de frustratie van de afgesloten kerkbanken ongedaan zou maken? Hij heeft dat, ongetwijfeld, uit teksten als Jesaja 30:18: “Gelukkig de mens die op hem wacht.” Het Woord overwon ongeloof en geloof overwon ongeduld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vijfenveertig jaar later stierf hij. Het was oktober 1836. De weken sleepten zich voort zoals dat ook ging bij veel van onze stervende heiligen in Bethelhem.&amp;lt;ref&amp;gt;Bethlehem Baptist Church in Minnesota&amp;lt;/ref&amp;gt; Ik heb geleerd dat de strijd tegen ongeduld zeer intensief kan zijn op het sterfbed. Op 21 oktober hoorden de aanwezigen bij zijn bed hem de volgende woorden langzaam en met lange pauzes zeggen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oneindige wijsheid heeft alles gepland met oneindige liefde; en oneindige kracht maakt het me mogelijk – om op deze liefde te berusten. Ik ben in de handen van een geliefde Vader – alles is veilig. Als ik naar Hem kijk, zie ik niets anders dan trouw – en onveranderlijkheid – en waarheid; en ik heb de zoetste vrede – meer vrede kan ik niet hebben. (''Charles Simeon'', p. 172)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De reden waarom Simeon op deze manier kon sterven, komt omdat hij zichzelf 54 jaar lang trainde om de Schrift erbij te pakken en de oneindige wijsheid, liefde en kracht van God te nemen en te gebruiken om het ongeloof van de ongeduld te overwinnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom dring ik er in de woorden van Hebreeën 6:12 bij u op aan: “Wees navolgers van” Charles Simeon en van allen “die door geloof en geduld de beloften beërven.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
******&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk ter verdere studie naar de verbinding tussen geloof/hoop en geduld in Romeinen 8:25; 12:12; I Thessalonicenzen 1:3; Hebreeën 6:12, 15; Jakobus 1:3; Openbaring 13:10. Zie voor andere teksten over geduld Psalm 37:9; Klaagliederen 3:25-27; Lucas 8:15; Romeinen 5:3; 1 Korintiërs 13:4; Galaten 5:5, 22; Efeziërs 4:1-2; Colossenzen 1:11; 1 Thessalonicenzen 5:14; Jakobus 5:7-11; Job 1:21; Lucas 2:25, 38; 2 Timotheüs 3:10. Voor Gods geduld zie 2 Petrus 3:9; Romeinen 2:4; 9:22; 1 Timotheüs 1:16; 1 Petrus 3:20.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 18:31:10 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_ongeduld</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van het ongeloof van de afgunst</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_afgunst</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling the Unbelief of Envy}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Psalm 37:1-7&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Erger je niet aan slechte mensen,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
wees niet jaloers op wie kwaad doen,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij verdorren snel als gras,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij verwelken als het jonge groen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Vertrouw op de HEER en doe het goede,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
bewoon het land en leef er veilig.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zoek je geluk bij de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
hij zal geven wat je hart verlangt.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Leg je leven in de handen van de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen:&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
het recht zal dagen als het morgenlicht,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gerechtigheid stralen als de middagzon.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Blijf kalm en wacht op de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
erger je niet aan wie slaagt in het leven,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan wie met listen te werk gaat.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(''Het volgende is een tekstweergave van de geluidsopname'')&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een definitie van afgunst'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een van de barrières voor betrokkenheid met andere mensen is afgunst voor hen voelen. We gaan vanavond praten over het vechten tegen het ongeloof van de afgunst. Laten we dat definiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen ik vanmiddag afgunst analyseerde – en ik mijn gedachten toetste aan Webster’s woordenboek – vielen twee dingen op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Afgunst bevat een element van verlangen. Iemand heeft in zijn leven een voordeel of profijt, en jij wilt dat ook hebben. Dat maakt je niet persé afgunstig want dit soort verlangen is oké als je de neiging hebt om vrome mensen na te bootsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Het ander element – en die maakt afgunst tot iets wat slecht is – is dat het verlangen is getint met de verbittering dat het goed gaat voor die ander maar niet voor jou. Dat maakt het tot afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In één zin gevat is afgunst een mengsel van verlangen naar iets en de verbittering dat een ander er van geniet maar jij niet. De dingen lopen niet zo lekker voor je maar bij hen gaat het voor de wind, en dat knaagt af en toe aan je. Waarom gaat het bij die persoon allemaal als van een leien dakje terwijl het bij mij niet lekker loopt?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gelegenheden voor afgunst zijn er in overvloed'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het volgende wat ik vanmiddag deed was dit proberen te onderbouwen. Ik probeerde enkele voorbeelden van afgunst te vinden in mijn eigen leven, in mijn fantasie en in de levens van andere mensen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat zijn voorbeelden van afgunst? Kijk eens of u zichzelf herkent in de volgende situaties:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik dacht aan Mr. Dukakis en Mr. Bush&amp;lt;ref&amp;gt;Michael Dukakis en George W. Bush als kandidaten tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988&amp;lt;/ref&amp;gt;, en ik dacht dat dit een gelegenheid voor afgunst zou kunnen zijn. Als een man een jaar van zijn leven, heel veel geld, en heel veel inspanningen wijdt aan de strijd om het presidentschap maar eindigt als verliezende partij – zelfs als hij denkt de betere kandidaat te zijn, en denkt zowel een beter beleid als een betere running mate te hebben – denk ik dat het heel gemakkelijk kan zijn dat hij ’s nachts wakker ligt en van binnen kookt omdat het niet zo uitwerkte als hij hoopte. Hij kan het gevoel hebben veel tijd en energie besteed te hebben maar niets bereikt te hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of wat als uw vriend gaat trouwen en u vindt zelf maar geen huwelijkspartner. U kent deze vriend misschien al een lange tijd, en nu gaat deze persoon trouwen en u niet. U zou zich een beetje verbitterd kunnen voelen omdat het hem of haar overkwam maar u nog niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of laten we zeggen dat u een kind hebt, dat chronisch ziek is terwijl de andere families om u heen altijd gezond lijken te zijn. U zou kunnen denken, mijn kind is altijd ziek. Mijn kind is week in week uit ziek en heeft buitengewone problemen, maar die andere families, die niet beter zijn dan die van ons, daar gaat het altijd goed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of wat als u tweede klas bent in uw schoolsportteam. Alles wat u doet is de reservebank warm houden terwijl die eerste klas-vent, ook al is hij een eigenwijze, de hele tijd mag spelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of stel dat u een vriend hebt die meedoet aan de loterij. Het zijn echte schoften maar zij winnen een miljoen dollar. U zou kunnen denken dat u dat geld meer verdient dan uw vriend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of u bent een predikant en u ziet andere kerken groeien terwijl de uwe schommelt tussen helemaal geen groei en slechts minimale groei. U zou kunnen denken dat het zo niet zou moeten zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of u denkt misschien dat anderen er veel beter uitzien of modieuzer zijn dan u. God gaf u uw uiterlijk maar hoe gemakkelijk is het om door het leven te gaan, anderen te zien die veel knapper lijken, en zich afgunstig te voelen richting hen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een verbod en een waarschuwing tegen afgunst'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn zeer veel gelegenheden voor afgunst. Het vormt een algemene bedreiging voor onze vreugde en onze zorg voor andere mensen. Wat ik nu wil gaan doen, is het bekijken van een verbodstekst uit de Schrift, kijken naar de gevolgen als je eraan toegeeft, en dan praten over hoe er tegen te vechten. En gezien onze tijd neem ik die eerste twee vrijwel meteen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Namelijk, ik neem aan dat u het met mij eens bent dat in de Bijbel staat: “Wees niet jaloers”. Mag dat ons uitgangspunt zijn? Ik heb hier vier teksten. Psalmen 37:1, Spreuken 23:17, Galaten 5:26, I Petrus 2:1. In alle staat: “Wees niet jaloers”. Dus het is niet Bijbels om afgunstig te zijn. Het is tegen de wil van God als je toegeeft aan afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan zouden we het over waarschuwingen kunnen hebben. Laat ons hier kijken naar een passage. Galaten 5:21 hoort bij deze passage over de eigen begeerten en wat de Geest verlangt, en een van de eigen begeerten is afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Galaten 5:19 – “Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie” – wat, trouwens, volgens mij een soort afgunst is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik probeerde te bedenken of ik niet een preek over jaloersheid zou moeten geven? Daar dacht ik laatst in augustus over na. En nadat ik peinsde en peinsde concludeerde ik dat jaloersheid een soort afgunst is. Wat ik bedoel is dat jaloersheid afgunst is die zich direct richt op iemand anders wanneer die affectie krijgt die je zelf zou willen hebben. Je bent jaloers op een ander als die liefdevolle aandacht krijgt van iemand en je denkt dat jij die zou moeten krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat kan iets zeer heilzaams zijn. God is jaloers vanwege liefde die eigenlijk hem zou moeten toekomen. En een man of een vrouw zullen met recht jaloers moeten zijn als ze zien dat er zich een slechte relatie ontwikkelt tussen hun huwelijkspartner en een derde persoon. Maar er bestaat ook een ongezonde jaloersheid. De reden dat ik hier niet dieper op inga is dat alles wat ik over afgunst zal zeggen ook van toepassing is op jaloersheid want die is een subcategorie van afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, ''afgunst''” – daar staat het aan het begin van vers 21 – “bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daar is nu die waarschuwing. Dit is een echt serieus ding. Alles waar ik deze herfst over preek is een serieuze zaak. Anders gezegd, als u deze ongelovige status van afgunst de overhand geeft, kan het uw leven overnemen en er voor zorgen dat uw geloof schipbreuk oploopt en uzelf uiteindelijk ook.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Bestrijd afgunst zoals Koning David&amp;lt;ref&amp;gt;Koning David schreef Psalm 37&amp;lt;/ref&amp;gt; dat deed'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed. We hebben gezien wat het is, we hebben gezien dat de Bijbel het verwerpt, en we hebben gezien dat het negatieve gevolgen heeft als je er voorgoed aan toegeeft. Laten we het nu hebben hoe het te bestrijden. Dat is het grote probleem, en Psalm 37 is de plek waar we zullen beginnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is een geweldige psalm voor de discussie over het bestrijden van afgunst want het begint met de hoofdstelling “Wees niet jaloers.” Daarna tel ik in de eerste 11 verzen zes concrete redenen waarom niet jaloers te zijn. Wat ik vanavond probeer te doen is u een voorbeeld te geven hoe te strijden in de strijd van het geloof tijdens uw rituelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u ’s morgens wakker wordt en een gevoel van afgunst in u voelt jegens iemand op het werk, een familielid of wie dan ook, en u zegt: “Dat zou er niet moeten zijn. Wat kan ik er aan doen?”, is dit wat u doet. U neemt de Bijbel, knielt neer in gebed, en begint te lezen. U kijkt naar de Bijbelse beloftes die afgunst verwerpen. Maar om dit te doen, moet u in de eerste plaats beseffen dat afgunst een soort ongeloof is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we eens kijken naar Psalm 37:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Erger je niet aan slechte mensen, wees niet jaloers op wie kwaad doen.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is ‘m dus. De basisstelling: wees niet jaloers op wie kwaad doen of erger je niet aan hen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan geeft vers 3 volgens mij aan wat we in de plaats daarvan zouden moeten doen. Dat is het tegendeel van afgunst:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Vertrouw op de HEER en doe het goede.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En de volgende zin zou een gebod of belofte kunnen zijn. Beide, denk ik. In de NBV staat:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Bewoon het land en leef er veilig.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het zou “leef er veilig” kunnen zijn maar letterlijk vertaald is het “voed u met trouw.” Hoe dan ook, ik denk dat Gods trouw wordt bedoeld, en dus is het idee van veiligheid terecht en goed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Zoek je geluk bij de HEER, hij zal geven wat je hart verlangt.” “Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op hem.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let eens op deze positieve dingen die je in je emoties geacht wordt in de plaats te stellen van afgunst. “Vertrouw” (vers 3), “Zoek je geluk” (vers 4), “Leg je leven in de handen van” (vers 5), en weer “vertrouw” in de tweede helft van vers 5. De reden dat ik Psalm 37 koos voor vanavond is dat het laat zien dat afgunst ongeloof is of haar wortels in ongeloof heeft. En het tegendeel van afgunst, zoals we zien, is geloof, of vertrouwen, of geluk in God, of je zorgen op de Heer afwentelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu hoop ik dat het duidelijk is dat als we afgunstig beginnen te worden – als we naar iemand kijken en het ons stoort dat zij iets hebben en wij niet – en we daardoor beginnen onze vrede en tevredenheid in God te verliezen, draait het om het geloof. Oké? Dat is het punt tot nu toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Zes redenen in psalm 37 waarom geloven beter is'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De andere reden dat deze psalm zo goed is, is omdat hij zoveel redenen geeft waarom we niet ongelovig moeten zijn. Hij vertelt ons waarom we de rust en het vertrouwen moeten hebben dat God er voor ons is. Hij vertelt ons dat hij werkt op een wijze waarin, ook al lijkt het of iets voor hen beter gaat, dingen voor ons geweldig goed zullen gaan. Laten we er eens naar kijken. Ik heb zes redenen opgeschreven, die ik in dit hoofdstuk zie, waarom we niet in de greep van het ongeloof van de afgunst hoeven te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Vers 2: “Zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen.” Dus als u afgunstig begint te worden op een slecht mens, zoals die schoft die maar liefst een miljoen dollar won, dan zegt God: “Wacht eens even. Je wilt niet in zijn schoenen staan. Hij zal verdorren als gras, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid” (1 Johannes 2:17). Dit is dus argument nummer één.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het wordt herhaald in vers 9: “Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.” En in vers 10: “Nog even, en verdwenen is de zondaar.” Daarom, de eerste reden dat u afgunst niet de overhand moet geven als u het voelt jegens een ongelovige of iemand die onrechtvaardig is, is de gedachte: “Wacht eens even, God heeft in zijn woord gezegd dat deze persoon zal verwelken als een bloem – heel snel. Ze zullen verdwenen zijn en aan wie zal dan de voorspoed toevallen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vers 3: “Bewoon het land en leef er veilig,” of, “voed u met (graas) trouw.” In andere woorden, dat is de beloning voor het vertrouwen op God. Vertrouw op de Heer en doe goed, dan zul je grazen in een groen land. Je verlangens zullen worden vervuld, en dat brengt ons bij de volgende.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Vers 4: “Zoek je geluk bij de HEER” (ofwel “Vertrouw op de HEER,”), “hij zal geven wat je hart verlangt.” Dat is een verbluffende belofte want afgunst komt meestal op als je niet hebt wat je hart verlangt. Je ziet iemand die iets heeft waarvan je wou dat jij het hebt, en je ziet dat dit verlangen in dit leven niet vervult is. Dus de beste manier om te strijden is door naar deze belofte te gaan en te zeggen: “Heer, u heeft met mij een verbond gesloten in vers 4. U zegt dat als ik mijn geluk bij u zoek, u mij zal geven wat mijn hart verlangt. Dus zoek ik mijn geluk bij u.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is een essentiële stap: voldoende vertrouwen op God zodat u berust op wie hij voor u is. Dat kan ook een diepgaand effect hebben op het soort verlangens die vervult moeten worden voordat u tevreden bent. Maar alle verlangens die u heeft, zullen uiteindelijk vervult zijn. Dat is de kern van die verbazingwekkende beloftes in Romeinen 8:32 (“Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?”) of in 1 Korintiërs 3:21-23 (“Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God”). De Bijbel doet verbijsterende beloftes voor mensen die liever hun geluk bij de HEER zoeken dan in spullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4) Verzen 5 en 6: “Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon.” Ik kan me herinneren hoe enkele jaren geleden Steve en Susan Roy aan de overkant van ons woonden op Elliott Avenue. Steve had net ontslag genomen bij InterVarsity. Hij had nergens meer een functie. We wisten niet of hij aangenomen zou worden bij Bethlehem&amp;lt;ref&amp;gt;Bethlehem Baptist Church in Minnesota&amp;lt;/ref&amp;gt;. ’s Weekends schilderde hij. En voor Steve Roy, een theoloog door en door, was schilderen niet wat hij wou doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op een dag toen we de straat overstaken, zei hij: “We hebben echt iets nodig ter aanmoediging.” Ik kan me herinneren dat ik daar op het trottoir stond. Hij zei: “Hier is je belofte voor vandaag: Jesaja 64:3: ‘Geen oog zag ooit een god buiten u, die opkomt voor wie op hem wacht.’” En zij zeiden me in de jaren erna telkens weer dat ook zij zich de ontmoeting van die middag goed kunnen herinneren. “God komt op voor wie op hem wachten.” Dat is het woord. En dat woord “opkomen” (“werken” in het Hebreeuws) zit daar min of meer ook in vers 5: “Hij zal dit voor je doen”. En de term “het recht zal dagen” is ook heel mooi want een van de dingen achter afgunst is het gevoel dat de dingen niet gaan zoals ze horen te gaan. Wij krijgen heel wat voor de kiezen terwijl bij iemand anders, die het niet eens verdient, de dingen meer voor de wind gaan. Wat we willen is rechtvaardigheid en dat is precies wat hier beloofd wordt. Het recht zal dagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5) Verzen 9 en 11: “Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten,” en “wie nederig zijn, zullen het land bezitten.” Als u nu zegt: “Wacht eens even. Ik ben geen Jood en ik denk niet dat ik Palestina zal erven,” let dan op. Alle beloftes van het Oude Testament gedaan aan de Joden zullen ofwel voor u in vervulling gaan zoals ze in vervulling gaan bij de Joden of nog beter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar staat in het Nieuwe Testament een betere belofte met bijna exact dezelfde woorden als vers 11? De zaligsprekingen&amp;lt;ref&amp;gt;Mattheüs 5:3-10&amp;lt;/ref&amp;gt;, namelijk: “Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.” Goed, ik krijg dus niet Palestina maar het land. In feite zijn het in Romeinen 4:13 de gelovigen zoals Abraham die de erfgenamen van de wereld worden genoemd. 1 Korintiërs 6 stelt dat u over engelen zult oordelen. Tegen de discipelen zei hij dat ze op tronen zullen zitten en over de twaalf stammen van Israël zullen oordelen. Wij, de non-discipelen of non-apostelen, zullen over engelen oordelen. De Bijbel zit zo vol met de meest verbazingwekkende beloftes dat hij de bittere gevoelens die onder de afgunst borrelen, weg kan nemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6) Vers 11: “Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede.” Het woord “overvloed” in deze vertaling roept een beeld op dat vandaag de dag niet echt helpt. In het Hebreeuws refereert het aan het welzijn van zij die vertrouwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier is dan een klein voorbeeld hoe u de strijd van het geloof strijdt in de morgen mocht afgunst in uw hart verschijnen. U neemt een tekst zoals deze, waarin staat “wees niet afgunstig,” en dan zegt u: “Heer, als ik deze afgunst moet overwinnen, zal ik enkele krachtige argumenten nodig hebben waarom ik moet berusten op u. Zou u mij enkele willen geven?” En daarna leest u stap voor stap. Als u bij eentje bent aangekomen, bidt u: “Heer, open mijn ogen om het wonderbaarlijke van deze belofte te zien. En gun mij vandaag door uw Geest alstublieft het vermogen om er van te genieten, er op te berusten, het te geloven, er naar te gaan, te leven en te handelen.” Dan gaat u door naar de volgende vers en gaat u ook daarmee aan de slag totdat God u tegemoet komt en dat lelijke ding, afgunst, bij u opheft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Aanvullende munitie tegen ongeloof'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we een paar extra teksten pakken die u van pas kunnen komen in uw strijd tegen afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spreuken 23:17: “Wees niet jaloers op zondaars, heb altijd ontzag voor de HEER.” En dan komt deze grote belofte: “Dan heb je een toekomst, je hoop gaat niet verloren.” Hier heb je iemand die naar een zondaar kijkt en ziet dat die voorspoed hebben. Dan begint die persoon het gevoel te krijgen dat hun eigen hoop niet echt succesvol zal zijn. Ze proberen te leven voor Christus maar de dingen lijken voor hen niet zo goed te gaan als ze gaan voor de zondaar. De Bijbel is zeer goed op de hoogte van dit probleem. Psalm 37 is met het oog hierop geschreven evenals psalm 73.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soms helpen verhalen meer dan tekst. Vooral Bijbelse verhalen. Die hebben een manier om binnen te komen, die beschouwende literatuur niet heeft. Hier is een verhaal dat ik vaak gebruikt heb om mijn verzoekingen tot afgunst te overwinnen. Het verhaal gaat over de jongen met de vijf broden en twee vissen, vooral zoals het is opgenomen in Johannes 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 6 toont Jezus barmhartigheid voor de menigte en zegt hij tegen zijn discipelen: “Geef deze mensen te eten.” En zij zeggen: “Stuur ze naar huis. We hebben voor 200 zilverlingen aan brood nodig om al deze mensen te eten te geven en het is al te laat.” Hij reageert: “Wel, wat heb je dan al?” En zij zeggen: “Deze kleine jongen heeft vijf gerstebroden en twee vissen. Maar wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?” Stop hier eens en stel je eens voor hoe die kleine jongen omhoog kijkt en zegt: “Nou, dit is alles wat ik heb. Verder kan ik er ook niets aan doen.” En dat is wat we eigenlijk allemaal zijn. We zijn kleine kinderen met een waarde van vijf gerstebroden en twee vissen voor wat betreft onze talenten, uiterlijk, geld – of waar u zich ook maar minderwaardig door voelt. U kijkt om u heen naar al die sterke, prachtige, rijke mensen bij wie alles fantastisch gaat, en alles wat u heeft zijn vijf broden en twee vissen voor een taak waarvoor 200 zilverlingen aan brood nodig zijn. “Geef het aan mij.” Hij neemt het en – het volgende heeft u op de zondagsschool geleerd nietwaar? Het is een prachtige vertelling – en hij bidt, en hij voedt 5000 mannen, plus vrouwen en kinderen.  Ik kijk hier naar en zeg: “Misschien is er toch hoop voor mijn vijf broden en twee vissen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En hoeveel manden bleven er over? Twaalf. Waarom? Eentje voor elke apostel die niet geloofde dat er genoeg was. Dat is precies waarom: om te laten zien dat als je dat geeft waarvan je denkt dat je niet genoeg hebt, je meer terugkrijgt dan wat je in de eerste plaats had gedroomd. Dit is een verhaal dat aan afgunst elke keer een kaakslag uitdeelt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u begint te denken dat uw talenten te gering zijn, dat u niet kunt voldoen aan de behoeftes die er op dat moment spelen, komt Jezus tegemoet aan deze behoeftes. Hij kan dat piepkleine u nemen en het vermenigvuldigen. Thuis heb ik boven de deur een klein bordje hangen, dat Virginia Maderis me vijftien jaar geleden in Maryland schonk. Er staat op: “De wereld moet nog zien wat gedaan kan worden door een mens die geheel toegewijd is aan de Heer. Met Gods hulp probeer ik deze mens te zijn” – D.L. Moody&amp;lt;ref&amp;gt;Dwight Lyman Moody, evangelist (1837 – 1899)&amp;lt;/ref&amp;gt;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''“Liefhebben is stoppen met vergelijken”'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog een laatste toelichting: ga met mij naar Johannes 21. U kent dit verhaal maar ik betwijfel of u er ooit aan dacht in relatie tot afgunst. Dat deed ik niet totdat ik het een poos geleden las in een boek. Dus dit is oorspronkelijk niet van mij maar ik ben er weg van en wil het daarom met u delen. Het is de situatie waarin Petrus die na zijn ontkenningen drie keer bevestigde dat hij van de Heer houdt, door Jezus is hersteld. In vers 18 staat: “Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naar toe wilt.” Dit is wat Jezus tegen Petrus zegt. “Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God.” Anders geformuleerd, hij zal een martelaar worden. Daarna zei hij tegen hem: “Volg mij.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Petrus draaide zich om en zag dat de leerling van wie Jezus hield, hen volgde – dat is Johannes die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen wie het was die hem zou verraden. Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: “En wat gebeurt er met hem, Heer?” Wat is hier eigenlijk aan de hand? Waarom zegt hij dat? Hij zei: “U heeft me net verteld dat ik vermoord wordt. Hoe zit het dan met Johannes? Zal hij ook vermoord worden?” En je kunt direct onder de oppervlakte zien dat er afgunst is in Petrus’ hart. “Als dat niet zo is, is dat niet fair!” Goed, hoe gaat Jezus hiermee om?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom. Maar jij moet mij volgen.’” Wat zegt hij daar? Ik denk dat hij zegt dat het zeer gevaarlijk is om omstandigheden met elkaar te vergelijken. Het is zeer riskant om talenten met elkaar te vergelijken. Ik herinner me nog van het Wheaton College, in de slaapzaal, dat Martin Noel, mijn RA&amp;lt;ref&amp;gt;Resident Assistant; leider/coach van een studentengroep op de campus&amp;lt;/ref&amp;gt; in die tijd, een klein stukje papier aan de buitenkant van zijn deur had, waarop stond: “Liefhebben is stoppen met vergelijken.” Dat is goed nieuws. Dat is geweldig. Jezus zegt hier: “Kijk eens, ga jezelf niet helemaal vergelijken met deze andere discipel. Wat ik voor hem heb, heb ik voor hem. Hier is wat ik voor jou heb: mij. Is dat genoeg?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dat is de oplossing voor afgunst. Net als de oplossing voor begeerte waar we vanochtend over spraken. Het is Jezus. “Volg mij. Als je achter me staat, als je me hebt, waarom zou je je nog om hem zorgen maken?” En dat is dus het antwoord: we hebben meer van Jezus nodig. We moeten beseffen wat voor ongelofelijke privilége het is om Jezus überhaupt te kennen. Jezus zei ergens anders: “Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.&amp;lt;ref&amp;gt;Lucas 10:20&amp;lt;/ref&amp;gt;” Het is zo’n verbluffend voorrecht om een discipel van Jezus Christus te zijn dat wat er van andere discipelen terecht komt, er niet toe doet. En zo vliegt afgunst ervandoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 18:05:51 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_afgunst</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van het ongeloof van de afgunst</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_afgunst</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling the Unbelief of Envy}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Psalm 37:1-7&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Erger je niet aan slechte mensen,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
wees niet jaloers op wie kwaad doen,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij verdorren snel als gras,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij verwelken als het jonge groen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Vertrouw op de HEER en doe het goede,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
bewoon het land en leef er veilig.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zoek je geluk bij de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
hij zal geven wat je hart verlangt.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Leg je leven in de handen van de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen:&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
het recht zal dagen als het morgenlicht,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gerechtigheid stralen als de middagzon.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Blijf kalm en wacht op de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
erger je niet aan wie slaagt in het leven,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan wie met listen te werk gaat.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(''Het volgende is een tekstweergave van de geluidsopname'')&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een definitie van afgunst'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een van de barrières voor betrokkenheid met andere mensen is afgunst voor hen voelen. We gaan vanavond praten over het vechten tegen het ongeloof van de afgunst. Laten we dat definiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen ik vanmiddag afgunst analyseerde – en ik mijn gedachten toetste aan Webster’s woordenboek – vielen twee dingen op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Afgunst bevat een element van verlangen. Iemand heeft in zijn leven een voordeel of profijt, en jij wilt dat ook hebben. Dat maakt je niet persé afgunstig want dit soort verlangen is oké als je de neiging hebt om vrome mensen na te bootsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Het ander element – en die maakt afgunst tot iets wat slecht is – is dat het verlangen is getint met de verbittering dat het goed gaat voor die ander maar niet voor jou. Dat maakt het tot afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In één zin gevat is afgunst een mengsel van verlangen naar iets en de verbittering dat een ander er van geniet maar jij niet. De dingen lopen niet zo lekker voor je maar bij hen gaat het voor de wind, en dat knaagt af en toe aan je. Waarom gaat het bij die persoon allemaal als van een leien dakje terwijl het bij mij niet lekker loopt?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gelegenheden voor afgunst zijn er in overvloed'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het volgende wat ik vanmiddag deed was dit proberen te onderbouwen. Ik probeerde enkele voorbeelden van afgunst te vinden in mijn eigen leven, in mijn fantasie en in de levens van andere mensen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat zijn voorbeelden van afgunst? Kijk eens of u zichzelf herkent in de volgende situaties:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik dacht aan Mr. Dukakis en Mr. Bush&amp;lt;ref&amp;gt;Michael Dukakis en George W. Bush als kandidaten tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988&amp;lt;/ref&amp;gt;, en ik dacht dat dit een gelegenheid voor afgunst zou kunnen zijn. Als een man een jaar van zijn leven, heel veel geld, en heel veel inspanningen wijdt aan de strijd om het presidentschap maar eindigt als verliezende partij – zelfs als hij denkt de betere kandidaat te zijn, en denkt zowel een beter beleid als een betere running mate te hebben – denk ik dat het heel gemakkelijk kan zijn dat hij ’s nachts wakker ligt en van binnen kookt omdat het niet zo uitwerkte als hij hoopte. Hij kan het gevoel hebben veel tijd en energie besteed te hebben maar niets bereikt te hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of wat als uw vriend gaat trouwen en u vindt zelf maar geen huwelijkspartner. U kent deze vriend misschien al een lange tijd, en nu gaat deze persoon trouwen en u niet. U zou zich een beetje verbitterd kunnen voelen omdat het hem of haar overkwam maar u nog niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of laten we zeggen dat u een kind hebt, dat chronisch ziek is terwijl de andere families om u heen altijd gezond lijken te zijn. U zou kunnen denken, mijn kind is altijd ziek. Mijn kind is week in week uit ziek en heeft buitengewone problemen, maar die andere families, die niet beter zijn dan die van ons, daar gaat het altijd goed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of wat als u tweede klas bent in uw schoolsportteam. Alles wat u doet is de reservebank warm houden terwijl die eerste klas-vent, ook al is hij een eigenwijze, de hele tijd mag spelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of stel dat u een vriend hebt die meedoet aan de loterij. Het zijn echte schoften maar zij winnen een miljoen dollar. U zou kunnen denken dat u dat geld meer verdient dan uw vriend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of u bent een predikant en u ziet andere kerken groeien terwijl de uwe schommelt tussen helemaal geen groei en slechts minimale groei. U zou kunnen denken dat het zo niet zou moeten zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of u denkt misschien dat anderen er veel beter uitzien of modieuzer zijn dan u. God gaf u uw uiterlijk maar hoe gemakkelijk is het om door het leven te gaan, anderen te zien die veel knapper lijken, en zich afgunstig te voelen richting hen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een verbod en een waarschuwing tegen afgunst'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn zeer veel gelegenheden voor afgunst. Het vormt een algemene bedreiging voor onze vreugde en onze zorg voor andere mensen. Wat ik nu wil gaan doen, is het bekijken van een verbodstekst uit de Schrift, kijken naar de gevolgen als je eraan toegeeft, en dan praten over hoe er tegen te vechten. En gezien onze tijd neem ik die eerste twee vrijwel meteen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Namelijk, ik neem aan dat u het met mij eens bent dat in de Bijbel staat: “Wees niet jaloers”. Mag dat ons uitgangspunt zijn? Ik heb hier vier teksten. Psalmen 37:1, Spreuken 23:17, Galaten 5:26, I Petrus 2:1. In alle staat: “Wees niet jaloers”. Dus het is niet Bijbels om afgunstig te zijn. Het is tegen de wil van God als je toegeeft aan afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan zouden we het over waarschuwingen kunnen hebben. Laat ons hier kijken naar een passage. Galaten 5:21 hoort bij deze passage over de eigen begeerten en wat de Geest verlangt, en een van de eigen begeerten is afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Galaten 5:19 – “Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie” – wat, trouwens, volgens mij een soort afgunst is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik probeerde te bedenken of ik niet een preek over jaloersheid zou moeten geven? Daar dacht ik laatst in augustus over na. En nadat ik peinsde en peinsde concludeerde ik dat jaloersheid een soort afgunst is. Wat ik bedoel is dat jaloersheid afgunst is die zich direct richt op iemand anders wanneer die affectie krijgt die je zelf zou willen hebben. Je bent jaloers op een ander als die liefdevolle aandacht krijgt van iemand en je denkt dat jij die zou moeten krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat kan iets zeer heilzaams zijn. God is jaloers vanwege liefde die eigenlijk hem zou moeten toekomen. En een man of een vrouw zullen met recht jaloers moeten zijn als ze zien dat er zich een slechte relatie ontwikkelt tussen hun huwelijkspartner en een derde persoon. Maar er bestaat ook een ongezonde jaloersheid. De reden dat ik hier niet dieper op inga is dat alles wat ik over afgunst zal zeggen ook van toepassing is op jaloersheid want die is een subcategorie van afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, ''afgunst''” – daar staat het aan het begin van vers 21 – “bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daar is nu die waarschuwing. Dit is een echt serieus ding. Alles waar ik deze herfst over preek is een serieuze zaak. Anders gezegd, als u deze ongelovige status van afgunst de overhand geeft, kan het uw leven overnemen en er voor zorgen dat uw geloof schipbreuk oploopt en uzelf uiteindelijk ook.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bestrijd afgunst zoals Koning David&amp;lt;ref&amp;gt;Koning David schreef Psalm 37&amp;lt;/ref&amp;gt; dat deed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed. We hebben gezien wat het is, we hebben gezien dat de Bijbel het verwerpt, en we hebben gezien dat het negatieve gevolgen heeft als je er voorgoed aan toegeeft. Laten we het nu hebben hoe het te bestrijden. Dat is het grote probleem, en Psalm 37 is de plek waar we zullen beginnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is een geweldige psalm voor de discussie over het bestrijden van afgunst want het begint met de hoofdstelling “Wees niet jaloers.” Daarna tel ik in de eerste 11 verzen zes concrete redenen waarom niet jaloers te zijn. Wat ik vanavond probeer te doen is u een voorbeeld te geven hoe te strijden in de strijd van het geloof tijdens uw rituelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u ’s morgens wakker wordt en een gevoel van afgunst in u voelt jegens iemand op het werk, een familielid of wie dan ook, en u zegt: “Dat zou er niet moeten zijn. Wat kan ik er aan doen?”, is dit wat u doet. U neemt de Bijbel, knielt neer in gebed, en begint te lezen. U kijkt naar de Bijbelse beloftes die afgunst verwerpen. Maar om dit te doen, moet u in de eerste plaats beseffen dat afgunst een soort ongeloof is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we eens kijken naar Psalm 37:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Erger je niet aan slechte mensen, wees niet jaloers op wie kwaad doen.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is ‘m dus. De basisstelling: wees niet jaloers op wie kwaad doen of erger je niet aan hen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan geeft vers 3 volgens mij aan wat we in de plaats daarvan zouden moeten doen. Dat is het tegendeel van afgunst:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Vertrouw op de HEER en doe het goede.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En de volgende zin zou een gebod of belofte kunnen zijn. Beide, denk ik. In de NBV staat:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Bewoon het land en leef er veilig.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het zou “leef er veilig” kunnen zijn maar letterlijk vertaald is het “voed u met trouw.” Hoe dan ook, ik denk dat Gods trouw wordt bedoeld, en dus is het idee van veiligheid terecht en goed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Zoek je geluk bij de HEER, hij zal geven wat je hart verlangt.” “Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op hem.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let eens op deze positieve dingen die je in je emoties geacht wordt in de plaats te stellen van afgunst. “Vertrouw” (vers 3), “Zoek je geluk” (vers 4), “Leg je leven in de handen van” (vers 5), en weer “vertrouw” in de tweede helft van vers 5. De reden dat ik Psalm 37 koos voor vanavond is dat het laat zien dat afgunst ongeloof is of haar wortels in ongeloof heeft. En het tegendeel van afgunst, zoals we zien, is geloof, of vertrouwen, of geluk in God, of je zorgen op de Heer afwentelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu hoop ik dat het duidelijk is dat als we afgunstig beginnen te worden – als we naar iemand kijken en het ons stoort dat zij iets hebben en wij niet – en we daardoor beginnen onze vrede en tevredenheid in God te verliezen, draait het om het geloof. Oké? Dat is het punt tot nu toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Zes redenen in psalm 37 waarom geloven beter is'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De andere reden dat deze psalm zo goed is, is omdat hij zoveel redenen geeft waarom we niet ongelovig moeten zijn. Hij vertelt ons waarom we de rust en het vertrouwen moeten hebben dat God er voor ons is. Hij vertelt ons dat hij werkt op een wijze waarin, ook al lijkt het of iets voor hen beter gaat, dingen voor ons geweldig goed zullen gaan. Laten we er eens naar kijken. Ik heb zes redenen opgeschreven, die ik in dit hoofdstuk zie, waarom we niet in de greep van het ongeloof van de afgunst hoeven te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Vers 2: “Zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen.” Dus als u afgunstig begint te worden op een slecht mens, zoals die schoft die maar liefst een miljoen dollar won, dan zegt God: “Wacht eens even. Je wilt niet in zijn schoenen staan. Hij zal verdorren als gras, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid” (1 Johannes 2:17). Dit is dus argument nummer één.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het wordt herhaald in vers 9: “Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.” En in vers 10: “Nog even, en verdwenen is de zondaar.” Daarom, de eerste reden dat u afgunst niet de overhand moet geven als u het voelt jegens een ongelovige of iemand die onrechtvaardig is, is de gedachte: “Wacht eens even, God heeft in zijn woord gezegd dat deze persoon zal verwelken als een bloem – heel snel. Ze zullen verdwenen zijn en aan wie zal dan de voorspoed toevallen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vers 3: “Bewoon het land en leef er veilig,” of, “voed u met (graas) trouw.” In andere woorden, dat is de beloning voor het vertrouwen op God. Vertrouw op de Heer en doe goed, dan zul je grazen in een groen land. Je verlangens zullen worden vervuld, en dat brengt ons bij de volgende.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Vers 4: “Zoek je geluk bij de HEER” (ofwel “Vertrouw op de HEER,”), “hij zal geven wat je hart verlangt.” Dat is een verbluffende belofte want afgunst komt meestal op als je niet hebt wat je hart verlangt. Je ziet iemand die iets heeft waarvan je wou dat jij het hebt, en je ziet dat dit verlangen in dit leven niet vervult is. Dus de beste manier om te strijden is door naar deze belofte te gaan en te zeggen: “Heer, u heeft met mij een verbond gesloten in vers 4. U zegt dat als ik mijn geluk bij u zoek, u mij zal geven wat mijn hart verlangt. Dus zoek ik mijn geluk bij u.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is een essentiële stap: voldoende vertrouwen op God zodat u berust op wie hij voor u is. Dat kan ook een diepgaand effect hebben op het soort verlangens die vervult moeten worden voordat u tevreden bent. Maar alle verlangens die u heeft, zullen uiteindelijk vervult zijn. Dat is de kern van die verbazingwekkende beloftes in Romeinen 8:32 (“Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?”) of in 1 Korintiërs 3:21-23 (“Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God”). De Bijbel doet verbijsterende beloftes voor mensen die liever hun geluk bij de HEER zoeken dan in spullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4) Verzen 5 en 6: “Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon.” Ik kan me herinneren hoe enkele jaren geleden Steve en Susan Roy aan de overkant van ons woonden op Elliott Avenue. Steve had net ontslag genomen bij InterVarsity. Hij had nergens meer een functie. We wisten niet of hij aangenomen zou worden bij Bethlehem&amp;lt;ref&amp;gt;Bethlehem Baptist Church in Minnesota&amp;lt;/ref&amp;gt;. ’s Weekends schilderde hij. En voor Steve Roy, een theoloog door en door, was schilderen niet wat hij wou doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op een dag toen we de straat overstaken, zei hij: “We hebben echt iets nodig ter aanmoediging.” Ik kan me herinneren dat ik daar op het trottoir stond. Hij zei: “Hier is je belofte voor vandaag: Jesaja 64:3: ‘Geen oog zag ooit een god buiten u, die opkomt voor wie op hem wacht.’” En zij zeiden me in de jaren erna telkens weer dat ook zij zich de ontmoeting van die middag goed kunnen herinneren. “God komt op voor wie op hem wachten.” Dat is het woord. En dat woord “opkomen” (“werken” in het Hebreeuws) zit daar min of meer ook in vers 5: “Hij zal dit voor je doen”. En de term “het recht zal dagen” is ook heel mooi want een van de dingen achter afgunst is het gevoel dat de dingen niet gaan zoals ze horen te gaan. Wij krijgen heel wat voor de kiezen terwijl bij iemand anders, die het niet eens verdient, de dingen meer voor de wind gaan. Wat we willen is rechtvaardigheid en dat is precies wat hier beloofd wordt. Het recht zal dagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5) Verzen 9 en 11: “Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten,” en “wie nederig zijn, zullen het land bezitten.” Als u nu zegt: “Wacht eens even. Ik ben geen Jood en ik denk niet dat ik Palestina zal erven,” let dan op. Alle beloftes van het Oude Testament gedaan aan de Joden zullen ofwel voor u in vervulling gaan zoals ze in vervulling gaan bij de Joden of nog beter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar staat in het Nieuwe Testament een betere belofte met bijna exact dezelfde woorden als vers 11? De zaligsprekingen&amp;lt;ref&amp;gt;Mattheüs 5:3-10&amp;lt;/ref&amp;gt;, namelijk: “Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.” Goed, ik krijg dus niet Palestina maar het land. In feite zijn het in Romeinen 4:13 de gelovigen zoals Abraham die de erfgenamen van de wereld worden genoemd. 1 Korintiërs 6 stelt dat u over engelen zult oordelen. Tegen de discipelen zei hij dat ze op tronen zullen zitten en over de twaalf stammen van Israël zullen oordelen. Wij, de non-discipelen of non-apostelen, zullen over engelen oordelen. De Bijbel zit zo vol met de meest verbazingwekkende beloftes dat hij de bittere gevoelens die onder de afgunst borrelen, weg kan nemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6) Vers 11: “Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede.” Het woord “overvloed” in deze vertaling roept een beeld op dat vandaag de dag niet echt helpt. In het Hebreeuws refereert het aan het welzijn van zij die vertrouwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier is dan een klein voorbeeld hoe u de strijd van het geloof strijdt in de morgen mocht afgunst in uw hart verschijnen. U neemt een tekst zoals deze, waarin staat “wees niet afgunstig,” en dan zegt u: “Heer, als ik deze afgunst moet overwinnen, zal ik enkele krachtige argumenten nodig hebben waarom ik moet berusten op u. Zou u mij enkele willen geven?” En daarna leest u stap voor stap. Als u bij eentje bent aangekomen, bidt u: “Heer, open mijn ogen om het wonderbaarlijke van deze belofte te zien. En gun mij vandaag door uw Geest alstublieft het vermogen om er van te genieten, er op te berusten, het te geloven, er naar te gaan, te leven en te handelen.” Dan gaat u door naar de volgende vers en gaat u ook daarmee aan de slag totdat God u tegemoet komt en dat lelijke ding, afgunst, bij u opheft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Aanvullende munitie tegen ongeloof'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we een paar extra teksten pakken die u van pas kunnen komen in uw strijd tegen afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spreuken 23:17: “Wees niet jaloers op zondaars, heb altijd ontzag voor de HEER.” En dan komt deze grote belofte: “Dan heb je een toekomst, je hoop gaat niet verloren.” Hier heb je iemand die naar een zondaar kijkt en ziet dat die voorspoed hebben. Dan begint die persoon het gevoel te krijgen dat hun eigen hoop niet echt succesvol zal zijn. Ze proberen te leven voor Christus maar de dingen lijken voor hen niet zo goed te gaan als ze gaan voor de zondaar. De Bijbel is zeer goed op de hoogte van dit probleem. Psalm 37 is met het oog hierop geschreven evenals psalm 73.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soms helpen verhalen meer dan tekst. Vooral Bijbelse verhalen. Die hebben een manier om binnen te komen, die beschouwende literatuur niet heeft. Hier is een verhaal dat ik vaak gebruikt heb om mijn verzoekingen tot afgunst te overwinnen. Het verhaal gaat over de jongen met de vijf broden en twee vissen, vooral zoals het is opgenomen in Johannes 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 6 toont Jezus barmhartigheid voor de menigte en zegt hij tegen zijn discipelen: “Geef deze mensen te eten.” En zij zeggen: “Stuur ze naar huis. We hebben voor 200 zilverlingen aan brood nodig om al deze mensen te eten te geven en het is al te laat.” Hij reageert: “Wel, wat heb je dan al?” En zij zeggen: “Deze kleine jongen heeft vijf gerstebroden en twee vissen. Maar wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?” Stop hier eens en stel je eens voor hoe die kleine jongen omhoog kijkt en zegt: “Nou, dit is alles wat ik heb. Verder kan ik er ook niets aan doen.” En dat is wat we eigenlijk allemaal zijn. We zijn kleine kinderen met een waarde van vijf gerstebroden en twee vissen voor wat betreft onze talenten, uiterlijk, geld – of waar u zich ook maar minderwaardig door voelt. U kijkt om u heen naar al die sterke, prachtige, rijke mensen bij wie alles fantastisch gaat, en alles wat u heeft zijn vijf broden en twee vissen voor een taak waarvoor 200 zilverlingen aan brood nodig zijn. “Geef het aan mij.” Hij neemt het en – het volgende heeft u op de zondagsschool geleerd nietwaar? Het is een prachtige vertelling – en hij bidt, en hij voedt 5000 mannen, plus vrouwen en kinderen.  Ik kijk hier naar en zeg: “Misschien is er toch hoop voor mijn vijf broden en twee vissen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En hoeveel manden bleven er over? Twaalf. Waarom? Eentje voor elke apostel die niet geloofde dat er genoeg was. Dat is precies waarom: om te laten zien dat als je dat geeft waarvan je denkt dat je niet genoeg hebt, je meer terugkrijgt dan wat je in de eerste plaats had gedroomd. Dit is een verhaal dat aan afgunst elke keer een kaakslag uitdeelt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u begint te denken dat uw talenten te gering zijn, dat u niet kunt voldoen aan de behoeftes die er op dat moment spelen, komt Jezus tegemoet aan deze behoeftes. Hij kan dat piepkleine u nemen en het vermenigvuldigen. Thuis heb ik boven de deur een klein bordje hangen, dat Virginia Maderis me vijftien jaar geleden in Maryland schonk. Er staat op: “De wereld moet nog zien wat gedaan kan worden door een mens die geheel toegewijd is aan de Heer. Met Gods hulp probeer ik deze mens te zijn” – D.L. Moody&amp;lt;ref&amp;gt;Dwight Lyman Moody, evangelist (1837 – 1899)&amp;lt;/ref&amp;gt;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''“Liefhebben is stoppen met vergelijken”'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog een laatste toelichting: ga met mij naar Johannes 21. U kent dit verhaal maar ik betwijfel of u er ooit aan dacht in relatie tot afgunst. Dat deed ik niet totdat ik het een poos geleden las in een boek. Dus dit is oorspronkelijk niet van mij maar ik ben er weg van en wil het daarom met u delen. Het is de situatie waarin Petrus die na zijn ontkenningen drie keer bevestigde dat hij van de Heer houdt, door Jezus is hersteld. In vers 18 staat: “Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naar toe wilt.” Dit is wat Jezus tegen Petrus zegt. “Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God.” Anders geformuleerd, hij zal een martelaar worden. Daarna zei hij tegen hem: “Volg mij.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Petrus draaide zich om en zag dat de leerling van wie Jezus hield, hen volgde – dat is Johannes die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen wie het was die hem zou verraden. Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: “En wat gebeurt er met hem, Heer?” Wat is hier eigenlijk aan de hand? Waarom zegt hij dat? Hij zei: “U heeft me net verteld dat ik vermoord wordt. Hoe zit het dan met Johannes? Zal hij ook vermoord worden?” En je kunt direct onder de oppervlakte zien dat er afgunst is in Petrus’ hart. “Als dat niet zo is, is dat niet fair!” Goed, hoe gaat Jezus hiermee om?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom. Maar jij moet mij volgen.’” Wat zegt hij daar? Ik denk dat hij zegt dat het zeer gevaarlijk is om omstandigheden met elkaar te vergelijken. Het is zeer riskant om talenten met elkaar te vergelijken. Ik herinner me nog van het Wheaton College, in de slaapzaal, dat Martin Noel, mijn RA&amp;lt;ref&amp;gt;Resident Assistant; leider/coach van een studentengroep op de campus&amp;lt;/ref&amp;gt; in die tijd, een klein stukje papier aan de buitenkant van zijn deur had, waarop stond: “Liefhebben is stoppen met vergelijken.” Dat is goed nieuws. Dat is geweldig. Jezus zegt hier: “Kijk eens, ga jezelf niet helemaal vergelijken met deze andere discipel. Wat ik voor hem heb, heb ik voor hem. Hier is wat ik voor jou heb: mij. Is dat genoeg?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dat is de oplossing voor afgunst. Net als de oplossing voor begeerte waar we vanochtend over spraken. Het is Jezus. “Volg mij. Als je achter me staat, als je me hebt, waarom zou je je nog om hem zorgen maken?” En dat is dus het antwoord: we hebben meer van Jezus nodig. We moeten beseffen wat voor ongelofelijke privilége het is om Jezus überhaupt te kennen. Jezus zei ergens anders: “Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.&amp;lt;ref&amp;gt;Lucas 10:20&amp;lt;/ref&amp;gt;” Het is zo’n verbluffend voorrecht om een discipel van Jezus Christus te zijn dat wat er van andere discipelen terecht komt, er niet toe doet. En zo vliegt afgunst ervandoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 18:02:50 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_afgunst</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van het ongeloof van de afgunst</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_afgunst</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Battling the Unbelief of Envy}}  &amp;lt;blockquote&amp;gt;Psalm 37:1-7&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;  ...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling the Unbelief of Envy}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Psalm 37:1-7&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Erger je niet aan slechte mensen,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
wees niet jaloers op wie kwaad doen,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij verdorren snel als gras,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zij verwelken als het jonge groen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Vertrouw op de HEER en doe het goede,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
bewoon het land en leef er veilig.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zoek je geluk bij de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
hij zal geven wat je hart verlangt.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Leg je leven in de handen van de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen:&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
het recht zal dagen als het morgenlicht,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
de gerechtigheid stralen als de middagzon.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Blijf kalm en wacht op de HEER,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
erger je niet aan wie slaagt in het leven,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
aan wie met listen te werk gaat.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(''Het volgende is een tekstweergave van de geluidsopname'')&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een definitie van afgunst'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een van de barrières voor betrokkenheid met andere mensen is afgunst voor hen voelen. We gaan vanavond praten over het vechten tegen het ongeloof van de afgunst. Laten we dat definiëren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen ik vanmiddag afgunst analyseerde – en ik mijn gedachten toetste aan Webster’s woordenboek – vielen twee dingen op.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Afgunst bevat een element van verlangen. Iemand heeft in zijn leven een voordeel of profijt, en jij wilt dat ook hebben. Dat maakt je niet persé afgunstig want dit soort verlangen is oké als je de neiging hebt om vrome mensen na te bootsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Het ander element – en die maakt afgunst tot iets wat slecht is – is dat het verlangen is getint met de verbittering dat het goed gaat voor die ander maar niet voor jou. Dat maakt het tot afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In één zin gevat is afgunst een mengsel van verlangen naar iets en de verbittering dat een ander er van geniet maar jij niet. De dingen lopen niet zo lekker voor je maar bij hen gaat het voor de wind, en dat knaagt af en toe aan je. Waarom gaat het bij die persoon allemaal als van een leien dakje terwijl het bij mij niet lekker loopt?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gelegenheden voor afgunst zijn er in overvloed'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het volgende wat ik vanmiddag deed was dit proberen te onderbouwen. Ik probeerde enkele voorbeelden van afgunst te vinden in mijn eigen leven, in mijn fantasie en in de levens van andere mensen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat zijn voorbeelden van afgunst? Kijk eens of u zichzelf herkent in de volgende situaties:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik dacht aan Mr. Dukakis en Mr. Bush&amp;lt;ref&amp;gt;Michael Dukakis en George W. Bush als kandidaten tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988&amp;lt;/ref&amp;gt;, en ik dacht dat dit een gelegenheid voor afgunst zou kunnen zijn. Als een man een jaar van zijn leven, heel veel geld, en heel veel inspanningen wijdt aan de strijd om het presidentschap maar eindigt als verliezende partij – zelfs als hij denkt de betere kandidaat te zijn, en denkt zowel een beter beleid als een betere running mate te hebben – denk ik dat het heel gemakkelijk kan zijn dat hij ’s nachts wakker ligt en van binnen kookt omdat het niet zo uitwerkte als hij hoopte. Hij kan het gevoel hebben veel tijd en energie besteed te hebben maar niets bereikt te hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of wat als uw vriend gaat trouwen en u vindt zelf maar geen huwelijkspartner. U kent deze vriend misschien al een lange tijd, en nu gaat deze persoon trouwen en u niet. U zou zich een beetje verbitterd kunnen voelen omdat het hem of haar overkwam maar u nog niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of laten we zeggen dat u een kind hebt, dat chronisch ziek is terwijl de andere families om u heen altijd gezond lijken te zijn. U zou kunnen denken, mijn kind is altijd ziek. Mijn kind is week in week uit ziek en heeft buitengewone problemen, maar die andere families, die niet beter zijn dan die van ons, daar gaat het altijd goed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of wat als u tweede klas bent in uw schoolsportteam. Alles wat u doet is de reservebank warm houden terwijl die eerste klas-vent, ook al is hij een eigenwijze, de hele tijd mag spelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of stel dat u een vriend hebt die meedoet aan de loterij. Het zijn echte schoften maar zij winnen een miljoen dollar. U zou kunnen denken dat u dat geld meer verdient dan uw vriend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of u bent een predikant en u ziet andere kerken groeien terwijl de uwe schommelt tussen helemaal geen groei en slechts minimale groei. U zou kunnen denken dat het zo niet zou moeten zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of u denkt misschien dat anderen er veel beter uitzien of modieuzer zijn dan u. God gaf u uw uiterlijk maar hoe gemakkelijk is het om door het leven te gaan, anderen te zien die veel knapper lijken, en zich afgunstig te voelen richting hen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een verbod en een waarschuwing tegen afgunst'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn zeer veel gelegenheden voor afgunst. Het vormt een algemene bedreiging voor onze vreugde en onze zorg voor andere mensen. Wat ik nu wil gaan doen, is het bekijken van een verbodstekst uit de Schrift, kijken naar de gevolgen als je eraan toegeeft, en dan praten over hoe er tegen te vechten. En gezien onze tijd neem ik die eerste twee vrijwel meteen aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Namelijk, ik neem aan dat u het met mij eens bent dat in de Bijbel staat: “Wees niet jaloers”. Mag dat ons uitgangspunt zijn? Ik heb hier vier teksten. Psalmen 37:1, Spreuken 23:17, Galaten 5:26, I Petrus 2:1. In alle staat: “Wees niet jaloers”. Dus het is niet Bijbels om afgunstig te zijn. Het is tegen de wil van God als je toegeeft aan afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan zouden we het over waarschuwingen kunnen hebben. Laat ons hier kijken naar een passage. Galaten 5:21 hoort bij deze passage over de eigen begeerten en wat de Geest verlangt, en een van de eigen begeerten is afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Galaten 5:19 – “Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie” – wat, trouwens, volgens mij een soort afgunst is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik probeerde te bedenken of ik niet een preek over jaloersheid zou moeten geven? Daar dacht ik laatst in augustus over na. En nadat ik peinsde en peinsde concludeerde ik dat jaloersheid een soort afgunst is. Wat ik bedoel is dat jaloersheid afgunst is die zich direct richt op iemand anders wanneer die affectie krijgt die je zelf zou willen hebben. Je bent jaloers op een ander als die liefdevolle aandacht krijgt van iemand en je denkt dat jij die zou moeten krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat kan iets zeer heilzaams zijn. God is jaloers vanwege liefde die eigenlijk hem zou moeten toekomen. En een man of een vrouw zullen met recht jaloers moeten zijn als ze zien dat er zich een slechte relatie ontwikkelt tussen hun huwelijkspartner en een derde persoon. Maar er bestaat ook een ongezonde jaloersheid. De reden dat ik hier niet dieper op inga is dat alles wat ik over afgunst zal zeggen ook van toepassing is op jaloersheid want die is een subcategorie van afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, ''afgunst''” – daar staat het aan het begin van vers 21 – “bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daar is nu die waarschuwing. Dit is een echt serieus ding. Alles waar ik deze herfst over preek is een serieuze zaak. Anders gezegd, als u deze ongelovige status van afgunst de overhand geeft, kan het uw leven overnemen en er voor zorgen dat uw geloof schipbreuk oploopt en uzelf uiteindelijk ook.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bestrijd afgunst zoals Koning David&amp;lt;ref&amp;gt;Koning David schreef Psalm 37&amp;lt;/ref&amp;gt; dat deed&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed. We hebben gezien wat het is, we hebben gezien dat de Bijbel het verwerpt, en we hebben gezien dat het negatieve gevolgen heeft als je er voorgoed aan toegeeft. Laten we het nu hebben hoe het te bestrijden. Dat is het grote probleem, en Psalm 37 is de plek waar we zullen beginnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is een geweldige psalm voor de discussie over het bestrijden van afgunst want het begint met de hoofdstelling “Wees niet jaloers.” Daarna tel ik in de eerste 11 verzen zes concrete redenen waarom niet jaloers te zijn. Wat ik vanavond probeer te doen is u een voorbeeld te geven hoe te strijden in de strijd van het geloof tijdens uw rituelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u ’s morgens wakker wordt en een gevoel van afgunst in u voelt jegens iemand op het werk, een familielid of wie dan ook, en u zegt: “Dat zou er niet moeten zijn. Wat kan ik er aan doen?”, is dit wat u doet. U neemt de Bijbel, knielt neer in gebed, en begint te lezen. U kijkt naar de Bijbelse beloftes die afgunst verwerpen. Maar om dit te doen, moet u in de eerste plaats beseffen dat afgunst een soort ongeloof is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we eens kijken naar Psalm 37:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Erger je niet aan slechte mensen, wees niet jaloers op wie kwaad doen.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is ‘m dus. De basisstelling: wees niet jaloers op wie kwaad doen of erger je niet aan hen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dan geeft vers 3 volgens mij aan wat we in de plaats daarvan zouden moeten doen. Dat is het tegendeel van afgunst:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Vertrouw op de HEER en doe het goede.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En de volgende zin zou een gebod of belofte kunnen zijn. Beide, denk ik. In de NBV staat:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Bewoon het land en leef er veilig.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het zou “leef er veilig” kunnen zijn maar letterlijk vertaald is het “voed u met trouw.” Hoe dan ook, ik denk dat Gods trouw wordt bedoeld, en dus is het idee van veiligheid terecht en goed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Zoek je geluk bij de HEER, hij zal geven wat je hart verlangt.” “Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op hem.”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let eens op deze positieve dingen die je in je emoties geacht wordt in de plaats te stellen van afgunst. “Vertrouw” (vers 3), “Zoek je geluk” (vers 4), “Leg je leven in de handen van” (vers 5), en weer “vertrouw” in de tweede helft van vers 5. De reden dat ik Psalm 37 koos voor vanavond is dat het laat zien dat afgunst ongeloof is of haar wortels in ongeloof heeft. En het tegendeel van afgunst, zoals we zien, is geloof, of vertrouwen, of geluk in God, of je zorgen op de Heer afwentelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu hoop ik dat het duidelijk is dat als we afgunstig beginnen te worden – als we naar iemand kijken en het ons stoort dat zij iets hebben en wij niet – en we daardoor beginnen onze vrede en tevredenheid in God te verliezen, draait het om het geloof. Oké? Dat is het punt tot nu toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Zes redenen in psalm 37 waarom geloven beter is'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De andere reden dat deze psalm zo goed is, is omdat hij zoveel redenen geeft waarom we niet ongelovig moeten zijn. Hij vertelt ons waarom we de rust en het vertrouwen moeten hebben dat God er voor ons is. Hij vertelt ons dat hij werkt op een wijze waarin, ook al lijkt het of iets voor hen beter gaat, dingen voor ons geweldig goed zullen gaan. Laten we er eens naar kijken. Ik heb zes redenen opgeschreven, die ik in dit hoofdstuk zie, waarom we niet in de greep van het ongeloof van de afgunst hoeven te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Vers 2: “Zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen.” Dus als u afgunstig begint te worden op een slecht mens, zoals die schoft die maar liefst een miljoen dollar won, dan zegt God: “Wacht eens even. Je wilt niet in zijn schoenen staan. Hij zal verdorren als gras, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid” (1 Johannes 2:17). Dit is dus argument nummer één.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het wordt herhaald in vers 9: “Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.” En in vers 10: “Nog even, en verdwenen is de zondaar.” Daarom, de eerste reden dat u afgunst niet de overhand moet geven als u het voelt jegens een ongelovige of iemand die onrechtvaardig is, is de gedachte: “Wacht eens even, God heeft in zijn woord gezegd dat deze persoon zal verwelken als een bloem – heel snel. Ze zullen verdwenen zijn en aan wie zal dan de voorspoed toevallen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Vers 3: “Bewoon het land en leef er veilig,” of, “voed u met (graas) trouw.” In andere woorden, dat is de beloning voor het vertrouwen op God. Vertrouw op de Heer en doe goed, dan zul je grazen in een groen land. Je verlangens zullen worden vervuld, en dat brengt ons bij de volgende.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Vers 4: “Zoek je geluk bij de HEER” (ofwel “Vertrouw op de HEER,”), “hij zal geven wat je hart verlangt.” Dat is een verbluffende belofte want afgunst komt meestal op als je niet hebt wat je hart verlangt. Je ziet iemand die iets heeft waarvan je wou dat jij het hebt, en je ziet dat dit verlangen in dit leven niet vervult is. Dus de beste manier om te strijden is door naar deze belofte te gaan en te zeggen: “Heer, u heeft met mij een verbond gesloten in vers 4. U zegt dat als ik mijn geluk bij u zoek, u mij zal geven wat mijn hart verlangt. Dus zoek ik mijn geluk bij u.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is een essentiële stap: voldoende vertrouwen op God zodat u berust op wie hij voor u is. Dat kan ook een diepgaand effect hebben op het soort verlangens die vervult moeten worden voordat u tevreden bent. Maar alle verlangens die u heeft, zullen uiteindelijk vervult zijn. Dat is de kern van die verbazingwekkende beloftes in Romeinen 8:32 (“Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?”) of in 1 Korintiërs 3:21-23 (“Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God”). De Bijbel doet verbijsterende beloftes voor mensen die liever hun geluk bij de HEER zoeken dan in spullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4) Verzen 5 en 6: “Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon.” Ik kan me herinneren hoe enkele jaren geleden Steve en Susan Roy aan de overkant van ons woonden op Elliott Avenue. Steve had net ontslag genomen bij InterVarsity. Hij had nergens meer een functie. We wisten niet of hij aangenomen zou worden bij Bethlehem&amp;lt;ref&amp;gt;Bethlehem Baptist Church in Minnesota&amp;lt;/ref&amp;gt;. ’s Weekends schilderde hij. En voor Steve Roy, een theoloog door en door, was schilderen niet wat hij wou doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op een dag toen we de straat overstaken, zei hij: “We hebben echt iets nodig ter aanmoediging.” Ik kan me herinneren dat ik daar op het trottoir stond. Hij zei: “Hier is je belofte voor vandaag: Jesaja 64:3: ‘Geen oog zag ooit een god buiten u, die opkomt voor wie op hem wacht.’” En zij zeiden me in de jaren erna telkens weer dat ook zij zich de ontmoeting van die middag goed kunnen herinneren. “God komt op voor wie op hem wachten.” Dat is het woord. En dat woord “opkomen” (“werken” in het Hebreeuws) zit daar min of meer ook in vers 5: “Hij zal dit voor je doen”. En de term “het recht zal dagen” is ook heel mooi want een van de dingen achter afgunst is het gevoel dat de dingen niet gaan zoals ze horen te gaan. Wij krijgen heel wat voor de kiezen terwijl bij iemand anders, die het niet eens verdient, de dingen meer voor de wind gaan. Wat we willen is rechtvaardigheid en dat is precies wat hier beloofd wordt. Het recht zal dagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5) Verzen 9 en 11: “Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten,” en “wie nederig zijn, zullen het land bezitten.” Als u nu zegt: “Wacht eens even. Ik ben geen Jood en ik denk niet dat ik Palestina zal erven,” let dan op. Alle beloftes van het Oude Testament gedaan aan de Joden zullen ofwel voor u in vervulling gaan zoals ze in vervulling gaan bij de Joden of nog beter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar staat in het Nieuwe Testament een betere belofte met bijna exact dezelfde woorden als vers 11? De zaligsprekingen&amp;lt;ref&amp;gt;Mattheüs 5:3-10&amp;lt;/ref&amp;gt;, namelijk: “Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.” Goed, ik krijg dus niet Palestina maar het land. In feite zijn het in Romeinen 4:13 de gelovigen zoals Abraham die de erfgenamen van de wereld worden genoemd. 1 Korintiërs 6 stelt dat u over engelen zult oordelen. Tegen de discipelen zei hij dat ze op tronen zullen zitten en over de twaalf stammen van Israël zullen oordelen. Wij, de non-discipelen of non-apostelen, zullen over engelen oordelen. De Bijbel zit zo vol met de meest verbazingwekkende beloftes dat hij de bittere gevoelens die onder de afgunst borrelen, weg kan nemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6) Vers 11: “Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede.” Het woord “overvloed” in deze vertaling roept een beeld op dat vandaag de dag niet echt helpt. In het Hebreeuws refereert het aan het welzijn van zij die vertrouwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier is dan een klein voorbeeld hoe u de strijd van het geloof strijdt in de morgen mocht afgunst in uw hart verschijnen. U neemt een tekst zoals deze, waarin staat “wees niet afgunstig,” en dan zegt u: “Heer, als ik deze afgunst moet overwinnen, zal ik enkele krachtige argumenten nodig hebben waarom ik moet berusten op u. Zou u mij enkele willen geven?” En daarna leest u stap voor stap. Als u bij eentje bent aangekomen, bidt u: “Heer, open mijn ogen om het wonderbaarlijke van deze belofte te zien. En gun mij vandaag door uw Geest alstublieft het vermogen om er van te genieten, er op te berusten, het te geloven, er naar te gaan, te leven en te handelen.” Dan gaat u door naar de volgende vers en gaat u ook daarmee aan de slag totdat God u tegemoet komt en dat lelijke ding, afgunst, bij u opheft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Aanvullende munitie tegen ongeloof'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we een paar extra teksten pakken die u van pas kunnen komen in uw strijd tegen afgunst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spreuken 23:17: “Wees niet jaloers op zondaars, heb altijd ontzag voor de HEER.” En dan komt deze grote belofte: “Dan heb je een toekomst, je hoop gaat niet verloren.” Hier heb je iemand die naar een zondaar kijkt en ziet dat die voorspoed hebben. Dan begint die persoon het gevoel te krijgen dat hun eigen hoop niet echt succesvol zal zijn. Ze proberen te leven voor Christus maar de dingen lijken voor hen niet zo goed te gaan als ze gaan voor de zondaar. De Bijbel is zeer goed op de hoogte van dit probleem. Psalm 37 is met het oog hierop geschreven evenals psalm 73.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soms helpen verhalen meer dan tekst. Vooral Bijbelse verhalen. Die hebben een manier om binnen te komen, die beschouwende literatuur niet heeft. Hier is een verhaal dat ik vaak gebruikt heb om mijn verzoekingen tot afgunst te overwinnen. Het verhaal gaat over de jongen met de vijf broden en twee vissen, vooral zoals het is opgenomen in Johannes 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 6 toont Jezus barmhartigheid voor de menigte en zegt hij tegen zijn discipelen: “Geef deze mensen te eten.” En zij zeggen: “Stuur ze naar huis. We hebben voor 200 zilverlingen aan brood nodig om al deze mensen te eten te geven en het is al te laat.” Hij reageert: “Wel, wat heb je dan al?” En zij zeggen: “Deze kleine jongen heeft vijf gerstebroden en twee vissen. Maar wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?” Stop hier eens en stel je eens voor hoe die kleine jongen omhoog kijkt en zegt: “Nou, dit is alles wat ik heb. Verder kan ik er ook niets aan doen.” En dat is wat we eigenlijk allemaal zijn. We zijn kleine kinderen met een waarde van vijf gerstebroden en twee vissen voor wat betreft onze talenten, uiterlijk, geld – of waar u zich ook maar minderwaardig door voelt. U kijkt om u heen naar al die sterke, prachtige, rijke mensen bij wie alles fantastisch gaat, en alles wat u heeft zijn vijf broden en twee vissen voor een taak waarvoor 200 zilverlingen aan brood nodig zijn. “Geef het aan mij.” Hij neemt het en – het volgende heeft u op de zondagsschool geleerd nietwaar? Het is een prachtige vertelling – en hij bidt, en hij voedt 5000 mannen, plus vrouwen en kinderen.  Ik kijk hier naar en zeg: “Misschien is er toch hoop voor mijn vijf broden en twee vissen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En hoeveel manden bleven er over? Twaalf. Waarom? Eentje voor elke apostel die niet geloofde dat er genoeg was. Dat is precies waarom: om te laten zien dat als je dat geeft waarvan je denkt dat je niet genoeg hebt, je meer terugkrijgt dan wat je in de eerste plaats had gedroomd. Dit is een verhaal dat aan afgunst elke keer een kaakslag uitdeelt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u begint te denken dat uw talenten te gering zijn, dat u niet kunt voldoen aan de behoeftes die er op dat moment spelen, komt Jezus tegemoet aan deze behoeftes. Hij kan dat piepkleine u nemen en het vermenigvuldigen. Thuis heb ik boven de deur een klein bordje hangen, dat Virginia Maderis me vijftien jaar geleden in Maryland schonk. Er staat op: “De wereld moet nog zien wat gedaan kan worden door een mens die geheel toegewijd is aan de Heer. Met Gods hulp probeer ik deze mens te zijn” – D.L. Moody&amp;lt;ref&amp;gt;Dwight Lyman Moody, evangelist (1837 – 1899)&amp;lt;/ref&amp;gt;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Liefhebben is stoppen met vergelijken”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog een laatste toelichting: ga met mij naar Johannes 21. U kent dit verhaal maar ik betwijfel of u er ooit aan dacht in relatie tot afgunst. Dat deed ik niet totdat ik het een poos geleden las in een boek. Dus dit is oorspronkelijk niet van mij maar ik ben er weg van en wil het daarom met u delen. Het is de situatie waarin Petrus die na zijn ontkenningen drie keer bevestigde dat hij van de Heer houdt, door Jezus is hersteld. In vers 18 staat: “Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naar toe wilt.” Dit is wat Jezus tegen Petrus zegt. “Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God.” Anders geformuleerd, hij zal een martelaar worden. Daarna zei hij tegen hem: “Volg mij.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Petrus draaide zich om en zag dat de leerling van wie Jezus hield, hen volgde – dat is Johannes die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen wie het was die hem zou verraden. Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: “En wat gebeurt er met hem, Heer?” Wat is hier eigenlijk aan de hand? Waarom zegt hij dat? Hij zei: “U heeft me net verteld dat ik vermoord wordt. Hoe zit het dan met Johannes? Zal hij ook vermoord worden?” En je kunt direct onder de oppervlakte zien dat er afgunst is in Petrus’ hart. “Als dat niet zo is, is dat niet fair!” Goed, hoe gaat Jezus hiermee om?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom. Maar jij moet mij volgen.’” Wat zegt hij daar? Ik denk dat hij zegt dat het zeer gevaarlijk is om omstandigheden met elkaar te vergelijken. Het is zeer riskant om talenten met elkaar te vergelijken. Ik herinner me nog van het Wheaton College, in de slaapzaal, dat Martin Noel, mijn RA&amp;lt;ref&amp;gt;Resident Assistant; leider/coach van een studentengroep op de campus&amp;lt;/ref&amp;gt; in die tijd, een klein stukje papier aan de buitenkant van zijn deur had, waarop stond: “Liefhebben is stoppen met vergelijken.” Dat is goed nieuws. Dat is geweldig. Jezus zegt hier: “Kijk eens, ga jezelf niet helemaal vergelijken met deze andere discipel. Wat ik voor hem heb, heb ik voor hem. Hier is wat ik voor jou heb: mij. Is dat genoeg?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En dat is de oplossing voor afgunst. Net als de oplossing voor begeerte waar we vanochtend over spraken. Het is Jezus. “Volg mij. Als je achter me staat, als je me hebt, waarom zou je je nog om hem zorgen maken?” En dat is dus het antwoord: we hebben meer van Jezus nodig. We moeten beseffen wat voor ongelofelijke privilége het is om Jezus überhaupt te kennen. Jezus zei ergens anders: “Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.&amp;lt;ref&amp;gt;Lucas 10:20&amp;lt;/ref&amp;gt;” Het is zo’n verbluffend voorrecht om een discipel van Jezus Christus te zijn dat wat er van andere discipelen terecht komt, er niet toe doet. En zo vliegt afgunst ervandoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 18:01:39 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_het_ongeloof_van_de_afgunst</comments>		</item>
		<item>
			<title>Genade prediken</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Genade_prediken</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Preaching Grace}}Het was een mooie, zonnige morgen. Mijn vrouw en ik zaten op onze veranda, samen genietend van een zeldzame, volledig onverstoord moment toen e...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Preaching Grace}}Het was een mooie, zonnige morgen. Mijn vrouw en ik zaten op onze veranda, samen genietend van een zeldzame, volledig onverstoord moment toen een witte sedan onze oprit opreed en vlak bij ons tot stilstand kwam. De goed geklede chauffeur stapte uit terwijl de jonge vrouw in de auto bleef. Ik zag het in een flits. Ik keek naar mijn vrouw Nancy en fluisterde: “Jehova’s Getuigen. Ik regel dat wel even.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De man kwam naar me toe en zij: “Goede morgen.” Voordat hij nog een woord kon uitbrengen, ging ik in de aanval. “Ja, en het gaat alsmaar slechter in de wereld, niet waar?” “Eh, ja,” antwoorde hij, “maar .…” Voordat hij nog iets kon zeggen, nam ik het over zoals Jet Li in de film ''Fearless''.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“De vraag,” zei ik, “is niet hoe ik om moet gaan met de problemen van de wereld. Ik weet dat we er beide van overtuigd zijn dat we het antwoord hebben. Mijn vraag aan u is de volgende: waar zal uw antwoord u brengen?” Hij opende zijn mond om te antwoorden, maar Jet Li was sneller. Ik bracht hem weer tot zwijgen, veranderde van onderwerp en vroeg: “Kunt u zeggen dat u ‘wedergeboren’ bent?” “Nee, maar …,” stammelde hij zwakjes. Ik onderbrak: “Er zijn geen maren, mijn vriend. De Bijbel is strijdig met wat uw gemeenschap de mensen leert. ‘Je MOET wedergeboren zijn’!”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik kon voelen hoe de man ineenkromp bij mijn bijna vurige aanval. Toen ik hem wou afmaken, herinnerde ik me de scene waarin Jet Li de tegenstander uitschakelde met een duizelingwekkend salvo aan spin kicks.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Jezus, mijn vriend, is GOD!,” riep ik in zijn gezicht. Ik had niet eens mijn Bijbel nodig toen ik vastberaden vers na vers afratelde. “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.” Johannes 1:1.&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt; Let op, het is niet ‘een god’ zoals uw ''Nieuwewereldvertaling'' dat voorstelt. Ik keek de auto in en zei tegen de jonge vrouw dat ze haar vriend moest vertellen een echte vertaling te gaan gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik was nog niet klaar, nog lang niet. Ik begon snel naar achteren en naar voren te gaan. Mijn eenkoppige geloofsgemeenschap en zijn in de auto zittende gezel staarden vol verbijstering naar me. Toen de man probeerde te interrumperen, ging ik door: “Hij is ‘God BOVEN ALLES’ (Romeinen 9:5). Als dat niet uw antwoord is, hoe zit het dan met Colossenzen 2:9? ‘In hem is de GODDELIJKE volheid lichamelijk aanwezig.’” Ik herhaalde toen die woorden voor de nadruk: “GODDELIJKE VOLHEID!”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De man leek extreem aangeslagen door dit punt. Maar toen kwam mijn spin kick. “Tot slot nog één ding,” zei ik, “en dan kun je zeggen wat je wilt als reactie. In Openbaringen 1:17-18 staat: ‘Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ’Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.’’ Om wie denkt u dat het gaat?” &lt;br /&gt;
“Antwoord niet,” zo reageerde ik op mijn eigen vraag, “we weten beide dat het Jezus is. Dood en levend. Eerste en laatste. Interessant, toch? Wie is volgens het Oude Testament de ‘eerste en de laatste’?” Op dat moment kon ik merken dat hij niet eens probeerde te onderbreken. Hij zei alleen maar: “Waarom vertelt u me het niet?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog meer aangespoord door zo’n inschikkelijkheid, keek ik door het raam van het voertuig naar de strakke, bijna ongelovige blik van de jonge vrouw en zei haar dat ze de volgende keer zou moeten aanvragen of ze met iemand mee mag, die zijn Bijbelkennis op orde heeft. Toen wende ik mij weer tot de man en zei: “In Jesaja 44:6 staat: ‘Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder, de HEER van de hemelse machten: Ik ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten mij.’” Ik verbaasde zelfs mezelf; en het kostte alles bij elkaar minder dan tien minuten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen keek ik naar de man en zei: “Ik ben klaar. Wat heeft u te vertellen?” Hij keek terug naar mij en antwoordde: “Wel, ik kan u het volgende vertellen. Ik beloof u nooit een Jehova’s Getuige te worden, maar weet u waar de Monaghan’s wonen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de een of andere manier (ben niet zeker hoe maar hoe dan ook), toen ik door had dat hij alleen maar stopte om naar de weg te vragen, is het me gelukt om hem de richting naar onze buren te wijzen. Ook lukte het me de kracht op te brengen, die nodig was om hen uit te zwaaien toen ze onze oprit afreden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De “goede” kant hiervan is tweeledig. Ten eerste, ik heb diverse Bijbelse verzen opgerateld, en ik kon mezelf deels geruststellen met de gedachte dat “het woord dat voortkomt uit Zijn mond niet vruchteloos terugkeert, niet zonder eerst te doen wat Hij wil en te volbrengen wat Hij gebied.”&amp;lt;ref&amp;gt;Jesaja 55:11&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede riep het gedachten bij me op. Ik vroeg me af: “Kan dit ook gebeuren tijdens mijn prediking?” Ik besefte hoe gemakkelijk het voor mij is om met “verloren” mensen om te gaan op een arrogante, laatdunkende manier waardoor ze nog meer verloren raken terwijl ik tegelijkertijd denk hoe goed ik wel niet ben. Ik kreeg door dat als mijn evangelie en ook mijn gedrag niet vol van liefde en genade zijn, ik geen meesterlijke predikant of een welbespraakte Christen ben, maar slechts een “dreunende gong of een schelle cimbaal” (1 Korintiërs 13:1).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De mensen hebben meer en meer een genadevolle Jezus nodig, die hen naar zichzelf uitnodigt (“Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven,” Mattheüs 11:28). Ze moeten de Jezus zien en horen, die “vol van goedheid en waarheid” is (Johannes 1:14). De mensen hebben in hun leven genoeg te verduren. Daarvan hoeven ze niet nog meer te krijgen vanaf de kansel. Ze hebben Jezus nodig, niet Jet Li.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 17:13:06 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Genade_prediken</comments>		</item>
		<item>
			<title>Vijf eenvoudige stappen</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Vijf_eenvoudige_stappen</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Five Easy Steps}}Eerder deze week sprak ik met een goede vriend die net door een periode is gegaan, vol met persoonlijke teleurstellingen, ontmoedigingen, unfai...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Five Easy Steps}}Eerder deze week sprak ik met een goede vriend die net door een periode is gegaan, vol met persoonlijke teleurstellingen, ontmoedigingen, unfaire behandelingen en zelfs valse geruchten over zijn karakter en Christelijke dienstbaarheid. Zijn reactie maakte indruk en beroerde me: “Mijn grote troost is gewoon als volgt,” zei hij: “‘Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst’ (1 Timotheüs 6:6)&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zo’n reactie op tegenspoed (die de context is waarin Christelijke tevredenheid getest en getoond wordt) is nooit het resultaat van een spontane wilsbeslissing noch wordt het voortgebracht met enkel een strak en doordacht tijd-en-leven-management plan dat is opgesteld om ons te beschermen tegen de kuren en nukken van de hand Gods. Het betekent dat je tevreden bent met de wil van de Heer in alle opzichten van Zijn voorzienigheid. Het is daarom een kwestie van hoe we bestaan, een kwestie van ons ''zijn''; het kan niet puur voortgebracht worden door meer te ''doen''.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Doen en zijn'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tevredenheid is een onderschatte gunst. Zoals in de zeventiende eeuw toen Jeremiah Burroughs over dit grote thema schreef, is het ook vandaag de dag nog “Het zeldzame juweel.” Als het opgewekt kon worden met een simpel programmaatje (“Vijf stappen naar tevredenheid binnen een maand”) zou het algemeen goed zijn. Christenen moeten tevredenheid op de ouderwetse manier ontdekken: we moeten het leren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus we kunnen niet “doen” of we tevreden zijn. Het wordt ons geleerd door God; wij worden er in geschoold. Het maakt deel uit van het veranderingsproces door de vernieuwing van onze gezindheid (Romeinen 12:1-2). Het wordt van ons geëist maar paradoxaal genoeg wordt het voor en niet door ons gedaan. Het is niet het resultaat van een reeks acties maar van een hernieuwd en veranderd karakter. Alleen goede bomen brengen goede vruchten voort.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele principes lijken moeilijker te begrijpen voor de hedendaagse Christen. Duidelijke richtlijnen voor het Christelijk leven zijn essentieel voor ons. Maar, helaas, veel van die zware lesprogramma’s die actueel zijn in het evangelisch christendom leggen zeer de nadruk op extern doen terwijl het bereiken van karakterontwikkeling er bekaaid afkomt. Vooral Christenen in de Verenigde Staten moeten inzien dat ze in de meest pragmatische maatschappij op aarde leven (als iemand het kan “doen” zijn wij het wel). Het is pijnlijk voor het eergevoel om te ontdekken dat het Christelijk leven niet geworteld is in wat we kunnen doen, maar in wat er bij ons gedaan moet worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele jaren geleden had ik een enigszins pijnlijk ontmoeting met de “u vraagt en wij draaien” mentaliteit. Halverwege een Christelijke studentenconferentie werd ik geroepen naar een ontmoeting met een afvaardiging van stafleden die zich verplicht voelden om me te confronteren met tekortkomingen in mijn twee uiteenzettingen over de Schrift. Het gegeven thema was ''Christus kennen''. “U heeft ons twee uur geleden aangesproken,” klaagden ze, “''maar u heeft ons tot nu toe nog niet één ding verteld wat we kunnen doen''.” Ongeduld ten aanzien van het handelen verborg het ongeduld met het apostolisch beginsel dat door Christus te kennen we in staat zijn alles te doen (overeenkomstig Filippenzen 3:10; 4:13).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe is dit van toepassing op tevredenheid, het hoofdthema in ''Tafelpraat'' deze maand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Christelijke tevredenheid betekent dat mijn voldoening onafhankelijk is van mijn omstandigheden. Als Paulus spreekt over zijn eigen tevredenheid in Filippenzen 4:11 gebruikt hij een term die gemeengoed was binnen de oude Griekse filosofische scholen der Stoïcijnen en Cynici. In hun woordenschat betekende tevredenheid zelfredzaamheid in de zin van onafhankelijk zijn van veranderende omstandigheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar voor Paulus is tevredenheid niet geworteld in zelfredzaamheid maar in Christus’ voorziening (Filippenzen 4:13). Paulus zei dat hij tegen alles bestand is – zowel in honger en gebrek als in overvloed en rijkdom - door hem die hem kracht geeft. Negeer deze laatste zinsnede niet. Het is precies deze verbinding met Christus en de ontdekking van Zijn toereikendheid die we niet van het ene op het andere moment kunnen inschakelen. Het is de vrucht van een voortdurende, intieme en ver ontwikkelde relatie met Hem.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om Paulus’ woorden te gebruiken: tevredenheid is iets wat we moeten leren. En hier is de crux van de zaak: hoe leren we tevreden te zijn? We moeten ons inschrijven bij de heilige school waar we onderwezen worden in Bijbelse lessen en providentiële ervaringen. Een goed voorbeeld van lessen uit deze school kan worden gevonden in Psalm 131.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een Bijbels voorbeeld'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Psalm 131 geeft koning David ons een levendige beschrijving van wat het voor hem betekent om te leren tevreden te zijn. Hij schildert zijn ervaringen af in termen van een kind dat de borst ontwend is en overgaat op vast voedsel: “Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust en tot stilte gebracht, als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder, mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is.&amp;lt;ref&amp;gt;Herziene Statenvertaling (HSV)&amp;lt;/ref&amp;gt;” (Psalm 131:2).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Roep dat beeld eens bij je op en hoor daar de geluiden bij. Het wordt nog veel levendiger als je bedenkt dat in het Oude Testament ontwenning van de borst soms pas plaats vond toen het kind drie of zelfs vier was! Het is al moeilijk genoeg voor een moeder om met het ontevreden gehuil van het kind om te gaan plus zijn weigering van vast voedsel en de botsing van belangen tijdens het ontwenningsproces. Stel je zo’n strijd met een 4-jarige eens voor! Dat is de maat voor de worsteling die David meemaakte voordat hij leerde tevreden te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Twee grote kwesties'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar waarover ging deze worsteling eigenlijk? Alweer helpt David ons door ons de twee grote kwesties voor te stellen, die opgelost moesten worden in zijn leven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“HEER, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik” (Psalm 131:1). Hij bedoelt niet dat ambitie op zich verkeerd is. Hij werd per slot van rekening apart genomen voor de troon (1 Samuel 16:12-13). Maar hij had een hogere ambitie: Gods wijze voorziening, positionering en timing vertrouwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Herinnert u zich nog de gelegenheden die hij kreeg om die positie en macht te veroveren met middelen die afbreuk zouden hebben gedaan aan zijn toewijding aan de Heer? Eerst kwam Saul in de grot waarin David en zijn mannen zich verborgen hielden (1 Samuel 24:6). Later slopen David en Abisai de tent van Saul binnen en troffen ze hem daar slapend aan (1 Samuel 26:9-1). Maar ondertussen was hij tevreden met zijn leven dat hij leefde naar Gods woord en met het geduldig wachten op Gods tijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Christelijke tevredenheid is dus het direct resultaat van het hebben van geen hogere ambitie dan te behoren tot de Heer en geheel en al tot Zijn beschikking te staan op de plaats die Hij toewijst op het moment dat Hij kiest met de voorzieningen die Hij wenst te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is aldus met rijpe wijsheid dat de jonge Robert Murray M’Cheyne&amp;lt;ref&amp;gt;Schotse predikant uit de 19e eeuw&amp;lt;/ref&amp;gt; schreef: “Het is altijd mijn ambitie geweest om voor mezelf geen plannen te hebben.” “Wat apart!”, zeggen wij. Ja, maar wat de mensen opviel aan M’Cheyne is dat het niet zozeer was wat hij deed of zei wat bijzonder was – het was wat hij was en hoe hij overkwam. Dat, op z’n beurt, is het resultaat van tevredenheid met één stuwende ambitie: “Ik wil Christus kennen” (Filippenzen 3:10). Het is geen toeval dat wanneer we Christus tot onze ambitie maken, we ontdekken dat Hij onze voorziening wordt en we leren tevreden te zijn in alle omstandigheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Ik zoek niet wat te groot is … voor mij en te hoog gegrepen” (Psalm 131:1). Tevredenheid is het resultaat van een mentaliteit dat haar beperkingen kent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
David stond zichzelf niet toe om vooringenomen te zijn met wat God hem niet wenste te geven. Noch weigerde hij zijn geest te fixeren op dingen die God hem niet wenste te verklaren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zulke vooringenomenheden zijn verstikkend voor tevredenheid. Als ik erop sta dat ik precies weet wat God doet met mijn omstandigheden en wat Hij voor mijn toekomst in petto heeft, als ik eis om zijn manier waarop Hij in het verleden met me omging, te begrijpen, zal ik nooit tevreden zijn totdat ik uiteindelijk gelijk aan God geworden ben. Hoe langzaam herkennen mensen in deze subtiele mentale verleidingen de echo’s van de slang uit het Hof van Eden, sissend: “Laat zien dat je ontevreden bent met Gods methode, Gods woord en Gods voorzienigheid.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In onze Augustijnse traditie is vaak gezegd dat de eerste zonde superbia, trots, was. Maar het was ingewikkelder dan dat; het bevatte ontevredenheid. Wanneer we de dingen in dat licht bezien, herkennen we wat voor ongoddelijk iets een ontevreden geest is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Houd deze twee principes in het oog en je zult niet gemakkelijk meegenomen worden in een wereldse werveling van ontevredenheid. Ga terug naar de school waarin je vooruitgang zult boeken in het zijn van een Christen. Leer je lessen, los voor jezelf de kwestie van ambitie op, maak Christus tot wat je bezighoudt, en je zult leren te genieten van de privileges van ware tevredenheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 17:06:37 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Vijf_eenvoudige_stappen</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van ongeloof bij Bethlehem</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_ongeloof_bij_Bethlehem</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Battling Unbelief at Bethlehem}}  &amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Romeinen 4:20-21'''&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/blockq...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling Unbelief at Bethlehem}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''Romeinen 4:20-21'''&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Hij [Abraham] twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God. Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat hij had beloofd.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat ik vandaag wil doen is het leggen van de basis voor een berichtenserie met de naam Bestrijden van ongeloof&amp;lt;ref&amp;gt;Originele naam: Battling Unbelief&amp;lt;/ref&amp;gt;. Ik hoop met deze berichten duidelijk te maken waarom wij er zijn als kerk en wat het betekent op het meest praktisch niveau om te leven op het pad van het geloof in de beloftes van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Alle zondes ontstaan door het ongeloof in Gods beloftes'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De overtuiging achter deze serie is dat alle zondes ontstaan door niet te geloven in de beloftes van God. Alle zondige toestanden van onze harten danken we aan ongeloof in Gods uiterst overvloedige bereidheid en vermogen om voor ons te werken in elke levenssituatie zodat alles uiteindelijk gunstig voor ons uitpakt. Bezorgdheid, valse schaamte, onverschilligheid, spijt, hebzucht, nijd, wellust, verbittering, ongeduld, moedeloosheid, trots – dat zijn allemaal uitlopers van de wortel van het ongeloof in de beloftes van God. Laat me dat toelichten met een bekende tekst die ons lijkt te willen verbazen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Geldzucht'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat bedoelde Paulus toen hij in 1 Timotheüs 6:10 zei: “Want de wortel van alle kwaad is geldzucht”? Hij bedoelde niet dat er een verband ligt tussen elke zondige houding en geld – dat je geld altijd in gedachten hebt wanneer je zondigt. Ik denk dat hij bedoelt dat al het kwaad in de wereld komt uit een specifiek soort hart, namelijk eentje die geldzuchtig is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat betekent deze zucht naar geld eigenlijk? Het betekent niet dat je bewondering hebt voor munten, bankbiljetten en betaalpassen. Om te weten wat het is om van geld te houden, moet je jezelf de vraag stellen, Wat is geld? Ik zou deze vraag als volgt beantwoorden: Geld is gewoon een symbool dat staat voor menselijke bronnen. Geld staat voor dat wat je van mensen kunt krijgen (niet van God! “Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je GEEN GELD.” Jesaja 55:1). Geld is de valuta van menselijke bronnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus het hart dat geldzuchtig is, is een hart dat zijn hoop vestigt op, zijn plezier najaagt met, en zijn vertrouwen put uit wat menselijke middelen te bieden hebben. Geldzucht is daarom vrijwel hetzelfde als het geloven in geld – geloof (vertrouwen, zekerheid, garantie) dat geld tegemoet komt aan je behoeften en je gelukkig maakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ongeloof in de beloftes van God'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vandaar dat geldzucht of het geloof in geld de januskop is van ONGELOOF in de beloftes van God. Zoals Jezus het zegt in Mattheüs 6 :24- jullie kunnen niet God dienen én de mammon. Je kunt niet vertrouwen op of geloven in God en geld. Geloof in het ene is ongeloof in het andere. Een hart dat van geld houdt – vertrouwt op geld voor blijdschap, gelooft in geld – vertrouwt tegelijkertijd niet op de beloftes van God voor blijdschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus als Paulus zegt dat geldzucht de wortel is van alle kwaad, duidt hij erop dat het ongeloof in de belofte van God de penwortel is van elke zondige instelling van ons hart.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het doel van deze serie'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze herfst zal elk bericht als doel hebben deze waarheid toe te lichten, te bevestigen en praktische hulp te bieden bij het bestrijden van de wortel van ongeloof die keer op keer, elke dag, in onze harten dreigt te groeien. In zekere zin is het belangrijkste punt van elk bericht hetzelfde: strijd tegen zonde door te vechten tegen ongeloof in de beloftes van God. Of om het positief uit te drukken: strijd voor rechtvaardigheid en liefde in uw leven door te vechten voor behoud van het geloof in de beloftes van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is de kern van de serie. Maar wat ik zei dat ik vandaag wou doen is het leggen van een basis voor deze berichten en u laten zien hoe dat verband houdt met waarom we bestaan als kerk. Laat me dat proberen te doen in de minuten die we nog over hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Waarom wij bestaan'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bethlehem Baptist Church bestaat ter ere van God. Hij schiep ons tot Zijn eer&amp;lt;ref&amp;gt;Herziene Bijbelvertaling (HBV)&amp;lt;/ref&amp;gt; (Jesaja 43:7). Hij heeft ons voorbestemd om zijn kinderen te zijn tot eer van zijn genade (Efeziërs 1:6). Hij deelde ons de bestemming toe om te leven voor zijn grootheid (Efeziërs 1:12). Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God (1 Korintiërs 10:31).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of we nu spreken van Bethlehem-aanbidding, Bethlehem-opbouw van het lichaam, Bethlehem-evangelisatie van ongelovigen, het einddoel van elk onderwerp is hetzelfde – dat God vereert wordt. Bethlehem is een visie van een grote, heilige, vrije en genadevolle, onafhankelijke God – een visie van GOD om tijdens de aanbidding te koesteren, een visie van GOD om te versterken bij de vorming en een visie van GOD om te verspreiden tijdens evangelisatie en zending. “Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen” (Romeinen 11:36).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe wij onze bestaansreden vormgeven'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu de tekst van deze morgen! Romeinen 4. Als het doel van alles wat we doen, het vereren van God is – zijn woord te vergroten, zijn pracht te verhelderen, zijn voortreffelijkheid te verheerlijken, zijn perfecties te beschrijven – als dat ons doel is, dan geeft Romeinen 4:19-21 ons zeer belangrijke inzicht in hoe we dat aan moeten pakken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Abrahams geloof in Gods belofte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abraham kreeg van God de belofte dat hij een zoon zou krijgen als hij 100 jaar oud zou zijn en Sarah oud en onvruchtbaar. Zijn reactie, zegt Paulus, vereerde God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;En zijn geloof verzwakte niet toe hij, ongeveer honderd jaar oud, beseft dat zijn krachten hem hadden verlaten en Sara niet langer vruchtbaar was. Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God. Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat hij had beloofd.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Martin Luthers inzicht'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik hoop dat u ermee eens bent dat wat deze tekst ons leert is dat we God vereren door te geloven in zijn beloftes. Luister naar Maarten Luther die een stevige greep kreeg op deze waarheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Geloof … eert hem die het vertrouwt met de meeste eerbied en hoogste respect want het beschouwt hem als eerlijk en vertrouwenswaardig. Er is geen andere eer gelijk aan de waardering van oprechtheid en rechtvaardigheid waarmee we degene eren die wij vertrouwen … Aan de andere kant, er is voor een mens geen manier om grotere minachting te tonen dan hem te beschouwen als vals en gemeen en verdacht, wat we doen als we hem niet vertrouwen (''Selecties''&amp;lt;ref&amp;gt;Originele titel: “Martin Luther: Selections from his Writings&amp;lt;/ref&amp;gt;, pagina 59).&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vertrouwen op Gods beloftes is de fundamenteelste manier waarop je God op bewust wijze kunt eren. Als je gelooft in een belofte van God, eer je Gods capaciteit om te doen wat hij beloofde en zijn bereidheid om te doen wat hij beloofde en zijn wijsheid om te weten hoe dat te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een verheldering van ongeloofbestrijding'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gisteravond moest ik strijden tegen het ongeloof van de bezorgdheid of deze preek voor deze ochtenddienst op tijd klaar zou zijn want ik was er vrij laat mee begonnen. De manier waarop ik streed tegen deze bezorgdheid was door te geloven in de belofte van 2 Korintiërs 12:8 (“Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.”) En toen ik geloofde in die belofte, werden Gods capaciteit om me te helpen, zijn wijsheid om me te helpen en zijn bereidheid om me te helpen vereerd. Als je iemand vertrouwt, eer je hem op het diepste niveau.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus als het doel van onze kerk bestaat uit het eren van God in alles wat we doen, moeten we dat tot onze doel stellen in alles wat we doen om ongeloof te bestrijden. Want niets onteert God meer dan niet te geloven wat hij zegt. Ofwel, in positieve bewoording, als ons doel is het vereren van God in alles wat we doen, dan moeten we in alles wat we doen het tot onze doel maken om te geloven in de beloftes van God. Want toen Abraham geloofde in de belofte van God, werd God geëerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik hoop daarom dat u inziet waarom ik denk dat deze serie berichten zo belangrijk voor ons is. Tenzij we in staat zijn te leren leven met het geloof in de beloftes van God, zullen we als kerk falen in ons doel. Tenzij we leren hoe te strijden tegen het voortdurend aanvallend ongeloof van onze harten, zullen we constant tekortschieten in de verering van God. En onze reden om te bestaan zou verloren zijn gegaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Drie dingen over het geloof dat God vereert'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ter voorbereiding van de overige berichten, laat me drie dingen zeggen over dit geloof dat God vereert. Als het te kort lijkt, bedenk dan dat die drie dingen deze herfst in elke preek terugkomen. Alles wat ik nu wil doen, is het introduceren ervan en de mentaliteit van onze kerk vorm geven in een bepaalde Bijbelse richting. En hopelijk, door dit te doen, voelt u zich gestimuleerd om op nieuwe manieren op God te vertrouwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Het is toekomstgericht'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het eerst wat ik over dit geloof wil zeggen is het volgende: Geloof dat God vereert, houdt in dat we onze hoop op geluk moeten baseren op de beloftes van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anders gezegd, geloof is toekomstgericht. Het vertrouwt op God voor iets in de toekomst, hetzij over acht uur of over 8.000 jaar. De functie van gebeurtenissen uit het verleden (bijvoorbeeld de dood en wederopstanding van Christus voor onze zonden) is het ondersteunen van geloof in de beloftes die met onze toekomst te maken hebben. Geloven dat Christus eenmalig voor al onze zonden stierf in het verleden en dat hij herrees, is uiterst belangrijk voor de redding. Maar de reden dat het zo belangrijk is, is dat de dood en wederopstanding van Christus de garantie van Gods beloftes zijn. Mensen die beweren: “Ik geloof dat Christus stierf voor mijn zonden en dat hij herrees uit de dood,” maar die hun hoop niet dagelijks baseren op zijn beloftes – deze mensen hebben geen geloof dat eer geeft aan de God die zondaars rechtvaardigt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U kunt dat terugvinden in onze tekst. Direct na de ophemeling van Abraham voor het geloven in de beloftes van God in verzen 19-21, zegt Paulus: “En dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.” Hoe werd Abraham in Gods ogen dan gerechtvaardigd? Waarom keek God naar deze imperfecte man en beschouwde hij hem als rechtschapen? Antwoord: omdat hij geloofde in de beloftes van God. Het was toekomstgericht geloof dat rechtvaardigde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lees nu verder voor de toepassing op ons. Verzen 23-24,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;En dit is niet alleen voor hem geschreven, maar ook voor ons, want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we geloven in hem die Jezus, onze Heer, uit de dood heeft opgewekt.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let op! Er staat niet: “Het wordt toegerekend aan ons die geloven in het historisch feit dat God in het verleden Jezus uit de dood opwekte.” Hoe cruciaal dat ook is. Er staat dat we als rechtvaardigen worden aangenomen als we geloven in God! Zoals Abraham geloofde in God! En deze God is de soort God die Jezus uit de dood opwekte opdat je hem kunt vertrouwen! Opdat u weet dat zijn Zoon voor altijd leeft om voor u te bemiddelen! Opdat u weet dat hij heerst in de overwinning op al uw vijanden. Opdat u weet, zoals vers 17 vermeldt, dat hij de doden levend maakt en in het leven roept wat niet bestaat. Hij kan alles doen! Niets is onmogelijk voor God. Daarom is hij absoluut te vertrouwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U wordt niet gerechtvaardigd door te geloven dat Jezus stierf voor zondaars en herrees. U wordt gerechtvaardigd door uw hoop te vestigen op de beloftes die God voor u veilig heeft gesteld en u garandeert met de dood en wederopstanding van zijn Zoon. Het geloof op basis waarvan God ons rechtvaardigt, al onze zonden vergeeft en ons gerechtigheid toekent, is het gevoel van tevreden zijn met de tegemoetkoming voor u van God volgens al zijn beloftes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het eerste wat ik wou zeggen over geloof: het is toekomstgericht. Het betekent vestiging van onze hoop op vreugde op de beloftes van God, die verzekerd zijn door de dood en wederopstanding van Jezus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. Het brengt vrucht voort'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tweede wat ik wil zegen over geloof in de beloftes van God is dat het voortbrengt wat Paulus “werk van het geloof³” noemt. Twee keer, eerst in 1 Thessalonicenzen 1:3 en dan in 2 Thessalonicenzen 1:11, verwijst Paulus naar het “werk van het geloof.” Wat hij bedoelt is dat er een dynamiek bestaat voor dit soort geloof, die altijd innerlijk reinigt (Handelingen 15:9) en zorgt voor liefdewerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De helderste bewering hierover is Galaten 5:6,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geloof is een kracht. Het laat het leven nooit onveranderd. Dat kan het niet want waarop je je hoop baseert overheerst altijd je leven. Als je je hoop vestigt op geld, als je je hoop vestigt op prestige, al je je hoop vestigt op vrije tijd en gemak, als je je hoop vestigt op macht en succes, beheerst dat de keuzes die je maakt en de mentaliteit die je ontwikkelt. En zo is dat ook met de dagelijkse vestiging van je hoop op de beloftes van God. Geloof in de beloftes van God is de penwortel van alle rechtvaardigheid en liefde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerder in Galaten 2:20 zei Paulus:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus leefde zijn dagelijks leven op basis van het geloof. Jezus hield voldoende van hem om voor hem te sterven en nu wist Paulus dat hij Hem kon vertrouwen, Hem kon geloven, dat Hij voor hem zal zorgen en al zijn behoeftes zou vervullen (Filippenzen 1:19). Als je je hoop vestigt op de beloftes van God en op de aanwezigheid van Jezus, leef je anders. Je bent vol van de vruchten van de gerechtigheid (Filippenzen 1:11).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Gezegend wie op de HEER vertrouwt,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
wiens toeverlaat de HEER is.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hij is als een boom geplant aan water,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn wortels reiken tot in de rivier.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hij merkt de komst van de hitte niet op,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
zijn bladeren blijven altijd groen.&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tijden van droogte deren hem niet,&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
steeds weer draagt hij vrucht.&amp;lt;ref&amp;gt;Jeremia 17:7-8&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het tweede dat er te zeggen is over geloof: het produceert vruchten in onze levens. Geloof in de beloftes van God is niet iets doods en vruchteloos. Waarop je je vestigt voor vreugde, is wat je leven beheerst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. We moeten elke dag strijden tegen ongeloof'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het laatste wat ik u wil meegeven is nu slechts een zin. Om te blijven geloven in de beloftes van God en om de vruchten van het geloof te blijven dragen, moeten we elke dag strijden tegen ongeloof. Zodra je een Christen bent, is de strijd begonnen in plaats van beëindigd. Paulus zegt in 1 Timotheüs 6:12: “Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om te volharden tot het eeuwig leven, moeten we de goede strijd van het geloof strijden (1 Korintiërs 15:2; Colossenzen 1:23; Hebreeën 3:14). Dat is de strijd die we gaan bestuderen de komende 14 weken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En ik geloof dat God ons deze studie heeft toegewezen omdat hij van ons houdt en omdat hij tot doel heeft om een aantal grote overwinningen naar onze levens en onze kerk te brengen. De reden dat ik dit geloof is vanwege de belofte in 1 Johannes 5:4: “En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we buigen om te bidden. Een ieder van ons in deze zaal worstelt met de een of andere zonde. Het moge een nieuw idee voor ons zijn dat deze zonde is geworteld in ongeloof maar dat is het wel. Wat ik wil dat we gaan doen is zachtjes bidden dat God u helpt om dat verband te zien, en wijd u daarna aan het samen met mij de komende 14 weken te leren hoe te strijden tegen dat ongeloof om zo de zonde te overwinnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 16:49:46 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_ongeloof_bij_Bethlehem</comments>		</item>
		<item>
			<title>Prediker</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Prediker</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Ecclesiastes}}“Prediker? Ugh – dat is alleen maar treurigheid en verdoemenis! Ik bestudeer liever een andere Bijbelboek.”  Wacht eens even. Ik weet dat he...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Ecclesiastes}}“Prediker? Ugh – dat is alleen maar treurigheid en verdoemenis! Ik bestudeer liever een andere Bijbelboek.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wacht eens even. Ik weet dat het niet hoort om de lezer aan het begin te vertellen dat hij ernaast zit – maar in dit geval, zit u ernaast! De schrijver van Prediker was geen zure, cynische, oude man die verbitterd was over het leven, wat sommigen wel van hem maken. Hij was niet ‘s werelds meest verstokte pessimist. Natuurlijk, veel (misschien wel de meeste) van de zinnen die hij schreef zijn pessimistisch maar Qoheleth (Salomo als predikant) heeft in de basis een positief doel. Zijn pessimisme is gevestigd op ”het leven onder de zon.” Jawel, als je het boek leest met het oog gericht op wat hij werkelijk probeert te bereiken, merk je dat hij meer een relaxte, nogal gemoedelijk persoon is. Hij heeft het allemaal meegemaakt – het slechte en het goede – en heeft zich, vol berouw, verzoent met het leven; onder Gods voorwaarden. Eigenlijk zit er veel in wat, als het juist wordt geïnterpreteerd, een gelovige veel vertrouwen en vreugde geven kan tijdens confrontaties met problemen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Er moet wel eerst wat gedaan worden om me hiervan te overtuigen!”&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Okay. Laten we eens grondig naar dat boek kijken. Ten eerste, merk op dat de naam “Prediker” (“predikant”) er door de vertalers van de Griekse Septuagint aan is gegeven. Het originele Hebreeuwse ''Qoheleth'' betekent “hij die mensen bijeen roept.” Salomo riep zijn hof bijeen (en mogelijk ook anderen) om voor hen te preken: “Qoheleth was een wijs man en heeft het volk veel kennis bijgebracht… In treffende spreuken probeerde Prediker de waarheid getrouw onder woorden te brengen” (12:9-10, ik gebruik mijn eigen vertaling in dit artikel). Hij wou dat zijn woorden, als ze gepubliceerd worden, “zo scherp en puntig als een ossenprik” (12:11) zijn. De streektaal in Prediker duidt erop dat hij niet alleen schreef voor Israël maar ook voor de Fenicische wereld. Het boekwerk was naast andere dingen, evangelisch, samengesteld voor onbekeerde lezers zowel in het binnen- als in het buitenland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kijk vervolgens een naar de woorden “onder de zon.” Deze veelvoorkomende term beschrijft het leven met niets anders dan wereldlijke doelen in het vizier. Het schetst iemand die zichzelf koortsachtig uitput om zinloze activiteiten na te jagen omdat dat alles is waar hij voor leeft. Christelijk leven daarentegen is een doelbewust leven “onder de Zoon,” voor wie Salomo een symbolische voorbode was. Salomo wil mensen bewegen van een vorige naar een nieuwe levenswijze: “Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens” (12:13). Hij sluit daarom met een strenge waarschuwing af: “want God oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de goede als de slechte” (12:14). Dat wil niet zeggen dat mensen gerechtvaardigd worden naar hun prestaties maar dat tijdens het oordeel of ze al dan niet gered worden, prestaties bewijs zullen zijn. De leer in het Nieuwe Testament stemt daarmee overeen (zie Mattheüs 25:31-46; Openbaring 20:12-15).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar was Salomo ''echt'' gemoedelijk en verzoend met het leven? En wat ''heeft'' hij Christenen te bieden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In dit bijzonder boek tackelt Salomo ultieme vragen – dezelfde soort die vandaag bij u opkomen als u de tijd neemt om serieus na te denken. Hij vraagt: “Waarom proberen moeite te doen als de resultaten tijdelijk zijn en daarom zinloos? Waarom geld, roem, macht en bezittingen zoeken, die je niet tevreden stellen? Waarom je over iets zorgen maken als zowel de slechten als de wijzen eindigen in het graf?” Zijn antwoord? God beschikt over mensen naar gelang Hij ziet of ze passen. Salomo wil dat u berust in het geloof in de wil van een onafhankelijke God!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De door hem veel gebruikte term “dwaasheid” betekent dat leven onder de zon “ijdel” is want het is niet ''permanent''. Dit thema doordrenkt het boek. Hij zegt: “Generaties gaan, generaties komen” (1:4), dat “er geen herinnering is aan dingen van vroeger” (1:11) en dat iemand zoals “hij is gekomen” op deze wereld tijdens de geboorte, terug zal keren, niets meenemend (5:15). In hoofdstuk 3, verzen 1-15, somt Salomon dingen op, die continu veranderen. Mensen worden geboren en sterven daarna, planten worden geplant en daarna gerooid, dingen worden afgebroken, andere dingen worden opgebouwd. Dingen worden hersteld, andere dingen worden verscheurd, sommige dingen worden bewaard, andere dingen worden weggegooid, er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen – enzovoort. Het leven gaat heen en weer. Niets blijft zoals het is. Om die reden moeten we ons losjes aan dingen vasthouden. Inspanningen om permanent resultaat te krijgen, zijn frustrerend en uiterst vruchteloos.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Salomo zegt dat het opstapelen van weelde en bezittingen dwaasheid is omdat je ze niet mee kunt nemen. In de plaats van het stellen van hoop in iets onder de zon, dringt hij er bij u op aan om te vertrouwen in de Schepper ervan. Hoe verbetert dat het leven? Nou, niet alleen maakt dat verschil in het oordeel maar het biedt ook een actuele levensfilosofie die je bevrijdt van zorgen en gepieker. Omdat God “de mens inzicht in de tijd heeft gegeven” (3:11), kunt u vooruit kijken naar een tijd waarin tijdelijke dingen vergeten zullen zijn. En op een dag zal het werk van God – dat nu onzinnig lijkt – doorgrond worden. “God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden” (3:11). Je kunt je geestelijk ontspannen – alles zal bekend worden gemaakt in Zijn tijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat wat je hier doet gevolg heeft voor de eeuwigheid moet je oppassen en zorgvuldig zijn in wat je doet. Maar je moet niet de beloningen voor de ''voltooiing'' verwachten voordat het tijd daarvoor is. Noch moet je in een eindige wereld als een dwaas zwoegen om duurzame bevrediging in iets te vinden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat, zoals Salomon duidelijk maakte, moeite doen om het onmogelijke te bereiken dwaasheid is, adviseert hij gemoedelijk te leven, verantwoord en bescheiden te werken zodat bereikt wordt wat terecht voor elkaar moet komen, en te genieten van Gods eenvoudige giften. Hij wil dat je je over morgen geen zorgen maakt noch dat je je vandaag dood werkt! Luister eens naar deze verhelderende passage:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;“Het is daarom nog maar het beste voor een mens dat hij zich aan eten en drinken te goed doet en volop geniet van alles wat hij moeizaam heeft verworven. En ook dat, zo heb ik ingezien, is in de hand van God.” (2:24, zie ook 3:12-13, 5:18, 8:15 en 9:7-8).&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In deze verzen komt één thema steeds weer bovendrijven: geniet van eten en drinken en het eenvoudig vermaak in het leven. Maar bedenk dat ook die niet van lange duur zijn: je eet en bent zat maar even later heb je weer honger (zijn frequente benoeming van eten en drinken benadrukt de tijdelijkheid der dingen). Hou op met het piekeren over dat wat niet veranderd kan worden. Eet goed en heb een fijne tijd (bedenkt dat wat je ook doet, op een dag beoordeeld zal worden; zie 12:14).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar gaat Prediker dus over? Na een uitbundig leven, na excessief werken om duurzame roem en geluk te vergaren, na zichzelf te hebben gewenteld in zonde, kon Salomo alleen maar zeggen: “ik was het leven beu … ja, ik was helemaal klaar met al mijn werk.” Waarom? Omdat hij inzag dat uiteindelijk alles wat hij deed niets meer was dan “dwaasheid en ergernis” (2:17-18).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Salomo schreef om u te helpen aan dit inzicht. Prikkelt Prediker u om te denken over het leven zoals het gelovigen dat betaamt te doen? Zo niet, lees het dan nog eens– keer op keer. Het is de tijd waard dat te doen!&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 16:30:43 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Prediker</comments>		</item>
		<item>
			<title>Plicht en eerbied</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Plicht_en_eerbied</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Duty and Honor}}Enkele jaren geleden nam ik in Jackson, Mississippi, deel aan een discussie met een aantal zakenmannen. Gedurende het gesprek had een van de man...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Duty and Honor}}Enkele jaren geleden nam ik in Jackson, Mississippi, deel aan een discussie met een aantal zakenmannen. Gedurende het gesprek had een van de mannen het over een man die niet bij de vergadering aanwezig was. Hij zei: “Hij is een eerbiedwaardige man.” Toen ik deze opmerking hoorde, spitsten zich mijn oren want ik meende even te horen dat er buitenlands werd gesproken. Ik besefte dat ik middenin het Diepe Zuiden was waar oude gebruiken niet geheel zijn verdwenen, desondanks kon ik het niet meteen vatten dat iemand vandaag de dag het woord ''eerbied'' gebruikt als term om iemand te beschrijven. De term ''eerbied'' is een beetje archaïsch geworden. We kunnen denken aan de beroemde speech die generaal Douglas MacArthur in West Point gaf getiteld: “Plicht, eerbied, land,” maar dat was meer dan een halve eeuw geleden. Tegenwoordig, is het woord eerbied nagenoeg verdwenen uit de Engelse taal. Vrijwel de enige keer dat ik dat woord nog in druk zie, is op bumperstickers die melden dat de eigenaar van het voertuig een kind heeft dat op de “Lijst van Eerbied” staat, maar “Lijst van Eerbied” is mogelijk het laatste, rudimentair overblijfsel van een vergeten begrip.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik spreek over eerbied omdat het woordenboek het woord ''eerbied'' opnoemt als belangrijkste synoniem voor het woord ''integriteit''. Mijn aandacht in dit artikel gaat naar de vraag: “Wat betekent integriteit?” Als we gebruik maken van alledaagse definities die lexicografen ons geven en zoals we die kunnen vinden in Webster’s woordenboek, lezen we verschillende bijdragen. In eerste instantie wordt integriteit gedefinieerd als “compromisloze naleving van moraal en ethische principes.” Ten tweede, integriteit betekent “rechtschapenheid, degelijkheid van karakter.” Ten derde, integriteit betekent “eerlijkheid.” Ten vierde, betreft integriteit een “ongeschonden of complete toestand”. Ten vijfde en tot slot, integriteit betekent “onaangetast qua karakter”.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze definities beschrijven personen die bijna zo zeldzaam zijn als het gebruik van het woord ''eerbied''. In de eerste plaats zou integriteit iemand beschrijven die we “een principieel persoon” noemen. Iemand die een principieel persoon is, zo definieert het woordenboek, is iemand die compromisloos is. Diegene is niet compromisloos in elke onderhandeling of discussie over belangrijke zaken maar is compromisloos ten aanzien van moraal en ethische principes. Zo iemand plaatst principes voor persoonlijk gewin. Het soort compromis is een deugd in een politiek correcte cultuur waarvan de politieke correctheid zelf aanpasbaar is met het waarde bepalend bijvoeglijk naamwoord politiek. Om ''politiek'' te zijn, moet je vaak iemand zijn die om alles compromissen sluit ook als het om principes gaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We zien ook dat integriteit verwijst naar de degelijkheid van het karakter en naar eerlijkheid. Als we bijvoorbeeld naar het Nieuwe Testament kijken, in de brief van Jakobus, geeft Jakobus een opsomming van waarden die in een Christelijk leven aanwezig horen te zijn. In het vijfde hoofdstuk van deze brief, in vers 12, schrijft hij: “Maar bovenal, broeders en zusters, zweer geen enkele eed, niet bij de hemel, niet bij de aarde, nergens bij. Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee, anders zult u ervoor gestraft worden.&amp;lt;ref&amp;gt;Tenzij anders vermeld zijn Bijbelteksten geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;” Hier verheft Jakobus de betrouwbaarheid van wat iemand zegt, de simpele uitspraak van een ja of een nee, als een deugd die boven alles staat. Wat Jakobus bedoelt is dat integriteit een soort eerlijkheid vereist, die inhoudt dat als we zeggen iets te gaan doen, ons woord ons verbond is. We hebben geen heilige eden en geloftes nodig om vertrouwd te worden. Integere mensen kunnen vertrouwd worden op basis van wat ze zeggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In onze cultuur zien we keer op keer het verschil tussen een politicus en een staatsman. Iemand die ik ken gaf dat verschil in de volgende bewoording weer: een politicus is iemand die kijkt naar de eerstvolgende verkiezing terwijl een staatsman iemand is die kijkt naar de volgende generatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zit, toegegeven, een soort verkapt cynisme in zo’n verschil. Het idee dat politici mensen zijn die waardes of principes als compromis inzetten om verkozen te worden of om aan te blijven. Zo’n tekortkoming in waarden wordt niet alleen bij politici gevonden, maar ook dagelijks in de kerken die soms vol lijken te zitten met geestelijken die gretig bereid zijn om rond de evangelische waarheid een compromis aan te gaan ten gunste van hun huidige populariteit. Dat is dezelfde tekortkoming aan integriteit als die waardoor het volk Israël in het Oude Testament ten onder ging toen valse profeten dat verkondigden waarvan ze wisten dat de mensen het wouden horen, in plaats van wat God hen had opgedragen om te zeggen. Dat is de kern van het gebrek aan integriteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we het Nieuwe Testament erbij pakken, kijken we naar het voorbeeld bij uitstek als het gaat om een gebrek aan integriteit bij het oordeel over Jezus door de Romeinse prefect Pontius Pilatus. Na het onderzoeken en ondervragen van Jezus, deed Pilatus richting de tierende menigte de aankondiging: “Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.” Toch, na deze verklaring, was Pilatus bereid om de Onberispelijke uit te leveren aan de razende meute. Dat was een duidelijk daad van politiek compromitteren waar principes en ethiek het raam uit werden gegooid om een hongerige menigte tevreden te stellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Terug naar het Oude Testament, naar de ervaringen van de profeet Jesaja zoals genoteerd in hoofdstuk 6 van dat boek. We herinneren ons dat Jesaja zag dat de Heer zat op een hoogverheven troon terwijl serafs de trisagion zongen: “Heilig, heilig, heilig.” In reactie op deze verschijning riep Jesaja: “Wee mij!,” waarmee hij een vloek over zichzelf uitriep. Hij zei dat “ik verga&amp;lt;ref&amp;gt;Herziene Bijbelvertaling (HBV)&amp;lt;/ref&amp;gt;” is de reden voor deze vloek. Wat Jesaja op dat moment ervoer was menselijk verval. Voordat hij deze visie had, werd Jesaja mogelijk gezien als de meest rechtschapen mens van het land. Hij was zeker van en vol vertrouwen in zijn eigen integriteit. Alles werd bijeen gehouden door zijn deugdzaamheid. Hij beschouwde zichzelf als een compleet mens maar zodra hij het ultieme voorbeeld en de norm voor integriteit en deugdzaamheid zag in het karakter van God, ervoer hij verval. Hij scheurde uiteen bij de naden toen hij besefte dat zijn integriteitsgevoel op z’n best huichelarij was.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Calvijn gaf aan dat dit het algemeen lot is voor menselijke wezens die zolang ze hun blik richting op het horizontale ofwel het aardse niveau van ervaringen, in staat zijn zichzelf te feliciteren en zichzelf te zien, met alle vleierij, als net iets minder dan halfgoden. Maar zodra ze hun blik richting de hemel richten en ook maar voor een moment bedenken wat voor soort wezen God is, staan ze te sidderen en te beven terwijl ze compleet ontdaan worden van elke illusie omtrent hun integriteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Christen moet het karakter van God weergeven. De Christen mag geen compromis aangaan met betrekking tot ethische principes. De Christen is opgeroepen om iemand van eerbied te zijn, op wiens woord men kan vertrouwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 28 Sep 2021 16:22:20 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Plicht_en_eerbied</comments>		</item>
		<item>
			<title>Pijn: Gods megafoon</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Pijn:_Gods_megafoon</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Pain: God's Megaphone}}Al zestig jaar zijn opeenvolgende generaties geholpen door wat C.S. Lewis&amp;lt;ref&amp;gt;Britse predikant Clive Staples Lewis (1898 – 1963)&amp;lt;/ref&amp;gt; ...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Pain: God's Megaphone}}Al zestig jaar zijn opeenvolgende generaties geholpen door wat C.S. Lewis&amp;lt;ref&amp;gt;Britse predikant Clive Staples Lewis (1898 – 1963)&amp;lt;/ref&amp;gt; schreef over het onderwerp pijn en lijden. Het duurzaam voordeel is grotendeels te danken aan het feit dat hij het “probleem” voorzag van een degelijke dosis Christelijk realisme. Dat medicijn zou nu wel eens belangrijker kunnen zijn dan ooit. Het is niet ongewoon om te zien hoe televisiepredikanten hun publiek informeren dat God “niet wil dat u ziek bent.” Het is moeilijk voorstelbaar dat zo’n bewering een bemoediging is voor chronische MS-patiënten die aan de rolstoel gekluisterd zijn. Op z’n best zijn zulke predikanten een beetje in de war. De Bijbel maakt een duidelijk onderscheid tussen het nu van onze aardse bedevaart en het dan van ons hemels thuis. Er zal een dag komen dat er nooit meer dood, rouw, verdriet of pijn zal zijn. Maar zoals elke nuchtere waarnemer van de staat van de mensheid zal erkennen, die dag is nog niet gekomen. Terwijl de meesten van ons niet geconfronteerd zijn met “de hartbrekende sleur van monotone ellende”, zoals Lewis het noemt, blijven maar weinig onder ons onberoerd door allerlei soorten beproevingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoewel de beproeving kan verschijnen in de vermomming van een vijand, kan blijken dat deze in werkelijkheid een vriend is. De Bijbelse schrijver Johannes moedigt zijn lezers aan om bij de confrontatie met beproevingen deze te verwelkomen als vrienden in plaats van er kwaad over te zijn als waren het indringers. In plaats van weg te lopen en zich te verbergen moeten we de confrontatie aangaan met het besef dat ze komen om ons te testen en ons te verbeteren. Lewis beargumenteert niet dat lijden op zich goed is. In de plaats daarvan wijst hij op de verlossende, zalig makende effecten van het lijden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tweeëndertig jaar pastorale zorg hebben me in direct contact gebracht met degenen van wie de ervaringen met pijn en leed ware genade bleken te zijn. Ik denk aan een kernfysicus in onze kerk in Schotland, die de dienst bijwoonde uit eerbied voor zijn vrouw en drie jonge dochters. Hij luisterde naar de preek met een houding van beleefde onverschilligheid, hij nam een exemplaar van John Stotts ''Basischristendom''&amp;lt;ref&amp;gt;Oorspronkelijke titel: ‘Basic Christianity’&amp;lt;/ref&amp;gt; aan maar bleef veilig in zijn wetenschappelijke schulp. Pas toen zijn vierde kind, een zoon, na elf maanden stierf, klonk de megafoon. Met de erkenning dat zijn wereldbeeld tekortschoot om met tragedie en verlies om te gaan, stapte hij over zijn schaduw heen en vond zichzelf terug in de omarming van de God die er altijd is. Via deze echt noodzakelijke beproeving overwon God zijn rebelse wil en bracht Hij hem naar het vredesoord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook is waar dat God leed gebruikt om Zijn kinderen weg te lokken van mogelijke bronnen van valse vreugde. De Christen kan loom worden in de zon maar zal niet wegdommelen in het vuur of in de overstroming. Ieder van ons moet erkennen dat het gemakkelijk is om weinig aan God te denken als alles aan de buitenkant goed lijkt te gaan. Maar wat doet zich een kans voor als bijvoorbeeld een biopsie positief blijkt te zijn. Een plotselinge angstexplosie gooit elke illusie van zelfredzaamheid aan diggelen. Het is de vriendelijkheid van God om ons wakker te schudden en ons te brengen naar de plek van de afhankelijkheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onze pijnervaringen, mits gezegend, zullen ons bewust maken van de beproevingen die anderen ondergaan en zorgen voor mildheid in onze daden. Als onze pijn en teleurstellingen de gelegenheid worden om onze harten te verzachten, kunnen we het privilége verwachten dat we de zwakheden van anderen mee kunnen dragen. Jezus, de Hoofdherder, onze grote Hogepriester, is er een “die met onze zwakheden kan meevoelen”&amp;lt;ref&amp;gt;Hebreeën 4:15&amp;lt;/ref&amp;gt; &amp;lt;ref&amp;gt;Tenzij anders aangegeven zijn Bijbelteksten geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt; en Hij liet ons een voorbeeld na, dat we zouden moeten navolgen. Het zou ons flink moeten bezighouden als zij die zijn opgeroepen tot het onderwijzen en leiden van anderen, falen in het tonen van zachtmoedigheid en meelevendheid voor zij die zwak of angstig zijn. Hoewel ik het onderwerp lijden slechts heb aangestipt, is het meteen duidelijk dat God de eenzame uren in het midden van de nacht gebruikt om ons lessen te leren die we overdag in volle gezondheid nooit zouden hebben geleerd&amp;lt;ref&amp;gt;Hint: Zie dit in overdrachtelijke zin&amp;lt;/ref&amp;gt;. We staan op om de opmerking van William Cowper&amp;lt;ref&amp;gt;Britse dichter (1731-1800)&amp;lt;/ref&amp;gt; te bevestigen dat “achter een fronsende voorzienigheid, God een vriendelijk gezicht verbergt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is slechts het puntje van de ijsberg wat dit onderwerp betreft. Ik moet de lezer achterlaten met twee dingen om over na te denken. Ten eerste, kijk eens hoe leed en pijn meestal Gods tuchtmaatregelen zijn en hoe in deze tucht we bewijs en een verzegeling vinden voor onze adoptie (zie Hebreeën 12:6). Ten tweede, kijk eens naar het corrigerend element van de vernedering waarnaar de psalmist verwijst (Psalmen 119:67, 71).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lewis helpt ons te beseffen dat wanneer de megafoon van pijn klinkt in onze levens of in de levens van onze ongelovige vrienden en buren, we niet mogen reageren met een soort oppervlakkige triomfalisme of een afdaling in de afgrond van het pessimisme. Als zij van wie de levens zijn gemarkeerd met stille wanhoop, die pijnlijk besef hebben van hun beproevingen en lijden, de Christenen gaan opzoeken voor hulp, is dat niet omdat we kennelijk levens leven die vrij zijn van beproevingen maar omdat we eerlijk zijn over ons eigen leed en problemen. We zullen niet proberen antwoord te geven op elke vraag want we weten dat God Zijn geheimen heeft (Deuteronomium 29:28). We zullen bevestigen dat zelfs in het mysterie van Zijn doelen we de zekerheid van Zijn liefde weten, en we zullen zoeken hoe anderen bekend te maken met onze God die onze zorgen en ons lijden deelt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 10 Sep 2021 15:33:22 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Pijn:_Gods_megafoon</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van het ongeloof van valse schaamte</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_het_ongeloof_van_valse_schaamte</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling the Unbelief of Misplaced Shame}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''2 Timotheüs 1:6-12'''&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde. 7 God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. 8 Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft. 9 Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, 10 maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie. 11 Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar; 12 daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De definitie en oorzaken van schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat ons beginnen met een uit het woordenboek gehaalde definitie van schaamte. Schaamte is de pijnlijke emotie veroorzaakt door een besef van schuldgevoel, tekortkoming of ongepastheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me een voorbeeld geven van elk van deze oorzaken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Als eerste, schuldgevoelens als oorzaak van schaamte. Stel dat je tegen je geweten handelt en informatie achterhoudt bij je belastingaangifte. Een aantal jaren heb je er geen last van omdat je er niet meer bewust van bent en je niet betrapt werd. Maar dan moet je je verantwoorden bij de Belastingdienst en wordt het publiekelijk bekend dat je loog en belasting ontdook. Je schuld is bekend. Bij deze publiekelijke afkeuring voel je pijnlijke schaamte.&lt;br /&gt;
#Of neem de oorzaak tekortkoming. Stel dat je tijdens de Olympische Spelen uitkomt voor een klein land waar je vrij goed bent op de 3.000 meter. Dan strijd je voor duizenden mensen in Seoul en de wedstrijd is zo zwaar dat wanneer je met de laatste ronde begint, je een complete ronde achterligt op alle anderen. Je moet de race helemaal alleen uitlopen terwijl iedereen naar je kijkt. Hier is geen sprake van schuldgevoel. Maar de vernedering en schaamte kunnen enorm zijn.&lt;br /&gt;
#Of neem de oorzaak ongepastheid. Je bent uitgenodigd voor een feest en ter plekke ontdekt je dat je de verkeerde kleren aan hebt. Hieraan liggen ook geen kwade bedoelingen ten grondslag. Het is slechts een sociale blunder, ongepastheid waardoor je je belachelijk en beschaamd voelt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Terechte versus valse schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een van de dingen die opvallen bij deze definitie van schaamte is dat er terechte schaamte is en schaamte die onterecht is. Er bestaan situaties waarin schaamte precies dat is wat we behoren te voelen. En er zijn situaties waarin we dat niet zouden moeten voelen. De meeste mensen zullen zeggen dat een leugenaar zich behoort te schamen. En de meeste mensen zullen waarschijnlijk zeggen dat de langeafstandsloper die echt z’n best deed, zich niet hoeft te schamen; teleurstelling zou gezond zijn maar schaamte niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me met behulp van de Schrift deze twee soorten schaamte uiteenzetten. De Bijbel maakt zeer duidelijk dat er een schaamte is die we behoren te hebben en een schaamte die we niet behoren te hebben. De ene soort noem ik “valse schaamte” en de andere “terechte schaamte.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Valse schaamte (de soort die we niet zouden moeten hebben) is de schaamte die je voelt als er geen goede reden voor is om het te voelen. Bijbels betekent dit dat hetgeen waarvoor je je schaamt God niet onteert, of het IS wel onterend voor God maar je kunt er niets aan doen. Anders gezegd, valse schaamte is schaamte voor iets wat goed is – iets wat God niet onteert. Of het is schaamte voor iets slechts zonder dat je gezondigd hebt. Dat is het soort schaamte dat we niet hoeven hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Terechte schaamte (de soort die je hoort te hebben) is de schaamte die je voelt als er een goede reden voor is. Bijbels betekent het dat we ons schamen voor iets omdat onze betrokkenheid erbij onterend voor God was. We horen ons te schamen als we er met onze houdingen of daden voor gezorgd hebben dat er schande over God komt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik wil er zeker van zijn dat u ziet hoe belangrijk God is in dit onderscheid tussen valse schaamte en terechte schaamte. Of het wel of niet door ons toedoen komt dat God vereerd of dat God onteerd wordt, maakt het verschil. Als we schaamte met wortel en al willen bestrijden, moet we weten hoe het verband houdt met God. En we MOETEN schaamte bij de wortel bestrijden – alle schaamte. Want zowel valse schaamte als terechte schaamte kan ons verlammen als we niet weten hoe het bij de wortel aan te pakken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we daarom kijken in teksten van de Schrift naar voorbeelden van valse schaamte en voorbeelden van terechte schaamte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Valse schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2 Timotheüs 1:8'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat deze tekst zegt is: wanneer je schaamte voelt omdat je getuigt van Jezus, heb je valse schaamte. We moeten ons daarvoor niet schamen. Christus is vereerd wanneer wij goeds over hem spreken. En hij is onteerd door angstig zwijgen. Dus het is niet beschamend om te getuigen maar wel beschamend dat niet te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede zegt de tekst dat als je je schaamt wanneer een vriend van je in moeilijkheden zit (in dit geval: in de gevangenis) in het belang van Jezus, dan is je schaamte misplaatst. De wereld kan dat zien als een teken van zwakte en verslagenheid. Maar Christenen weten wel beter. God wordt vereerd door de moed van zijn dienaren om in zijn naam naar de gevangenis te gaan. We hoeven ons niet te schamen wanneer we in verband worden gebracht met iets wat God op deze manier eert, ongeacht hoeveel minachting de wereld ons toewerpt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Marcus 8:38'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Wie zich tegenover de trouweloze en zondig mensen van deze tijd schaamt voor mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer hij komt in het gezelschap van de heilige engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schaamte is misplaatst als we het voelen vanwege de persoon of de woorden van Jezus. Als Jezus zegt: “Heb uw vijanden lief,” en anderen lachen en noemen dat onrealistisch, hoeven we ons niet te schamen. Als Jezus zegt: “Overspel is zonde,” en vrijgevochten yuppies beweren dat dit uit de tijd is, hoeven we ons niet te schamen als we achter Jezus staan. Dat zou valse schaamte zijn want de woorden van Jezus zijn waar en God-vererend, ongeacht hoe belachelijk de wereld ze wil laten lijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1 Petrus 4:16'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lijden en verweten worden en belachelijk gemaakt worden als een Christen is geen gelegenheid voor schaamte want het is een gelegenheid om God te vereren. Anders gezegd, in de Bijbel is het criterium voor wat terechte schaamte en wat valse schaamte is, niet hoe belachelijk of hoe slecht het lijkt voor de mensen, maar of u feitelijk God looft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is zeer belangrijk om te begrijpen! Want veel waarvoor we ons schamen, komt niet doordat we door ons toedoen God onteren maar doordat we faalden om ons voor te doen zoals de mensen dat graag willen. Veel van onze schaamte is niet op God gericht maar egocentrisch. Zolang we daarop geen goede greep krijgen, zullen we niet in staat zijn om het probleem van schaamte bij de wortel aan te pakken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Romeinen 1:16'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De reden dat schaamte voor het evangelie valse schaamte is, komt omdat het evangelie tot aan de redding de grote kracht van God is. Het evangelie maakt God groot en vernedert de mens. Daarom lijkt het evangelie voor de wereld helemaal niet op iets krachtigs. Het lijkt op zwakheid (door mensen te vragen om als kinderen te zijn en op Jezus te vertrouwen in plaats van op eigen benen te staan). Maar voor zij die geloven is het de kracht van de almachtige God om zondaren te redden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2 Korintiërs 12:9-10'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus zegt (tegen Paulus):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gewoonlijk zijn zwakheden en beledigingen grond voor schaamte. Maar voor Paulus zijn het gelegenheden voor verheerlijking. Paulus vindt dat schaamte voor zijn zwakheden en schaamte vanwege beledigingen en vervolgingen valse schaamte zijn. Waarom? Omdat de kracht van Christus geperfectioneerd is in Paulus’ zwakheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit al deze teksten concludeer ik dat het Bijbels criterium voor valse schaamte extreem op God is gericht. Het Bijbels criterium luidt: schaam je niet voor iets wat God vereert ongeacht hoe zwak of belachelijk het je doet lijken in de ogen van ongelovigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Terechte schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Diezelfde God-gerichtheid zullen we zien als we kijken naar enkele teksten die als voorbeeld dienen voor terechte schaamte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1 Korintiërs 15:34'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier zegt Paulus dat deze mensen schaamte zouden moeten voelen. “U moest zich schamen.” Hun schaamte zou terecht zijn als ze hun zorgwekkend gebrek aan kennis over God zouden zien en hoe dat hen gebracht heeft bij een valse leer (geen wederopstanding) en zonde in de kerk. Met andere woorden, terechte schaamte is schaamte voor wat God onteert – onwetendheid over God, zonde tegen God, valse geloven over God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1 Korintiërs 6:5'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Christenen gingen naar wereldlijke rechtbanken om onderlinge geschillen te beslechten. Paulus wijst hen terecht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;U moest u schamen. Is er dan niet één wijs mens onder u die tussen broeders en zusters uitspraak kan doen?&amp;lt;/ blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alweer zegt hij dat ze zich zouden moeten schamen: “U moest u schamen.” Hun schaamte zou terecht zijn omdat hun gedrag God in diskrediet brengt doordat ze onderling ruzie maken en hulp zoeken bij de goddelozen om hun ruzie te beslechten. Terechte schaamte is de schaamte die je voelt omdat je betrokken was bij het onteren van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En laten we de volgende consequentie niet over het hoofd zien: deze mensen deden hun best om sterk en rechtvaardig te lijken. Ze wouden door mensen rechtvaardig bevonden worden. Ze wouden in de rechtszaal winnaars zijn. Ze wouden niet als rechtelozen onder de voet gelopen worden. Dat zou zwak en schaamtevol lijken. Dus in hun poging om schaamte voor de wereld te vermijden, gingen ze zich gedragen op een manier die God als schaamtevol betracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het punt is: als je God onteert, zou je je moeten schamen ongeacht hoe sterk, wijs of rechtvaardig je bent in de ogen van de mensen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ezechiël 43:10'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Mensenkind, vertel het volk van Israël over de tempel, zodat ze zich schamen over hun wandaden, en laat ze het model nameten.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
God zegt dat Israël zich moet schamen voor hun wandaden. Zonde is altijd een goede reden voor schaamte omdat zonde gedrag is dat God onteert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Zie ook Romeinen 6:21; 2 Thessalonicenzen 3:14 voor meer voorbeelden van terechte schaamte.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op basis van al deze teksten mogen we concluderen dat het Bijbels criterium voor valse schaamte en voor terechte schaamte niets anders dan pure God-gerichtheid is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Bijbels criterium voor valse schaamte luidt: schaam je niet voor iets wat God vereert ongeacht hoe zwak, belachelijk of verkeerd het je doet lijken in de ogen van de mensen. En schaam je niet voor ongelukkige omstandigheden waarin je God niet onteerd hebt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Bijbels criterium voor terechte schaamte luidt: SCHAAM je voor de ontering van God door jouw toedoen ongeacht hoe sterk, wijs of rechtvaardig het je laat lijken in de ogen van de mensen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe strijd je dus tegen deze pijnlijke emotie die we schaamte noemen? Het antwoord is dat we ertegen strijden door te strijden tegen het ongeloof dat het in stand houdt. En we vechten voor het geloof in Gods beloften die schaamte overwinnen en ons bevrijden van haar pijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Drie voorbeelden van strijd tegen valse schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me dit toelichten met drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Als terechte schaamte te lang aanhoudt'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In dit geval van terechte schaamte voor zonde is het goed dat het pijnlijk is, maar deze pijn moet niet blijvend worden. Als het dat wel doet, komt dat door het ongeloof in de beloftes van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld, een vrouw komt naar Jezus in het huis van een Farizeeër, huilt en wast zijn voeten. Ongetwijfeld voelde ze schaamte toen Simon met zijn ogen voor de aanwezigen aanduidde dat deze vrouw een zondaar was en dat het niets voor Jezus was dat zij hem aanraakte. Ze was inderdaad een zondaar. Er was een plek voor echte schaamte. Maar niet al te lang. Jezus zei: “Uw zonden zijn vergeven” (Lucas 7:48). Toen de gasten hierover morden, hielp hij haar geloof een handje en zie: “Uw geloof heeft u gered; ga in vrede” (v. 50).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe hielp Jezus haar om de verlammende effecten van schaamte te bestrijden? Hij gaf haar een belofte: “Uw zonden zijn vergeven! Uw geloof heeft u gered. Uw toekomst zal in vrede zijn.” Bij haar ging het dus om het geloof. Zou ze de afkeuring van de boos kijkende gasten geloven? Of zou ze geloof hechten aan de bevestigende woorden van Jezus dat haar schaamte nu wel genoeg is geweest? Ze is vergeven. Ze moge gaan in vrede.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is de manier waarop een ieder van ons moet strijden tegen de effecten van terechte schaamte die te langdurig dreigen te worden en ons verlammen. We moeten strijden tegen het ongeloof door ons te hechten aan beloftes zoals,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Maar bij u is vergeving, daarom eert men u met ontzag. (Psalmen 130:4)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God die hem ruimhartig zal vergeven. (Jesaja 55:6)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. (1 Johannes 1:9)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste. (1 Timotheüs 1:15)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Van hem getuigen alle profeten dat iedereen die hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden krijgt. (Handelingen 10:43; 13:39)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. Schaamte voelen voor iets wat God verheerlijkt'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tweede voorbeeld van strijd tegen schaamte is het voorbeeld van schaamte voelen voor iets wat niet eens slecht is maar in feite God verheerlijkt – zoals Jezus of het evangelie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onze tekst laat zien hoe Paulus strijdt tegen valse schaamte. In vers 12 zegt hij: “Daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus maakt zeer duidelijk dat de strijd tegen valse schaamte de strijd tegen ongeloof is. “Maar ik schaam mij niet WANT IK WEET IN WIE IK MIJN VERTROUWEN HEB GESTELD.” Schaamtegevoelens voor Christus, het evangelie en christelijke ethiek bestrijden we door te strijden tegen ongeloof in de beloftes van God. Geloven wij dat het evangelie de kracht van God is om verlossing te bereiken? Geloven wij dat Christus’ kracht geperfectioneerd is in onze zwakte? De strijd tegen valse schaamte is de strijd tegen het niet geloven in de beloftes van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. Schaamte voelen voor iets wat we niet gedaan hebben'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten slotte het laatste voorbeeld van de strijd tegen schaamte is het voorbeeld waarin anderen ons schaamte proberen op te dringen voor ongelukkige omstandigheden terwijl we in feite geen aandeel in de ontering van God hadden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het overkwam Jezus. Ze noemden hem een wijnzuiper en een vreetzak. Ze noemden hem tempelvandaal. Ze noemden hem een hypocriet: Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet.&amp;lt;ref&amp;gt;Mattheüs 27:42&amp;lt;/ref&amp;gt; Dit allemaal met als doel Jezus op te zadelen met schaamte die hij niet hoefde te dragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hetzelfde overkwam Paulus. Ze noemden hem waanzinnig toen hij zichzelf voor de rechtbank verdedigde. Ze noemden hem een vijand van de Joodse gebruiken en een overtreder van het oude verbond. Ze zeiden dat hij de mensen leerde om te zondigen want er was toch volop genade. Dit allemaal om hem schaamte te bezorgen, die hij niet hoefde te dragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En het is u overkomen. En het zal weer gebeuren. Hoe strijd u tegen deze valse schaamte? Door te geloven in de beloftes van God dat uiteindelijk alle pogingen om ons te beschamen, zullen mislukken. Het mag zo zijn dat we nu worstelen om erachter te komen waarvoor we ons behoren te schamen en waarvoor niet. Maar God heeft voor ons een belofte voor beide situaties:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Maar Israël wordt door de HEER gered, hij brengt redding voor eeuwig. Julie staan niet te schande en worden niet gehoond, in alle eeuwigheid niet. (Jesaja 45:17; 49:23)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Want de Schrift zegt: ‘Wie in hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’ (Romeinen 10:11; 9:33)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anders gezegd, voor al het kwaad, misleidende oordelen en kritiek die anderen gebruiken om ons schaamte te geven die niet door ons gedragen hoeft te worden, en voor alle verdriet en geestelijke strijd die dat oplevert, staat de belofte recht overeind, dat ze uiteindelijk geen succes zullen hebben. Alle kinderen van God zullen rechtvaardig worden bevonden. De waarheid zal bekend zijn. En niemand die zijn hoop vestigt op de beloften van God zal beschaamd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 10 Sep 2021 15:21:46 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_het_ongeloof_van_valse_schaamte</comments>		</item>
		<item>
			<title>Bestrijden van het ongeloof van valse schaamte</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Bestrijden_van_het_ongeloof_van_valse_schaamte</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Battling the Unbelief of Misplaced Shame}}  &amp;lt;blockquote&amp;gt;'''2 Timotheüs 1:6-12'''&amp;lt;refBijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Battling the Unbelief of Misplaced Shame}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;'''2 Timotheüs 1:6-12'''&amp;lt;refBijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde. 7 God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. 8 Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft. 9 Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, 10 maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie. 11 Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar; 12 daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De definitie en oorzaken van schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat ons beginnen met een uit het woordenboek gehaalde definitie van schaamte. Schaamte is de pijnlijke emotie veroorzaakt door een besef van schuldgevoel, tekortkoming of ongepastheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me een voorbeeld geven van elk van deze oorzaken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Als eerste, schuldgevoelens als oorzaak van schaamte. Stel dat je tegen je geweten handelt en informatie achterhoudt bij je belastingaangifte. Een aantal jaren heb je er geen last van omdat je er niet meer bewust van bent en je niet betrapt werd. Maar dan moet je je verantwoorden bij de Belastingdienst en wordt het publiekelijk bekend dat je loog en belasting ontdook. Je schuld is bekend. Bij deze publiekelijke afkeuring voel je pijnlijke schaamte.&lt;br /&gt;
#Of neem de oorzaak tekortkoming. Stel dat je tijdens de Olympische Spelen uitkomt voor een klein land waar je vrij goed bent op de 3.000 meter. Dan strijd je voor duizenden mensen in Seoul en de wedstrijd is zo zwaar dat wanneer je met de laatste ronde begint, je een complete ronde achterligt op alle anderen. Je moet de race helemaal alleen uitlopen terwijl iedereen naar je kijkt. Hier is geen sprake van schuldgevoel. Maar de vernedering en schaamte kunnen enorm zijn.&lt;br /&gt;
#Of neem de oorzaak ongepastheid. Je bent uitgenodigd voor een feest en ter plekke ontdekt je dat je de verkeerde kleren aan hebt. Hieraan liggen ook geen kwade bedoelingen ten grondslag. Het is slechts een sociale blunder, ongepastheid waardoor je je belachelijk en beschaamd voelt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Terechte versus valse schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een van de dingen die opvallen bij deze definitie van schaamte is dat er terechte schaamte is en schaamte die onterecht is. Er bestaan situaties waarin schaamte precies dat is wat we behoren te voelen. En er zijn situaties waarin we dat niet zouden moeten voelen. De meeste mensen zullen zeggen dat een leugenaar zich behoort te schamen. En de meeste mensen zullen waarschijnlijk zeggen dat de langeafstandsloper die echt z’n best deed, zich niet hoeft te schamen; teleurstelling zou gezond zijn maar schaamte niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me met behulp van de Schrift deze twee soorten schaamte uiteenzetten. De Bijbel maakt zeer duidelijk dat er een schaamte is die we behoren te hebben en een schaamte die we niet behoren te hebben. De ene soort noem ik “valse schaamte” en de andere “terechte schaamte.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Valse schaamte (de soort die we niet zouden moeten hebben) is de schaamte die je voelt als er geen goede reden voor is om het te voelen. Bijbels betekent dit dat hetgeen waarvoor je je schaamt God niet onteert, of het IS wel onterend voor God maar je kunt er niets aan doen. Anders gezegd, valse schaamte is schaamte voor iets wat goed is – iets wat God niet onteert. Of het is schaamte voor iets slechts zonder dat je gezondigd hebt. Dat is het soort schaamte dat we niet hoeven hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Terechte schaamte (de soort die je hoort te hebben) is de schaamte die je voelt als er een goede reden voor is. Bijbels betekent het dat we ons schamen voor iets omdat onze betrokkenheid erbij onterend voor God was. We horen ons te schamen als we er met onze houdingen of daden voor gezorgd hebben dat er schande over God komt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik wil er zeker van zijn dat u ziet hoe belangrijk God is in dit onderscheid tussen valse schaamte en terechte schaamte. Of het wel of niet door ons toedoen komt dat God vereerd of dat God onteerd wordt, maakt het verschil. Als we schaamte met wortel en al willen bestrijden, moet we weten hoe het verband houdt met God. En we MOETEN schaamte bij de wortel bestrijden – alle schaamte. Want zowel valse schaamte als terechte schaamte kan ons verlammen als we niet weten hoe het bij de wortel aan te pakken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we daarom kijken in teksten van de Schrift naar voorbeelden van valse schaamte en voorbeelden van terechte schaamte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Valse schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2 Timotheüs 1:8'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat deze tekst zegt is: wanneer je schaamte voelt omdat je getuigt van Jezus, heb je valse schaamte. We moeten ons daarvoor niet schamen. Christus is vereerd wanneer wij goeds over hem spreken. En hij is onteerd door angstig zwijgen. Dus het is niet beschamend om te getuigen maar wel beschamend dat niet te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede zegt de tekst dat als je je schaamt wanneer een vriend van je in moeilijkheden zit (in dit geval: in de gevangenis) in het belang van Jezus, dan is je schaamte misplaatst. De wereld kan dat zien als een teken van zwakte en verslagenheid. Maar Christenen weten wel beter. God wordt vereerd door de moed van zijn dienaren om in zijn naam naar de gevangenis te gaan. We hoeven ons niet te schamen wanneer we in verband worden gebracht met iets wat God op deze manier eert, ongeacht hoeveel minachting de wereld ons toewerpt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Marcus 8:38'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Wie zich tegenover de trouweloze en zondig mensen van deze tijd schaamt voor mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer hij komt in het gezelschap van de heilige engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schaamte is misplaatst als we het voelen vanwege de persoon of de woorden van Jezus. Als Jezus zegt: “Heb uw vijanden lief,” en anderen lachen en noemen dat onrealistisch, hoeven we ons niet te schamen. Als Jezus zegt: “Overspel is zonde,” en vrijgevochten yuppies beweren dat dit uit de tijd is, hoeven we ons niet te schamen als we achter Jezus staan. Dat zou valse schaamte zijn want de woorden van Jezus zijn waar en God-vererend, ongeacht hoe belachelijk de wereld ze wil laten lijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1 Petrus 4:16'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lijden en verweten worden en belachelijk gemaakt worden als een Christen is geen gelegenheid voor schaamte want het is een gelegenheid om God te vereren. Anders gezegd, in de Bijbel is het criterium voor wat terechte schaamte en wat valse schaamte is, niet hoe belachelijk of hoe slecht het lijkt voor de mensen, maar of u feitelijk God looft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is zeer belangrijk om te begrijpen! Want veel waarvoor we ons schamen, komt niet doordat we door ons toedoen God onteren maar doordat we faalden om ons voor te doen zoals de mensen dat graag willen. Veel van onze schaamte is niet op God gericht maar egocentrisch. Zolang we daarop geen goede greep krijgen, zullen we niet in staat zijn om het probleem van schaamte bij de wortel aan te pakken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Romeinen 1:16'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De reden dat schaamte voor het evangelie valse schaamte is, komt omdat het evangelie tot aan de redding de grote kracht van God is. Het evangelie maakt God groot en vernedert de mens. Daarom lijkt het evangelie voor de wereld helemaal niet op iets krachtigs. Het lijkt op zwakheid (door mensen te vragen om als kinderen te zijn en op Jezus te vertrouwen in plaats van op eigen benen te staan). Maar voor zij die geloven is het de kracht van de almachtige God om zondaren te redden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2 Korintiërs 12:9-10'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus zegt (tegen Paulus):&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gewoonlijk zijn zwakheden en beledigingen grond voor schaamte. Maar voor Paulus zijn het gelegenheden voor verheerlijking. Paulus vindt dat schaamte voor zijn zwakheden en schaamte vanwege beledigingen en vervolgingen valse schaamte zijn. Waarom? Omdat de kracht van Christus geperfectioneerd is in Paulus’ zwakheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit al deze teksten concludeer ik dat het Bijbels criterium voor valse schaamte extreem op God is gericht. Het Bijbels criterium luidt: schaam je niet voor iets wat God vereert ongeacht hoe zwak of belachelijk het je doet lijken in de ogen van ongelovigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Terechte schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Diezelfde God-gerichtheid zullen we zien als we kijken naar enkele teksten die als voorbeeld dienen voor terechte schaamte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1 Korintiërs 15:34'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier zegt Paulus dat deze mensen schaamte zouden moeten voelen. “U moest zich schamen.” Hun schaamte zou terecht zijn als ze hun zorgwekkend gebrek aan kennis over God zouden zien en hoe dat hen gebracht heeft bij een valse leer (geen wederopstanding) en zonde in de kerk. Met andere woorden, terechte schaamte is schaamte voor wat God onteert – onwetendheid over God, zonde tegen God, valse geloven over God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1 Korintiërs 6:5'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Christenen gingen naar wereldlijke rechtbanken om onderlinge geschillen te beslechten. Paulus wijst hen terecht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;U moest u schamen. Is er dan niet één wijs mens onder u die tussen broeders en zusters uitspraak kan doen?&amp;lt;/ blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alweer zegt hij dat ze zich zouden moeten schamen: “U moest u schamen.” Hun schaamte zou terecht zijn omdat hun gedrag God in diskrediet brengt doordat ze onderling ruzie maken en hulp zoeken bij de goddelozen om hun ruzie te beslechten. Terechte schaamte is de schaamte die je voelt omdat je betrokken was bij het onteren van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En laten we de volgende consequentie niet over het hoofd zien: deze mensen deden hun best om sterk en rechtvaardig te lijken. Ze wouden door mensen rechtvaardig bevonden worden. Ze wouden in de rechtszaal winnaars zijn. Ze wouden niet als rechtelozen onder de voet gelopen worden. Dat zou zwak en schaamtevol lijken. Dus in hun poging om schaamte voor de wereld te vermijden, gingen ze zich gedragen op een manier die God als schaamtevol betracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het punt is: als je God onteert, zou je je moeten schamen ongeacht hoe sterk, wijs of rechtvaardig je bent in de ogen van de mensen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Ezechiël 43:10'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Mensenkind, vertel het volk van Israël over de tempel, zodat ze zich schamen over hun wandaden, en laat ze het model nameten.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
God zegt dat Israël zich moet schamen voor hun wandaden. Zonde is altijd een goede reden voor schaamte omdat zonde gedrag is dat God onteert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Zie ook Romeinen 6:21; 2 Thessalonicenzen 3:14 voor meer voorbeelden van terechte schaamte.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op basis van al deze teksten mogen we concluderen dat het Bijbels criterium voor valse schaamte en voor terechte schaamte niets anders dan pure God-gerichtheid is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Bijbels criterium voor valse schaamte luidt: schaam je niet voor iets wat God vereert ongeacht hoe zwak, belachelijk of verkeerd het je doet lijken in de ogen van de mensen. En schaam je niet voor ongelukkige omstandigheden waarin je God niet onteerd hebt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Bijbels criterium voor terechte schaamte luidt: SCHAAM je voor de ontering van God door jouw toedoen ongeacht hoe sterk, wijs of rechtvaardig het je laat lijken in de ogen van de mensen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe strijd je dus tegen deze pijnlijke emotie die we schaamte noemen? Het antwoord is dat we ertegen strijden door te strijden tegen het ongeloof dat het in stand houdt. En we vechten voor het geloof in Gods beloften die schaamte overwinnen en ons bevrijden van haar pijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Drie voorbeelden van strijd tegen valse schaamte'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me dit toelichten met drie voorbeelden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Als terechte schaamte te lang aanhoudt'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In dit geval van terechte schaamte voor zonde is het goed dat het pijnlijk is, maar deze pijn moet niet blijvend worden. Als het dat wel doet, komt dat door het ongeloof in de beloftes van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld, een vrouw komt naar Jezus in het huis van een Farizeeër, huilt en wast zijn voeten. Ongetwijfeld voelde ze schaamte toen Simon met zijn ogen voor de aanwezigen aanduidde dat deze vrouw een zondaar was en dat het niets voor Jezus was dat zij hem aanraakte. Ze was inderdaad een zondaar. Er was een plek voor echte schaamte. Maar niet al te lang. Jezus zei: “Uw zonden zijn vergeven” (Lucas 7:48). Toen de gasten hierover morden, hielp hij haar geloof een handje en zie: “Uw geloof heeft u gered; ga in vrede” (v. 50).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe hielp Jezus haar om de verlammende effecten van schaamte te bestrijden? Hij gaf haar een belofte: “Uw zonden zijn vergeven! Uw geloof heeft u gered. Uw toekomst zal in vrede zijn.” Bij haar ging het dus om het geloof. Zou ze de afkeuring van de boos kijkende gasten geloven? Of zou ze geloof hechten aan de bevestigende woorden van Jezus dat haar schaamte nu wel genoeg is geweest? Ze is vergeven. Ze moge gaan in vrede.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is de manier waarop een ieder van ons moet strijden tegen de effecten van terechte schaamte die te langdurig dreigen te worden en ons verlammen. We moeten strijden tegen het ongeloof door ons te hechten aan beloftes zoals,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Maar bij u is vergeving, daarom eert men u met ontzag. (Psalmen 130:4)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God die hem ruimhartig zal vergeven. (Jesaja 55:6)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. (1 Johannes 1:9)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste. (1 Timotheüs 1:15)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Van hem getuigen alle profeten dat iedereen die hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden krijgt. (Handelingen 10:43; 13:39)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. Schaamte voelen voor iets wat God verheerlijkt'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tweede voorbeeld van strijd tegen schaamte is het voorbeeld van schaamte voelen voor iets wat niet eens slecht is maar in feite God verheerlijkt – zoals Jezus of het evangelie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onze tekst laat zien hoe Paulus strijdt tegen valse schaamte. In vers 12 zegt hij: “Daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus maakt zeer duidelijk dat de strijd tegen valse schaamte de strijd tegen ongeloof is. “Maar ik schaam mij niet WANT IK WEET IN WIE IK MIJN VERTROUWEN HEB GESTELD.” Schaamtegevoelens voor Christus, het evangelie en christelijke ethiek bestrijden we door te strijden tegen ongeloof in de beloftes van God. Geloven wij dat het evangelie de kracht van God is om verlossing te bereiken? Geloven wij dat Christus’ kracht geperfectioneerd is in onze zwakte? De strijd tegen valse schaamte is de strijd tegen het niet geloven in de beloftes van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. Schaamte voelen voor iets wat we niet gedaan hebben'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten slotte het laatste voorbeeld van de strijd tegen schaamte is het voorbeeld waarin anderen ons schaamte proberen op te dringen voor ongelukkige omstandigheden terwijl we in feite geen aandeel in de ontering van God hadden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het overkwam Jezus. Ze noemden hem een wijnzuiper en een vreetzak. Ze noemden hem tempelvandaal. Ze noemden hem een hypocriet: Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet.&amp;lt;ref&amp;gt;Mattheüs 27:42&amp;lt;/ref&amp;gt; Dit allemaal met als doel Jezus op te zadelen met schaamte die hij niet hoefde te dragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hetzelfde overkwam Paulus. Ze noemden hem waanzinnig toen hij zichzelf voor de rechtbank verdedigde. Ze noemden hem een vijand van de Joodse gebruiken en een overtreder van het oude verbond. Ze zeiden dat hij de mensen leerde om te zondigen want er was toch volop genade. Dit allemaal om hem schaamte te bezorgen, die hij niet hoefde te dragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En het is u overkomen. En het zal weer gebeuren. Hoe strijd u tegen deze valse schaamte? Door te geloven in de beloftes van God dat uiteindelijk alle pogingen om ons te beschamen, zullen mislukken. Het mag zo zijn dat we nu worstelen om erachter te komen waarvoor we ons behoren te schamen en waarvoor niet. Maar God heeft voor ons een belofte voor beide situaties:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Maar Israël wordt door de HEER gered, hij brengt redding voor eeuwig. Julie staan niet te schande en worden niet gehoond, in alle eeuwigheid niet. (Jesaja 45:17; 49:23)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Want de Schrift zegt: ‘Wie in hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’ (Romeinen 10:11; 9:33)&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anders gezegd, voor al het kwaad, misleidende oordelen en kritiek die anderen gebruiken om ons schaamte te geven die niet door ons gedragen hoeft te worden, en voor alle verdriet en geestelijke strijd die dat oplevert, staat de belofte recht overeind, dat ze uiteindelijk geen succes zullen hebben. Alle kinderen van God zullen rechtvaardig worden bevonden. De waarheid zal bekend zijn. En niemand die zijn hoop vestigt op de beloften van God zal beschaamd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 10 Sep 2021 15:21:24 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Bestrijden_van_het_ongeloof_van_valse_schaamte</comments>		</item>
		<item>
			<title>Want God heeft de wereld lief</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Want_God_heeft_de_wereld_lief</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|For God So Loved the World}}Elke Christen gelooft in de beperkte verzoening. Dat kan in de oren van mijn Arminianistische vrienden belachelijk klinken omdat lan...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|For God So Loved the World}}Elke Christen gelooft in de beperkte verzoening. Dat kan in de oren van mijn Arminianistische vrienden belachelijk klinken omdat lange tijd werd aangenomen dat alleen Calvinisten deze gevreesde leer aanhingen. Maar als de dood van Jezus Christus erkent wordt als een echte verzoening (en niet slechts een potentiële) kom je niet onder de kwestie van beperking uit tenzij je gelooft in de leugen van het universalisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is de erkenning dat Christus’ dood ware verzoening bracht voor zondes. Deze erkenning die onze interpretatie bepaalt van die prachtige teksten die gaan over de enorme reikwijdte van Zijn reddend werk. Bijvoorbeeld, Johannes schrijft dat het Jezus is “die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld” (1 Johannes 2:2)&amp;lt;ref&amp;gt;Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004&amp;lt;/ref&amp;gt;. De keuze is hier niet tussen Calvinisme en Arminianisme. Het is tussen Calvinisme en universalisme. Als met “wereld” wordt bedoeld “ieder en elk mens die ooit geleefd heeft of zal leven” dan zal iedereen gered worden vanwege het neutraal karakter van het zoenoffer. Er zou geen onbetaalde zonde overblijven – inclusief de zonde van ongeloof.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niemand die de Bijbelse lessen over hel en veroordeling serieus neemt, zou ooit universalisme bekrachtigen, wat inhoudt dat Johannes het woord “wereld” hier gebruikt in een andere betekenis dan ieder en elk mens die ooit zal leven (zoals hij vaker doet; zie Johannes 14:19; 16:8; 18:20; 1 Johannes 2:15). Het is Johannes’ zorg te verzekeren dat Jezus de enige Redder is die de wereld heeft. Zijn dood bevrijdt niet alleen mensen uit de Joodse, Amerikaanse of uit een andere gemeenschap, maar uit de hele wereld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Calvinisme beschermt aan de ene kant tegen de ketterij van het universalisme en aan de andere kant tegen de fout om het neutraal karakter van de verzoening teveel in te perken. De Calvinist erkent dat de dood van Jezus iedereen redt, voor wie het bedoeld was. Anders gezegd, de verzoening moet als beperkt worden gezien in omvang en doel. Iedereen voor wie Christus stierf, zal worden gered.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Arminianisme daarentegen kan tegen zulke misvattingen niet succesvol beschermen. De Arminianist beweert dat de dood van Jezus bedoeld was om ieder en elk mens uit de geschiedenis te redden zonder dat echt te doen. Dus redde de verzoening niet iedereen voor wie het was bedoeld. Anders gezegd, de Arminianistische visie, hoewel zij beweert dat de verzoening een oneindige reikwijdte heeft, moet concluderen dat ze beperkt is in de werkzaamheid. Ze faalt in het volledig bereiken van haar universeel doel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verschil tussen deze twee visies is als het verschil tussen een smalle brug die zich over de hele vallei strekt, en een bredere die maar tot de helft gaat. Wie interesseert het hoe breed die is als je er de overkant niet mee kunt bereiken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat verschil riep bij Charles Spurgeon het argument op dat Arminianisme de verzoening van Christus veel meer beperkt dan het Calvinisme. De Arminianist beweert: “’Christus stierf opdat elk mens gered kan worden als’ – en dan volgen bepaalde voorwaarden voor de redding. Door wie wordt nu de dood van Christus beperkt? Wat zegt u? U beweert dat Christus niet onfeilbaar stierf ter veiligstelling van de redding van iedereen. Wat blieft? Als u beweert dat wij Christus’ dood beperken, zeggen wij: “Nee, mijn beste, u bent het die dat doet.” Wij zeggen dat Christus stierf zodat hij feilloos de redding zeker stelde van een niet door mensen telbare menigte die via Christus’ dood niet alleen gered kunnen worden maar gered zijn, gered moeten worden en met geen mogelijkheid het gevaar kunnen lopen iets anders te zijn dan gered. U bent welkom bij uw verzoening; u mag haar houden. We zullen de onze nooit herroepen vanwege het belang ervan” (Spurgeon’s ''Preken''&amp;lt;ref&amp;gt;Originele titel: Sermons&amp;lt;/ref&amp;gt;, volume 4, pagina 228).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is dan “onze” visie op de verzoening die Spurgeon zo passievol verdedigde? In het bijzonder is het het inzicht dat Jezus werkelijk iedereen heeft verlost die Hij van plan was te verlossen toen Hij zijn bloed vergoot aan het kruis. Net zoals de hogepriester onder het oude verbond de namen van de twaalf stammen van Israël op zijn borstplaat droeg tijdens de uitvoering van zijn offerdienst, zo had onze grote Hogepriester onder het nieuwe verbond de namen van Zijn mensen gegraveerd in Zijn hart toen Hij Zichzelf gaf als offer voor hun zonden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 10 maakt Jezus het aandachtsveld van Zijn verzoenende dood duidelijk. Hij noemt Zichzelf de “Goede Herder” die “zijn leven geeft voor de schapen” (Johannes 10:11). Kort hierna beschrijft Hij Zijn schapen als zij die Hem zijn gegeven door Zijn Vader. Bovendien verklaart hij botweg enkele ongelovige Israëlieten: “U wilt me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort” (Johannes 10:26-29).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het hogepriesterlijk gebed van onze Heer in Johannes 17 laat dezelfde soort beperkte omvang zien. Als Hij zich voorbereidt voor Zijn offerdood voor Zijn mensen, bidt Hij specifiek – jawel, exclusief – voor hen. Zij zijn degenen die door de Vader uit de wereld gegeven zijn (vers 6). Als gevolg daarvan was zijn priesterlijke bemiddeling beperkt tot hen: “Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn” (vers 9). Het is ondenkbaar dat Jezus tekortschoot door niet te bidden voor hen voor wie Hij zou gaan sterven als plaatsvervangend offer. Degenen voor wie Hij bad zijn dezelfde als voor wie Hij stierf.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De leer van de beperkte verzoening wijst niet op tekortkomingen in de dood van Christus. Omdat Hij het is die leed, is de dood van Jezus van oneindige waarde. De Dordtse Leerregels gaan ver om dit punt vast te stellen en verklaren helder: “Deze dood des Zoons Gods is … van oneindige kracht en waardigheid, overvloediglijk genoegzaam tot verzoening van de zonden der ganse wereld” (2.3).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De beperking in de verzoening is afkomstig van het voornemen en doel van God toen Hij Jezus naar het kruis stuurde. Christus’ verzoenend werk was ontworpen om een specifieke verzoening voor Zijn eigen mensen te zijn – degenen die door de Vader aan Hem zijn gegeven. Zijn dood was bedoeld om de uitverkorenen te redden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jezus leert ons dat Zijn verlossende geestelijke dienst werd verricht ter vervulling van een goddelijk, voorbereid plan. Dat is wat Hij bedoeld in Johannes 6:38-39: “Want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theologen verwijzen naar deze afspraak als het verbond van de verlossing waarin, voordat de historie begon, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zworen om voor de redding van gevallen mensen te zorgen. Uit pure barmhartigheid en genade koos de Vader de te redden individuen (Romeinen 9:11-13; Efeziërs 1:4; 2 Thessalonicenzen 2:13). Deze uitverkorenen gaf Hij aan zijn Zoon (Johannes 6:37, 39; 17:6, 9, 24) die Zich wijdde aan de voltooiing van hun redding door Zijn vleesgeworden verlossingsmissie (Marcus 10:45; Johannes 10:11). Door de goddelijke agenda te blijven volgen, werd de Geest de wereld ingezonden door de Vader en de Zoon (Johannes 15:26; 16:5-15) om het werk van Christus toe te passen bij hen die de Vader aan de Zoon gaf en voor wie de Zoon stierf.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze visie op verzoening garandeert het succes van de evangelisatie. God heeft een volk dat perfect gered zal zijn dankzij de prediking van het evangelie. Hij heeft hen uitverkoren. Christus stierf voor hen. En de Geest zal hen laten herleven via de boodschap over de redding. Deze waarheid sleepte Paulus langs de ontmoedigingen in Korinthe (Handelingen 18:9-10) en het laat ons vandaag doorzetten in onze evangelische inspanningen – niet alleen lokaal maar globaal (Openbaring 5:9).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 10 Sep 2021 14:49:44 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Want_God_heeft_de_wereld_lief</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, leidt de volgende generatie op</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_leidt_de_volgende_generatie_op</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Brothers, Train Up the Next Generation}}Ik heb ontdek dat er een hardnekkige verleiding bestaat in mijn leven en pastorale dienst. Het is de verleiding om getro...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Train Up the Next Generation}}Ik heb ontdek dat er een hardnekkige verleiding bestaat in mijn leven en pastorale dienst. Het is de verleiding om getrouw mijn eigen levensloop tot een goed einde te brengen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Wat is daar mis mee?”, vraagt u. Het klinkt eigenlijk zeer Bijbels, bijna als Paulus. “Ik wil tot het gaatje gaan. Ik wil niet gediskwalificeerd worden. Ik wil tot het einde als trouw gezien worden.” Dat is goed en aardig ''behalve'' als het begrip trouw aan het evangelie beperkt is tot en zich alleen bezig houdt met mijn toegewezen 70 of bij een goed gestel, 80 levensjaren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik weet niet hoe het u vergaat maar door de uitdagingen en zwaarte van de pastorale dienst kan ik soms alleen maar zeggen: “Heer, help ''me'' om trouw tot het eind te zijn.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De keerzijde van die verleiding is het eenvoudige feit dat het zeer moeilijk is om enthousiast te zijn, en om enthousiast te blijven, over de toekomst, vooral als deze toekomst buiten ons zichtveld valt. Het is gemakkelijk voor mij om passievol te zijn als het om het welzijn van mijn kinderen gaat. En het is gemakkelijk om deze passie uit te breiden naar hun kinderen. Maar tot hoeveel generaties vooruit kunt u deze passie vasthouden? Voor mij is het moeilijk om veel verder te gaan dan drie generaties zonder dat het abstract begint te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat deel ik met u om te illustreren dat het een probleem is, zelfs in ons begrip van zoiets goeds als evangelische trouwheid, om de toekomst helder en juist voor de geest te hebben. Dat kan bijdragen aan de tendens om trouwheid aan het evangelie teveel af te bakenen tot min of meer onze eigen ambtsperiode.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat me mijn punt positief neerzetten: ''Noodzakelijk voor onze trouwe evangelische dienst is een investering in de evangelische dienst die na de onze komt''. Ik zie dit uiteengezet in de eerste twee hoofdstukken van 2 Timotheüs.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Mannen trouw aan de discipelen'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus zegt in 2 Timotheüs 1:14: “Bewaar het goede dat je is toevertrouwd.”¹ Dan, een paar verzen later, in min of meer dezelfde taal, vertelt hij Timotheüs, als deel van dat “bewaren”, om “aan betrouwbare mensen door te geven” wat hem is toevertrouwd, en een deel van dit “toevertrouwen” bestaat uit het hen onderwijzen om hetzelfde aan anderen door te geven (2 Timotheüs 2:2).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus vertelt Timotheüs dat een essentieel deel van de trouwe evangelische dienst bestaat uit deze investering in de volgende generatie. Dat is niet een soort keuzetaak. Met andere woorden, toen Paulus Timotheüs vertelde om het evangelie te “bewaren” riep hij Timotheüs niet alleen op om de integriteit van het evangelie te beschermen tegen de effecten van de valse leer. Hij riep Timotheüs ook op om het op te nemen voor de bescherming van de voortzetting van het evangelie tegen de tand des de tijds, zelfs voorbij Timotheüs’ tijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat ik het wederom zeggen. ''Essentieel voor onze trouw aan de evangelische dienst is de investering in een opvolgende generatie van evangelische predikanten''.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Pas op voor het Hizkia-syndroom'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik geloof dat de grootste uitdaging op dit gebied is wat we de “mijn levensduur”-neiging zouden kunnen noemen, een neiging die we geïllustreerd zien in een zekere oudtestamentische Israëlische koning. Misschien herinnert u zich het verhaal nog. Hizkia is koning van Juda. Sanherib, de koning van Assyrië, komt om aan te vallen. Met Jesaja’s hulp bidt en zegeviert Hizkia. Hizkia wordt ziek en wordt opgedragen door Jesaja om zijn huis op orde te brengen. Hizkia smeekt tot God en wordt vijftien extra jaren gegeven. Na dit gehoord te hebben, stuurt de koning van Babylon zijn afgevaardigden, schijnbaar om Hizkia met zijn herstel te feliciteren. Hizkia laat vol naïeve trots de nationale rijkdom zien. De afgevaardigden keren terug naar Babylon. Jesaja vraagt om een verslag van het bezoek. Hizkia vertelt Jesaja wat hij gedaan heeft. Als reactie voorspelt Jesaja de aanstaande Babylonische ballingschap. En nu komt het.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen zei Hizkia tegen Jesaja: “Het is goed, wat u namens de HEER tegen mij hebt gezegd.” Maar hij dacht: “Dat betekent dat er zolang ik leef, rust en vrede zal heersen.”²&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat dit boeiend en ontnuchterend verhaal als waarschuwing aan ons versterkt is het feit dat Hizkia uiterst invloedrijk was in het hervormen van het spiritueel leven van Juda: opschoning van de tempel, herinvoering van de tempeleredienst, herstel van Pesach, reorganisatie van het priesterschap. Zie het verhaal in 2 Kronieken. Hij leverde een indrukwekkende bijdrage op basis van zeer belangrijke regels&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar dan is er later in zijn leven een voorval die zowel zijn trots als kortzichtigheid onderuit haalt. Ondanks al zijn ijver, was er, kennelijk, een afwezigheid van ijver voor wat er gebeurt nadat hij van het toneel is verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Vermijd tijdelijke kortzichtigheid'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Richard Baxter³ heeft een prachtige manier om dit te benoemen in zijn boek “De gereformeerde predikant”4. Hij schrijft: “Als u God wilt vereren in uw levens, moet u vooral het openbaar belang willen dienen en de wereldwijde verspreiding van het evangelie.” Het alternatief, volgens Baxter, was “een private, bekrompen ziel die altijd met zichzelf bezig is en niet ziet hoe de dingen lopen in de wereld. Haar wensen, gebeden en inspanningen reiken niet verder dan wat ze kunnen zien of bereizen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Baxter heeft het over de mogelijkheid van een geografische kortzichtigheid maar we kunnen ook schuldig zijn aan een tijdelijke kortzichtigheid. Dat was bij Hizkia het geval.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Baxter riep zijn lezers op precies het tegendeel te doen – een grootsheid van de ziel die “de hele wereld en alle wensen bevat om te weten hoe het gaat met het algemeen belang en met de dienaars van de Heer.” Paulus’ woorden in 2 Timotheüs roepen ons op tot hetzelfde maar dan kijkend in de toekomst. “Hoe zal het gaan met het algemeen belang? En wat kan ik doen om dit toekomstig belang te ondersteunen?”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we niet tevreden zijn met de eenvoudige uitspraak: “Als alles maar goed is zolang ik leef.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Koester een lange-termijn visie'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot Hizkia’s kortzichtigheid, zien we Paulus’ lange-termijn visie, en die wordt bijzonder indrukwekkend in het oog van Paulus’ nabije heengaan. Vergeet niet dat dit dezelfde brief is waarin hij beweert: “Het moment waarop ik heenga nadert.”5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En nu vraagt hij Timotheüs om op een bepaalde manier over de evangelische dienst te denken. En hij vraagt Timotheüs om de volgende generatie deze denkwijze over de evangelische dienst te leren. En god vraagt ons om zo over de evangelische dienst te denken. Essentieel voor onze trouw aan de evangelische dienst is de investering in een opvolgende generatie van evangelische predikanten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit moet omgezet worden in zeer concrete dingen in onze wekelijkse levens. Dat is een verantwoordelijkheid die de kerk gezamenlijk heeft maar het vereist van u een zeer concrete tijdsinvestering, energie en een helder doel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Investeer in de volgende evangelische generatie'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe zal dat eruit zien? Laat me u vier mogelijkheden voorstellen. Ten eerste, wijd uzelf aan de trouwe evangelische dienst, vooral aan de verkondiging van het woord. De beste manier om mensen te leren trouw het evangelie te prediken is door trouw het evangelie te prediken. William Perkins6 schreef: “Dus laat elke predikant zowel in zijn lessen als in zijn discussies zodanig te werk gaan dat hij zijn roeping nakomt zodat hij anderen kan verleiden tot hem te komen om zijn liefde hiervoor te delen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede, besteed aandacht aan jonge mensen van verschillende leeftijden in uw gemeente. Let op hoe ze uw preek ontvangen. Let op hoe ze omgaan met uw prediking. Let op elke intensiverende affectie voor God en zijn woord. Houd uw ogen open.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde, breng kaders aan voor de jonge mensen die u ziet, waarbinnen ze kunnen oefenen en groeien in de omgang met het woord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten vierde, en dat mag niet onvermeld blijven, bid zeer specifiek tot God om de volgende generatie evangelische predikanten groot te brengen. Bid voor uw vervanging maar bid ook voor meer dan dat. Bid met een oog en een hart richting de toekomst en het blijvend succes van het evangelie in de wereld, totdat Christus komt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Noot van de vertaler''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004&lt;br /&gt;
#Jesaja 39:8&lt;br /&gt;
#Engelse puriteinse kerkleider (1615-1691) &lt;br /&gt;
#Originele tekst: The Reformed Pastor&lt;br /&gt;
#2 Timotheüs 4:6&lt;br /&gt;
#Anglicaanse predikant (1558-1602)&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 21:22:20 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_leidt_de_volgende_generatie_op</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, hoed u voor heilige alternatieven</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_hoed_u_voor_heilige_alternatieven</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Brothers, Beware of Sacred Substitutes}}Het pastoraal werk is zijn eigen ergste vijand. Het wordt niet verwoest door de grote, boze wolf van de wereld. Het verw...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Beware of Sacred Substitutes}}Het pastoraal werk is zijn eigen ergste vijand. Het wordt niet verwoest door de grote, boze wolf van de wereld. Het verwoest zichzelf. Dat is het punt in Handelingen 6:2-4: “Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, ''terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed'' en aan de verkondiging van het woord van God.’”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zonder uitgebreid en gewijd gebed zal de verkondiging van het woord verwelken en geen vrucht dragen. De 12 wijdden zich aan het gebed (Handelingen 1:14) toen de heilige Geest over hen kwam en hen de gave van de uiting gaf met 3000 bekeerlingen als resultaat. Deze bekeerlingen wijdden zich ook aan het ''gebed'' (Handelingen 2:42) terwijl tekenen en wonderen werden verricht en de kerk dagelijks uitbreidde met mensen (Handelingen 2:43, 47). Petrus en zijn vrienden hadden het ''gebed'' beëindigd toen de plek begon te beven en ze vervuld werden van de Geest en vrijmoedig spraken over de boodschap van God (Handelingen 4:31). Paulus vertrouwde op het ''gebed'' dat hem de juiste woorden gegeven zouden worden wanneer hij verkondigt, zodat hij met vrijmoedigheid het mysterie van het evangelie mocht openbaren (Efeziërs 6:19).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zonder uitgebreid, gewijd gebed zal de verkondiging van het woord verwelken. En als de verkondiging van het woord in verval raakt, zullen geloof (Romeinen 10:17; Galaten 3:2, 5) en heiligheid (Johannes 17:17) in verval raken. De activiteit moge op zich doorgaan maar het leven, de kracht en de vruchtbaarheid zijn verdwenen. Dus wat het gebed tegenwerkt, werkt het gehele evangelisch werk tegen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En wat werkt het gebedsleven van een predikant meer tegen dan al het andere? Het pastoraal werk. Het zijn niet winkelen of autoreparaties of ziekte of het werk in de tuin die het gebed wegdrukken naar de randen van de dag. Het is budgetvorming, personeelsvergaderingen, bezoekjes, verstrekking van geestelijke bijstand, mailbeantwoording, verslaglegging en vakliteratuur bijhouden, en de telefoon beantwoorden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De inspanning om behoeften te vervullen is de vijand van het bidden. Letterlijk, in Handelingen 6:3 staat: “Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen.” De zorg voor weduwen was een echte noodzaak. En het was precies deze ''noodzaak'' die het apostolisch bidden bedreigde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar de apostelen zwichtten niet voor de verleiding. Dat moet betekenen dat bidden een groot deel van hun inofficiële tijd in beslag nam. Als ze hadden gedacht dat bidden iets is wat je doet terwijl je afwast of kookt (of een auto rijdt van ziekenhuis naar ziekenhuis), zouden ze de zorg voor gemeenschappelijke maaltijden niet zien als zo’n bedreiging. Bidden was een tijdrovende klus waarvoor andere taken moesten wijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ze hadden van Jacob en Jezus geleerd dat hele nachten in gebed moeten kunnen worden doorgebracht (Genesis 32:25; Lucas 6:12). Van het veeleisend pastoraal werk moeten we ons geregeld terugtrekken “op eenzame plaatsen om er te bidden” (Lucas 5:16). Voorafgaand aan belangrijke pastorale ontmoetingen moeten we bidden, ''alleen'' (Lucas 9:18). Voor Jezus en de apostelen vereiste de uitvoering van het bidden grote porties afzondering: “Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden” (Marcus 1:35).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De apostelen zeiden: “wij zullen ons ''wijden'' aan het gebed” (Handelingen 6:4). De vertaalde term “ons wijden” (''proskartereo'') benadrukt de onbuigzame toewijding van de apostelen om tijd vrij te houden voor het gebed. Het betekent “volharden in” en “vasthouden aan”. Het wordt gebruikt in Handelingen 10:7 om te refereren aan de loyaliteit die sommige soldaten Cornelius bewezen. Het idee is om sterk, volhardend en standvastig te zijn in de dienstuitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus de apostelen zeiden: Ongeacht hoe hoog de druk op ons is om onze tijd te besteden aan goede daden, we zullen ons belangrijkste werk niet verzaken. We zullen erin volharden. We zullen niet aarzelen over of ons afkeren van het bidden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit woord (''proskartereo'') is stevig verbonden met de gebedsdiensten van de vroege kerk. In Handelingen 1:14 ''wijdden'' de discipelen “''zich'' aan het gebed”, en in Handelingen 2:42 aan “gebeden”². Want in de brieven van Paulus wordt dit gebruik een bevel: “bidt ''onophoudelijk''” (Romeinen 12:12). “''Blijf'' bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar” (Colossenzen 4:2). “Blijf waakzaam en bid ''voortdurend'' voor alle heiligen” (Efeziërs 6:18). Des te intensiever iemand bezig is om de duistere krachten te bestrijden, des te groter zal deze persoon de urgentie voelen om veel tijd aan bidden te besteden. Dus, de apostelen combineren “gebed” en “de verkondiging van het woord”, en bevrijden zichzelf van tijdrovende goede daden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het belang van bidden neemt toe in verhouding tot het belang van de dingen die we op zouden moeten geven om in staat te zijn te bidden. Als de dienst die we opgeven, grote spirituele diepgang en kracht vereist, hoeveel belangrijker en veeleisender moet dan de gebedsdienst zijn? En dit is precies waar het om draait in Handelingen 6:3.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de tekst staat niet: “Apostelen moeten de spirituele gebedsdienst verrichten en zorgen dat ze de zorg voor maaltijden uitbesteden aan anderen.” Er staat: “Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en ''vervuld zijn van de heilige Geest''.” (Gevolmachtigden behoren geen mondaine financiers te zijn. Ze behoren vervuld van de heilige Geest te zijn.) Het zijn niet slechts de afleidende eisen van het predikantschap die ons gebedsleven bedreigen. Bidden komt ook in gevaar door gunstige gelegenheden voor de dienst, die de volheid van de Geest en wijsheid vergen. Zelfs dit moeten we links laten liggen om ons te wijden aan het gebed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Broeders, wees op de hoede voor heilige alternatieven. Wijd uzelf aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Noot van de vertaler''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Tenzij anders vermeld zijn Bijbelteksten geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004&lt;br /&gt;
#Herziene Statenvertaling (HSV)&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 21:00:57 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_hoed_u_voor_heilige_alternatieven</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, overweeg Christelijk hedonisme</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_overweeg_Christelijk_hedonisme</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Brothers, Consider Christian Hedonism}}Toen Jezus Zijn discipelen waarschuwde dat ze zouden kunnen worden terechtgesteld (Lucas 21:16)¹, stelde Hij hen gerust ...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Consider Christian Hedonism}}Toen Jezus Zijn discipelen waarschuwde dat ze zouden kunnen worden terechtgesteld (Lucas 21:16)¹, stelde Hij hen gerust met de belofte dat er desondanks geen haar van hun hoofden verloren zou gaan (vers 18).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen Hij hen waarschuwde dat jongelingschap betekent zich verloochenen en zijn kruis op zich nemen (Marcus 8:34), troostte Hij hen met de belofte: “wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, ''zal het behouden''” (vers 35).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen Hij hen opdroeg alles achter zich te laten en Hem te volgen, verzekerde Hij hen dat ze “het honderdvoudige ontvangen … gepaard met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven” (Marcus 10:29-30).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we alles moeten verkopen, doen we dat ''met vreugde'' omdat de akker die we willen kopen, een verborgen schat bevat (Mattheüs 13:44).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met Christelijk hedonisme bedoel ik niet dat onze blijdschap het hoogste goed is. Ik bedoel dat het streven naar het hoogste goed altijd zal resulteren in onze blijdschap. Maar dat geloven ''alle'' Christenen. Christelijk hedonisme betekent meer, namelijk dat we met al onze macht naar blijdschap moeten ''streven''. De wens om blij te zijn is een zuiver motief voor elke goede daad, en als je afziet van het streven naar je eigen vreugde, kun je God niet behagen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Christelijk hedonisme probeert een kantiaans moraal te vervangen door een Bijbelse. Immanuel Kant, de Duitse filosoof die stierf in 1804, was de meest vooraanstaande vertegenwoordiger van het idee dat de morele waarde van een handeling afneemt als we er enig voordeel van proberen te behalen. Handelingen zijn goed als degene die ze uitvoert “belangeloos” is. We dienen het goede te doen omdat het goed is. Elk motief om vreugde of een beloning te zoeken tast de handeling aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tegen dit kantiaans moraal (dat te lang doorging voor Christelijk!) moeten we onbeschaamd de hedonistische, Bijbelse moraal verkondigen. Jonathan Edwards, die stierf toen Kant 34 was, drukte het als volgt uit in een van zijn eerste voornemens: “Vastberaden van plan om voor mezelf zoveel vreugde als ik kan te verkrijgen in de andere wereld, met alle kracht, macht, energie en felheid, jawel, geweld waar ik toe in staat ben of mezelf aan kan leren, op elke denkbare wijze.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
C.S. Lewis schreef het zo neer in een brief aan Sheldon Vanauken: “Het is een christenplicht, zoals je weet, voor iedereen om zo blij te zijn als hij maar kan.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En Flannery O’Connor geeft haar kijk op zelfverloochening als volgt weer: “Zweer altijd een lager goed af voor een hogere, het tegendeel is zonde. Zie mij met mijn maaltanden vreugde najagen – volledig bewapend ook nog, want het is een zeer gevaarlijke zoektocht.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het kantiaans idee zegt dat het oké is om vreugde te ondervinden als ''onbedoeld gevolg'' van je actie. Maar al deze mensen (inclusief mezelf) hebben vreugde tot ''doel''. We verwerpen zowel de mogelijkheid als de wenselijkheid van belangeloos moreel gedrag. Het is onmogelijk want de wil is niet onafhankelijk – het neigt altijd naar wat het zelf ziet als dat wat de meeste blijdschap brengt (Johannes 8:34; Romeinen 6:16; 2 Petrus 2:19).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pascal had gelijk toen hij zij (''Pensée'' 250): “Alle mensen zonder uitzondering zoeken blijdschap. Ze richten zich op dat doel maar gebruiken verschillende manieren om het te bereiken … Ze zullen niet de geringste beweging maken als ze dit niet als hun doel hebben. Dat is het motief voor alle handelingen van alle mensen, zelfs van hen die zelfmoord plegen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar niet alleen is belangeloze moraliteit (goed doen om goed te doen) onmogelijk – het is onwenselijk. Dat wil zeggen dat het niet Bijbels is. Want het zou betekenen dat des te beter iemand zou worden, des te moeilijker het voor hem zou zijn om moreel te handelen. Een goed mens in de Schrift is niet de man die afkerig is van goed doen maar die erin volhardt omdat het een plicht is. Een goed mens ''houdt van'' goedertierenheid (Micha 6:8)² en ''vindt vreugde'' in de wet van de HEER (Psalmen 1:2). Maar hoe moet zo iemand uit vriendelijkheid belangeloos handelen? Des te beter iemand is, des te meer plezier schept hij in gehoorzaamheid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kant houdt van een belangeloze gever. God houdt van een blijmoedige gever (2 Korintiërs 9:7). Belangeloze plichtpleging stemt God ontevreden. Hij wil dat we ''vreugde vinden'' in het goed doen en dat we dat doen met het vertrouwen dat onze gehoorzaamheid onze vreugde in God garandeert en vermeerdert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oh, kon ik bij de kerken maar het idee dat deugd een stoïcijnse plichtpleging vereist wegnemen – het idee dat goede dingen belooft zijn als het ''resultaat'' van gehoorzaamheid maar niet als een ''prikkel'' daarvoor. De Bijbel staat vol met beloftes die er niet voorzichtig aan toegevoegd zijn als niet na te streven ''resultaten'' maar die duidelijk, stoutmoedig en hedonistisch bedoeld zijn om ons gedrag te stimuleren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat Bijbelse moraliteit anders maakt dan werelds hedonisme is niet dat Bijbelse moraliteit belangeloos is maar dat het belang heeft bij aanzienlijk grotere en zuiverder dingen. Enkele voorbeelden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lucas 6:35 luidt: “Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond.” Let op: 1) we mogen nooit gemotiveerd zijn door wereldse verheerlijking (“zonder iets terug te verwachten”) - maar 2) we krijgen kracht door te lijden in liefde via de belofte van een toekomstige beloning.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nogmaals in Lucas 14:12-14: “Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen … uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.” Let op: 1) doe geen goede daden voor wereldlijk voordeel - maar 2) doe ze voor spiritueel, hemels profijt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar aanhangers van Kant zullen zeggen: “Nee, nee. Deze teksten beschrijven alleen welke beloning ''resulteert'' als je belangeloos handelt. Ze leren ons niet om deze beloning na te streven.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee antwoorden: 1) Het getuigt van zeer slechte opvoeding als je zegt: “Neem deze pil en ik zal je een stuiver geven,” als je denkt dat het verlangen naar die stuiver de acceptatie van de pil zal bederven. Maar Jezus was een wijze leermeester, niet een dwaze. 2) Nog belangrijker is dat er teksten zijn die niet alleen aanbevelen maar bevelen dat we goed doen in de hoop op een toekomstige zegening. Lucas 12:33 luidt: “Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verband hier tussen aalmoezen en het hebben van een hemelse schat is niet slechts het ''resultaat'' maar het ''doel'': “Maak het tot uw doel om een schat in de hemel te hebben, en de manier waarop is de verkoop van je bezittingen en het geven van aalmoezen.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En nogmaals in Lucas 16:9: “Maak vrienden met behulp van de valse mammon³, opdat [met als doel dat] jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.” In Lucas staat niet dat het ''resultaat'' van een correct gebruik van bezittingen is dat je in de eeuwige tenten wordt opgenomen. Hij zegt: ”Zorg dat het uw ''doel'' wordt om opname in de eeuwige tenten zeker te stellen door de manier waarop je je bezittingen gebruikt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom een daverend nee tegen de kantiaanse moraliteit. Nee vanaf de kerkbanken en nee vanaf de kansel. Op de kerkbank wordt het hart uit de aanbidding gerukt door het idee dat het als een taak kan worden uitgevoerd. Er zijn twee mogelijke instellingen bij ware aanbidding: vreugde in God of wroeging vanwege het tekort eraan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zondagmorgen om 11 uur gaat Hebreeën 11:6 de strijd aan met Immanuel Kant. “Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en ''wie hem zoekt zal door hem worden beloond''.” Je kunt God geen vreugde geven als je Hem niet nadert zoals je een beloner nadert. Dus, aanbidding die God behaagt, is het hedonistisch streven naar de God in wiens nabijheid er overvloedige ''vreugde'' is en aan wiens zijde voor altijd een ''lieflijke plek'' is (Psalmen 16:11).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En wat zal het een verschil maken, broeders, als we op de kansel Christelijke hedonisten zijn en geen kantiaanse commandanten van de taakuitoefening!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
John Broadus4 zat op het geld toen hij zei: “De predikant mag volgens de regels een beroep doen op het verlangen naar blijdschap en de negatieve tegenhanger hiervan, de vrees ongelukkig te zijn. Filosofen die erop bestaan dat we altijd goed moeten doen enkel en alleen omdat dat goed is, zijn eigenlijk helemaal geen filosofen want ze zijn of enorm onwetend over hoe mensen in elkaar zitten of houden enorm van fantasievolle speculaties” (''Over de voorbereiding en het houden van preken'', pagina 117)5.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als Christelijke hedonisten weten we dat elke toehoorder verlangt naar blijdschap. En we zullen hen nooit vertellen dat ze dit verlangen moeten negeren of onderdrukken. We zullen hen leren hoe deze hunkering van de ziel onlosmakelijk te verbinden met de genade van God. We zullen Gods glorie in weelderige tinten rood, geel en blauw afschilderen; en de hel met houtskool tekenen vol met rokerige, grijze schaduwen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We zullen al onze inspanningen in de Heilige Geest erop richten om onze mensen ervan te overtuigen dat de smaad van Christus een hogere ''waarde'' heeft dan de schatten van Egypte (Hebreeën 11:26), dat “geven ''gelukkiger'' maakt dan ontvangen” (Handelingen 20:35), dat ze alles als verlies moeten beschouwen ten opzichte van de ''alles overtreffende waarde'' van het kennen van Christus Jezus, hun Heer (Filippenzen 3:8), dat het doel van alle geboden van Jezus is het verkrijgen van volkomen vreugde (Johannes 15:11), dat als ze hun geluk zoeken bij de HEER, Hij hen zal geven wat hun hart verlangt (Psalmen 37:4), dat voor wie tevreden is met wat hij heeft, het geloof grote winst is (1 Timotheüs 6:6), en dat de vreugde die de HEER hen geeft, hun kracht is (Nehemia 8:10).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We zullen niet proberen om hun pastorale zorg te baseren op kantiaanse oproepen je taak te doen. Maar we zullen hen er aan herinneren dat Jezus volharde aan het kruis voor de ''vreugde'' die voor hem in het verschiet lag (Hebreeën 12:2), en dat Hudson Taylor6 aan het eind van een leven vol lijden en ontberingen zei: “Ik heb nooit een offer gebracht” (''Hudson Taylors spiritueel geheim'', pagina 30)7.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Tenzij anders vermeld zijn Bijbelteksten geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004&lt;br /&gt;
#Herziene Statenvertaling (HSV)&lt;br /&gt;
#Synoniem voor geld&lt;br /&gt;
#Amerikaanse predikant; 1827-1895&lt;br /&gt;
#Originele titel: “On the Preparation and Delivery of Sermons”&lt;br /&gt;
#Britse zendeling; 1832-1905&lt;br /&gt;
#Originele titel: “Hudson Taylor’s Spiritual Secret”&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 20:25:16 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_overweeg_Christelijk_hedonisme</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, laat ons kritisch zijn over de tekst</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_laat_ons_kritisch_zijn_over_de_tekst</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Let Us Query the Text}}Als de Bijbel samenhangend is, dan is het begrijpen van de Bijbel het inzien hoe de dingen in elkaar passen. Om een Bijbelse theoloog te worden, moet je meer en meer zien hoe de puzzelstukjes in elkaar passen en zo een glorieus mozaïek vormen van de goddelijke wil. En om uitleg te geven aan de Schrift, moet je de tekst bevragen hoe zijn vele stellingen samenhangen in de visie van de auteur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we onze mensen gaan voeden, moeten we steeds vooruitgang boeken in ons begrip van de Bijbelse waarheid. En om vooruitgang te boeken in ons begrip van de Bijbelse waarheid moeten we Bijbelse beweringen kritisch bekijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moet ons storen dat de versies van Jakobus en Paulus niet met elkaar lijken te rijmen. Alleen als we kritisch en verstoord zijn denken we diep na. En als we niet diep nadenken over hoe Bijbelse beweringen bij elkaar passen, zullen we nooit doordringen tot de gezamenlijke wortel en zo de schoonheid van de onverdeelde goddelijke waarheid ontdekken. Het eindresultaat zal zijn dat onze Bijbellezing nietszeggend wordt, we ons wenden tot boeiende “secundaire literatuur”, onze preken het slappe werk van “tweede-hand auteurs” zullen zijn en de mensen hongerig worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“We denken niet na totdat we tegen een probleem aanlopen,” zei John Dewey¹. Hij had gelijk. En daarom denken we niet diep na over de Bijbelse waarheid totdat haar complexiteit een probleem voor ons vormt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten de gewoonte ontwikkelen ons systematisch te storen aan dingen die op het eerste gezicht niet lijken te kloppen. Of om het op een andere manier te stellen, we moeten onophoudelijk vragen stellen over de tekst. Een van de grootste onderscheidingen die ik ontving in de periode dat ik les gaf aan Bethel² was toen studie-assistenten van de Bijbelafdeling me een T-shirt gaven met aan de voorkant de initialen van Jonathan Edwards³ en achterop de woorden: “Vragen stellen is de sleutel tot inzicht.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar er zijn verschillende sterke krachten die onze onophoudelijk en systematische bevraging van Bijbelse teksten tegenwerken. Een daarvan is dat het veel tijd en energie vergt voor steeds maar een klein deel van de Schrift. Ons is geleerd (volkomen abusievelijk) dat er een direct verband is tussen veel lezen en het verkrijgen van inzicht. Maar in feite is er geen positief verband tussen de hoeveelheid pagina’s en de kwaliteit van het verkregen inzicht. Eerder het omgekeerde. Behalve bij een paar genieën, vervaagt het inzicht als we proberen meer en meer te lezen. Inzicht of begrip is het resultaat van intensieve, ‘hoofdpijn gevende’ meditatie over twee of drie verzen en hoe deze samenvallen. Dat soort reflectie en herkauwen wordt opgeroepen door vragen over de tekst te stellen. Dat kun je niet doen als je gehaast bent. Daarom moeten we de misleidende drang weerstaan om kerven te maken in ons bibliografisch geweer. Neem twee uur om tien vragen te stellen over Galaten 2:20 en je zult honderd keer meer inzicht krijgen dan dat je zou behalen door 30 pagina’s uit het Nieuwe Testament of welke boek dan ook, te lezen. Ga langzamer. Stel vragen. Overdenk. Kauw het grondig door.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere reden waarom het moeilijk is om uren te besteden aan het onderzoek naar de kern van de samenhang is dat het vandaag de dag totaal uit is om de dingen in samenhang met het systeem te zien en te zoeken naar harmonie en eenheid. Deze nobele zoektocht is in moeilijke tijden aangekomen omdat zoveel kunstmatige harmonie ontdekt is door ongeduldige en nerveuse verdedigers van de Bijbel. Maar als Gods gedachten volledig samenhangend en niet verward zijn dan moet de tekstuitleg doelen op het vinden van die samenhang in de Bijbelse openbaring en op de diepgaande eenheid in de goddelijke waarheid. Tenzij we voor altijd oppervlakkig willen blijven aanmodderen (tevreden met het naar boven halen van wat “spanningen” en “problemen”) moeten we de versplinterde (en in principe anti-intellectuele) richtingen van de hedendaagse theologische establishment vermijden. Er is veel te veel onthulling van fouten uit het verleden en veel te weinig constructiefs gaande.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een derde kracht die gekeerd is tegen de inspanning om de Bijbel vragen te stellen, is de volgende: vragen stellen is hetzelfde als problemen opwerpen, en we zijn onze hele leven ontmoedigd om problemen te vinden in Gods Heilig Boek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is onmogelijk om de Bijbel teveel te respecteren maar het is goed mogelijk om hem verkeerd te respecteren. Als we ons niet serieus afvragen hoe verschillende teksten samenhangen, dan zijn we of bovenmenselijk (en zien we in een oogopslag snel alle waarheid) of onverschillig (en interesseert het zien van meer waarheid ons niet). Maar ik zie niet in hoe iemand die onverschillig of bovenmenselijk is, gepast respect voor de Bijbel kan hebben. Dus eerbied voor Gods Woord vereist dat we vragen stellen en problemen naar voren brengen en dat we geloven dat er antwoorden en oplossingen zijn die ons belonen voor het werken met “nieuwe en oude dingen uit zijn voorraadkamer” (Mattheüs 13:52).4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten onze mensen leren dat het niet oneerbiedig is om knelpunten in de Bijbelse tekst te zien en diep na te denken hoe deze kunnen worden opgelost.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik beschuldig mijn 6-jarige zoon Benjamin niet van oneerbiedigheid als hij van een Bijbelse vers geen chocola kan maken en mij er vragen over stelt. Hij is alleen maar aan het leren lezen. Zijn onze leesvaardigheden dan wel geperfectioneerd? Kan iemand van ons met één keer lezen de logica van een paragraaf begrijpen en zien hoe elk deel in relatie staat met alle andere en hoe ze samenvallen om een gemeenschappelijk punt te maken? Hoe veel minder zijn wij dan in staat om de gedachte te vatten van een gehele epistel, het Nieuwe Testament, de Bijbel! Als de waarheid ons na aan het hart gaat, moeten we onophoudelijk vragen stellen over de tekst en ons eigen maken om kritisch zijn over dingen die we lezen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het pure tegendeel van oneerbiedigheid. Dat is wat we doen als we de denkwijze van Christus willen kennen. Niets brengt ons dieper in de raadgevingen van God dan het in de Bijbel zien van schijnbaar theologische tegenstrijdigheden en die dag en nacht te overdenken totdat ze passen in een bovenkomend systeem van een gemeenschappelijke waarheid. Bijvoorbeeld, een jaar geleden worstelde ik dagenlang met hoe Paulus aan de ene kant kon zeggen: “Wees over niets bezorgd” (Filippenzen 4:6), maar aan de andere kant (duidelijk zonder hiervoor gestraft te worden) dat hij dagelijks onder druk staat vanwege zijn “zorg voor de gemeenten” (2 Korintiërs 11:28). Hoe kon hij zeggen: “Wees altijd verheugd” (1 Thessalonicenzen 5:16), en “Heb verdriet met wie verdriet heeft” (Romeinen 12:15)? Hoe heeft hij kunnen zeggen dat je “altijd voor alles” dankbaar moet zijn (Efeziërs 5:20) en dan kunnen toegeven: “Ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet gekweld” (Romeinen 9:2)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer recent vroeg ik me af wat het betekent als Jezus in Mattheüs 5:39 zegt de andere wang toe te keren als je geslagen wordt maar in Mattheüs 10:23 zegt: “Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht …”? Wanneer vlucht je en wanneer doorsta je ontberingen door de andere wang toe te keren? Ik heb ook gepeinsd over in welke zin het waar is dat God “geduldig” is (Exodus 34:6) en hoe dat te rijmen is met: “bij het geringste ontsteekt hij in toorn” (Psalmen 2:12).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn vele honderden van zulke schijnbare tegenstellingen in de Heilige Schrift en we onteren de tekst niet als we er goed naar kijken en hem overdenken. God is geen God van de verwarring. Zijn tong is niet gespleten. Er zijn diepgaande en prachtige oplossingen voor al deze problemen. Hij heeft ons opgeroepen naar een oneindigheid aan ontdekkingen zodat we jarenlang elke morgen uit kunnen barsten in nieuw ereliederen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2 Timotheüs 2:7 geeft Paulus ons een gebod en een belofte. Hij gebood: “Denk na over wat ik je heb gezegd”. En hij beloofde: “De Heer zal ervoor zorgen dat je dit alles ook begrijpt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe passen gebod en belofte bij elkaar? In de oorspronkelijke tekst staat “gar” dat “want” betekent. “Denk … want de Heer zal je belonen met inzicht.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De belofte is niet bedoeld voor iedereen. Het is gemaakt voor zij die nadenken. En we denken niet na totdat we tegen een probleem aanlopen. Dus, broeders, laat ons kritisch zijn over de tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Amerikaanse filosoof, pedagoog, psycholoog en auteur (1859-1952)&lt;br /&gt;
#Bethel University, private, evangelische Christelijke universiteit in Arden Hills, Minnesota&lt;br /&gt;
#Noord-Amerikaanse predikant, theoloog en zendeling (1703-1758)&lt;br /&gt;
#Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 19:03:57 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_laat_ons_kritisch_zijn_over_de_tekst</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, laat ons kritisch zijn over de tekst</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_laat_ons_kritisch_zijn_over_de_tekst</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Let Us Query the Text}}Als de Bijbel samenhangend is, dan is het begrijpen van de Bijbel het inzien hoe de dingen in elkaar passen. Om een Bijbelse theoloog te worden, moet je meer en meer zien hoe de puzzelstukjes in elkaar passen en zo een glorieus mozaïek vormen van de goddelijke wil. En om uitleg te geven aan de Schrift, moet je de tekst bevragen hoe zijn vele stellingen samenhangen in de visie van de auteur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we onze mensen gaan voeden, moeten we steeds vooruitgang boeken in ons begrip van de Bijbelse waarheid. En om vooruitgang te boeken in ons begrip van de Bijbelse waarheid moeten we Bijbelse beweringen kritisch bekijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moet ons storen dat de versies van Jakobus en Paulus niet met elkaar lijken te rijmen. Alleen als we kritisch en verstoord zijn denken we diep na. En als we niet diep nadenken over hoe Bijbelse beweringen bij elkaar passen, zullen we nooit doordringen tot de gezamenlijke wortel en zo de schoonheid van de onverdeelde goddelijke waarheid ontdekken. Het eindresultaat zal zijn dat onze Bijbellezing nietszeggend wordt, we ons wenden tot boeiende “secundaire literatuur”, onze preken het slappe werk van “tweede-hand auteurs” zullen zijn en de mensen hongerig worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“We denken niet na totdat we tegen een probleem aanlopen,” zei John Dewey¹. Hij had gelijk. En daarom denken we niet diep na over de Bijbelse waarheid totdat haar complexiteit een probleem voor ons vormt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten de gewoonte ontwikkelen ons systematisch te storen aan dingen die op het eerste gezicht niet lijken te kloppen. Of om het op een andere manier te stellen, we moeten onophoudelijk vragen stellen over de tekst. Een van de grootste onderscheidingen die ik ontving in de periode dat ik les gaf aan Bethel² was toen studie-assistenten van de Bijbelafdeling me een T-shirt gaven met aan de voorkant de initialen van Jonathan Edwards³ en achterop de woorden: “Vragen stellen is de sleutel tot inzicht.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar er zijn verschillende sterke krachten die onze onophoudelijk en systematische bevraging van Bijbelse teksten tegenwerken. Een daarvan is dat het veel tijd en energie vergt voor steeds maar een klein deel van de Schrift. Ons is geleerd (volkomen abusievelijk) dat er een direct verband is tussen veel lezen en het verkrijgen van inzicht. Maar in feite is er geen positief verband tussen de hoeveelheid pagina’s en de kwaliteit van het verkregen inzicht. Eerder het omgekeerde. Behalve bij een paar genieën, vervaagt het inzicht als we proberen meer en meer te lezen. Inzicht of begrip is het resultaat van intensieve, ‘hoofdpijn gevende’ meditatie over twee of drie verzen en hoe deze samenvallen. Dat soort reflectie en herkauwen wordt opgeroepen door vragen over de tekst te stellen. Dat kun je niet doen als je gehaast bent. Daarom moeten we de misleidende drang weerstaan om kerven te maken in ons bibliografisch geweer. Neem twee uur om tien vragen te stellen over Galaten 2:20 en je zult honderd keer meer inzicht krijgen dan dat je zou behalen door 30 pagina’s uit het Nieuwe Testament of welke boek dan ook, te lezen. Ga langzamer. Stel vragen. Overdenk. Kauw het grondig door.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere reden waarom het moeilijk is om uren te besteden aan het onderzoek naar de kern van de samenhang is dat het vandaag de dag totaal uit is om de dingen in samenhang met het systeem te zien en te zoeken naar harmonie en eenheid. Deze nobele zoektocht is in moeilijke tijden aangekomen omdat zoveel kunstmatige harmonie ontdekt is door ongeduldige en nerveuse verdedigers van de Bijbel. Maar als Gods gedachten volledig samenhangend en niet verward zijn dan moet de tekstuitleg doelen op het vinden van die samenhang in de Bijbelse openbaring en op de diepgaande eenheid in de goddelijke waarheid. Tenzij we voor altijd oppervlakkig willen blijven aanmodderen (tevreden met het naar boven halen van wat “spanningen” en “problemen”) moeten we de versplinterde (en in principe anti-intellectuele) richtingen van de hedendaagse theologische establishment vermijden. Er is veel te veel onthulling van fouten uit het verleden en veel te weinig constructiefs gaande.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een derde kracht die gekeerd is tegen de inspanning om de Bijbel vragen te stellen, is de volgende: vragen stellen is hetzelfde als problemen opwerpen, en we zijn onze hele leven ontmoedigd om problemen te vinden in Gods Heilig Boek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is onmogelijk om de Bijbel teveel te respecteren maar het is goed mogelijk om hem verkeerd te respecteren. Als we ons niet serieus afvragen hoe verschillende teksten samenhangen, dan zijn we of bovenmenselijk (en zien we in een oogopslag snel alle waarheid) of onverschillig (en interesseert het zien van meer waarheid ons niet). Maar ik zie niet in hoe iemand die onverschillig of bovenmenselijk is, gepast respect voor de Bijbel kan hebben. Dus eerbied voor Gods Woord vereist dat we vragen stellen en problemen naar voren brengen en dat we geloven dat er antwoorden en oplossingen zijn die ons belonen voor het werken met “nieuwe en oude dingen uit zijn voorraadkamer” (Mattheüs 13:52).4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten onze mensen leren dat het niet oneerbiedig is om knelpunten in de Bijbelse tekst te zien en diep na te denken hoe deze kunnen worden opgelost.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik beschuldig mijn 6-jarige zoon Benjamin niet van oneerbiedigheid als hij van een Bijbelse vers geen chocola kan maken en mij er vragen over stelt. Hij is alleen maar aan het leren lezen. Zijn onze leesvaardigheden dan wel geperfectioneerd? Kan iemand van ons met één keer lezen de logica van een paragraaf begrijpen en zien hoe elk deel in relatie staat met alle andere en hoe ze samenvallen om een gemeenschappelijk punt te maken? Hoe veel minder zijn wij dan in staat om de gedachte te vatten van een gehele epistel, het Nieuwe Testament, de Bijbel! Als de waarheid ons na aan het hart gaat, moeten we onophoudelijk vragen stellen over de tekst en ons eigen maken om kritisch zijn over dingen die we lezen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het pure tegendeel van oneerbiedigheid. Dat is wat we doen als we de denkwijze van Christus willen kennen. Niets brengt ons dieper in de raadgevingen van God dan het in de Bijbel zien van schijnbaar theologische tegenstrijdigheden en die dag en nacht te overdenken totdat ze passen in een bovenkomend systeem van een gemeenschappelijke waarheid. Bijvoorbeeld, een jaar geleden worstelde ik dagenlang met hoe Paulus aan de ene kant kon zeggen: “Wees over niets bezorgd” (Filippenzen 4:6), maar aan de andere kant (duidelijk zonder hiervoor gestraft te worden) dat hij dagelijks onder druk staat vanwege zijn “zorg voor de gemeenten” (2 Korintiërs 11:28). Hoe kon hij zeggen: “Wees altijd verheugd” (1 Thessalonicenzen 5:16), en “Heb verdriet met wie verdriet heeft” (Romeinen 12:15)? Hoe heeft hij kunnen zeggen dat je “altijd voor alles” dankbaar moet zijn (Efeziërs 5:20) en dan kunnen toegeven: “Ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet gekweld” (Romeinen 9:2)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer recent vroeg ik me af wat het betekent als Jezus in Mattheüs 5:39 zegt de andere wang toe te keren als je geslagen wordt maar in Mattheüs 10:23 zegt: “Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht …”? Wanneer vlucht je en wanneer doorsta je ontberingen door de andere wang toe te keren? Ik heb ook gepeinsd over in welke zin het waar is dat God “geduldig” is (Exodus 34:6) en hoe dat te rijmen is met: “bij het geringste ontsteekt hij in toorn” (Psalmen 2:12).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn vele honderden van zulke schijnbare tegenstellingen in de Heilige Schrift en we onteren de tekst niet als we er goed naar kijken en hem overdenken. God is geen God van de verwarring. Zijn tong is niet gespleten. Er zijn diepgaande en prachtige oplossingen voor al deze problemen. Hij heeft ons opgeroepen naar een oneindigheid aan ontdekkingen zodat we jarenlang elke morgen uit kunnen barsten in nieuw ereliederen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2 Timotheüs 2:7 geeft Paulus ons een gebod en een belofte. Hij gebood: “Denk na over wat ik je heb gezegd”. En hij beloofde: “De Heer zal ervoor zorgen dat je dit alles ook begrijpt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe passen gebod en belofte bij elkaar? In de oorspronkelijke tekst staat “gar” dat “want” betekent. “Denk … want de Heer zal je belonen met inzicht.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 De belofte is niet bedoeld voor iedereen. Het is gemaakt voor zij die nadenken. En we denken niet na totdat we tegen een probleem aanlopen. Dus, broeders, laat ons kritisch zijn over de tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Amerikaanse filosoof, pedagoog, psycholoog en auteur (1859-1952)&lt;br /&gt;
#Bethel University, private, evangelische Christelijke universiteit in Arden Hills, Minnesota&lt;br /&gt;
#Noord-Amerikaanse predikant, theoloog en zendeling (1703-1758)&lt;br /&gt;
#Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 19:03:38 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_laat_ons_kritisch_zijn_over_de_tekst</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, laat ons kritisch zijn over de tekst</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_laat_ons_kritisch_zijn_over_de_tekst</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Brothers, Let Us Query the Text}}Als de Bijbel samenhangend is, dan is het begrijpen van de Bijbel het inzien hoe de dingen in elkaar passen. Om een Bijbelse th...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Let Us Query the Text}}Als de Bijbel samenhangend is, dan is het begrijpen van de Bijbel het inzien hoe de dingen in elkaar passen. Om een Bijbelse theoloog te worden, moet je meer en meer zien hoe de puzzelstukjes in elkaar passen en zo een glorieus mozaïek vormen van de goddelijke wil. En om uitleg te geven aan de Schrift, moet je de tekst bevragen hoe zijn vele stellingen samenhangen in de visie van de auteur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als we onze mensen gaan voeden, moeten we steeds vooruitgang boeken in ons begrip van de Bijbelse waarheid. En om vooruitgang te boeken in ons begrip van de Bijbelse waarheid moeten we Bijbelse beweringen kritisch bekijken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moet ons storen dat de versies van Jakobus en Paulus niet met elkaar lijken te rijmen. Alleen als we kritisch en verstoord zijn denken we diep na. En als we niet diep nadenken over hoe Bijbelse beweringen bij elkaar passen, zullen we nooit doordringen tot de gezamenlijke wortel en zo de schoonheid van de onverdeelde goddelijke waarheid ontdekken. Het eindresultaat zal zijn dat onze Bijbellezing nietszeggend wordt, we ons wenden tot boeiende “secundaire literatuur”, onze preken het slappe werk van “tweede-hand auteurs” zullen zijn en de mensen hongerig worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“We denken niet na totdat we tegen een probleem aanlopen,” zei John Dewey¹. Hij had gelijk. En daarom denken we niet diep na over de Bijbelse waarheid totdat haar complexiteit een probleem voor ons vormt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten de gewoonte ontwikkelen ons systematisch te storen aan dingen die op het eerste gezicht niet lijken te kloppen. Of om het op een andere manier te stellen, we moeten onophoudelijk vragen stellen over de tekst. Een van de grootste onderscheidingen die ik ontving in de periode dat ik les gaf aan Bethel² was toen studie-assistenten van de Bijbelafdeling me een T-shirt gaven met aan de voorkant de initialen van Jonathan Edwards³ en achterop de woorden: “Vragen stellen is de sleutel tot inzicht.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar er zijn verschillende sterke krachten die onze onophoudelijk en systematische bevraging van Bijbelse teksten tegenwerken. Een daarvan is dat het veel tijd en energie vergt voor steeds maar een klein deel van de Schrift. Ons is geleerd (volkomen abusievelijk) dat er een direct verband is tussen veel lezen en het verkrijgen van inzicht. Maar in feite is er geen positief verband tussen de hoeveelheid pagina’s en de kwaliteit van het verkregen inzicht. Eerder het omgekeerde. Behalve bij een paar genieën, vervaagt het inzicht als we proberen meer en meer te lezen. Inzicht of begrip is het resultaat van intensieve, ‘hoofdpijn gevende’ meditatie over twee of drie verzen en hoe deze samenvallen. Dat soort reflectie en herkauwen wordt opgeroepen door vragen over de tekst te stellen. Dat kun je niet doen als je gehaast bent. Daarom moeten we de misleidende drang weerstaan om kerven te maken in ons bibliografisch geweer. Neem twee uur om tien vragen te stellen over Galaten 2:20 en je zult honderd keer meer inzicht krijgen dan dat je zou behalen door 30 pagina’s uit het Nieuwe Testament of welke boek dan ook, te lezen. Ga langzamer. Stel vragen. Overdenk. Kauw het grondig door.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere reden waarom het moeilijk is om uren te besteden aan het onderzoek naar de kern van de samenhang is dat het vandaag de dag totaal uit is om de dingen in samenhang met het systeem te zien en te zoeken naar harmonie en eenheid. Deze nobele zoektocht is in moeilijke tijden aangekomen omdat zoveel kunstmatige harmonie ontdekt is door ongeduldige en nerveuse verdedigers van de Bijbel. Maar als Gods gedachten volledig samenhangend en niet verward zijn dan moet de tekstuitleg doelen op het vinden van die samenhang in de Bijbelse openbaring en op de diepgaande eenheid in de goddelijke waarheid. Tenzij we voor altijd oppervlakkig willen blijven aanmodderen (tevreden met het naar boven halen van wat “spanningen” en “problemen”) moeten we de versplinterde (en in principe anti-intellectuele) richtingen van de hedendaagse theologische establishment vermijden. Er is veel te veel onthulling van fouten uit het verleden en veel te weinig constructiefs gaande.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een derde kracht die gekeerd is tegen de inspanning om de Bijbel vragen te stellen, is de volgende: vragen stellen is hetzelfde als problemen opwerpen, en we zijn onze hele leven ontmoedigd om problemen te vinden in Gods Heilig Boek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is onmogelijk om de Bijbel teveel te respecteren maar het is goed mogelijk om hem verkeerd te respecteren. Als we ons niet serieus afvragen hoe verschillende teksten samenhangen, dan zijn we of bovenmenselijk (en zien we in een oogopslag snel alle waarheid) of onverschillig (en interesseert het zien van meer waarheid ons niet). Maar ik zie niet in hoe iemand die onverschillig of bovenmenselijk is, gepast respect voor de Bijbel kan hebben. Dus eerbied voor Gods Woord vereist dat we vragen stellen en problemen naar voren brengen en dat we geloven dat er antwoorden en oplossingen zijn die ons belonen voor het werken met “nieuwe en oude dingen uit zijn voorraadkamer” (Mattheüs 13:52).4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten onze mensen leren dat het niet oneerbiedig is om knelpunten in de Bijbelse tekst te zien en diep na te denken hoe deze kunnen worden opgelost.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik beschuldig mijn 6-jarige zoon Benjamin niet van oneerbiedigheid als hij van een Bijbelse vers geen chocola kan maken en mij er vragen over stelt. Hij is alleen maar aan het leren lezen. Zijn onze leesvaardigheden dan wel geperfectioneerd? Kan iemand van ons met één keer lezen de logica van een paragraaf begrijpen en zien hoe elk deel in relatie staat met alle andere en hoe ze samenvallen om een gemeenschappelijk punt te maken? Hoe veel minder zijn wij dan in staat om de gedachte te vatten van een gehele epistel, het Nieuwe Testament, de Bijbel! Als de waarheid ons na aan het hart gaat, moeten we onophoudelijk vragen stellen over de tekst en ons eigen maken om kritisch zijn over dingen die we lezen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is het pure tegendeel van oneerbiedigheid. Dat is wat we doen als we de denkwijze van Christus willen kennen. Niets brengt ons dieper in de raadgevingen van God dan het in de Bijbel zien van schijnbaar theologische tegenstrijdigheden en die dag en nacht te overdenken totdat ze passen in een bovenkomend systeem van een gemeenschappelijke waarheid. Bijvoorbeeld, een jaar geleden worstelde ik dagenlang met hoe Paulus aan de ene kant kon zeggen: “Wees over niets bezorgd” (Filippenzen 4:6), maar aan de andere kant (duidelijk zonder hiervoor gestraft te worden) dat hij dagelijks onder druk staat vanwege zijn “zorg voor de gemeenten” (2 Korintiërs 11:28). Hoe kon hij zeggen: “Wees altijd verheugd” (1 Thessalonicenzen 5:16), en “Heb verdriet met wie verdriet heeft” (Romeinen 12:15)? Hoe heeft hij kunnen zeggen dat je “altijd voor alles” dankbaar moet zijn (Efeziërs 5:20) en dan kunnen toegeven: “Ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet gekweld” (Romeinen 9:2)?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meer recent vroeg ik me af wat het betekent als Jezus in Mattheüs 5:39 zegt de andere wang toe te keren als je geslagen wordt maar in Mattheüs 10:23 zegt: “Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht …”? Wanneer vlucht je en wanneer doorsta je ontberingen door de andere wang toe te keren? Ik heb ook gepeinsd over in welke zin het waar is dat God “geduldig” is (Exodus 34:6) en hoe dat te rijmen is met: “bij het geringste ontsteekt hij in toorn” (Psalmen 2:12).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn vele honderden van zulke schijnbare tegenstellingen in de Heilige Schrift en we onteren de tekst niet als we er goed naar kijken en hem overdenken. God is geen God van de verwarring. Zijn tong is niet gespleten. Er zijn diepgaande en prachtige oplossingen voor al deze problemen. Hij heeft ons opgeroepen naar een oneindigheid aan ontdekkingen zodat we jarenlang elke morgen uit kunnen barsten in nieuw ereliederen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2 Timotheüs 2:7 geeft Paulus ons een gebod en een belofte. Hij gebood: “Denk na over wat ik je heb gezegd”. En hij beloofde: “De Heer zal ervoor zorgen dat je dit alles ook begrijpt.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe passen gebod en belofte bij elkaar? In de oorspronkelijke tekst staat “gar” dat “want” betekent. “Denk … want de Heer zal je belonen met inzicht.”&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 De belofte is niet bedoeld voor iedereen. Het is gemaakt voor zij die nadenken. En we denken niet na totdat we tegen een probleem aanlopen. Dus, broeders, laat ons kritisch zijn over de tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
¹ Amerikaanse filosoof, pedagoog, psycholoog en auteur (1859-1952)&lt;br /&gt;
² Bethel University, private, evangelische Christelijke universiteit in Arden Hills, Minnesota&lt;br /&gt;
³ Noord-Amerikaanse predikant, theoloog en zendeling (1703-1758)&lt;br /&gt;
4 Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 19:00:06 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_laat_ons_kritisch_zijn_over_de_tekst</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, vergroot de betekenis van de doop</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_vergroot_de_betekenis_van_de_doop</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Brothers, Magnify the Meaning of Baptism}}Ik herinner me een prachtige dag in 1973. Prof. Leonhard Goppelt had zijn universitaire doop-seminarium uitgenodigd na...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Magnify the Meaning of Baptism}}Ik herinner me een prachtige dag in 1973. Prof. Leonhard Goppelt had zijn universitaire doop-seminarium uitgenodigd naar een ontspanningsoord in de uitlopers van de Beierse Alpen ten zuiden van München. Hij was lutheraan en ik was de eenzame Amerikaan – en een baptist. We ontmoetten elkaar in een klooster en debatteerden enkele uren over de kwestie kinderdoop vs. geloofsdoop. Het was een show van twee mannen: een soort David tegen Goliath. Alleen waren er geen doopgezinde Israëlieten die me aanmoedigden. Noch verloor professor Goppelt. Maar tot op heden geloof ik dat mijn stenen oprecht door de lucht vlogen en dat slechts de ondoordringbare kracht van een 17de -eeuwse traditie het bastion van de kinderdoop had beschermd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar inmiddels ben ik gaan inzien dat de “slag van Beieren” op een verkeerd niveau werd gevochten. Sinds ik bij de Bethlehem Baptist Church in Minneapolis ben, heb ik les gegeven aan tien vierweekse klassen voor leden. Bijna elke keer zaten daarin wel lutheranen, katholieken, presbyterianen, covenanters of zo die onze kerk wouden bijtreden maar als kind “gedoopt” waren. Maand na maand begreep ik beter waarom ik achter de geloofsdoop sta. En nu herken ik dat ik de kwestie in Beieren niet bij de wortel heb aangepakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierbij de ontwikkeling van mijn gedachtegang. Dat ging in drie fases (maar niet zoals jeugd, adolescentie en volwassenheid).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst zag ik dat elke doop die vermeldt staat in de Bijbel, de doop betrof van een volwassene die het geloof in Christus belijdt. Nergens in de Schrift staat er ook maar iets over een kind dat gedoopt word. De doop van huishoudens (genoemd in Handelingen 16:15, 33 en 1 Korintiërs 1:16)¹ zijn uitzonderingen en dan alleen nog als ''aangenomen'' wordt dat kinderen deel uitmaakten van deze huishoudens. Maar feitelijk leidt Lucas in Handelingen 16:32 ons weg van deze aanname door te stellen dat Paulus eerst “het woord van de Heer aan hem [cipier] en aan iedereen die bij hem woonde” verkondigde en hen dan doopte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Behalve de afwezigheid van kinderdoop in de Schrift viel me ook op (zoals elke schooljongen bij de baptisten weet) dat de volgorde van Petrus’ gebod was: “''Keer u af van uw huidige leven'' en laat u dopen” (Handelingen 2:38). Ik heb nooit een reden gezien om deze volgorde om te draaien.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar geleidelijk aan zag ik in dat deze opmerkingen slechts iets suggereren en tot niets verplichten. Dat er geen kinderdoop vermeldt staat, bewijst niet dat die er niet was. En dat Petrus zei: “''Keer u af van uw huidige leven'' en laat u dopen” tegen uitsluitend volwassen toehoorders sluit niet de mogelijkheid uit dat hij over kinderen iets anders zei. Zo bereikte ik de tweede fase en besloot: “Dat ik me beter van de voorbeelden over de doop kon afwenden richting de leer over de doop.” Misschien dat de betekenis van Lucas’ verhaal verduidelijkt wordt door de uiteenzetting van Paulus en Petrus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Natuurlijk herinnerde ik me Romeinen 6:1-11. Maar dit was professor Goppelt’s favoriete wapen omdat het tot vers 11 geen woord over het geloof bevat of over welke bewuste reactie ten opzicht van God dan ook; en daar komt de reactie ''na'' de doop. Dus hij gebruikt Romeinen 6 als de klassieke verdediging van de kinderdoop. Voor mij leidt het in ieder geval tot isolatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar Colossenzen 2:12 en 1 Petrus 3:21 leken mij vernietigend voor het standpunt van de kinderdoop. Paulus vergelijkt de doop met de besnijdenis en zegt: “Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.” Dit stelt klip en klaar: ''in de doop'' werden wij tot leven gewekt ''door het geloof''. De doop is effectief als geloofsuiting. Ik zag niet in hoe een kind dit geloofsteken op de juiste wijze zou kunnen accepteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vervolgens staat er in 1 Petrus 3:21: “De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus.” Deze tekst schrikt vele baptisten af omdat het in de buurt lijkt te komen van het katholiek, Lutheraans en Anglicaans idee dat de rite op zich redding brengt. Maar door deze tekst te ontvluchten, gooien we een sterk argument in het voordeel van de geloofsdoop weg. Of zoals J.D.G. Dunn² het zegt, komt dit het dichtst bij een definitie waarin ''geloof'' staat. De doop is “een vraag aan God.” Dat wil zeggen dat de doop een geloofsuiting is richting God. In ''die'' zin en in ''die'' mate is het een deel van Gods heilsmiddelen. Dat moet ons niet langer afschrikken want de zin: “Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is … zult u worden gered.”³ De beweging van de lippen in de lucht en de beweging van het lichaam in het water redden slechts in de zin dat ze het verzoek en het geloof van het hart richting God tot uitdrukking brengen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus het leek me dat Colossenzen 2:12 en 1 Petrus 3:21 de afsluiting zijn van de zaak tegen het dopen van kinderen die nog niet in staat waren te geloven in Christus of om een verzoek aan God te doen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar daar eindige mijn Beierse strijd. Sindsdien is me aangetoond door midden van een lange reeks discussies in mijn klassen voor leden, dat zelfs deze teksten de [onwaarschijnlijke] mogelijkheid open laten dat een kind gedoopt kan worden via de geloofskracht van zijn ouders en in de hoop op zijn eigen eventuele “confirmatie”. Dat is net zo goed mogelijk als dat deze passages alleen van belang zijn voor de zendingssituatie waarin volwassenen bekeerd en gedoopt worden. Als Paulus en Petrus hadden benoemd dat er jonge kinderen in de Christelijke huizen waren, hadden ze mogelijk door kunnen gaan voor goede presbyterianen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik betwijfel dat. Want er is nu een derde fase in de redenering in het voordeel van de geloofsdoop. Er is een grote reactie vanuit de Bijbel en van de baptisten op het Heidelbergse Catechismus die beweert dat kinderen van een Christelijke ouder “behoren tot het verbond en de mensen van God … zij dienen ook gedoopt te worden als een teken van het verbond, om opgenomen te worden in de Christelijke kerk en onderscheiden te worden van kinderen van ongelovigen, zoals dat in het Oude Testament werd gedaan door de besnijdenis waarvoor het Nieuwe Testament de doop in de plaats stelt.” Met andere woorden, de rechtvaardiging van de kinderdoop in de gereformeerde kerken hangt af van het feit dat de doop in het Nieuwe Testament de tegenhanger is van de besnijdenis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In feite is er een belangrijke voortzetting van de tekens van de besnijdenis en van de doop maar de presbyteriaanse vertegenwoordigers van de gereformeerd theologie hebben de ''dis''continuïteit onderschat. Dat is het principieel verschil tussen baptisten en presbyterianen omtrent de doop. Ik ben een baptist want ik geloof dat we op dit gebied ''zowel'' de continuïteit ''als'' de discontinuïteit respecteren tussen Israël en de kerk en tussen hun respectievelijke tekens van het verbond.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De continuïteit komt als volgt tot uitdrukking: Net zoals de besnijdenis werd toegepast bij alle fysieke zonen van Abraham die zorgde voor het fysieke Israël, zo moet de doop worden toegepast bij alle spirituele zonen van Abraham die zorgde voor het spiritueel Israël, de kerk. Maar wie zijn deze spirituele zonen van Abraham die tegenwoordig de mensen van God vormen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Galaten 3:7 staat: “U ziet dus dat zij die ''geloven'' kinderen van Abraham zijn.” Het nieuwe, sinds Jezus is gekomen, is dat Gods mensen van het verbond niet langer een politieke, etnische natie zijn maar een lichaam gevormd door de gelovigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Johannes de Doper inaugureerde deze verandering en introduceerde het nieuwe teken van de doop. Door alle ''Joden'' op te roepen om berouw te hebben en zich te laten dopen, verklaarde Johannes krachtig en prikkelend dat fysieke afkomst je geen deel laat worden van Gods familie en dat de besnijdenis, die een fysieke relatie kenmerkt, nu vervangen wordt door de doop, die een spirituele relatie kenmerkt. De apostel Paulus pakt dit nieuwe accent op, vooral in Romeinen 9, en zegt: “niet alle nakomelingen van Abraham zijn ook werkelijk zijn kinderen … ze zijn niet door hun natuurlijke afstamming kinderen van God” (verzen 7-8).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er heeft dus een zeer belangrijke verandering plaats gevonden in de heilsgeschiedenis. Er is zowel discontinuïteit als continuïteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zwingli, Calvijn en hun opvolgers gingen met de tekens van het verbond om alsof er geen belangrijke verandering had plaats gevonden met de komst van Christus. Maar God vormt Zijn mensen tegenwoordig anders dan toen Hij worstelde met een etnische volk dat Israël werd genoemd. De mensen van God zijn niet langer gevormd door natuurlijke afkomst maar door supernatuurlijke bekering tot het geloof in Christus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de komst van Johannes de Doper, Jezus en de apostelen is nu benadrukt dat de spirituele status van uw ouders niet de lidmaatschap van de gemeenschap van het verbond bepaalt. De ontvangers van de zegeningen van Abraham zijn zij die het ''geloof'' van Abraham hebben. Zij zijn degenen die behoren tot de gemeenschap van het verbond.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En zij zijn degenen die het teken van het verbond zouden moeten ontvangen: de geloofsdoop. Dus als ik terug kon gaan en Beieren over kon doen, zou ik zo snel mogelijk bij de wortel komen. Dat is waar onze “verdediging en conformatie” gewonnen of verloren zal worden. Maar de heer heeft een speciale reden om ons door jeugd, adolescentie en volwassenheid te brengen. Elke fase van een redenering is zinvol. Ken uw toehoorders, broeders, en vergroot de betekenis van de doop.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noot van de vertaler&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004&lt;br /&gt;
#James Douglas Grant Dunn, Britse theoloog (1939-2020)&lt;br /&gt;
#Romeinen 10:9&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Aug 2021 18:04:15 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_vergroot_de_betekenis_van_de_doop</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, onze beproeving is voor hun bemoediging</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_onze_beproeving_is_voor_hun_bemoediging</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Our Affliction Is for Their Comfort}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Predikanten en hun mensen moeten lijden. “Dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan” (Handelingen 14:22).¹ “Zodat u zich niet uit het veld zou laten slaan door de tegenspoed die u ondervindt” (1 Thessalonicenzen 3:3). “Want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt” (Hebreeën 12:6).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Tegenspoed die wordt ondergaan door de familie van God komt van de Hemelse Vader voor onze bestwil. Hier volgt sterk Zweeds inzicht:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Hij die onmetelijk goed van hart is&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Geeft elke dag wat hij het beste acht&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Met liefde, het aandeel pijn en plezier.&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Vermengd gezwoeg met vrede en rust.²&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Het is ook Bijbels. Job en Paulus hebben dit gemeen: Toen ze door Satan werden getroffen, voelden ze de hand van &amp;lt;em&amp;gt;God&amp;lt;/em&amp;gt;. Uiteindelijk kwam hun lijden van God en dat wisten ze.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De Heer zei tot Satan: ”Met alles wat van hem [Job] is mag je doen wat je wilt” (Job 1:12). Maar toen tegenspoed toesloeg, reageerde Job: “De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen” (Job 1:21). Een tweede keer zei de Heer tot Satan: “Doe met hem [Job] wat je wilt, maar spaar zijn leven” (Job 2:6). Maar toen die verschrikkelijke ziekte kwam en Jobs vrouw er bij hem op aandrong om God te vervloeken, antwoordde Job: “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?” (2:10). En de geïnspireerde schrijver voegt er aan toe: “Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Zelfs als soms Satan erbij betrokken is als de nabije veroorzaker van onze tegenspoed, is het geen zonde om God te zien als de primaire veroorzaker die meer op afstand staat. Satans plan is de verwoesting van het geloof (Job 2:5; 1 Thessalonicenzen 3:5), maar Gods plan is de diepe heling van onze ziel:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Ik ontwerp uitsluitend&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Uw onreine materie om te consumeren&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;En uw goud om te verfijnen.&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Net als Job, herkende Paulus zijn doorn in het vlees als een “engel van Satan” (2 Korintiërs 12:7) maar gepland door &amp;lt;em&amp;gt;God&amp;lt;/em&amp;gt; voor een zeer genadig doel: “Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Satan heeft het niet vrij voor het zeggen in de wereld en evenmin in de familie van God. Dus, in onze worsteling met het lijden brengt het nooit voldoende troost als je zegt dat: “Het komt van Satan en niet van God.” De enige ware troost komt van de erkenning dat de almachtige God erachter zit en dat Hij oneindig wijs is en oneindig liefhebbend voor hen die op Hem vertrouwen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Beoordeel de Heer niet vanuit de onderbuik,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Maar vertrouw Hem om Zijn genade;&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Achter een fronsende voorzienigheid&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Verbergt hij een lachend gezicht.&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Zijn doelen zullen snel rijpen,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Onthuld elk uur;&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;De knop mag dan een bittere smaak hebben,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Maar de bloem zal zoet zijn.³&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God heeft voor ons een doel onthuld, waarvoor predikanten moeten lijden. Paulus zegt het in 2 Korintiërs 1:6: “Ondervinden we tegenspoed, dan is het &amp;lt;em&amp;gt;opdat u bemoedigd en gered wordt&amp;lt;/em&amp;gt;.” Een preek over deze tekst zou het volgend hoofdthema hebben: “De beproevingen van een Christelijke geestelijke zijn gepland door God om de bemoediging en redding van zijn kudde te bewerkstelligen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Als Paulus tegen de Korintiërs zegt dat zijn beproeving voor hun bemoediging en redding is, zegt hij daarmee dat er een plan en een doel voor zijn lijden bestaat. Maar welk plan dan? Van wie is dat doel? Hij ontwerpt en plant niet zijn eigen lijden. En het is zeker dat Satan ze niet ontwikkelt om de kerk te bemoedigen en te redden. Dus Paulus moet bedoelen dat God Zijn beproeving plant en bestemt ten gunste van de kerk.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God bestemde het lijden van Christus voor de redding van de kerk (Handelingen 2:23 en vanaf 4:27), en Hij bestemde het lijden van Christelijke geestelijken voor de toepassing van deze redding (Colossenzen 1:24).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is een ontnuchterende gedachte maar ook een bemoedigende. Aan de ene kant betekent het dat het weefsel van een predikantenleven doorvlochten is met duistere draden van pijn. Maar aan de andere kant betekent het dat elke tegenspoed die hij moet ondergaan, niet alleen voor zijn eigen bestwil is ontwikkeld maar ook voor de bestwil van zijn kudde. God verspilt nooit de gift van het lijden (Filippenzen 1:29). Het is gegeven aan Zijn predikanten volgens het beste weten dat Hij heeft, en de vormgeving bestaat uit troost en redding voor onze mensen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Geen enkel pastoraal lijden is zinloos. Geen pastorale pijn is betekenisloos. Geen tegenspoed is absurd en nietszeggend. Alle hartzeer heeft zijn goddelijk doel in de vertroosting van de heiligen, zelfs als we ons helemaal nutteloos voelen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Beantwoording van het “Waarom”&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Hoe wordt met pastoraal lijden de vertroosting en redding van zijn kudde bereikt? De context van Paulus’ woorden suggereert het volgend scenario:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Omstandigheden vallen samen om de geest van een predikant te kraken. (Misschien verlies van gezondheid, verlies van een geliefde, een vriend die je de rug toekeert, tactloze mensen, laster, zorgen of overwerk.) Dingen pakken zo erg uit dat hij zelfs twijfelt aan het leven zelf. Hij roept het uit: “Waarom?” Het antwoord komt terug uit 2 Korintiërs 1:9. “Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt.” Als, uit genade, het ons lukt om een mosterdzaadje aan geloof te hebben in Gods soevereine goedheid in alles, zullen we onbeschrijfelijke troost ontdekken.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Gods eerste grote ontwerp voor al onze problemen is dat we ons zelfvertrouwen los kunnen laten. Als we dat doen, is er een tijdelijk gevoel dat je valt. Maar door het vertrouwen in Gods genade belanden we met oneindig meer zekerheid in de armen van onze Vader die de totale controle heeft op de rand van leven en dood.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar heeft Hij ons alleen voor onszelf door deze onthutsende val gebracht? Nee. Als wij leed ondergaan, is dat voor &amp;lt;em&amp;gt;uw vertroosting&amp;lt;/em&amp;gt;. Nu, volgens 2 Korintiërs 1:4, zijn we in staat om “moed te geven aan anderen die in de ellende zitten, met de troost die wijzelf van God ontvangen.” Uiteindelijk geeft slecht één ding ons moed: “God die de doden opwekt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Al onze pastorale beproevingen zijn genadevol ontwikkeld om ons op God te vertrouwen en niet op onszelf. En dus bereidt onze tegenspoed ons voor op het doen van het nodigste voor onze mensen – hen de weg wijzen van henzelf naar de al-voorziende God. Alleen daarin ligt troost en redding. Dus “Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ten minste twee keer in 2 Korintiërs brengt Paulus deze nuchtere boodschap. In 4:7-12 beschrijft hij zijn pastorale ellende en interpreteert deze als volgt: “We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. &amp;lt;em&amp;gt;Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven&amp;lt;/em&amp;gt;.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dit is een andere manier om te zeggen: “Als we tegenspoed ondervinden, dan is het opdat u gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Wanneer Paulus lijdt onder zwakheden, beledigingen, noden, vervolgingen en ellende, en deze aanvaardt als Gods barmhartige therapie, is de kracht van Christus geperfectioneerd in zijn leven (2 Korintiërs 12:7-10). En omdat het de kracht van Christus is en niet die van Paulus, die leven in de kerk brengt, kunnen we begrijpen waarom hij zei: “Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven” (v. 12). Paulus’ zwakheid en ellende voorziet de kerk van leven. En dat zou de onze ook moeten doen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Christus ons rolmodel&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Tot slot herinnert Paulus ons eraan dat dit het voorbeeld van Christus is: Hij bracht de kerk leven door zwakheid en ellende - zo horen Zijn geestelijke dienaren dat ook te doen. “Dat hij gekruisigd werd past bij zijn zwakheid, maar nu leeft hij door Gods kracht. Wij apostelen zijn net als Christus zwak, maar u zult merken dat wij net als hij leven door Gods kracht” (2 Korintiërs 13:4).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is een ingewikkelde zin maar ik denk dat het betekent: Het leven van een geestelijke in Christus deelt alle zwakheden (en meer) die Christus aan het kruis brachten. Maar in onze zwakheden komt onafhankelijk daarvan Gods kracht met twee effecten: het stelt ons in staat om de kerk lief te hebben en te dienen en dus brengt het ons leven, nu in ons innerlijk bestaan (4:16) en uiteindelijk in de wederopstanding. Het leidend idee wordt herhaald in 13:9: “Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, u zo sterk bent.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De Christelijke predikant verwacht niet zijn mensen te bemoedigen of te redden anders dan door het volgen van de weg naar Golgotha: “Hij (Christus) was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden” (2 Korintiërs 8:9). Dus Paulus omschrijft zichzelf als “arm maar toch maken we velen rijk” (2 Korintiërs 6:10). Arm opdat onze mensen rijk worden. Zwak opdat ze sterk worden. Geteisterd door tegenspoed voor hun bemoediging en voor hun redding.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar let op: geen greintje zelfmedelijden. Want er is niets wat we meer willen dan “Christus kennen en de kracht van zijn opstanding, en … &amp;lt;em&amp;gt;delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood&amp;lt;/em&amp;gt;, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan” (Filippenzen 3:10-11).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;We weten dat geven gelukkiger maakt dan ontvangen (Handelingen 20:35). Dus los van alle naïeve en romantische idealisaties, zegt de Christelijke predikant samen met Paulus: “In al mijn ellende wordt ik overweldigd door vreugde” (2 Korintiërs 7:4). Want “Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;em&amp;gt;Noot van de vertaler&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;¹ Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;² De originele Zweedse tekst is van dichteres en hymneschrijfster Lina Sandell (1832 – 1903)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;³ De originele tekst is van dichter William Cowper (1731 – 1800)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Thu, 22 Jul 2021 01:23:30 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_onze_beproeving_is_voor_hun_bemoediging</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, onze beproeving is voor hun bemoediging</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_onze_beproeving_is_voor_hun_bemoediging</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Our Affliction Is for Their Comfort}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Predikanten en hun mensen moeten lijden. “Dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan” (Handelingen 14:22).¹ “Zodat u zich niet uit het veld zou laten slaan door de tegenspoed die u ondervindt” (1 Thessalonicenzen 3:3). “Want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt” (Hebreeën 12:6).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Tegenspoed die wordt ondergaan door de familie van God komt van de Hemelse Vader voor onze bestwil. Hier volgt sterk Zweeds inzicht:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Hij die onmetelijk goed van hart is&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Geeft elke dag wat hij het beste acht&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Met liefde, het aandeel pijn en plezier.&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Vermengd gezwoeg met vrede en rust.²&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Het is ook Bijbels. Job en Paulus hebben dit gemeen: Toen ze door Satan werden getroffen, voelden ze de hand &amp;lt;em&amp;gt;God&amp;lt;/em&amp;gt;. Uiteindelijk kwam hun lijden van God en dat wisten ze.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De Heer zei tot Satan: ”Met alles wat van hem [Job] is mag je doen wat je wilt” (Job 1:12). Maar toen tegenspoed toesloeg, reageerde Job: “De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen” (Job 1:21). Een tweede keer zei de Heer tot Satan: “Doe met hem [Job] wat je wilt, maar spaar zijn leven” (Job 2:6). Maar toen die verschrikkelijke ziekte kwam en Jobs vrouw er bij hem op aandrong om God te vervloeken, antwoordde Job: “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?” (2:10). En de geïnspireerde schrijver voegt er aan toe: “Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Zelfs als soms Satan erbij betrokken is als de nabije veroorzaker van onze tegenspoed, is het geen zonde om God te zien als de primaire veroorzaker die meer op afstand staat. Satans plan is de verwoesting van het geloof (Job 2:5; 1 Thessalonicenzen 3:5), maar Gods plan is de diepe heling van onze ziel:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Ik ontwerp uitsluitend&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Uw onreine materie om te consumeren&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;En uw goud om te verfijnen.&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Net als Job, herkende Paulus zijn doorn in het vlees als een “engel van Satan” (2 Korintiërs 12:7) maar gepland door &amp;lt;em&amp;gt;God&amp;lt;/em&amp;gt; voor een zeer genadig doel: “Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Satan heeft het niet vrij voor het zeggen in de wereld en evenmin in de familie van God. Dus, in onze worsteling met het lijden brengt het nooit voldoende troost als je zegt dat: “Het komt van Satan en niet van God.” De enige ware troost komt van de erkenning dat de almachtige God erachter zit en dat Hij oneindig wijs is en oneindig liefhebbend voor hen die op Hem vertrouwen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Beoordeel de Heer niet vanuit de onderbuik,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Maar vertrouw Hem om Zijn genade;&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Achter een fronsende voorzienigheid&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Verbergt hij een lachend gezicht.&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Zijn doelen zullen snel rijpen,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Onthuld elk uur;&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;De knop mag dan een bittere smaak hebben,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Maar de bloem zal zoet zijn.³&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God heeft voor ons een doel onthuld, waarvoor predikanten moeten lijden. Paulus zegt het in 2 Korintiërs 1:6: “Ondervinden we tegenspoed, dan is het &amp;lt;em&amp;gt;opdat u bemoedigd en gered wordt&amp;lt;/em&amp;gt;.” Een preek over deze tekst zou het volgend hoofdthema hebben: “De beproevingen van een Christelijke geestelijke zijn gepland door God om de bemoediging en redding van zijn kudde te bewerkstelligen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Als Paulus tegen de Korintiërs zegt dat zijn beproeving voor hun bemoediging en redding is, zegt hij daarmee dat er een plan en een doel voor zijn lijden bestaat. Maar welk plan dan? Van wie is dat doel? Hij ontwerpt en plant niet zijn eigen lijden. En het is zeker dat Satan ze niet ontwikkelt om de kerk te bemoedigen en te redden. Dus Paulus moet bedoelen dat God Zijn beproeving plant en bestemt ten gunste van de kerk.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God bestemde het lijden van Christus voor de redding van de kerk (Handelingen 2:23 en vanaf 4:27), en Hij bestemde het lijden van Christelijke geestelijken voor de toepassing van deze redding (Colossenzen 1:24).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is een ontnuchterende gedachte maar ook een bemoedigende. Aan de ene kant betekent het dat het weefsel van een predikantenleven doorvlochten is met duistere draden van pijn. Maar aan de andere kant betekent het dat elke tegenspoed die hij moet ondergaan, niet allen voor zijn eigen bestwil is ontwikkeld maar ook voor de bestwil van zijn kudde. God verspilt nooit de gift van het lijden (Filippenzen 1:29). Het is gegeven aan Zijn predikanten volgens het beste weten dat Hij heeft, en de vormgeving bestaat uit troost en redding voor onze mensen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Geen enkel pastoraal lijden is zinloos. Geen pastorale pijn is betekenisloos. Geen tegenspoed is absurd en nietszeggend. Alle hartzeer heeft zijn goddelijk doel in de vertroosting van de heiligen, zelfs als we ons helemaal nutteloos voelen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Beantwoording van het “Waarom”&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Hoe wordt met pastoraal lijden de vertroosting en redding van zijn kudde bereikt? De context van Paulus’ woorden suggereert het volgend scenario:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Omstandigheden vallen samen om de geest van een predikant te kraken. (Misschien verlies van gezondheid, verlies van een geliefde, een vriend die je de rug toekeert, tactloze mensen, laster, zorgen of overwerk.) Dingen pakken zo erg uit dat hij zelfs twijfelt aan het leven zelf. Hij roept het uit: “Waarom?” Het antwoord komt terug uit 2 Korintiërs 1:9. “Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt.” Als, uit genade, het ons lukt om een mosterdzaadje aan geloof te hebben in Gods soevereine goedheid in alles, zullen we onbeschrijfelijke troost ontdekken.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Gods eerste grote ontwerp voor al onze problemen is dat we ons zelfvertrouwen los kunnen laten. Als we dat doen, is er een tijdelijk gevoel dat je valt. Maar door het vertrouwen in Gods genade belanden we met oneindig meer zekerheid in de armen van onze Vader die de totale controle heeft op de rand van leven en dood.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar heeft Hij ons alleen voor onszelf door deze onthutsende val gebracht? Nee. Als wij leed ondergaan, is dat voor &amp;lt;em&amp;gt;uw vertroosting&amp;lt;/em&amp;gt;. Nu, volgens 2 Korintiërs 1:4, zijn we in staat om “moed te geven aan anderen die in de ellende zitten, met de troost die wijzelf van God ontvangen.” Uiteindelijk geeft slecht één ding ons moed: “God die de doden opwekt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Al onze pastorale beproevingen zijn genadevol ontwikkeld om ons op God te vertrouwen en niet op onszelf. En dus bereidt onze tegenspoed ons voor op het doen van het nodigste voor onze mensen – hen de weg wijzen van henzelf naar de al-voorziende God. Alleen daarin ligt troost en redding. Dus “Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ten minste twee keer in 2 Korintiërs brengt Paulus deze nuchtere boodschap. In 4:7-12 beschrijft hij zijn pastorale ellende en interpreteert deze als volgt: “We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. &amp;lt;em&amp;gt;Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven&amp;lt;/em&amp;gt;.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dit is een andere manier om te zeggen: “Als we tegenspoed ondervinden, dan is het opdat u gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Wanneer Paulus lijdt onder zwakheden, beledigingen, noden, vervolgingen en ellende, en deze aanvaardt als Gods barmhartige therapie, is de kracht van Christus geperfectioneerd in zijn leven (2 Korintiërs 12:7-10). En omdat het de kracht van Christus is en niet die van Paulus, die leven in de kerk brengt, kunnen we begrijpen waarom hij zei: “Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven” (v. 12). Paulus’ zwakheid en ellende voorziet de kerk van leven. En dat zou de onze ook moeten doen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Christus ons rolmodel&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Tot slot herinnert Paulus ons eraan dat dit het voorbeeld van Christus is: Hij bracht de kerk leven door zwakheid en ellende - zo horen Zijn geestelijke dienaren dat ook te doen. “Dat hij gekruisigd werd past bij zijn zwakheid, maar nu leeft hij door Gods kracht. Wij apostelen zijn net als Christus zwak, maar u zult merken dat wij net als hij leven door Gods kracht” (2 Korintiërs 13:4).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is een ingewikkelde zin maar ik denk dat het betekent: Het leven van een geestelijke in Christus deelt alle zwakheden (en meer) die Christus aan het kruis brachten. Maar in onze zwakheden komt onafhankelijk daarvan Gods kracht met twee effecten: het stelt ons in staat om de kerk lief te hebben en te dienen en dus brengt het ons leven, nu in ons innerlijk bestaan (4:16) en uiteindelijk in de wederopstanding. Het leidend idee wordt herhaald in 13:9: “Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, u zo sterk bent.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De Christelijke predikant verwacht niet zijn mensen te bemoedigen of te redden anders dan door het volgen van de weg naar Golgotha: “Hij (Christus) was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden” (2 Korintiërs 8:9). Dus Paulus omschrijft zichzelf als “arm maar toch maken we velen rijk” (2 Korintiërs 6:10). Arm opdat onze mensen rijk worden. Zwak opdat ze sterk worden. Geteisterd door tegenspoed voor hun bemoediging en voor hun redding.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar let op: geen greintje zelfmedelijden. Want er is niets wat we meer willen dan “Christus kennen en de kracht van zijn opstanding, en … &amp;lt;em&amp;gt;delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood&amp;lt;/em&amp;gt;, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan” (Filippenzen 3:10-11).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;We weten dat geven gelukkiger maakt dan ontvangen (Handelingen 20:35). Dus los van alle naïeve en romantische idealisaties, zegt de Christelijke predikant samen met Paulus: “In al mijn ellende wordt ik overweldigd door vreugde” (2 Korintiërs 7:4). Want “Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;em&amp;gt;Noot van de vertaler&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;¹ Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;² De originele Zweedse tekst is van dichteres en hymneschrijfster Lina Sandell (1832 – 1903)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;³ De originele tekst is van dichter William Cowper (1731 – 1800)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Wed, 14 Jul 2021 16:58:20 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_onze_beproeving_is_voor_hun_bemoediging</comments>		</item>
		<item>
			<title>Broeders, onze beproeving is voor hun bemoediging</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Broeders,_onze_beproeving_is_voor_hun_bemoediging</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Brothers, Our Affliction is for Their Comfort}}  &amp;lt;p&amp;gt;Predikanten en hun mensen moeten lijden. “Dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen k...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Brothers, Our Affliction is for Their Comfort}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Predikanten en hun mensen moeten lijden. “Dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan” (Handelingen 14:22).¹ “Zodat u zich niet uit het veld zou laten slaan door de tegenspoed die u ondervindt” (1 Thessalonicenzen 3:3). “Want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt” (Hebreeën 12:6).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Tegenspoed die wordt ondergaan door de familie van God komt van de Hemelse Vader voor onze bestwil. Hier volgt sterk Zweeds inzicht:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Hij die onmetelijk goed van hart is&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Geeft elke dag wat hij het beste acht&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Met liefde, het aandeel pijn en plezier.&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Vermengd gezwoeg met vrede en rust.²&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Het is ook Bijbels. Job en Paulus hebben dit gemeen: Toen ze door Satan werden getroffen, voelden ze de hand &amp;lt;em&amp;gt;God&amp;lt;/em&amp;gt;. Uiteindelijk kwam hun lijden van God en dat wisten ze.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De Heer zei tot Satan: ”Met alles wat van hem [Job] is mag je doen wat je wilt” (Job 1:12). Maar toen tegenspoed toesloeg, reageerde Job: “De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen” (Job 1:21). Een tweede keer zei de Heer tot Satan: “Doe met hem [Job] wat je wilt, maar spaar zijn leven” (Job 2:6). Maar toen die verschrikkelijke ziekte kwam en Jobs vrouw er bij hem op aandrong om God te vervloeken, antwoordde Job: “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?” (2:10). En de geïnspireerde schrijver voegt er aan toe: “Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Zelfs als soms Satan erbij betrokken is als de nabije veroorzaker van onze tegenspoed, is het geen zonde om God te zien als de primaire veroorzaker die meer op afstand staat. Satans plan is de verwoesting van het geloof (Job 2:5; 1 Thessalonicenzen 3:5), maar Gods plan is de diepe heling van onze ziel:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Ik ontwerp uitsluitend&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Uw onreine materie om te consumeren&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;En uw goud om te verfijnen.&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Net als Job, herkende Paulus zijn doorn in het vlees als een “engel van Satan” (2 Korintiërs 12:7) maar gepland door &amp;lt;em&amp;gt;God&amp;lt;/em&amp;gt; voor een zeer genadig doel: “Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Satan heeft het niet vrij voor het zeggen in de wereld en evenmin in de familie van God. Dus, in onze worsteling met het lijden brengt het nooit voldoende troost als je zegt dat: “Het komt van Satan en niet van God.” De enige ware troost komt van de erkenning dat de almachtige God erachter zit en dat Hij oneindig wijs is en oneindig liefhebbend voor hen die op Hem vertrouwen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Beoordeel de Heer niet vanuit de onderbuik,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Maar vertrouw Hem om Zijn genade;&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Achter een fronsende voorzienigheid&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Verbergt hij een lachend gezicht.&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Zijn doelen zullen snel rijpen,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Onthuld elk uur;&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;De knop mag dan een bittere smaak hebben,&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;em&amp;gt;Maar de bloem zal zoet zijn.³&amp;lt;/em&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God heeft voor ons een doel onthuld, waarvoor predikanten moeten lijden. Paulus zegt het in 2 Korintiërs 1:6: “Ondervinden we tegenspoed, dan is het &amp;lt;em&amp;gt;opdat u bemoedigd en gered wordt&amp;lt;/em&amp;gt;.” Een preek over deze tekst zou het volgend hoofdthema hebben: “De beproevingen van een Christelijke geestelijke zijn gepland door God om de bemoediging en redding van zijn kudde te bewerkstelligen.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Als Paulus tegen de Korintiërs zegt dat zijn beproeving voor hun bemoediging en redding is, zegt hij daarmee dat er een plan en een doel voor zijn lijden bestaat. Maar welk plan dan? Van wie is dat doel? Hij ontwerpt en plant niet zijn eigen lijden. En het is zeker dat Satan ze niet ontwikkelt om de kerk te bemoedigen en te redden. Dus Paulus moet bedoelen dat God Zijn beproeving plant en bestemt ten gunste van de kerk.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;God bestemde het lijden van Christus voor de redding van de kerk (Handelingen 2:23 en vanaf 4:27), en Hij bestemde het lijden van Christelijke geestelijken voor de toepassing van deze redding (Colossenzen 1:24).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is een ontnuchterende gedachte maar ook een bemoedigende. Aan de ene kant betekent het dat het weefsel van een predikantenleven doorvlochten is met duistere draden van pijn. Maar aan de andere kant betekent het dat elke tegenspoed die hij moet ondergaan, niet allen voor zijn eigen bestwil is ontwikkeld maar ook voor de bestwil van zijn kudde. God verspilt nooit de gift van het lijden (Filippenzen 1:29). Het is gegeven aan Zijn predikanten volgens het beste weten dat Hij heeft, en de vormgeving bestaat uit troost en redding voor onze mensen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Geen enkel pastoraal lijden is zinloos. Geen pastorale pijn is betekenisloos. Geen tegenspoed is absurd en nietszeggend. Alle hartzeer heeft zijn goddelijk doel in de vertroosting van de heiligen, zelfs als we ons helemaal nutteloos voelen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Beantwoording van het “Waarom”&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Hoe wordt met pastoraal lijden de vertroosting en redding van zijn kudde bereikt? De context van Paulus’ woorden suggereert het volgend scenario:&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Omstandigheden vallen samen om de geest van een predikant te kraken. (Misschien verlies van gezondheid, verlies van een geliefde, een vriend die je de rug toekeert, tactloze mensen, laster, zorgen of overwerk.) Dingen pakken zo erg uit dat hij zelfs twijfelt aan het leven zelf. Hij roept het uit: “Waarom?” Het antwoord komt terug uit 2 Korintiërs 1:9. “Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt.” Als, uit genade, het ons lukt om een mosterdzaadje aan geloof te hebben in Gods soevereine goedheid in alles, zullen we onbeschrijfelijke troost ontdekken.&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Gods eerste grote ontwerp voor al onze problemen is dat we ons zelfvertrouwen los kunnen laten. Als we dat doen, is er een tijdelijk gevoel dat je valt. Maar door het vertrouwen in Gods genade belanden we met oneindig meer zekerheid in de armen van onze Vader die de totale controle heeft op de rand van leven en dood.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar heeft Hij ons alleen voor onszelf door deze onthutsende val gebracht? Nee. Als wij leed ondergaan, is dat voor &amp;lt;em&amp;gt;uw vertroosting&amp;lt;/em&amp;gt;. Nu, volgens 2 Korintiërs 1:4, zijn we in staat om “moed te geven aan anderen die in de ellende zitten, met de troost die wijzelf van God ontvangen.” Uiteindelijk geeft slecht één ding ons moed: “God die de doden opwekt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Al onze pastorale beproevingen zijn genadevol ontwikkeld om ons op God te vertrouwen en niet op onszelf. En dus bereidt onze tegenspoed ons voor op het doen van het nodigste voor onze mensen – hen de weg wijzen van henzelf naar de al-voorziende God. Alleen daarin ligt troost en redding. Dus “Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Ten minste twee keer in 2 Korintiërs brengt Paulus deze nuchtere boodschap. In 4:7-12 beschrijft hij zijn pastorale ellende en interpreteert deze als volgt: “We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. &amp;lt;em&amp;gt;Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven&amp;lt;/em&amp;gt;.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dit is een andere manier om te zeggen: “Als we tegenspoed ondervinden, dan is het opdat u gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Wanneer Paulus lijdt onder zwakheden, beledigingen, noden, vervolgingen en ellende, en deze aanvaardt als Gods barmhartige therapie, is de kracht van Christus geperfectioneerd in zijn leven (2 Korintiërs 12:7-10). En omdat het de kracht van Christus is en niet die van Paulus, die leven in de kerk brengt, kunnen we begrijpen waarom hij zei: “Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven” (v. 12). Paulus’ zwakheid en ellende voorziet de kerk van leven. En dat zou de onze ook moeten doen.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;strong&amp;gt;Christus ons rolmodel&amp;lt;/strong&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Tot slot herinnert Paulus ons eraan dat dit het voorbeeld van Christus is: Hij bracht de kerk leven door zwakheid en ellende - zo horen Zijn geestelijke dienaren dat ook te doen. “Dat hij gekruisigd werd past bij zijn zwakheid, maar nu leeft hij door Gods kracht. Wij apostelen zijn net als Christus zwak, maar u zult merken dat wij net als hij leven door Gods kracht” (2 Korintiërs 13:4).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Dat is een ingewikkelde zin maar ik denk dat het betekent: Het leven van een geestelijke in Christus deelt alle zwakheden (en meer) die Christus aan het kruis brachten. Maar in onze zwakheden komt onafhankelijk daarvan Gods kracht met twee effecten: het stelt ons in staat om de kerk lief te hebben en te dienen en dus brengt het ons leven, nu in ons innerlijk bestaan (4:16) en uiteindelijk in de wederopstanding. Het leidend idee wordt herhaald in 13:9: “Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, u zo sterk bent.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;De Christelijke predikant verwacht niet zijn mensen te bemoedigen of te redden anders dan door het volgen van de weg naar Golgotha: “Hij (Christus) was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden” (2 Korintiërs 8:9). Dus Paulus omschrijft zichzelf als “arm maar toch maken we velen rijk” (2 Korintiërs 6:10). Arm opdat onze mensen rijk worden. Zwak opdat ze sterk worden. Geteisterd door tegenspoed voor hun bemoediging en voor hun redding.&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;Maar let op: geen greintje zelfmedelijden. Want er is niets wat we meer willen dan “Christus kennen en de kracht van zijn opstanding, en … &amp;lt;em&amp;gt;delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood&amp;lt;/em&amp;gt;, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan” (Filippenzen 3:10-11).&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;We weten dat geven gelukkiger maakt dan ontvangen (Handelingen 20:35). Dus los van alle naïeve en romantische idealisaties, zegt de Christelijke predikant samen met Paulus: “In al mijn ellende wordt ik overweldigd door vreugde” (2 Korintiërs 7:4). Want “Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt.”&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;em&amp;gt;Noot van de vertaler&amp;lt;/em&amp;gt;&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;¹ Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;² De originele Zweedse tekst is van dichteres en hymneschrijfster Lina Sandell (1832 – 1903)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;p&amp;gt;³ De originele tekst is van dichter William Cowper (1731 – 1800)&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Wed, 14 Jul 2021 16:55:57 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Broeders,_onze_beproeving_is_voor_hun_bemoediging</comments>		</item>
		<item>
			<title>Wat Geloofd John Piper van de Bedelingenleer, de Verbondsleer en de Nieuw Verbondsleer?</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Wat_Geloofd_John_Piper_van_de_Bedelingenleer,_de_Verbondsleer_en_de_Nieuw_Verbondsleer%3F</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;span class=&amp;quot;fck_mw_template&amp;quot;&amp;gt;{{info|What does John Piper believe about dispensationalism, covenant theology, and new covenant theology?}}&amp;lt;/span&amp;gt; Er zijn drie belan...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;p&amp;gt;&amp;lt;span class=&amp;quot;fck_mw_template&amp;quot;&amp;gt;{{info|What does John Piper believe about dispensationalism, covenant theology, and new covenant theology?}}&amp;lt;/span&amp;gt; Er zijn drie belangrijke theologische kampen als het gaat om zaken van wet, Evangelie en de structurering van Gods verlossende relatie met de mensheid: Bedelingenleer, de verbondsleer en de nieuwe verbondsleer. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Bedelingenleer &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Het is moeilijk om de bedelingenleer samen te vatten als een geheel omdat er door de jaren heen meerdere vormen van zijn ontwikkeld. Algemeen zijn er drie belangrijke kenmerken. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Eerst, de bedelingenleer ziet dat God de relatie met de mensheid structureert verschillende stadia van openbaring die verschillende bedelingen afbakenen, of rentmeesterschap regelen. Elke bedeling is een „test” voor de mensheid om trouw te zijn aan de bijzondere openbaring van dat moment. Over het algemeen zijn er zeven bedelingen onderscheiden: &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Onschuldig: voor de val Geweten: Adam tot Noach Overheid: Noach tot Babel Belofte: Abraham tot Mozes Wet: Mozes tot Christus Genade: Pinksteren tot opname Het Millennium: duizendjarig rijk &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Ten tweede, de bedelingenleer houd vast aan een letterlijke interpretatie van de Schrift. Dit ontkent niet het bestaan van stijlfiguren en niet-letterlijke taal in de Bijbel maar het betekent eerder dat er een letterlijke betekenis zit achter de figuurlijke passages. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Ten derde, als resultaat van het letterlijke interpreteren van de Schrift houdt de bedelingenleer vast aan het onderscheidt tussen Israel (zelfs gelovig Israel) en de kerk. Met deze visie waren de beloften die gemaakt zijn aan Israel in het Oude Testament niet bedoeld als profetieën over wat God geestelijk zou doen voor de kerk, maar zal letterlijk worden vervuld voor Israel zelf (grotendeels in het millennium). Bijvoorbeeld, de belofte van een land wordt uitgelegd dat God op een dag volledig Israel in Palestina zal herstellen. In tegenstelling, zij die de bedelingenleer niet volgen zien de landbelofte meestal als profetie, in schimmige Oude-verbonds-vorm, van de grotere werkelijkheid dat God op een dag de hele kerk, Joden en heidenen, erfgenamen zal maken van de hele vernieuwde wereld. (Romeinen 4:13) &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;In veel opzichten is het dus beter om te zeggen dat de bedelingenleer leert dat er twee volken van God zijn. Hoewel zowel Joden en heidenen gered worden door Christus door geloof zal het gelovige Israel de ontvanger zijn van aanvullende „aardse” beloften (zoals welvaart in het specifieke land Palestina wat gerealiseerd wordt in het millennium). Deze beloften zijn niet van toepassing voor gelovige heidenen, hun voornaamste erfenis is „hemels” &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Verbondsleer &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;De verbondsleer leert dat God de relatie met de mensheid structureert door verbonden in plaats van bedelingen. Bijvoorbeeld, we lezen in de Schrift uitdrukkelijk van verschillende verbonden die functioneren als grote etappes in de heilsgeschiedenis, zoals het verbond met Abraham, het geven van de wet, het verbond met David en het nieuwe verbond. Deze post-val verbonden zijn geen nieuwe testen voor de trouw van de mensheid aan elke nieuwe etappe van openbaring (zoals we dat zien in de bedelingenleer), maar eerder verschillende toedieningen van het eenvoudige, overkoepelende genadeverbond. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Het genadeverbond is een van de twee fundamentele verbonden in de verbondsleer. Het structureert Gods post-val relatie met de mensheid. Voor de val structureerde God Zijn relatie door het werkverbond. Het genadeverbond is het best te begrijpen in relatie met het werkverbond. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Het werkverbond werd ingesteld in de Hof van Eden en was de belofte dat volmaakte gehoorzaamheid beloond zou worden met het eeuwige leven. Adam was zondeloos geschapen maar in staat gesteld om in zonde te vallen. Als hij trouw was gebleven in de tijd van verleiding in de Hof (de „proeftijd”), dan zou hij niet meer in staat worden gesteld om in zonde te vallen en worden vastgezet in een eeuwige en onverbrekelijk recht staan voor God. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Maar Adam zondigde en had het verbond gebroken, daardoor onderwierp hij zichzelf en al zijn nakomelingen aan de straf voor het verbreken van het verbond, veroordeling. God in Zijn barmhartigheid stelde daarvoor in de plaats het genadeverbond welke is de belofte van verlossing en eeuwig leven voor hen die geloven in de (komende) Verlosser. De eis van volmaakte gehoorzaamheid voor het eeuwige leven is niet vernietigd door het genadeverbond maar veel meer vervuld door Christus ten behoeve van Zijn volk, omdat wij allemaal zondaren zijn en niemand meer kan voldoen aan de voorwaarde van volmaakte gehoorzaamheid door eigen prestaties. Het genadeverbond zet het werkverbond niet op zij maar vervuld het in Christus. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Zoals hierboven vermeldt benadrukt de verbondsleer dat er slechts een verbond van genade is, en dat al de verschillende verlossende verbonden die wij lezen in de Schrift enkel verschillende toedieningen zijn van dit verbond. Ter ondersteuning wordt er op gewezen dat een verbond in wezen een soeverein gegeven belofte is (meestal met bepalingen). En aangezien er slechts een belofte van verlossing is (namelijk, uit genade door het geloof) volgt daaruit dus slechts het genadeverbond. Alle specifieke verlossende beloften waar we van lezen (verbond met Abraham, door Mozes, enz.) zijn verschillende afgesloten uitingen van het genadeverbond. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Nieuwe Verbondsleer &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;De nieuwe verbondsleer houd meestal niet vast aan het werkverbond of het overkoepelende genadeverbond (hoewel ze pleiten voor slechts een weg tot zaligheid). Het essentiële verschil tussen de nieuwe verbondsleer (hierna NVL) en de verbondsleer (VL) betreft de Wet van Mozes. VL leert dat de Wet van Mozes opgedeeld kan worden in drie verschillende groepen wetten; de regeling van de regering van Israel (burgerlijke wetten), ceremoniële wetten en de morele wetten. De ceremoniële wetten en de burgerlijke wetten zijn niet langer van kracht omdat de voormalige werd vervuld in Christus en de laatste blijft alleen van toepassing is op Israël theocratie, die nu niet meer bestaat. Maar de morele wet blijft. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;NVL leert dat men de wet niet op kan delen in drie verschillende stukken en een deel van die wetten kan worden ingetrokken terwijl een ander deel van kracht blijft. NVL leert dat de Wet van Mozes een eenheid is, en als er een deel van wordt geannuleerd dan moet alles worden geannuleerd. Daarboven leert NVL dat het Nieuwe Testament duidelijk leert dat de Wet van Mozes in zijn geheel wordt vervangen in Christus. Het is in andere woorden niet langer een onmiddellijke bron van leiding. De Wet van Mozes, als wet is niet langer bindend voor de gelovige. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Betekend dit dat de gelovigen niet door een goddelijke wet gebonden zijn? Nee, want de Wet van Mozes is vervangen door de wet van Christus. NVL maakt onderscheidt tussen de eeuwige morele wet van God en de code waarin Hij Zijn wet uitdrukt voor ons. De Wet van Mozes is een uitdrukking van Gods eeuwige morele wet als een bepaalde code, die ook positieve regelgeving bevat die relevant zijn voor een bepaald tijdelijk doel van de code. Daarom betekent de intrekking van de Wet van Mozes niet dat de eeuwige morele wet zelf is geannuleerd. Integendeel, na het annuleren van de Wet van Mozes gaf God ons een andere uitdrukking van Zijn eeuwige morele wet, namelijk de Wet van Christus die bestaat uit de morele instructies in Christus leringen in het Nieuwe Testament. De belangrijkste vraag die NVL probeert te behandelen is: Waar moeten we kijken om de uitdrukking van Gods eeuwige morele wet vandaag te zien? Kijken we naar Mozes of naar Christus? NVL leert dat we naar Christus moeten kijken. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Er zijn veel overeenkomsten tussen de Wet van Christus en de Wet van Mozes, maar dat verandert het feit niet dat de Wet van Mozes is geannuleerd, en daarom zijn we kijken we niet direct voor leiding naar de Wet van Mozes maar eerder naar het Nieuwe Testament. Bijvoorbeeld, Engeland en Amerika hebben veel gelijkwaardige wetten (bijvoorbeeld, moord is illegaal in beide landen). Niettemin zijn de Engelsen niet onder de Amerikaanse wetten, maar onder die van Engeland. Als een Engelse burger in Engeland een moord pleeg, is hij verantwoordelijk voor het breken van de Engelse wet tegen moord, niet de Amerikaanse. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Het voordeel van de NVL, betogen voorstanders, is dat het de moeilijkheden oplost om te achterhalen welke wetten van Mozes vandaag nog wel op ons van toepassing zijn. Ze begrijpen dat, sinds de Wet van Mozes niet langer de rechtstreekse bron van leiding, we moeten kijken naar de Wet van Christus voor onze directe leiding. Hoewel de Wet van Mozes niet langer een bindend wetboek is in het Nieuw Testamentische tijdperk, heeft het nog het gezag, niet van de wet, maar van profetisch getuigenis. Als zodanig, het vult en verklaard sommige begrippen in zowel de oude als de nieuwe verbondswet. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;John Piper’s positie &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;John Piper heeft dingen gemeen met alle drie de opvattingen maar plaats zich niet in een van deze drie kampen. Hij is waarschijnlijk het verst van de bedelingenleer, hoewel hij het eens is met de bedelingenleer dat er een millennium zal zijn. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Veel van zijn theologische helden hangen de VL aan (bijvoorbeeld, veel van de puriteinen), en hij ziet wel iets in het werkverbond voor de val maar hij heeft geen standpunt over hun specifieke opvatting van het genadeverbond genomen. &lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&amp;lt;p&amp;gt;Met betrekking tot zijn visie op de Wet van Mozes lijkt hij dichter bij de NVL dan bij de VL, maar wederom kunnen we hem niet precies in een categorie plaatsen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/p&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 19 Sep 2014 16:31:12 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Wat_Geloofd_John_Piper_van_de_Bedelingenleer,_de_Verbondsleer_en_de_Nieuw_Verbondsleer%3F</comments>		</item>
		<item>
			<title>De Strijd van Binnen: Vlees vs. Geest</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Strijd_van_Binnen:_Vlees_vs._Geest</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|The War Within: Flesh Vs. Spirit}} &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. 17 Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.” (Galaten 5:16-18)&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vorige week hebben we van Galaten 5:13-15 geleerd dat het goede nieuws van Christus een oproep tot vrijheid is. Gods geopenbaarde wil voor een ieder van ons is dat we de mogelijkheid, het vermogen en het verlangen hebben om te doen wat ons de grootste voldoening zal geven voor nu en over duizend jaar. We hebben ook geleerd dat liefde de enige activiteit is die we in vrijheid kunnen uitvoeren. „u bent tot vrijheid geroepen … maar dien elkaar door de liefde” Deze liefde is niet optioneel, het is een gebod. En het is behoorlijk radicaal: „U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” In andere woorden, we zijn tot vrijheid geroepen om het geluk van anderen te verlangen en te zoeken met dezelfde ijver zoals je dit geluk voor jezelf verlangt en zoekt. Maar als je dit gebod serieus neemt, gaat het zo in tegen onze natuurlijke neigingen dat het onmogelijk lijkt. Dat ik in de morgen op moet staan met dezelfde bezorgdheid voor uw behoeften als voor die van mijzelf lijkt volkomen buiten mijn macht. Als dit het Christelijke leven is, het zorgen voor een ander zoals ik voor mezelf zorg, dan is dat moeilijk, inderdaad, en ik voel me hopeloos om het ooit uit te leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus antwoord op deze ontmoediging vinden we in Galaten 5:16-18. Het geheim is om te leren door de Geest te wandelen (v. 16). Als het Christelijke leven te moeilijk lijkt, moeten we bedenken dat we niet geroepen zijn om alleen te leven. We moeten leven door de Geest van God. Het gebod van liefde is niet op onze schouders gelegd als toch weer een nieuwe last om rechtvaardig te worden door werken; het is iets wat gebeurd als we in vrijheid door Gods Geest wandelen. Mensen die proberen lief te hebben zonder op Gods Geest te vertrouwen, eindigen altijd in een verlangen de eigen behoeften te vervullen dan te delen van hun volheid door Gods Geest. En als liefde gebruikt wordt om de eigen behoeften te vervullen, is liefde geen liefde meer. Liefde is niet makkelijk voor ons. Maar het goede nieuws is dat het niet in de eerste plaats ons werk is maar het werk van God. We moeten allemaal leren door de Geest te wandelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik wil de boodschap van vandaag opbouwen rond 3 vragen: Wat? Waarom? en, hoe? Wat is „wandelen door de Geest”? Waarom is het cruciaal om door de Geest te wandelen? En, erg praktisch, hoe kunnen we door de Geest wandelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wat is Wandelen door de Geest''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst, wat is „wandelen door de Geest”? Er zijn twee andere beelden in dit verband die licht kunnen geven over de betekenis van „wandelen door de Geest”. De eerste vinden we in vers 18: „Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.” Als Paulus gezegd had, „als je de Geest volgt ben je niet onder de wet”, dan zou dat waar geweest zijn, maar door de lijdende vorm („door de Geest geleid”) te gebruiken legt hij de nadruk op het werk van de Geest, niet een werk van ons. De Geest is niet een leider als de „pace car in the Daytona 500.” Hij is de leider als een locomotief van een trein. We volgen niet in eigen kracht. We worden geleid door Zijn kracht. Dus „wandelen door de Geest” betekend dat we aangesloten blijven aan de Goddelijke bron van kracht zodat we gaan waarheen Hij leid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het volgende beeld van wandelen door de Geest vinden we in vers 22: „De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.” Als ons Christelijke leven bestaat uit het wandelen in liefde en blijdschap, dan „wandelen in de Geest” moet „de vruchten van de Geest dragen” betekenen. Maar opnieuw, het werk van de Geest word benadrukt en niet ons werk. Hij draagt de vruchten. Misschien heeft Paulus dit van een beeld wat Jezus gebruikte. Herinner je Johannes 15:4-5: „Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. 5 Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht.„ Dus „wandelen door de Geest” betekend „blijf in de Wijnstok.” Blijf stevig verenigd met de levende Christus. Snijd jezelf niet af van de stroom van Gods Geest. Dus het antwoord op onze eerste vraag -Wat is wandelen door de Geest?- luidt: Het betekend, „door de Geest geleid worden” en het is „de vruchten van de Geest dragen.” Het werk van de Heilige Geest wordt benadrukt, maar toch is het een gebod voor ons om iets te doen. Onze wil is er diep bij betrokken. We moeten gekoppeld blijven aan de locomotief. We moeten in de Wijnstok blijven. En er zijn een aantal dingen die we kunnen doen om onszelf niet af te snijden van de stroom van Gods kracht. Maar voor vragen hoe we ons kunnen laten leiden door de Geest vragen we ons het volgende af… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Waarom is het Cruciaal om door de Geest te Wandelen?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarom is het cruciaal om door de Geest te Wandelen? De tekst geeft ons twee redenen, een in vers 16 en een in vers 18. In vers 16 is de drijfveer om door de Geest te wandelen dat als je dit doet, je de verlangens van het vlees niet bevredigd. De RVS-vertaling is hier fout door het tweede deel van vers 16 een gebod te maken in plaats van een belofte. De RVS zegt: „Bevredig de verlangens van uw vlees niet.” Alle andere grote vertalingen zitten goed door het als belofte te vertalen omdat deze Griekse constructie deze betekenis ook op alle andere plaatsen heeft. Het vers moet vertaald worden met zoals bijvoorbeeld de NASB-vertaling het zegt, „Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.” Dus de eerste reden waarom we door de Geest zouden moeten wandelen is dat als we dit doen, we de verlangens van het vlees zijn overwonnen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een pas gehouden preek heb ik geprobeerd het „vlees” te definiëren, zoals Paulus het gebruikt. Meestal (niet altijd, zie hieronder) verwijst het niet zomaar naar een fysiek deel van ons. (Paulus beschouwd het lichaam op zichzelf niet als kwaad.) Het „vlees” is het ego wat een leegheid voelt en de middelen gebruikt binnen zijn eigen kracht om deze leegheid te vervullen. Het vlees is de „ik” die mij probeert te bevredigen buitenom Gods barmhartigheid. Let op Galaten 5:24, „Maar wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.” Vergelijk dit met Galaten 2:20, „Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” In 2:20 is „vlees” bedoelt in zijn minder gebruikelijke mening die alleen betrekking heeft het gewone lichamelijke bestaan wat in zichzelf niet kwaad is („ik leef nu in het vlees”). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar het is belangrijk om op te merken dat in 5:24 staat dat het „vlees” is gekruisigd en in 2:20 staat dat de „ik” gekruisigd is. Dit is waarom ik vlees in zijn negatieve vorm definieer als een uitdrukking van de „ik” of het „ego”. En let op dat sinds het oude vleselijke ego in 2:20 is gekruisigd, er een nieuw „ik” leeft, en het speciale is aan dit nieuwe „ik” is dat het door het geloof leeft. „voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” Het vlees is de ego die de leegheid voelt maar het verafschuwd deze te vervullen door geloof, d.w.z., door afhankelijk te zijn van Gods barmhartigheid in Christus. In plaats daarvan geeft het vlees de voorkeur aan het gebruik van goede werken en losbandige middelen binnen zijn eigen kracht om zijn leegheid te vervullen. Zoals Romeinen 8:7 zegt, „Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God.” Het fundamentele kenmerk van het vlees is dat het weerspannig is. Het wil zich niet onderwerpen aan Gods absolute autoriteit en zich niet vertrouwen op Gods absolute barmhartigheid. Het vlees spreekt zoals een oude TV commercial, „ik doe het liever zelf.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in vers 17 een strijd is tussen ons vlees en Gods Geest. Het is op het eerste gezicht een probleem dat er een levende strijd wordt gestreden tussen het vlees en de Geest in de Christen, omdat volgens vers 24 het vlees in de Christen gekruisigd is. We zullen het hebben over de manier waarop het vlees is gekruisigd als we naar vers 24 gaan. Maar laten we Paulus nu eerst nog even het voordeel van de twijfel geven, er vanuit gaan dat ze beiden waar zijn, en ons focussen op de strijd in ons, het vlees tegen Gods Geest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gods Geest Overwint ons Vlees''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 17 zegt, „Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.” Het belangrijkste wat we kunnen leren van dit vers is dat de Christen een innerlijke strijd ervaart. Als je over jezelf gezegd heb toen ik het vlees beschreef, „Nou, er is in mij nog veel vlees te vinden” betekent dat niet perse dat je geen Christen bent. Een Christen is niet iemand die geen verkeerde verlangens heeft. Een Christen is een persoon die in strijd is met deze verlangens door de kracht van de Heilige Geest. Een strijd in je ziel is juist niet slecht. Hoewel we verlangen naar de dag dat ons vlees volledig is afgestorven en we alleen nog pure en liefdevolle verlangens kennen in ons hart, is er nog iets ergers dan de strijd tussen het vlees en de Geest, namelijk geen innerlijke strijd omdat het vlees aan de macht is in het lichaam. Laten we God loven om de innerlijke strijd. Kalmte over de zonden betekend de dood. De Geest is afgedaald om strijden tegen het vlees. Houdt dus moed als je ziel soms een slagveld lijkt. Het teken dat de Geest van God in je woont is niet dat je geen slechte verlangens hebt, maar dat je in strijd bent met tegen deze verlangens. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar als je de verzen 16 en 17 samen neemt is het belangrijkste punt niet dat er strijd is, maar overwinning voor de Heilige Geest. Vers 16 zegt dat deze verkeerde verlangens niet tot rijpheid zullen komen wanneer je door de Geest wandelt. Als je door de Geest wandelt, smoor je de begeerten van het vlees in de kiem. Nieuwe op God gerichte verlangens verdringen de op het lichaam gerichte verlangens. Vers 16 belooft overwinning over de verlangens van het vlees, niet dat er geen strijd zal zijn maar de Heilige Geest zal de overwinnaar in die strijd zijn. In feite denk ik dat Paulus in vers 24, als hij zegt dat het vlees gekruisigd is, bedoelt dat er een beslissende strijd is is gestreden die gewonnen is door de Geest. De Heilige Geest heeft de hoofdstad ingenomen en de rug van de verzetsbeweging gebroken. Het vlees is zo goed als dood. Zijn ondergang is zeker. Maar er zijn nog overgebleven verzetshaarden. De guerrilla’s van het vlees willen hun wapens niet neerleggen en daar moet dagelijks tegen verdedigd worden. De enige manier om dit te doen is door de Heilige Geest, en dat is wat het betekend om door de Geest te wandelen. We moeten zo leven dat Hij overwinning geeft over de slinkende verzetsbeweging van het vlees. De eerste reden, waarom we door de Geest moeten wandelen is, dat als we dat doen, het vlees overwonnen is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gods Geest Geeft Wet-vervullende Vruchten''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tweede reden om door de Geest te wandelen, of om je door de Geest te laten leiden vinden we in vers 18: „Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.” Dit betekend niet dat je Gods wet niet hoeft te vervullen. Dit doe je. Dat is wat de verzen 13 en 14 zeggen, „maar dien elkaar door de liefde. Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” En Romeinen 8:3-4 zegt, „Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom betekend niet onder de wet zijn niet dat we de wet niet vervullen. Het betekend dat waneer je geleidt word door de Locomotief van de Geest, we gaan over het spoor van de wet als op een vreugdevolle manier en niet door de wet op eigen kracht als een ladder van af beneden te beklimmen. Als we geleidt worden door de Geest liggen we niet onder de straf en vloek van de wet omdat wat de wet vereist geproduceerd wordt door de Geest, namelijk, Liefde. Let op vers 22: de eerste allesomvattende vrucht van de Geest is liefde, die volgens vers 14 de hele wet vervuld. En om te bevestigen dat dit precies is wat Paulus denkt besluit hij de lijst met vruchten in vers 23 met de woorden, „ Daartegen richt de wet zich niet.” In andere woorden, hoe kun je onder de straf en vloek van de wet zijn als de zaken die de wet vereist, als de vruchten aan de takken van je leven groeien? Dus de tweede reden om door de Geest te wandelen is eigenlijk hetzelfde als de eerste reden. Je smoort verleiding in de kiem. Vers 18 zegt, doe het omdat je dan vrij bent van de straf en vloek van de wet, omdat de vruchten die uit de Geest zijn, de wet vervullen. De Geest is de volheid die overloopt in liefde. Daarom overwint het de leegheid die het vleest drijft, en het loopt over in daden van liefde die de wet vervullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe Kunnen we Door de Geest Wandelen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar de meest waardevolle vraag is, Hoe kunnen we door de Geest wandelen? We hebben allemaal wel eens een dominee horen zeggen, „laat je leiden door Gods Geest,” of „Laat de Geest toe je te beheersen” waarna we in de war naar huis gingen omdat we niet wisten wat dit praktisch betekende. Hoe laat je je leiden door Gods Geest? Ik ga proberen je te laten zien dat het antwoord is dat je je door Gods Geest laat leiden als je hart gelukkig is in God. Of om het anders te zeggen, je wandelt door de Geest als je hart rust in de beloften van God. De Geest regeert over het vlees in je leven als je door het geloof in de Zoon van God leeft, Die je zo heeft lief gehad dat Hij zichzelf voor jou gegeven heeft en nu alles laat werken voor jou goed. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hiervoor is een vijfvoudig bewijs uit Galaten. Ten eerste, Galaten 5:6, „In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde werkzaam is.” Waar geloof werkt altijd liefde, omdat het geloof de schuld, angst en hebzucht verdringt en ons een begeerte geeft om van Gods kracht te genieten. Maar Galaten 5:22 zegt dat liefde een vrucht van de Geest is. Dus als liefde noodzakelijkerwijs geproduceerd wordt door het geloof en het ook een vrucht is van de Geest, dan is een waar geloof de manier om te wandelen door de Geest. Een gelukkig rusten in de beloften van God is het kanaal van de Geest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede, let op Galaten 5:5, „Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de gerechtigheid waarop wij hopen.” Hoe kunnen we Jezus verwachten „door de Geest”? „uit geloof!” Wanneer je gelukkig bent in God en rust in zijn beloften, dan verwacht je door de Geest en wandel je door de Geest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde, kijk naar Galaten 3:23, „Voordat het geloof echter kwam, werden wij door de wet bewaakt” Het komen tot geloof bevrijdt een persoon van het leven onder de wet. Maar wat zegt 5:18? „Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.” Hoe moeten we ons dan laten leiden door de Geest? Door het geloof. Door te mediteren op de betrouwbaarheid en kostbaarheid van Gods beloften, tot onze harten vrij zijn van (al het vreten) schuld en hebzucht. Dit is hoe de Heilige Geest vervuld en leidt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten vierde, bekijk Galaten 3:5, de duidelijkste van allemaal: „Hij dan Die u de Geest verleent en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken van de wet, of uit de prediking van het geloof?” De Geest doet Zijn machtige werk in en door ons alleen uit de prediking van het geloof. We worden door geloof alleen geheiligd. De manier om door de Geest te wandelen en daardoor de verlangens van ons vlees niet te vervullen is door te luisteren naar verrukkelijke beloften van God en op daarop te vertrouwen, verheug je er in en rust in deze beloften. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als laatste, overdenk Galaten 2:20, „Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” Wie is de Christus die in Paulus leeft? Dat is de Geest. zoals 4:6 zegt: „heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten,” En hoe leeft Christus volgens 2:20 in Paulus? Hoe wandelt Paulus door de Geest van de Zoon? Dag aan dag geeft hij zijn zorgen aan God, bevrijdt hij zijn leven van schuld, angst en hebzucht, en wordt hij gedragen door de Geest. Hoe moeten we dan wandelen door de Geest. Het antwoord is duidelijk. Stop om te proberen de leegheid in je leven te vervullen met honderd stukjes wereld en laat je ziel rusten in God. De Geest wil het werk van vernieuwing in je leven werken als je Zijn onuitsprekelijke beloften dag en nacht overdenkt en in ze rust. (zie ook: Romeinen 15:13, 2 Petrus 1:4, en Jesaja 64:4.) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het Geheim van Wandelen door de Geest''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gisteren om 5:30 a.m. stond ik in de keuken van mijn geliefde leraar Daniel Fuller in Pasadena, California, en sprak met zijn vrouw Ruth. En wat ik nooit meer zal vergeten uit die keuken is dat er op het aanrecht 4 enorme beloften van God geplakt waren, getypt op kleine stukjes papier. Ruth plakt ze daar zodat ze er tijdens haar werk over kan denken. Dat is hoe je wandelt door de Geest. Ik heb een klein stukje papier bij mijn bidbank en wanneer ik een belofte lees die me kan weglokken van mijn schuld, angst en hebzucht, schrijf ik ze op. Dan kan ik mijn ziel er in droge periodes in de week zetten. De strijd van het geloof wordt gestreden met de beloften van God. En de strijd van het geloof is dezelfde als de strijd om te wandelen door de Geest. Hij werkt wanneer we in zijn beloften rusten. George Muller schreef (Autobiography, p. 152-4): &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Ik zag duidelijker dan ooit dat een ziel die gelukkig is in de Heere de eerste grote en primaire zaak is die elke dag aanwezig moeten zijn. Het eerste waar ik me zorgen om moest maken was niet, hoeveel moet ik God dienen, of hoe kan ik God verheerlijken; maar krijg ik mijn ziel gelukkig, hoe krijg ik mijn innerlijke mens gevoed… Nu wat is het voedsel voor de innerlijke mens? Niet gebed maar, het Woord van God. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
George Muller leerde het geheim van wandelen door de Geest: overdenk de waardevolle waarheid van Gods Woord tot je hart gelukkig is in God, rustend in Zijn belofte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hudson Taylor heeft het ook moeten leren. Hij hoorde van rellen in de buurt van een zendingspost. Het volgende moment hoorde George Nichol, een van de evangelisten, Taylor zijn favoriete Hymn fluiten: „Jezus, ik rust, rust in de vreugde van Wie U bent.” Hudson Taylor „had geleerd dat voor hem, maar een leven mogelijk was, dat gezegende leven van rusten en verheugd zijn in de Heere onder alle omstandigheden, terwijl hij te maken had met moeilijkheden, innerlijke en uiterlijke, grote en kleine” (Spiritual Secret, p.209). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik zeg tot jullie, broeders en zusters, wandel door de Geest, en je zult de verlangens van je vlees niet bevredigen. Je zult verleiding overwinnen en Gods leiding ervaren als je hart rust in de beloften en gelukkig is in God.&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Thu, 18 Sep 2014 18:37:52 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:De_Strijd_van_Binnen:_Vlees_vs._Geest</comments>		</item>
		<item>
			<title>De Strijd van Binnen: Vlees vs. Geest</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Strijd_van_Binnen:_Vlees_vs._Geest</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|The War Within: Flesh Vs. Spirit}} „  &amp;lt;blockquote&amp;gt; Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. 17 Want het vl...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|The War Within: Flesh Vs. Spirit}} „ &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. 17 Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.” (Galaten 5:16-18)&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vorige week hebben we van Galaten 5:13-15 geleerd dat het goede nieuws van Christus een oproep tot vrijheid is. Gods geopenbaarde wil voor een ieder van ons is dat we de mogelijkheid, het vermogen en het verlangen hebben om te doen wat ons de grootste voldoening zal geven voor nu en over duizend jaar. We hebben ook geleerd dat liefde de enige activiteit is die we in vrijheid kunnen uitvoeren. „u bent tot vrijheid geroepen … maar dien elkaar door de liefde” Deze liefde is niet optioneel, het is een gebod. En het is behoorlijk radicaal: „U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” In andere woorden, we zijn tot vrijheid geroepen om het geluk van anderen te verlangen en te zoeken met dezelfde ijver zoals je dit geluk voor jezelf verlangt en zoekt. Maar als je dit gebod serieus neemt, gaat het zo in tegen onze natuurlijke neigingen dat het onmogelijk lijkt. Dat ik in de morgen op moet staan met dezelfde bezorgdheid voor uw behoeften als voor die van mijzelf lijkt volkomen buiten mijn macht. Als dit het Christelijke leven is, het zorgen voor een ander zoals ik voor mezelf zorg, dan is dat moeilijk, inderdaad, en ik voel me hopeloos om het ooit uit te leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus antwoord op deze ontmoediging vinden we in Galaten 5:16-18. Het geheim is om te leren door de Geest te wandelen (v. 16). Als het Christelijke leven te moeilijk lijkt, moeten we bedenken dat we niet geroepen zijn om alleen te leven. We moeten leven door de Geest van God. Het gebod van liefde is niet op onze schouders gelegd als toch weer een nieuwe last om rechtvaardig te worden door werken; het is iets wat gebeurd als we in vrijheid door Gods Geest wandelen. Mensen die proberen lief te hebben zonder op Gods Geest te vertrouwen, eindigen altijd in een verlangen de eigen behoeften te vervullen dan te delen van hun volheid door Gods Geest. En als liefde gebruikt wordt om de eigen behoeften te vervullen, is liefde geen liefde meer. Liefde is niet makkelijk voor ons. Maar het goede nieuws is dat het niet in de eerste plaats ons werk is maar het werk van God. We moeten allemaal leren door de Geest te wandelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik wil de boodschap van vandaag opbouwen rond 3 vragen: Wat? Waarom? en, hoe? Wat is „wandelen door de Geest”? Waarom is het cruciaal om door de Geest te wandelen? En, erg praktisch, hoe kunnen we door de Geest wandelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wat is Wandelen door de Geest''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst, wat is „wandelen door de Geest”? Er zijn twee andere beelden in dit verband die licht kunnen geven over de betekenis van „wandelen door de Geest”. De eerste vinden we in vers 18: „Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.” Als Paulus gezegd had, „als je de Geest volgt ben je niet onder de wet”, dan zou dat waar geweest zijn, maar door de lijdende vorm („door de Geest geleid”) te gebruiken legt hij de nadruk op het werk van de Geest, niet een werk van ons. De Geest is niet een leider als de „pace car in the Daytona 500.” Hij is de leider als een locomotief van een trein. We volgen niet in eigen kracht. We worden geleid door Zijn kracht. Dus „wandelen door de Geest” betekend dat we aangesloten blijven aan de Goddelijke bron van kracht zodat we gaan waarheen Hij leid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het volgende beeld van wandelen door de Geest vinden we in vers 22: „De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.” Als ons Christelijke leven bestaat uit het wandelen in liefde en blijdschap, dan „wandelen in de Geest” moet „de vruchten van de Geest dragen” betekenen. Maar opnieuw, het werk van de Geest word benadrukt en niet ons werk. Hij draagt de vruchten. Misschien heeft Paulus dit van een beeld wat Jezus gebruikte. Herinner je Johannes 15:4-5: „Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. 5 Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht.„ Dus „wandelen door de Geest” betekend „blijf in de Wijnstok.” Blijf stevig verenigd met de levende Christus. Snijd jezelf niet af van de stroom van Gods Geest. Dus het antwoord op onze eerste vraag -Wat is wandelen door de Geest?- luidt: Het betekend, „door de Geest geleid worden” en het is „de vruchten van de Geest dragen.” Het werk van de Heilige Geest wordt benadrukt, maar toch is het een gebod voor ons om iets te doen. Onze wil is er diep bij betrokken. We moeten gekoppeld blijven aan de locomotief. We moeten in de Wijnstok blijven. En er zijn een aantal dingen die we kunnen doen om onszelf niet af te snijden van de stroom van Gods kracht. Maar voor vragen hoe we ons kunnen laten leiden door de Geest vragen we ons het volgende af… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Waarom is het Cruciaal om door de Geest te Wandelen?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarom is het cruciaal om door de Geest te Wandelen? De tekst geeft ons twee redenen, een in vers 16 en een in vers 18. In vers 16 is de drijfveer om door de Geest te wandelen dat als je dit doet, je de verlangens van het vlees niet bevredigd. De RVS-vertaling is hier fout door het tweede deel van vers 16 een gebod te maken in plaats van een belofte. De RVS zegt: „Bevredig de verlangens van uw vlees niet.” Alle andere grote vertalingen zitten goed door het als belofte te vertalen omdat deze Griekse constructie deze betekenis ook op alle andere plaatsen heeft. Het vers moet vertaald worden met zoals bijvoorbeeld de NASB-vertaling het zegt, „Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.” Dus de eerste reden waarom we door de Geest zouden moeten wandelen is dat als we dit doen, we de verlangens van het vlees zijn overwonnen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een pas gehouden preek heb ik geprobeerd het „vlees” te definiëren, zoals Paulus het gebruikt. Meestal (niet altijd, zie hieronder) verwijst het niet zomaar naar een fysiek deel van ons. (Paulus beschouwd het lichaam op zichzelf niet als kwaad.) Het „vlees” is het ego wat een leegheid voelt en de middelen gebruikt binnen zijn eigen kracht om deze leegheid te vervullen. Het vlees is de „ik” die mij probeert te bevredigen buitenom Gods barmhartigheid. Let op Galaten 5:24, „Maar wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.” Vergelijk dit met Galaten 2:20, „Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” In 2:20 is „vlees” bedoelt in zijn minder gebruikelijke mening die alleen betrekking heeft het gewone lichamelijke bestaan wat in zichzelf niet kwaad is („ik leef nu in het vlees”). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar het is belangrijk om op te merken dat in 5:24 staat dat het „vlees” is gekruisigd en in 2:20 staat dat de „ik” gekruisigd is. Dit is waarom ik vlees in zijn negatieve vorm definieer als een uitdrukking van de „ik” of het „ego”. En let op dat sinds het oude vleselijke ego in 2:20 is gekruisigd, er een nieuw „ik” leeft, en het speciale is aan dit nieuwe „ik” is dat het door het geloof leeft. „voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” Het vlees is de ego die de leegheid voelt maar het verafschuwd deze te vervullen door geloof, d.w.z., door afhankelijk te zijn van Gods barmhartigheid in Christus. In plaats daarvan geeft het vlees de voorkeur aan het gebruik van goede werken en losbandige middelen binnen zijn eigen kracht om zijn leegheid te vervullen. Zoals Romeinen 8:7 zegt, „Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God.” Het fundamentele kenmerk van het vlees is dat het weerspannig is. Het wil zich niet onderwerpen aan Gods absolute autoriteit en zich niet vertrouwen op Gods absolute barmhartigheid. Het vlees spreekt zoals een oude TV commercial, „ik doe het liever zelf.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in vers 17 een strijd is tussen ons vlees en Gods Geest. Het is op het eerste gezicht een probleem dat er een levende strijd wordt gestreden tussen het vlees en de Geest in de Christen, omdat volgens vers 24 het vlees in de Christen gekruisigd is. We zullen het hebben over de manier waarop het vlees is gekruisigd als we naar vers 24 gaan. Maar laten we Paulus nu eerst nog even het voordeel van de twijfel geven, er vanuit gaan dat ze beiden waar zijn, en ons focussen op de strijd in ons, het vlees tegen Gods Geest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gods Geest Overwint ons Vlees''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 17 zegt, „Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.” Het belangrijkste wat we kunnen leren van dit vers is dat de Christen een innerlijke strijd ervaart. Als je over jezelf gezegd heb toen ik het vlees beschreef, „Nou, er is in mij nog veel vlees te vinden” betekent dat niet perse dat je geen Christen bent. Een Christen is niet iemand die geen verkeerde verlangens heeft. Een Christen is een persoon die in strijd is met deze verlangens door de kracht van de Heilige Geest. Een strijd in je ziel is juist niet slecht. Hoewel we verlangen naar de dag dat ons vlees volledig is afgestorven en we alleen nog pure en liefdevolle verlangens kennen in ons hart, is er nog iets ergers dan de strijd tussen het vlees en de Geest, namelijk geen innerlijke strijd omdat het vlees aan de macht is in het lichaam. Laten we God loven om de innerlijke strijd. Kalmte over de zonden betekend de dood. De Geest is afgedaald om strijden tegen het vlees. Houdt dus moed als je ziel soms een slagveld lijkt. Het teken dat de Geest van God in je woont is niet dat je geen slechte verlangens hebt, maar dat je in strijd bent met tegen deze verlangens. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar als je de verzen 16 en 17 samen neemt is het belangrijkste punt niet dat er strijd is, maar overwinning voor de Heilige Geest. Vers 16 zegt dat deze verkeerde verlangens niet tot rijpheid zullen komen wanneer je door de Geest wandelt. Als je door de Geest wandelt, smoor je de begeerten van het vlees in de kiem. Nieuwe op God gerichte verlangens verdringen de op het lichaam gerichte verlangens. Vers 16 belooft overwinning over de verlangens van het vlees, niet dat er geen strijd zal zijn maar de Heilige Geest zal de overwinnaar in die strijd zijn. In feite denk ik dat Paulus in vers 24, als hij zegt dat het vlees gekruisigd is, bedoelt dat er een beslissende strijd is is gestreden die gewonnen is door de Geest. De Heilige Geest heeft de hoofdstad ingenomen en de rug van de verzetsbeweging gebroken. Het vlees is zo goed als dood. Zijn ondergang is zeker. Maar er zijn nog overgebleven verzetshaarden. De guerrilla’s van het vlees willen hun wapens niet neerleggen en daar moet dagelijks tegen verdedigd worden. De enige manier om dit te doen is door de Heilige Geest, en dat is wat het betekend om door de Geest te wandelen. We moeten zo leven dat Hij overwinning geeft over de slinkende verzetsbeweging van het vlees. De eerste reden, waarom we door de Geest moeten wandelen is, dat als we dat doen, het vlees overwonnen is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Gods Geest Geeft Wet-vervullende Vruchten''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tweede reden om door de Geest te wandelen, of om je door de Geest te laten leiden vinden we in vers 18: „Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.” Dit betekend niet dat je Gods wet niet hoeft te vervullen. Dit doe je. Dat is wat de verzen 13 en 14 zeggen, „maar dien elkaar door de liefde. Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” En Romeinen 8:3-4 zegt, „Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom betekend niet onder de wet zijn niet dat we de wet niet vervullen. Het betekend dat waneer je geleidt word door de Locomotief van de Geest, we gaan over het spoor van de wet als op een vreugdevolle manier en niet door de wet op eigen kracht als een ladder van af beneden te beklimmen. Als we geleidt worden door de Geest liggen we niet onder de straf en vloek van de wet omdat wat de wet vereist geproduceerd wordt door de Geest, namelijk, Liefde. Let op vers 22: de eerste allesomvattende vrucht van de Geest is liefde, die volgens vers 14 de hele wet vervuld. En om te bevestigen dat dit precies is wat Paulus denkt besluit hij de lijst met vruchten in vers 23 met de woorden, „ Daartegen richt de wet zich niet.” In andere woorden, hoe kun je onder de straf en vloek van de wet zijn als de zaken die de wet vereist, als de vruchten aan de takken van je leven groeien? Dus de tweede reden om door de Geest te wandelen is eigenlijk hetzelfde als de eerste reden. Je smoort verleiding in de kiem. Vers 18 zegt, doe het omdat je dan vrij bent van de straf en vloek van de wet, omdat de vruchten die uit de Geest zijn, de wet vervullen. De Geest is de volheid die overloopt in liefde. Daarom overwint het de leegheid die het vleest drijft, en het loopt over in daden van liefde die de wet vervullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe Kunnen we Door de Geest Wandelen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar de meest waardevolle vraag is, Hoe kunnen we door de Geest wandelen? We hebben allemaal wel eens een dominee horen zeggen, „laat je leiden door Gods Geest,” of „Laat de Geest toe je te beheersen” waarna we in de war naar huis gingen omdat we niet wisten wat dit praktisch betekende. Hoe laat je je leiden door Gods Geest? Ik ga proberen je te laten zien dat het antwoord is dat je je door Gods Geest laat leiden als je hart gelukkig is in God. Of om het anders te zeggen, je wandelt door de Geest als je hart rust in de beloften van God. De Geest regeert over het vlees in je leven als je door het geloof in de Zoon van God leeft, Die je zo heeft lief gehad dat Hij zichzelf voor jou gegeven heeft en nu alles laat werken voor jou goed. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hiervoor is een vijfvoudig bewijs uit Galaten. Ten eerste, Galaten 5:6, „In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde werkzaam is.” Waar geloof werkt altijd liefde, omdat het geloof de schuld, angst en hebzucht verdringt en ons een begeerte geeft om van Gods kracht te genieten. Maar Galaten 5:22 zegt dat liefde een vrucht van de Geest is. Dus als liefde noodzakelijkerwijs geproduceerd wordt door het geloof en het ook een vrucht is van de Geest, dan is een waar geloof de manier om te wandelen door de Geest. Een gelukkig rusten in de beloften van God is het kanaal van de Geest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede, let op Galaten 5:5, „Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de gerechtigheid waarop wij hopen.” Hoe kunnen we Jezus verwachten „door de Geest”? „uit geloof!” Wanneer je gelukkig bent in God en rust in zijn beloften, dan verwacht je door de Geest en wandel je door de Geest. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde, kijk naar Galaten 3:23, „Voordat het geloof echter kwam, werden wij door de wet bewaakt” Het komen tot geloof bevrijdt een persoon van het leven onder de wet. Maar wat zegt 5:18? „Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.” Hoe moeten we ons dan laten leiden door de Geest? Door het geloof. Door te mediteren op de betrouwbaarheid en kostbaarheid van Gods beloften, tot onze harten vrij zijn van (al het vreten) schuld en hebzucht. Dit is hoe de Heilige Geest vervuld en leidt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten vierde, bekijk Galaten 3:5, de duidelijkste van allemaal: „Hij dan Die u de Geest verleent en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken van de wet, of uit de prediking van het geloof?” De Geest doet Zijn machtige werk in en door ons alleen uit de prediking van het geloof. We worden door geloof alleen geheiligd. De manier om door de Geest te wandelen en daardoor de verlangens van ons vlees niet te vervullen is door te luisteren naar verrukkelijke beloften van God en op daarop te vertrouwen, verheug je er in en rust in deze beloften. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als laatste, overdenk Galaten 2:20, „Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” Wie is de Christus die in Paulus leeft? Dat is de Geest. zoals 4:6 zegt: „heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten,” En hoe leeft Christus volgens 2:20 in Paulus? Hoe wandelt Paulus door de Geest van de Zoon? Dag aan dag geeft hij zijn zorgen aan God, bevrijdt hij zijn leven van schuld, angst en hebzucht, en wordt hij gedragen door de Geest. Hoe moeten we dan wandelen door de Geest. Het antwoord is duidelijk. Stop om te proberen de leegheid in je leven te vervullen met honderd stukjes wereld en laat je ziel rusten in God. De Geest wil het werk van vernieuwing in je leven werken als je Zijn onuitsprekelijke beloften dag en nacht overdenkt en in ze rust. (zie ook: Romeinen 15:13, 2 Petrus 1:4, en Jesaja 64:4.) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het Geheim van Wandelen door de Geest''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gisteren om 5:30 a.m. stond ik in de keuken van mijn geliefde leraar Daniel Fuller in Pasadena, California, en sprak met zijn vrouw Ruth. En wat ik nooit meer zal vergeten uit die keuken is dat er op het aanrecht 4 enorme beloften van God geplakt waren, getypt op kleine stukjes papier. Ruth plakt ze daar zodat ze er tijdens haar werk over kan denken. Dat is hoe je wandelt door de Geest. Ik heb een klein stukje papier bij mijn bidbank en wanneer ik een belofte lees die me kan weglokken van mijn schuld, angst en hebzucht, schrijf ik ze op. Dan kan ik mijn ziel er in droge periodes in de week zetten. De strijd van het geloof wordt gestreden met de beloften van God. En de strijd van het geloof is dezelfde als de strijd om te wandelen door de Geest. Hij werkt wanneer we in zijn beloften rusten. George Muller schreef (Autobiography, p. 152-4): &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ik zag duidelijker dan ooit dat een ziel die gelukkig is in de Heere de eerste grote en primaire zaak is die elke dag aanwezig moeten zijn. Het eerste waar ik me zorgen om moest maken was niet, hoeveel moet ik God dienen, of hoe kan ik God verheerlijken; maar krijg ik mijn ziel gelukkig, hoe krijg ik mijn innerlijke mens gevoed… Nu wat is het voedsel voor de innerlijke mens? Niet gebed maar, het Woord van God.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
George Muller leerde het geheim van wandelen door de Geest: overdenk de waardevolle waarheid van Gods Woord tot je hart gelukkig is in God, rustend in Zijn belofte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hudson Taylor heeft het ook moeten leren. Hij hoorde van rellen in de buurt van een zendingspost. Het volgende moment hoorde George Nichol, een van de evangelisten, Taylor zijn favoriete Hymn fluiten: „Jezus, ik rust, rust in de vreugde van Wie U bent.” Hudson Taylor „had geleerd dat voor hem, maar een leven mogelijk was, dat gezegende leven van rusten en verheugd zijn in de Heere onder alle omstandigheden, terwijl hij te maken had met moeilijkheden, innerlijke en uiterlijke, grote en kleine” (Spiritual Secret, p.209). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik zeg tot jullie, broeders en zusters, wandel door de Geest, en je zult de verlangens van je vlees niet bevredigen. Je zult verleiding overwinnen en Gods leiding ervaren als je hart rust in de beloften en gelukkig is in God.&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Thu, 18 Sep 2014 18:27:54 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:De_Strijd_van_Binnen:_Vlees_vs._Geest</comments>		</item>
		<item>
			<title>Stort over Hen Uw Gramschap Uit</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Stort_over_Hen_Uw_Gramschap_Uit</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Pour Out Your Indignation Upon Them}} De naam van deze serie van boodschappen uit de Psalmen is „Denken en Voelen met God” Het punt van deze naam is, aan de ene kant, dat de Psalmen door God geïnspireerd zijn en daarom ons moeten instrueren hoe we over God, de mensheid en de wereld moeten denken. Aan de andere kant zijn de Psalmen gedichten of liederen die bedoeld zijn om onze gevoelens over God, de mensheid en de wereld te doen ontwaken, te uiten en te vormen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We zijn al bezig geweest met de vorige boodschappen over de gevoelens van geestelijke depressiviteit of ontmoediging (Psalm 42) en spijt en schuld (Psalm 51) en dankbaarheid en lof (Psalm 103). Vandaag richten we ons op de emotie woede, of meer specifiek het verlangen naar vergelding of wraak. Dit is de woede die we voelen als er iets ongelooflijk verkeerd of onrechtvaardig gebeurt, bijvoorbeeld seksueel misbruik van een kind, openlijke rassen discriminatie, iemand die je echtgenoot vermoord of het verraden van de huwelijksbeloften en er met een ander persoon vandoor gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Voldoening in Recht?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als je een een film kijkt, en ernstig kwaad en onrecht worden je voorgeschoteld, en je nekharen gaan van woede overeind staan van het onrecht waar ze mee weg lijken te komen, en een nobele, nederige opofferingsgezinde persoon waagt zijn leven en vangt de schurken om hen naar het gerecht te brengen. Is het dan goed dat je een goed gevoel van diepe voldoening voelt omdat er recht werd gedaan? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En in het echte leven, hoe zou je je voelen als iemand jou wat misdeed, misschien wel heel ernstig. Hoe zou je je voelen, wat zou je denken? wat zou je doen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Psalmen die Vervloeken''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is een groep Psalmen die de vervloekende psalmen genoemd worden omdat ze vervloekingen en verdoeming vragen van God over Zijn vijanden. Deze Psalmen worden als een probleem gezien omdat Jezus ons leerde, „Heb uw vijanden lief; doe goed aan hen die u haten. 28 Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren.” (Lukas 6:27-28). En Jezus bad voor Zijn vijanden aan het kruis, „Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” (Lukas 23:34). Dus het lijkt er op dat deze Psalmen het tegenovergestelde doen van wat Jezus zei en deed. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we Psalm 69 nemen als een van de meest uitgebreide vloek Psalmen en laten we proberen te begrijpen hoe het ons moet vormen in hoe we denken en voelen met God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De Sleutel: Nieuw Testamentisch Gebruik''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De sleutel wordt, hoe gebruiken de schrijvers van het Nieuwe Testament deze Psalm, hoe begrepen zij deze Psalm. En we krijgen daarbij veel hulp want 7 verzen van deze psalm worden in expliciet aan gehaald in het Nieuwe Testament, inclusief de vervloekende gedeelten. De schrijvers schrokken niet terug van de vervloekende psalmen. Het lijkt er op dat ze juist erg handig waren om het werk van Jezus uit te leggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we een snel overzicht geven van deze psalm en daarna bekijken hoe het Nieuwe Testament ze gebruikt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een Overzicht van Psalm 69''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
David bevind zich in een situatie waarin hij zich overweldigd voelt door zijn vijanden. Het lijkt er niet op dat het militaire vijanden zijn maar persoonlijke vijanden. En ze zijn harteloos en wreed. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
David claimed niet dat hij perfect is. In werkelijkheid geeft hij in vers 6 toe dat hij schulden heeft waar God van weet. Maar de vijandelijkheden tegen hem zijn niet vanwege deze schulden en dwaasheden. Nee, ze haten hem zonder reden. En ze vallen hem met leugens aan. Vers 5: „Wie mij zonder reden haten, zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd; wie mij willen ombrengen en om valse redenen mijn vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''IJver voor Gods Heerlijkheid''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is er op het spel staat is dat hij jaloers is voor Gods heerlijkheid, en zijn tegenstanders verwijten hem dat. Vers 8: „Want ter wille van U draag ik smaad, schande heeft mijn gezicht bedekt.” Vers 10: „Want de ijver voor Uw huis heeft mij verteerd; al de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen.” In andere woorden, zijn leiden is niet alleen onverdiend, maar het is juist omdat hij God vertegenwoordigd. „al de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen.” Wanneer God gesmaad wordt, wordt de psalmist gesmaad. Het zijn de mensen die U haten, Heere, die mij het leven moeilijk maken, omdat ik U vertegenwoordig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Pleiten voor Redding''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij pleit bij God om hem te redden uit zijn miserabele situatie. Vers 15: „Ontruk mij aan het slijk en laat mij niet wegzinken, laat mij gered worden van wie mij haten, en uit de waterdiepten” Vers 19: „Nader tot mijn ziel, bevrijd haar; verlos mij omwille van mijn vijanden.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dan komen de verzen 23 tot 29, wat alleen maar vervloekingen van zijn van zijn vijanden. Hij bid tot God dat Hij deze vijanden, zijn vijanden en de vijanden van God, de volle kracht van Gods oordeel zullen ervaren en dat ze niet zullen worden vrijgesproken. Hij bid niet voor hun verlossing; hij bid voor hun verdoeming. Vers 23 tot 25: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Laat hun tafel voor hen tot een strik worden en voor hun gasten tot een val. 24 Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien; doe hun heupen voortdurend wankelen. 25 Stort over hen Uw gramschap uit, laat Uw brandende toorn hen treffen. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''Schreeuw om Hulp''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dan sluit de psalm met nog een schreeuw om hulp en een belofte van lofprijzing. Vers 30 en 31: „Ik echter ben ellendig en lijd pijn; laat Uw heil, o God, mij in een veilige vesting zetten. 31 Ik zal Gods Naam loven met gezang en Hem met dankzegging groot maken.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus, in het kort hebben we hier koning David, geen perfect persoon (v. 6), maar een rechtvaardig man (v. 29), iemand die de heerlijkheid van God liefheeft, vertrouwd op Gods barmhartigheid van verlossing en vergeving (v. 19), iemand die opstaat voor het heil van de nederigen (v. 33-34), hij leidt onder de onverdiende vervolging door zijn vijanden en de vijanden van God. En in het midden van dit klaaglied en schreeuw om hulp, wijdt hij 7 verzen aan het vragen aan God om deze vijanden te straffen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Psalm 69 in het Nieuwe Testament''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu dan, hoe gaat het Nieuwe Testament om met deze Psalm? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst moeten we zeggen dat het Nieuwe Testament nooit terugschrikt om deze psalm aan te halen ook wordt er niet kritisch gedaan over deze psalm. Het behandeld deze psalm nooit als of we hem moeten weren of links moeten laten liggen. Het behandeld deze psalm niet als zondige persoonlijke wraak. We leren dus van het Nieuwe Testament, zoals we zouden verwachten, omdat Jezus de psalmen als geïnspireerd werk van God ziet (Markus 12:36; John 10:35; 13:18), dat deze psalm wordt geëerd en vereerd als een heilige waarheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Nieuwe Testament haalt psalm 69 op twee belangrijke manier aan: Het haalt de psalm aan als de woorden van David en het haalt de psalm aan als de woorden van Jezus. Laten we deze om de beurt behandelen en afsluiten door te kijken hoe we de psalm vandaag moeten lezen en hoe denken en ons voelen over dit gebed van David om het straffen van gewelddadige en kwade mensen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Als het Woord van David''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Allereerst haalt Romeinen 11:9-11 de psalm aan met de verzen 23 en 24. Dit zegt de psalm: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Laat hun tafel voor hen tot een strik worden en voor hun gasten tot een val. 24 Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien; doe hun heupen voortdurend wankelen.” &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Dit is het begin van Davids gebed dat God Zijn gramschap over zijn tegenstanders zal uitstorten. (v. 25). Hij bid dat zoals zij hem vergiftigd voedsel hebben gegeven ook hun tafel hen tot een strik word. Zodat de gave die ze denken te hebben hun oordeel blijkt te zijn. En hij bid of God hun ogen wil verduisteren zodat ze niet zien zullen en dat ze voortdurend zullen wankelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In andere woorden, dit gebed is een gebed voor hun veroordeling, hun ondergang, hun verdoemenis. Vers 29: „Laat hen uitgewist worden uit het boek des levens, laat hen bij de rechtvaardigen niet opgeschreven worden.” David verband ze naar het verderf, de hel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Geen Zondige Persoonlijke Wraak''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu zou je denken dat als dit een zondige persoonlijke wraak betrof, dat de apostel Paulus het vermeden, of op minstens verbeterd zou hebben. Maar hij doet juist het tegenovergestelde. Hij gaat regelrecht naar de tekst om hiermee zijn onderwijs in Romeinen 11 te ondersteunen. Hij laat zich niet afschrikken door deze psalm. In Romeinen 11 onderwijst hij dat het grootste deel van Israel Jezus als Messias heeft afgewezen en daardoor onder Gods oordeel vallen. Het oordeel is dat de verharding en verblinding is gekomen over het grotere gedeelte van Israel zodat ze niet zouden geloven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Romeinen 11:7 zegt: „Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard,” Vers 25: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.” Dus een van de belangrijkste lessen van Paulus in Romeinen 11 is dat God Israel veroordeeld met een verharding het door God vastgestelde aantal heiden is binnengegaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Spreken Namens God''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In deze context rijkt Paulus terug naar de zogenaamde vervloekende psalm 69 (terwijl hij zoveel andere teksten kon aanhalen) om zijn punt te ondersteunen en haalt hij de verzen 22 en 23 aan in Romeinen 11:9-11: „En David zegt: Laat hun tafel voor hen worden tot een strik, tot een valkuil, tot een struikelblok en tot vergelding. 10 Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien en maak hun rug voor altijd krom.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In andere woorden, de manier waarop Paulus de woorden van David interpreteert is niet als zondige persoonlijke wraak maar als een betrouwbare uitdrukking van wat er gebeurt met de tegenstanders van Gods gezalfde. David is Gods gezalfde koning, en hij wordt afgewezen, gesmaad en verguisd. David manifesteert veel geduld in zijn leven (Psalm 109:4). Maar er komt een punt waar David spreekt als Gods geïnspireerde en gezalfde. En in zijn gebed verband hij de tegenstanders naar de duisternis en verharding. Ze zullen de veroordeling ervaren omdat David namens God spreekt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Sobere, Profetische Woorden van Oordeel''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus hoort niet alleen emotionele woorden van vergelding in Davids stem. Hij hoort sobere profetische woorden van oordeel wat Gods gezalfde over zijn tegenstanders wil zien. Dat is waarom hij deze woorden in Romeinen 11 worden aangehaald waar hij dit volgende punt maakt: De tegenstanders van Christus, de Messias van God, zullen worden verduisterd en verhard als deel van Gods oordeel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is de eerste manier waarop het Nieuwe Testament Psalm 69 aan haalt, namelijk als profetische woorden van oordeel door Gods geïnspireerde woordvoerder over de tegenstanders van Gods gezalfde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2) Als Woorden van Jezus''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tweede manier waarop het Nieuwe Testament Psalm 69 aan haalt is als de woorden van Jezus zelf. De reden hiervoor is dat Jezus de Zoon van David is (Romeinen 1:3; Mattheus 21:15; 22:42), en wat er gebeurde met David als Gods koninklijke gezalfde is een voorafschaduwing van de uiteindelijke Gezalfde, de Messias, Jezus. Dus Jezus las deze psalm en zag zijn eigen missie in vooraf geleefd in het leven van David. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vier voorbeelden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''a) De tempelreiniging''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 2:13-17 lezen we dat Jezus de verkopers de tempel uit dreef. In vers 16 zeg Hij, „En Hij zei tegen hen die de duiven verkochten: Neem deze dingen vanhier weg, maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel.” De Bijbel getrouwe discipelen zagen deze passie voor Gods huis, en ze hoorden dat Jezus de tempel „het huis van Mijn Vader” noemde, toen herinnerden ze de woorden van Psalm 69:10. Vers 17: „En Zijn discipelen herinnerden zich dat er geschreven is: De ijver voor Uw huis heeft mij verslonden.” In andere woorden, ze zien Davids woorden en daden als een voorafschaduwing van Christus woorden en daden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''b) Jezus gehaat door de zijnen''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 15: 24 en 25 is Jezus gehaat door de Joodse leiders op dezelfde manier als David gehaat werd door zijn eigen volk (v. 8). Deze keer is het Jezus zelf die expliciet psalm 69 aanhaalt als deel van Gods „wet” of Gods instructie. Hij zegt, „Als Ik onder hen niet de werken gedaan had die niemand anders gedaan heeft, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij ze gezien en Mij en Mijn Vader gehaat. 25 Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder reden gehaat.” Hier wordt Psalm 69:5 aangehaald: „Wie mij zonder reden haten, zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus Jezus zelf is Zich bewust van Davids ervaringen en ziet ze als een voorafschaduwing van Zichzelf en zegt, ''toen David werd gehaat door zijn tegenstanders, verwees hij daarmee naar Mijn ervaring en die moesten door Mij worden vervuld.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''c) Jezus aan het Kruis''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan het kruis, op het meest belangrijke moment in de geschiedenis, sluit Jezus Zijn leven af door nog een keer opzettelijk Psalm 69 te vervullen in Zijn eigen ervaring. In vers 22 heeft David gezegd: „Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel gegeven, in mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klaarblijkelijk heeft Jezus deze Psalm geleefd deze psalm opgenomen en deel van Hem laten uit maken. Anders zou ik geen idee hebben hoe we Johannes 19:28-30 moeten uitleggen. Hier hangt Hij aan het kruis in afschuwelijke doodsangst en lezen we: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst! 29 Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, staken die op een hysopstengel en brachten die aan Zijn mond. 30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Volgens de apostel Johannes stierf Jezus terwijl hij Psalm 69 vervulde. Kon er een groter eerbetoon gegeven kunnen worden aan een Psalm? De Psalm waarvan wij denken dat hij problemen kan veroorzaken om zijn vervloekingen is juist de psalm die Jezus leefde en meenam naar en door het kruis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''d) Jezus ondergaat smaad''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog een afbeelding van Psalm 69 als de woorden van Jezus: in vers 10 zegt David tegen God, „al de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen.” In Romeinen 15 roept Paulus de Christenen op om de zwakken te dragen en onszelf te verloochenen. Verbazend is het dat hij hier terug grijpt naar Psalm 69:10 en zegt, „Laat daarom ieder van ons zijn naaste behagen ten goede, tot opbouw. 3 Want ook Christus heeft niet Zichzelf behaagd, maar zoals geschreven staat: Al de smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.” In andere woorden, hij neemt de woorden van David en ziet ze vervuld in Christus. En hij richt zich specifiek op het feit dat Hij de smaad van mensen gewillig droeg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus het lijkt er op dat Psalm 69 in het Nieuwe Testament op twee manieren benaderd wordt. De eerste is het oordeel: de vervloekingen zijn geen zondig persoonlijke wraak maar een profetische goedkeuring van Gods rechte vergelding van de zonde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ander benadering is het lijden van Gods Gezalfde. Dit lijden wordt om Gods wil doorstaan. Het lijden is ofwel een wijze waarop tegenstanders tot bekering worden gebracht, of de wijze waarop ze worden bevestigd in hun verharding en veroordeling. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe moet Psalm 69 invloed op ons hebben?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ze we zetten een stap terug en vragen ons af: Wat moeten we denken en voelen als we Psalm 69 lezen? Drie antwoorden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1) Goedkeuring van Gods Oordeel''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten de door God geïnspireerde stem van David horen, Gods gezalfde, leidend voor de heerlijkheid van God, en hij uit zijn verlangen en goedkeuring over Gods oordeel over de onbekeerde tegenstanders van God. Hij maakt het duidelijk dat Gods oordeel komt en dat het recht en zelfs wenselijk is. Hij zegt dat het moet komen over alle tegenstanders die geen berouw tonen. Er is een Goddelijk oordeel in aantocht, en op die dag zullen de Christenen het goed keuren wat God doet. Dat is wat Davids vervloekingen duidelijk maken. Dat is hoe we ons moeten voelen en hoe we moeten denken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2) Voorafschaduwing van de Bediening van Jezus''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten David horen als een voorafschaduwing van Christus bediening. Wat David doormaakt als de gezalfde van God, zal Jezus afmaken op een grotere manier door Zijn eigen lijden en sterven. Zijn lijden zal een reddend en veroordelend lijden zijn. Voor hen die het aannemen als hun heerlijkheid zal het reddend zijn. Voor hen die zich er door verharden zal het veroordelend zijn. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Of verzeker je jezelf in de rijkdom van Zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en geduld, niet wetend dat Gods goedertierenheid bedoeld is om je tot berouw te lijden? Maar met je harde, onboetvaardige hart spaar je Gods toorn op voor jezelf voor de dag van het oordeel waarop God zijn rechtvaardige toorn zal openbaren. (Romeinen 2:4-5)&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''3) Stimulans om te Vergeven.''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En wat moeten wij als we deze woorden lezen? Wat moeten we voelen en denken? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het belangrijkste om te zeggen is dat we de vervloekingen niet nemen als aanmoedigingen of stimulans om onze vijanden te vervloeken. In werkelijkheid neemt psalm ons in Paulus gedachten naar een tegenovergestelde richting. Paulus haalt de psalm in Romeinen 15:3 aan om ons veel meer aan te moedigen om onszelf te verloochenen dan om onze lust naar wraak te bevredigen. „Want ook Christus heeft niet Zichzelf behaagd, maar zoals geschreven staat: Al de smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.” Met andere woorden, wees verdraagzaam en vergeef. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar dit is niet omdat er geen toorn, straf of oordeel zou zijn in psalm 69. Het is juist omdat er oordeel is. En het is niet onze zaak om deze uit te voeren. Het feit dat God het oordeel uit zal voeren en dat het recht voor Hem is om dat te doen betekend voor ons dat we in staat zijn Jezus te volgen in het lijden ter wille van hen die ons misdaan hebben. &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Geliefden, wreek jezelf nooit, maar laat het over aan de toorn van God, omdat er geschreven staat, „Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere. 20 Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen.” (Romeinen 12:19-20)&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
De branden kolen zullen reinigend zijn als hij berouw zal hebben, en een straf als er geen berouw zal zijn. God zal daarover beslissen. En wij zullen goedkeuren. Maar tot die oordeelsdag, volgen wij de woorden van de Gezalfde Koning: „Heb uw vijanden lief; doe goed aan hen die u haten. 28 Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren… Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn” (Lukas 6:27-29, 35).&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Thu, 18 Sep 2014 16:52:41 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Stort_over_Hen_Uw_Gramschap_Uit</comments>		</item>
		<item>
			<title>Stort over Hen Uw Gramschap Uit</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Stort_over_Hen_Uw_Gramschap_Uit</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Pour Out Your Indignation Upon Them}} De naam van deze serie van boodschappen uit de Psalmen is „Denken en Voelen met God” Het punt van deze naam is, aan de...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Pour Out Your Indignation Upon Them}} De naam van deze serie van boodschappen uit de Psalmen is „Denken en Voelen met God” Het punt van deze naam is, aan de ene kant, dat de Psalmen door God geïnspireerd zijn en daarom ons moeten instrueren hoe we over God, de mensheid en de wereld moeten denken. Aan de andere kant zijn de Psalmen gedichten of liederen die bedoeld zijn om onze gevoelens over God, de mensheid en de wereld te doen ontwaken, te uiten en te vormen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We zijn al bezig geweest met de vorige boodschappen over de gevoelens van geestelijke depressiviteit of ontmoediging (Psalm 42) en spijt en schuld (Psalm 51) en dankbaarheid en lof (Psalm 103). Vandaag richten we ons op de emotie woede, of meer specifiek het verlangen naar vergelding of wraak. Dit is de woede die we voelen als er iets ongelooflijk verkeerd of onrechtvaardig gebeurt, bijvoorbeeld seksueel misbruik van een kind, openlijke rassen discriminatie, iemand die je echtgenoot vermoord of het verraden van de huwelijksbeloften en er met een ander persoon vandoor gaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Voldoening in Recht?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als je een een film kijkt, en ernstig kwaad en onrecht worden je voorgeschoteld, en je nekharen gaan van woede overeind staan van het onrecht waar ze mee weg lijken te komen, en een nobele, nederige opofferingsgezinde persoon waagt zijn leven en vangt de schurken om hen naar het gerecht te brengen. Is het dan goed dat je een goed gevoel van diepe voldoening voelt omdat er recht werd gedaan? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En in het echte leven, hoe zou je je voelen als iemand jou wat misdeed, misschien wel heel ernstig. Hoe zou je je voelen, wat zou je denken? wat zou je doen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Psalmen die Vervloeken''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is een groep Psalmen die de vervloekende psalmen genoemd worden omdat ze vervloekingen en verdoeming vragen van God over Zijn vijanden. Deze Psalmen worden als een probleem gezien omdat Jezus ons leerde, „Heb uw vijanden lief; doe goed aan hen die u haten. 28 Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren.” (Lukas 6:27-28). En Jezus bad voor Zijn vijanden aan het kruis, „Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” (Lukas 23:34). Dus het lijkt er op dat deze Psalmen het tegenovergestelde doen van wat Jezus zei en deed. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we Psalm 69 nemen als een van de meest uitgebreide vloek Psalmen en laten we proberen te begrijpen hoe het ons moet vormen in hoe we denken en voelen met God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De Sleutel: Nieuw Testamentisch Gebruik''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De sleutel wordt, hoe gebruiken de schrijvers van het Nieuwe Testament deze Psalm, hoe begrepen zij deze Psalm. En we krijgen daarbij veel hulp want 7 verzen van deze psalm worden in expliciet aan gehaald in het Nieuwe Testament, inclusief de vervloekende gedeelten. De schrijvers schrokken niet terug van de vervloekende psalmen. Het lijkt er op dat ze juist erg handig waren om het werk van Jezus uit te leggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we een snel overzicht geven van deze psalm en daarna bekijken hoe het Nieuwe Testament ze gebruikt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een Overzicht van Psalm 69''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
David bevind zich in een situatie waarin hij zich overweldigd voelt door zijn vijanden. Het lijkt er niet op dat het militaire vijanden zijn maar persoonlijke vijanden. En ze zijn harteloos en wreed. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
David claimed niet dat hij perfect is. In werkelijkheid geeft hij in vers 6 toe dat hij schulden heeft waar God van weet. Maar de vijandelijkheden tegen hem zijn niet vanwege deze schulden en dwaasheden. Nee, ze haten hem zonder reden. En ze vallen hem met leugens aan. Vers 5: „Wie mij zonder reden haten, zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd; wie mij willen ombrengen en om valse redenen mijn vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''IJver voor Gods Heerlijkheid''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is er op het spel staat is dat hij jaloers is voor Gods heerlijkheid, en zijn tegenstanders verwijten hem dat. Vers 8: „Want ter wille van U draag ik smaad, schande heeft mijn gezicht bedekt.” Vers 10: „Want de ijver voor Uw huis heeft mij verteerd; al de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen.” In andere woorden, zijn leiden is niet alleen onverdiend, maar het is juist omdat hij God vertegenwoordigd. „al de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen.” Wanneer God gesmaad wordt, wordt de psalmist gesmaad. Het zijn de mensen die U haten, Heere, die mij het leven moeilijk maken, omdat ik U vertegenwoordig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Pleiten voor Redding''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij pleit bij God om hem te redden uit zijn miserabele situatie. Vers 15: „Ontruk mij aan het slijk en laat mij niet wegzinken, laat mij gered worden van wie mij haten, en uit de waterdiepten” Vers 19: „Nader tot mijn ziel, bevrijd haar; verlos mij omwille van mijn vijanden.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dan komen de verzen 23 tot 29, wat alleen maar vervloekingen van zijn van zijn vijanden. Hij bid tot God dat Hij deze vijanden, zijn vijanden en de vijanden van God, de volle kracht van Gods oordeel zullen ervaren en dat ze niet zullen worden vrijgesproken. Hij bid niet voor hun verlossing; hij bid voor hun verdoeming. Vers 23 tot 25: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Laat hun tafel voor hen tot een strik worden en voor hun gasten tot een val. 24 Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien; doe hun heupen voortdurend wankelen. 25 Stort over hen Uw gramschap uit, laat Uw brandende toorn hen treffen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
'''Schreeuw om Hulp''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dan sluit de psalm met nog een schreeuw om hulp en een belofte van lofprijzing. Vers 30 en 31: „Ik echter ben ellendig en lijd pijn; laat Uw heil, o God, mij in een veilige vesting zetten. 31 Ik zal Gods Naam loven met gezang en Hem met dankzegging groot maken.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus, in het kort hebben we hier koning David, geen perfect persoon (v. 6), maar een rechtvaardig man (v. 29), iemand die de heerlijkheid van God liefheeft, vertrouwd op Gods barmhartigheid van verlossing en vergeving (v. 19), iemand die opstaat voor het heil van de nederigen (v. 33-34), hij leidt onder de onverdiende vervolging door zijn vijanden en de vijanden van God. En in het midden van dit klaaglied en schreeuw om hulp, wijdt hij 7 verzen aan het vragen aan God om deze vijanden te straffen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Psalm 69 in het Nieuwe Testament''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu dan, hoe gaat het Nieuwe Testament om met deze Psalm? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst moeten we zeggen dat het Nieuwe Testament nooit terugschrikt om deze psalm aan te halen ook wordt er niet kritisch gedaan over deze psalm. Het behandeld deze psalm nooit als of we hem moeten weren of links moeten laten liggen. Het behandeld deze psalm niet als zondige persoonlijke wraak. We leren dus van het Nieuwe Testament, zoals we zouden verwachten, omdat Jezus de psalmen als geïnspireerd werk van God ziet (Markus 12:36; John 10:35; 13:18), dat deze psalm wordt geëerd en vereerd als een heilige waarheid. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Nieuwe Testament haalt psalm 69 op twee belangrijke manier aan: Het haalt de psalm aan als de woorden van David en het haalt de psalm aan als de woorden van Jezus. Laten we deze om de beurt behandelen en afsluiten door te kijken hoe we de psalm vandaag moeten lezen en hoe denken en ons voelen over dit gebed van David om het straffen van gewelddadige en kwade mensen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Als het Woord van David''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Allereerst haalt Romeinen 11:9-11 de psalm aan met de verzen 23 en 24. Dit zegt de psalm: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Laat hun tafel voor hen tot een strik worden en voor hun gasten tot een val. 24 Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien; doe hun heupen voortdurend wankelen.”&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Dit is het begin van Davids gebed dat God Zijn gramschap over zijn tegenstanders zal uitstorten. (v. 25). Hij bid dat zoals zij hem vergiftigd voedsel hebben gegeven ook hun tafel hen tot een strik word. Zodat de gave die ze denken te hebben hun oordeel blijkt te zijn. En hij bid of God hun ogen wil verduisteren zodat ze niet zien zullen en dat ze voortdurend zullen wankelen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In andere woorden, dit gebed is een gebed voor hun veroordeling, hun ondergang, hun verdoemenis. Vers 29: „Laat hen uitgewist worden uit het boek des levens, laat hen bij de rechtvaardigen niet opgeschreven worden.” David verband ze naar het verderf, de hel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Geen Zondige Persoonlijke Wraak''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu zou je denken dat als dit een zondige persoonlijke wraak betrof, dat de apostel Paulus het vermeden, of op minstens verbeterd zou hebben. Maar hij doet juist het tegenovergestelde. Hij gaat regelrecht naar de tekst om hiermee zijn onderwijs in Romeinen 11 te ondersteunen. Hij laat zich niet afschrikken door deze psalm. In Romeinen 11 onderwijst hij dat het grootste deel van Israel Jezus als Messias heeft afgewezen en daardoor onder Gods oordeel vallen. Het oordeel is dat de verharding en verblinding is gekomen over het grotere gedeelte van Israel zodat ze niet zouden geloven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Romeinen 11:7 zegt: „Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard,” Vers 25: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.” Dus een van de belangrijkste lessen van Paulus in Romeinen 11 is dat God Israel veroordeeld met een verharding het door God vastgestelde aantal heiden is binnengegaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Spreken Namens God''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In deze context rijkt Paulus terug naar de zogenaamde vervloekende psalm 69 (terwijl hij zoveel andere teksten kon aanhalen) om zijn punt te ondersteunen en haalt hij de verzen 22 en 23 aan in Romeinen 11:9-11: „En David zegt: Laat hun tafel voor hen worden tot een strik, tot een valkuil, tot een struikelblok en tot vergelding. 10 Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien en maak hun rug voor altijd krom.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In andere woorden, de manier waarop Paulus de woorden van David interpreteert is niet als zondige persoonlijke wraak maar als een betrouwbare uitdrukking van wat er gebeurt met de tegenstanders van Gods gezalfde. David is Gods gezalfde koning, en hij wordt afgewezen, gesmaad en verguisd. David manifesteert veel geduld in zijn leven (Psalm 109:4). Maar er komt een punt waar David spreekt als Gods geïnspireerde en gezalfde. En in zijn gebed verband hij de tegenstanders naar de duisternis en verharding. Ze zullen de veroordeling ervaren omdat David namens God spreekt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sobere, Profetische Woorden van Oordeel &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus hoort niet alleen emotionele woorden van vergelding in Davids stem. Hij hoort sobere profetische woorden van oordeel wat Gods gezalfde over zijn tegenstanders wil zien. Dat is waarom hij deze woorden in Romeinen 11 worden aangehaald waar hij dit volgende punt maakt: De tegenstanders van Christus, de Messias van God, zullen worden verduisterd en verhard als deel van Gods oordeel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat is de eerste manier waarop het Nieuwe Testament Psalm 69 aan haalt, namelijk als profetische woorden van oordeel door Gods geïnspireerde woordvoerder over de tegenstanders van Gods gezalfde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Als Woorden van Jezus &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tweede manier waarop het Nieuwe Testament Psalm 69 aan haalt is als de woorden van Jezus zelf. De reden hiervoor is dat Jezus de Zoon van David is (Romeinen 1:3; Mattheus 21:15; 22:42), en wat er gebeurde met David als Gods koninklijke gezalfde is een voorafschaduwing van de uiteindelijke Gezalfde, de Messias, Jezus. Dus Jezus las deze psalm en zag zijn eigen missie in vooraf geleefd in het leven van David. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vier voorbeelden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tempelreiniging &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 2:13-17 lezen we dat Jezus de verkopers de tempel uit dreef. In vers 16 zeg Hij, „En Hij zei tegen hen die de duiven verkochten: Neem deze dingen vanhier weg, maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel.” De Bijbel getrouwe discipelen zagen deze passie voor Gods huis, en ze hoorden dat Jezus de tempel „het huis van Mijn Vader” noemde, toen herinnerden ze de woorden van Psalm 69:10. Vers 17: „En Zijn discipelen herinnerden zich dat er geschreven is: De ijver voor Uw huis heeft mij verslonden.” In andere woorden, ze zien Davids woorden en daden als een voorafschaduwing van Christus woorden en daden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b) Jezus gehaat door de zijnen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Johannes 15: 24 en 25 is Jezus gehaat door de Joodse leiders op dezelfde manier als David gehaat werd door zijn eigen volk (v. 8). Deze keer is het Jezus zelf die expliciet psalm 69 aanhaalt als deel van Gods „wet” of Gods instructie. Hij zegt, „Als Ik onder hen niet de werken gedaan had die niemand anders gedaan heeft, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij ze gezien en Mij en Mijn Vader gehaat. 25 Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder reden gehaat.” Hier wordt Psalm 69:5 aangehaald: „Wie mij zonder reden haten, zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus Jezus zelf is Zich bewust van Davids ervaringen en ziet ze als een voorafschaduwing van Zichzelf en zegt, toen David werd gehaat door zijn tegenstanders, verwees hij daarmee naar Mijn ervaring en die moesten door Mij worden vervuld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
c) Jezus aan het Kruis &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan het kruis, op het meest belangrijke moment in de geschiedenis, sluit Jezus Zijn leven af door nog een keer opzettelijk Psalm 69 te vervullen in Zijn eigen ervaring. In vers 22 heeft David gezegd: „Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel gegeven, in mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klaarblijkelijk heeft Jezus deze Psalm geleefd deze psalm opgenomen en deel van Hem laten uit maken. Anders zou ik geen idee hebben hoe we Johannes 19:28-30 moeten uitleggen. Hier hangt Hij aan het kruis in afschuwelijke doodsangst en lezen we: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst! 29 Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, staken die op een hysopstengel en brachten die aan Zijn mond. 30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens de apostel Johannes stierf Jezus terwijl hij Psalm 69 vervulde. Kon er een groter eerbetoon gegeven kunnen worden aan een Psalm? De Psalm waarvan wij denken dat hij problemen kan veroorzaken om zijn vervloekingen is juist de psalm die Jezus leefde en meenam naar en door het kruis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
d) Jezus ondergaat smaad &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog een afbeelding van Psalm 69 als de woorden van Jezus: in vers 10 zegt David tegen God, „al de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen.” In Romeinen 15 roept Paulus de Christenen op om de zwakken te dragen en onszelf te verloochenen. Verbazend is het dat hij hier terug grijpt naar Psalm 69:10 en zegt, „Laat daarom ieder van ons zijn naaste behagen ten goede, tot opbouw. 3 Want ook Christus heeft niet Zichzelf behaagd, maar zoals geschreven staat: Al de smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.” In andere woorden, hij neemt de woorden van David en ziet ze vervuld in Christus. En hij richt zich specifiek op het feit dat Hij de smaad van mensen gewillig droeg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus het lijkt er op dat Psalm 69 in het Nieuwe Testament op twee manieren benaderd wordt. De eerste is het oordeel: de vervloekingen zijn geen zondig persoonlijke wraak maar een profetische goedkeuring van Gods rechte vergelding van de zonde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ander benadering is het lijden van Gods Gezalfde. Dit lijden wordt om Gods wil doorstaan. Het lijden is ofwel een wijze waarop tegenstanders tot bekering worden gebracht, of de wijze waarop ze worden bevestigd in hun verharding en veroordeling. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe moet Psalm 69 invloed op ons hebben? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ze we zetten een stap terug en vragen ons af: Wat moeten we denken en voelen als we Psalm 69 lezen? Drie antwoorden: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goedkeuring van Gods Oordeel &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten de door God geïnspireerde stem van David horen, Gods gezalfde, leidend voor de heerlijkheid van God, en hij uit zijn verlangen en goedkeuring over Gods oordeel over de onbekeerde tegenstanders van God. Hij maakt het duidelijk dat Gods oordeel komt en dat het recht en zelfs wenselijk is. Hij zegt dat het moet komen over alle tegenstanders die geen berouw tonen. Er is een Goddelijk oordeel in aantocht, en op die dag zullen de Christenen het goed keuren wat God doet. Dat is wat Davids vervloekingen duidelijk maken. Dat is hoe we ons moeten voelen en hoe we moeten denken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Voorafschaduwing van de Bediening van Jezus &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten David horen als een voorafschaduwing van Christus bediening. Wat David doormaakt als de gezalfde van God, zal Jezus afmaken op een grotere manier door Zijn eigen lijden en sterven. Zijn lijden zal een reddend en veroordelend lijden zijn. Voor hen die het aannemen als hun heerlijkheid zal het reddend zijn. Voor hen die zich er door verharden zal het veroordelend zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Of verzeker je jezelf in de rijkdom van Zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en geduld, niet wetend dat Gods goedertierenheid bedoeld is om je tot berouw te lijden? Maar met je harde, onboetvaardige hart spaar je Gods toorn op voor jezelf voor de dag van het oordeel waarop God zijn rechtvaardige toorn zal openbaren. (Romeinen 2:4-5) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Stimulans om te Vergeven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En wat moeten wij als we deze woorden lezen? Wat moeten we voelen en denken? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het belangrijkste om te zeggen is dat we de vervloekingen niet nemen als aanmoedigingen of stimulans om onze vijanden te vervloeken. In werkelijkheid neemt psalm ons in Paulus gedachten naar een tegenovergestelde richting. Paulus haalt de psalm in Romeinen 15:3 aan om ons veel meer aan te moedigen om onszelf te verloochenen dan om onze lust naar wraak te bevredigen. „Want ook Christus heeft niet Zichzelf behaagd, maar zoals geschreven staat: Al de smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.” Met andere woorden, wees verdraagzaam en vergeef. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar dit is niet omdat er geen toorn, straf of oordeel zou zijn in psalm 69. Het is juist omdat er oordeel is. En het is niet onze zaak om deze uit te voeren. Het feit dat God het oordeel uit zal voeren en dat het recht voor Hem is om dat te doen betekend voor ons dat we in staat zijn Jezus te volgen in het lijden ter wille van hen die ons misdaan hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geliefden, wreek jezelf nooit, maar laat het over aan de toorn van God, omdat er geschreven staat, „Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere. 20 Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen.” (Romeinen 12:19-20) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De branden kolen zullen reinigend zijn als hij berouw zal hebben, en een straf als er geen berouw zal zijn. God zal daarover beslissen. En wij zullen goedkeuren. Maar tot die oordeelsdag, volgen wij de woorden van de Gezalfde Koning: „Heb uw vijanden lief; doe goed aan hen die u haten. 28 Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren… Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn” (Lukas 6:27-29, 35).&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Thu, 18 Sep 2014 14:42:57 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Stort_over_Hen_Uw_Gramschap_Uit</comments>		</item>
		<item>
			<title>Hoe de Geroepenen de Eeuwige Erfenis Ontvangen</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Hoe_de_Geroepenen_de_Eeuwige_Erfenis_Ontvangen</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|How the Called Receive an Eternal Inheritance}} &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;15 En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen. 16 Immers, waar een testament is, daar is het noodzakelijk dat de dood van de maker van het testament vastgesteld wordt. 17 Want een testament is bindend na iemands dood. Het wordt immers nooit van kracht zolang de maker van het testament nog leeft. 18 Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd. 19 Want nadat elk gebod overeenkomstig de wet aan heel het volk door Mozes meegedeeld was, nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken met water en scharlakenrode wol en hysop, en besprenkelde het boek zelf en heel het volk, 20 terwijl hij zei: Dit is het bloed van het verbond dat God u bevolen heeft te houden.21 Ook de tabernakel en ook al de voorwerpen voor de eredienst besprenkelde hij op dezelfde manier met het bloed. 22 En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats. (Hebreeën 9:15-22) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
Je zou denken dat God wat voorzichtiger zou zijn in de vergelijkingen en analogieën die Hij gebruikt om Zijn werk uit te leggen. Hij is behoorlijk gewaagd in de manier waarop Hij de menselijke taal en beelden gebruikt. Bijvoorbeeld, Hij zegt dat de wederkomst van Jezus zal komen als een dief in de nacht; zo durft Hij de perfecte Zoon linken aan een dief. En zo zijn er nog meer van zulke vergelijkingen in de Bijbel. Ergens anders vergelijkt Hij zijn toorn met een man die wordt wakker geschud uit de roes die hij uit slaapt. Waarom doet God dat? Waarom gebruikt Hij zulke vergelijkingen die ook misleidend kunnen zijn? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het antwoord is dat elke vergelijking misleidend kan zijn als het werk van God wordt vergeleken met het werk van een mens. God is uniek. Er is geen menselijke ervaring die perfect past bij de manier waarop Hij handelt of is. Maar als God met ons wil communiceren, wat Hij doet, Hij hoeft geen andere taal te gebruiken dan de taal die wij begrijpen, een menselijke taal die gebouwd is rond de menselijke ervaring. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld, als we spreken over dienstbaarheid gebruiken we menselijke taal die gebaseerd is op de basis van onze ervaringen als dienaren of verschillende menselijke diensten. Dus, als God wat wil zeggen over zijn eigen bediening van ons, of onze bediening van Hem, Hij zal deze taal gebruiken. Maar, omdat Hij God is en op veel manieren volledig in tegenstelling is tot ons zal deze taal van dienstbaarheid gedeeltelijk misleidend zijn. We moeten ons dan afvragen, „Welk deel van deze vergelijking is waar bij God, en wat deel van deze vergelijking is niet waar bij God?” Als we dienaren zijn van God, betekend het dan dat we geen kinderen zijn van God? Betekend het dat we geen erfgenamen zijn van God? Betekend het dat we in het huis voor de dienaren leven en geen plaats hebben aan de tafel van de Vader? Wat wil God dat we begrijpen als Hij ons dienaren noemt? Dat is nog maar een afbeelding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle vergelijkingen van de manier waarop God betrekking op ons heeft en de manier waarop wij betrekking hebben op elkaar zijn hieraan gelijk. Je moet je afvragen welk deel van de vergelijking of analogie leidt tot de diepe waarheid van wat God over Zichzelf wil onthullen, en welke delen leiden naar de doodlopende weg van misvatting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed, in de tekst van vandaag introduceert de schrijver de vergelijking tussen het Nieuwe Verbond en een testament wat door iemand wordt opgesteld om zijn laatste wil vast te leggen. Ook hier moeten we voorzichtig zijn om vast te stellen welke delen in deze vergelijking te gebruiken zijn en welke misleidend zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De Natuur van het Nieuwe Verbond''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we het nieuwe verbond eerst even bezien om te kijken of we nog weten wat het inhoud, en hoe het anders is dan het „eerste verbond” waar Paulus in de verzen 15 en 18 naar verwijst. Het nieuwe verbond is de overeenkomst met Zijn volk wat God in Jeremia 31:31 beloofd heeft. Het boek Hebreeën haalt de voorwaarden voor deze overeenkomst aan in Hebreeën 8:10-12. Hier staat, „Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn… 12 Want Ik zal wat hun ongerechtigheden betreft genadig zijn en aan hun zonden en hun wetteloos gedrag beslist niet meer denken.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus in deze overeenkomst schrijft God zijn wil niet langer meer op stenen tafelen buitenom de harten; Hij verplaatst ze, door Zijn Geest, in de harten en Hij laat Zijn wil deel uit maken van wat we liefhebben. Hij veranderd ons van binnenuit zodat we Zijn wil gaan liefhebben. En dat niet alleen, Hij zegt dat Hij ons in het nieuwe verbond wat onze ongerechtigheden betreft genadig zal zijn en dat Hij aan ons wetteloze gedrag beslist niet meer zal denken. In het oude verbond was geen offer geweest wat werkelijk de menselijke zonde weg kon nemen. Het waren dierenoffers, maar Hebreeën 10:4 zegt het duidelijk, „Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneemt.” Dus het nieuwe verbond belooft dat deze zonden weg genomen zullen worden wat betekend dat het fundament voor het nieuwe verbond een beter offer is, namelijk, het offer van Gods eigen Zoon. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus het nieuwe verbond gaat dus over hoe God met zonden omgaat om ons weer recht met Hem te krijgen. Hoe Hij omgaat met de schuld en veroordeling door Zijn Zoon te zenden om te sterven voor zondaren en zo onze schuld te dragen zodat er vergeving, afwassing en een goed geweten voor God kunnen overblijven. Ook zien we hoe God omgaat met de kracht van de zonde door Zijn wet op onze harten te schrijven zodat we de zonde van binnenuit gaan haten, Gods wil gaan liefhebben, vrij in zijn inzettingen zullen wandelen en niet meer door externe juridische dwang. Dat is het nieuwe verbond. Dat is het Christendom. En de dood van Christus, het vergieten van Zijn bloed is de hier de basis voor. Door Zijn bloedvergieten kocht hij onze rechtvaardigheid en heiligmaking. Hij nam onze schuld weg en neemt onze verdorvenheid weg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een Beter zicht op het Nieuwe Verbond''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Hebreeën 9:15-22 geeft de schrijver een nieuwe invalshoek op het nieuwe verbond. Hij vergelijkt het met een testament waarin de laatste wil van een mens wordt vastgelegd. Kijk naar de verzen 15 en 16. In vers 15 noemt hij Christus de „Middelaar van het nieuwe verbond” Hij verwijst hiermee naar de dood van Christus die ons verlost van onze zonden die het oude verbond niet weg kon nemen. En hij zegt dat dit nieuwe verbond, gebaseerd op deze dood van Christus, gebeurde zodat iedereen die geroepen zijn de „eeuwige erfenis” zullen ontvangen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus tot hier klinkt het behoorlijk bekend. Maar dan in vers 16 maakt hij een vergelijking tussen dit nieuwe verbond en een testament waarin de laatste wil van een mens wordt vastgelegd. Jullie weten allemaal wat dat is, maar misschien de kinderen niet. Een testament is een erg belangrijk, officieel en juridisch papier wat een persoon schrijft om te bepalen wat er na zijn dood met zijn bezittingen gebeurd. Dat is een testament. Elke volwassene zou er een moeten hebben. Dat is de vergelijking die de schrijver in de verzen 16-17 maakt met het nieuwe verbond. Hij zegt, „waar een testament is, daar is het noodzakelijk dat de dood van de maker van het testament vastgesteld wordt. Want een testament is bindend na iemands dood. Het wordt immers nooit van kracht zolang de maker van het testament nog leeft.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier zie je dus dat de term verbond in vers 15 de betekenis van een testament krijgt in de verzen 16 en 17. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarom maakt de schrijver deze vergelijking? Waarom komt hij met het idee dat het nieuwe verbond eigenlijk een testament is? Ik denk dat hier 5 redenen voor zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dit is de normale betekenis van de term in de algemene Griekse cultuur van die dagen: Een „diatheke” was een testament. &lt;br /&gt;
#De basis van het nieuwe verbond is de dood van Christus. Er moest een dood plaatsvinden om het de deugdelijkheid van het nieuwe verbond van kracht te laten doen. Een dood zou het effect laten hebben. &lt;br /&gt;
#Ook het eerste verbond was geassocieerd met een dood. Kijk naar vers 18, „ Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd.” In andere woorden, hoewel het niet duidelijk was dat de dood van de Messias de basis zou zijn voor het nieuwe verbond en de vergeving van zonden waren er aanwijzingen. De dood van dieren was nodig. En dat voorzag en was een voorafschaduwing van de dood van Christus. En zo was ook het eerste verbond deugdelijk door de dood als een testament in die zin. &lt;br /&gt;
#De vierde reden waarom de schrijver het nieuwe verbond als een testament behandeld is omdat hij net in vers 15 verwees naar een „eeuwige erfenis”. Zie je het: Christus is de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, … de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.” En we begrijpen allemaal dat waar een erfenis is ook een testament moet zijn wat verteld wie de erfgenamen zijn en welke erfenis ze krijgen. Dit is wat hij zegt wat het nieuwe verbond doet. &lt;br /&gt;
#Als laatste vergelijkt hij het nieuwe verbond met een testament omdat een testament niet iets is waar erfgenamen over kunnen onderhandelen. Het komt eenzijdig van degene die het geschreven heeft en de erfgenamen moeten het nemen zoals het is. Ze kunnen de beslissingen van degene die het testament geschreven heeft niet veranderen. Het nieuwe verbond is geschreven door God zonder raadgeving van Zijn erfgenamen of iemand anders. Het is een soevereine uitdrukking van Gods wil, het is niet een onderhandelbare overeenstemming.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om minstens deze 5 redenen zegt de schrijver dat het nieuwe verbond is als een testament. Ja, het is een gewaagde manier om over Gods relatie tot zijn volk te spreken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze analogie zit vol met mogelijke misvattingen. 1) Schreef God dit testament omdat Hij als Hij op een dag zou sterven Zijn bezittingen aan een ander over zou laten? 2) Wie is de middelaar van Gods laatste wil in dit testament? Een testament specificeert dat gewoonlijk, en het is nooit de dode persoon die zijn eigen testament bemiddeld. 3) Was dit testament niet van kracht voor dat er een dood plaats vond? zo niet, hoe hebben David en Mozes en alle andere heiligen van die tijd vergeving van zonden gekregen? 4) Wie zijn de erfgenamen van het testament? Vaak zijn de erfgenamen van de tweede generatie niet bekend bij degene die het testament opstelt. Is de erfenis voor een onzekere, onbepaalde groep? Of zijn de namen opgeschreven in het testament? Laten we naar de antwoorden kijken op deze 4 vragen en elk heeft zijn krachtig effect om diepte en kracht te geven aan onze zekerheid in God en ons vertrouwen dat de eeuwige erfenis, het eeuwige leven, voor ons is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Schreef God dit testament omdat Hij op een dag zou sterven en Zijn bezittingen aan een ander over wilde laten? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het antwoord wat het dichtst in de buurt komt vinden we in Hebreeën 2:14. „Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen” In andere woorden, Nee, God als God kan niet sterven. Hij is „onvergankelijk” zoals 1Timotheüs 1:17 zegt. Maar Ja, Hij wil de dood ervaren om zo de dood van binnen uit te overwinnen en zo degenen te bevrijden die slaaf zijn van de dood. Hoe kan de Onvergankelijke de dood ervaren? Hij neemt de menselijke natuur aan met vlees en bloed als dat van Zichzelf en in die natuur kan Hij de dood ervaren. Dus het antwoord is Ja, God schreef Zijn testament omdat Hij zich voorgenomen had de dood te ervaren in de dood van Zijn Zoon door de menselijke natuur die Hij had aangenomen in de incarnatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we je geloof vaststellen en je vertrouwen en zekerheid in God uitdiepen, omdat Hij deze dingen schreef vanuit de nooit begonnen eeuwigheid. Van alle eeuwigheid heeft God Zijn eeuwige erfenis aan jou uit genade willen geven. (2 Timotheüs 1:9). De dood is om het de erfenis in bezit te nemen is gedaan en volbracht. Er is niet nog een dood nodig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wie is de middelaar van Gods laatste wil in het testament? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Normaal gesproken vermeldt een testament dit, en het is nooit de dode die zijn eigen wil uitvoert. Het antwoord is dat de vergelijking breekt, de persoon die sterft om zo het testament kracht laat doen kan en ook nog eens dit testament uitvoert, hoe kan dat? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit kun je lezen in Hebreeën 13:20-21: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond, 21 moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De nieuwe verbondserfenis van Gods innerlijke werk in ons leven is ons gegeven, zoals hier staat, door „onze Heere Jezus Christus”. Hij is de Middelaar van het testament. Dus laat dit je geloof vaststellen en je vertrouwen en zekerheid in God uitdiepen, dat Christus, de Zoon van God niet alleen Degene is die stierf om zo de erfenis van de Vader vrij te krijgen; Hij stond ook weer op uit de doden en is de soevereine Middelaar van de Vader die er voor zorgt dat je de erfenis in dit leven en na dit leven ontvangt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Was dit testament niet van kracht voor dat er een dood plaats vond? zo niet, hoe hebben David en Mozes en alle andere heiligen van die tijd vergeving van zonden gekregen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hebreeën 9:17 zegt, „Want een testament is bindend na iemands dood. Het wordt immers nooit van kracht zolang de maker van het testament nog leeft.” Het lijkt er hier op dat het zegt, Nee, de vergeving van het nieuwe verbond was niet beschikbaar voor de mensen in de oud testamentische tijd voordat Christus stierf. Maar let er op hoe vers 18 begint, „Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd.” En daarna gaat hij verder om te laten zien hoe Mozes het bloedvergieten in het oude verbond centraal zette. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is hier nu het punt? Ik denk dat het punt hier als volgt is: in het oude verbond was Christus nog niet gestorven, maar al het bloedvergieten van de dieren was bedoelt als verwijzing naar de dag dat een dood werkelijk de vergeving van zonden van God gekocht had, en als de heiligen hun vertrouwen niet stelden in de dieren maar in de genade van God, zouden ze de voorsmaak hebben van deze ervaring nu. Met andere woorden, sommige, maar niet alle delen van wat er belooft werd in het testament werden ervaren voor de dood van Christus. (Hebreeën 11:39-40) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier is de analogie weer niet sluitend. Ja, zonder de dood van Christus zou er geen vergeving zijn in het Oude Testament. Maar, Nee, deze heiligen hoefden geen duizenden jaren te wachten voor ze vergeving van zonden konden ervaren die Christus dood voor hen kocht. In Exodus 34:7 zegt God, als deel van het oude verbond, dat Hij, „ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus laat dit je geloof bekrachtigen in de grootheid van wat Christus gedaan heeft aan het kruis: het was niet alleen groot genoeg om de erfenis van vergeving vrij te geven voor de komende 2000 jaar naar ons maar ook 2000 jaar en langer terug. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4) Als laatste, wie zijn de erfgenamen van het testament? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het belangrijkste is, ben jij een erfgenaam? Sta jij geschreven in het testament van God? Laat Hij jou de eeuwige erfenis na? Is de erfenis van God overgelaten aan een onzekere, onbepaalde groep? Of heeft God Zijn oog op bepaalde mensen waarvan Hij houdt als kinderen, en aan wie Hij zijn eeuwige erfenis wil geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het antwoord vinden we in vers 15, specifiek in het woord „geroepenen”. De schrijver zegt, „En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.” Wie krijgen nu die erfenis? „De geroepenen”. Geroepen door wie? Geroepen door God. In andere woorden, Gods testament is niet overgeleverd aan toeval of kans. God schreef niet alleen het testament; Hij laat het ook niet alleen kracht doen door de dood van Zijn eigen Zoon; en ook wekte Hij Zijn Zoon niet alleen op van de doden om zo Middelaar te kunnen zijn van dit testament; Ook verspreide Hij zijn erfenis van eeuwig leven niet alleen 2000 jaar terug en 2000 jaar vooruit: Nee, Hij roept ook vandaag nog mensen uit de duisternis, dood en ongeloof om mede-erfgenamen te worden met Zijn Zoon. In andere woorden, „ uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef gehoor aan Zijn oproep. Open je geestelijke oren voor de stem van je Herder, en je geestelijke ogen voor de heerlijkheid van je God. En Geloof. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Thu, 18 Sep 2014 14:16:58 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Hoe_de_Geroepenen_de_Eeuwige_Erfenis_Ontvangen</comments>		</item>
		<item>
			<title>Hoe de Geroepenen de Eeuwige Erfenis Ontvangen</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Hoe_de_Geroepenen_de_Eeuwige_Erfenis_Ontvangen</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|How the Called Receive an Eternal Inheritance}}  &amp;lt;blockquote&amp;gt; 15 En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden to...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|How the Called Receive an Eternal Inheritance}} &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
15 En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen. 16 Immers, waar een testament is, daar is het noodzakelijk dat de dood van de maker van het testament vastgesteld wordt. 17 Want een testament is bindend na iemands dood. Het wordt immers nooit van kracht zolang de maker van het testament nog leeft. 18 Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd. 19 Want nadat elk gebod overeenkomstig de wet aan heel het volk door Mozes meegedeeld was, nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken met water en scharlakenrode wol en hysop, en besprenkelde het boek zelf en heel het volk, 20 terwijl hij zei: Dit is het bloed van het verbond dat God u bevolen heeft te houden.21 Ook de tabernakel en ook al de voorwerpen voor de eredienst besprenkelde hij op dezelfde manier met het bloed. 22 En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats. (Hebreeën 9:15-22)&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Je zou denken dat God wat voorzichtiger zou zijn in de vergelijkingen en analogieën die Hij gebruikt om Zijn werk uit te leggen. Hij is behoorlijk gewaagd in de manier waarop Hij de menselijke taal en beelden gebruikt. Bijvoorbeeld, Hij zegt dat de wederkomst van Jezus zal komen als een dief in de nacht; zo durft Hij de perfecte Zoon linken aan een dief. En zo zijn er nog meer van zulke vergelijkingen in de Bijbel. Ergens anders vergelijkt Hij zijn toorn met een man die wordt wakker geschud uit de roes die hij uit slaapt. Waarom doet God dat? Waarom gebruikt Hij zulke vergelijkingen die ook misleidend kunnen zijn? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het antwoord is dat elke vergelijking misleidend kan zijn als het werk van God wordt vergeleken met het werk van een mens. God is uniek. Er is geen menselijke ervaring die perfect past bij de manier waarop Hij handelt of is. Maar als God met ons wil communiceren, wat Hij doet, Hij hoeft geen andere taal te gebruiken dan de taal die wij begrijpen, een menselijke taal die gebouwd is rond de menselijke ervaring. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld, als we spreken over dienstbaarheid gebruiken we menselijke taal die gebaseerd is op de basis van onze ervaringen als dienaren of verschillende menselijke diensten. Dus, als God wat wil zeggen over zijn eigen bediening van ons, of onze bediening van Hem, Hij zal deze taal gebruiken. Maar, omdat Hij God is en op veel manieren volledig in tegenstelling is tot ons zal deze taal van dienstbaarheid gedeeltelijk misleidend zijn. We moeten ons dan afvragen, „Welk deel van deze vergelijking is waar bij God, en wat deel van deze vergelijking is niet waar bij God?” Als we dienaren zijn van God, betekend het dan dat we geen kinderen zijn van God? Betekend het dat we geen erfgenamen zijn van God? Betekend het dat we in het huis voor de dienaren leven en geen plaats hebben aan de tafel van de Vader? Wat wil God dat we begrijpen als Hij ons dienaren noemt? Dat is nog maar een afbeelding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle vergelijkingen van de manier waarop God betrekking op ons heeft en de manier waarop wij betrekking hebben op elkaar zijn hieraan gelijk. Je moet je afvragen welk deel van de vergelijking of analogie leidt tot de diepe waarheid van wat God over Zichzelf wil onthullen, en welke delen leiden naar de doodlopende weg van misvatting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goed, in de tekst van vandaag introduceert de schrijver de vergelijking tussen het Nieuwe Verbond en een testament wat door iemand wordt opgesteld om zijn laatste wil vast te leggen. Ook hier moeten we voorzichtig zijn om vast te stellen welke delen in deze vergelijking te gebruiken zijn en welke misleidend zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De Natuur van het Nieuwe Verbond''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we het nieuwe verbond eerst even bezien om te kijken of we nog weten wat het inhoud, en hoe het anders is dan het „eerste verbond” waar Paulus in de verzen 15 en 18 naar verwijst. Het nieuwe verbond is de overeenkomst met Zijn volk wat God in Jeremia 31:31 beloofd heeft. Het boek Hebreeën haalt de voorwaarden voor deze overeenkomst aan in Hebreeën 8:10-12. Hier staat, „Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn… 12 Want Ik zal wat hun ongerechtigheden betreft genadig zijn en aan hun zonden en hun wetteloos gedrag beslist niet meer denken.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus in deze overeenkomst schrijft God zijn wil niet langer meer op stenen tafelen buitenom de harten; Hij verplaatst ze, door Zijn Geest, in de harten en Hij laat Zijn wil deel uit maken van wat we liefhebben. Hij veranderd ons van binnenuit zodat we Zijn wil gaan liefhebben. En dat niet alleen, Hij zegt dat Hij ons in het nieuwe verbond wat onze ongerechtigheden betreft genadig zal zijn en dat Hij aan ons wetteloze gedrag beslist niet meer zal denken. In het oude verbond was geen offer geweest wat werkelijk de menselijke zonde weg kon nemen. Het waren dierenoffers, maar Hebreeën 10:4 zegt het duidelijk, „Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneemt.” Dus het nieuwe verbond belooft dat deze zonden weg genomen zullen worden wat betekend dat het fundament voor het nieuwe verbond een beter offer is, namelijk, het offer van Gods eigen Zoon. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus het nieuwe verbond gaat dus over hoe God met zonden omgaat om ons weer recht met Hem te krijgen. Hoe Hij omgaat met de schuld en veroordeling door Zijn Zoon te zenden om te sterven voor zondaren en zo onze schuld te dragen zodat er vergeving, afwassing en een goed geweten voor God kunnen overblijven. Ook zien we hoe God omgaat met de kracht van de zonde door Zijn wet op onze harten te schrijven zodat we de zonde van binnenuit gaan haten, Gods wil gaan liefhebben, vrij in zijn inzettingen zullen wandelen en niet meer door externe juridische dwang. Dat is het nieuwe verbond. Dat is het Christendom. En de dood van Christus, het vergieten van Zijn bloed is de hier de basis voor. Door Zijn bloedvergieten kocht hij onze rechtvaardigheid en heiligmaking. Hij nam onze schuld weg en neemt onze verdorvenheid weg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Een Beter zicht op het Nieuwe Verbond''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Hebreeën 9:15-22 geeft de schrijver een nieuwe invalshoek op het nieuwe verbond. Hij vergelijkt het met een testament waarin de laatste wil van een mens wordt vastgelegd. Kijk naar de verzen 15 en 16. In vers 15 noemt hij Christus de „Middelaar van het nieuwe verbond” Hij verwijst hiermee naar de dood van Christus die ons verlost van onze zonden die het oude verbond niet weg kon nemen. En hij zegt dat dit nieuwe verbond, gebaseerd op deze dood van Christus, gebeurde zodat iedereen die geroepen zijn de „eeuwige erfenis” zullen ontvangen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus tot hier klinkt het behoorlijk bekend. Maar dan in vers 16 maakt hij een vergelijking tussen dit nieuwe verbond en een testament waarin de laatste wil van een mens wordt vastgelegd. Jullie weten allemaal wat dat is, maar misschien de kinderen niet. Een testament is een erg belangrijk, officieel en juridisch papier wat een persoon schrijft om te bepalen wat er na zijn dood met zijn bezittingen gebeurd. Dat is een testament. Elke volwassene zou er een moeten hebben. Dat is de vergelijking die de schrijver in de verzen 16-17 maakt met het nieuwe verbond. Hij zegt, „waar een testament is, daar is het noodzakelijk dat de dood van de maker van het testament vastgesteld wordt. Want een testament is bindend na iemands dood. Het wordt immers nooit van kracht zolang de maker van het testament nog leeft.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier zie je dus dat de term verbond in vers 15 de betekenis van een testament krijgt in de verzen 16 en 17. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarom maakt de schrijver deze vergelijking? Waarom komt hij met het idee dat het nieuwe verbond eigenlijk een testament is? Ik denk dat hier 5 redenen voor zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Dit is de normale betekenis van de term in de algemene Griekse cultuur van die dagen: Een „diatheke” was een testament. &lt;br /&gt;
#De basis van het nieuwe verbond is de dood van Christus. Er moest een dood plaatsvinden om het de deugdelijkheid van het nieuwe verbond van kracht te laten doen. Een dood zou het effect laten hebben. &lt;br /&gt;
#Ook het eerste verbond was geassocieerd met een dood. Kijk naar vers 18, „ Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd.” In andere woorden, hoewel het niet duidelijk was dat de dood van de Messias de basis zou zijn voor het nieuwe verbond en de vergeving van zonden waren er aanwijzingen. De dood van dieren was nodig. En dat voorzag en was een voorafschaduwing van de dood van Christus. En zo was ook het eerste verbond deugdelijk door de dood als een testament in die zin. &lt;br /&gt;
#De vierde reden waarom de schrijver het nieuwe verbond als een testament behandeld is omdat hij net in vers 15 verwees naar een „eeuwige erfenis”. Zie je het: Christus is de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, … de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.” En we begrijpen allemaal dat waar een erfenis is ook een testament moet zijn wat verteld wie de erfgenamen zijn en welke erfenis ze krijgen. Dit is wat hij zegt wat het nieuwe verbond doet. &lt;br /&gt;
#Als laatste vergelijkt hij het nieuwe verbond met een testament omdat een testament niet iets is waar erfgenamen over kunnen onderhandelen. Het komt eenzijdig van degene die het geschreven heeft en de erfgenamen moeten het nemen zoals het is. Ze kunnen de beslissingen van degene die het testament geschreven heeft niet veranderen. Het nieuwe verbond is geschreven door God zonder raadgeving van Zijn erfgenamen of iemand anders. Het is een soevereine uitdrukking van Gods wil, het is niet een onderhandelbare overeenstemming.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om minstens deze 5 redenen zegt de schrijver dat het nieuwe verbond is als een testament. Ja, het is een gewaagde manier om over Gods relatie tot zijn volk te spreken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze analogie zit vol met mogelijke misvattingen. 1) Schreef God dit testament omdat Hij als Hij op een dag zou sterven Zijn bezittingen aan een ander over zou laten? 2) Wie is de middelaar van Gods laatste wil in dit testament? Een testament specificeert dat gewoonlijk, en het is nooit de dode persoon die zijn eigen testament bemiddeld. 3) Was dit testament niet van kracht voor dat er een dood plaats vond? zo niet, hoe hebben David en Mozes en alle andere heiligen van die tijd vergeving van zonden gekregen? 4) Wie zijn de erfgenamen van het testament? Vaak zijn de erfgenamen van de tweede generatie niet bekend bij degene die het testament opstelt. Is de erfenis voor een onzekere, onbepaalde groep? Of zijn de namen opgeschreven in het testament? Laten we naar de antwoorden kijken op deze 4 vragen en elk heeft zijn krachtig effect om diepte en kracht te geven aan onze zekerheid in God en ons vertrouwen dat de eeuwige erfenis, het eeuwige leven, voor ons is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1) Schreef God dit testament omdat Hij op een dag zou sterven en Zijn bezittingen aan een ander over wilde laten?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het antwoord wat het dichtst in de buurt komt vinden we in Hebreeën 2:14. „Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen” In andere woorden, Nee, God als God kan niet sterven. Hij is „onvergankelijk” zoals 1Timotheüs 1:17 zegt. Maar Ja, Hij wil de dood ervaren om zo de dood van binnen uit te overwinnen en zo degenen te bevrijden die slaaf zijn van de dood. Hoe kan de Onvergankelijke de dood ervaren? Hij neemt de menselijke natuur aan met vlees en bloed als dat van Zichzelf en in die natuur kan Hij de dood ervaren. Dus het antwoord is Ja, God schreef Zijn testament omdat Hij zich voorgenomen had de dood te ervaren in de dood van Zijn Zoon door de menselijke natuur die Hij had aangenomen in de incarnatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laten we je geloof vaststellen en je vertrouwen en zekerheid in God uitdiepen, omdat Hij deze dingen schreef vanuit de nooit begonnen eeuwigheid. Van alle eeuwigheid heeft God Zijn eeuwige erfenis aan jou uit genade willen geven. (2 Timotheüs 1:9). De dood is om het de erfenis in bezit te nemen is gedaan en volbracht. Er is niet nog een dood nodig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2) Wie is de middelaar van Gods laatste wil in het testament?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Normaal gesproken vermeldt een testament dit, en het is nooit de dode die zijn eigen wil uitvoert. Het antwoord is dat de vergelijking breekt, de persoon die sterft om zo het testament kracht laat doen kan en ook nog eens dit testament uitvoert, hoe kan dat? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit kun je lezen in Hebreeën 13:20-21: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond, 21 moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
De nieuwe verbondserfenis van Gods innerlijke werk in ons leven is ons gegeven, zoals hier staat, door „onze Heere Jezus Christus”. Hij is de Middelaar van het testament. Dus laat dit je geloof vaststellen en je vertrouwen en zekerheid in God uitdiepen, dat Christus, de Zoon van God niet alleen Degene is die stierf om zo de erfenis van de Vader vrij te krijgen; Hij stond ook weer op uit de doden en is de soevereine Middelaar van de Vader die er voor zorgt dat je de erfenis in dit leven en na dit leven ontvangt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3) Was dit testament niet van kracht voor dat er een dood plaats vond? zo niet, hoe hebben David en Mozes en alle andere heiligen van die tijd vergeving van zonden gekregen?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hebreeën 9:17 zegt, „Want een testament is bindend na iemands dood. Het wordt immers nooit van kracht zolang de maker van het testament nog leeft.” Het lijkt er hier op dat het zegt, Nee, de vergeving van het nieuwe verbond was niet beschikbaar voor de mensen in de oud testamentische tijd voordat Christus stierf. Maar let er op hoe vers 18 begint, „Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd.” En daarna gaat hij verder om te laten zien hoe Mozes het bloedvergieten in het oude verbond centraal zette. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is hier nu het punt? Ik denk dat het punt hier als volgt is: in het oude verbond was Christus nog niet gestorven, maar al het bloedvergieten van de dieren was bedoelt als verwijzing naar de dag dat een dood werkelijk de vergeving van zonden van God gekocht had, en als de heiligen hun vertrouwen niet stelden in de dieren maar in de genade van God, zouden ze de voorsmaak hebben van deze ervaring nu. Met andere woorden, sommige, maar niet alle delen van wat er belooft werd in het testament werden ervaren voor de dood van Christus. (Hebreeën 11:39-40) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier is de analogie weer niet sluitend. Ja, zonder de dood van Christus zou er geen vergeving zijn in het Oude Testament. Maar, Nee, deze heiligen hoefden geen duizenden jaren te wachten voor ze vergeving van zonden konden ervaren die Christus dood voor hen kocht. In Exodus 34:7 zegt God, als deel van het oude verbond, dat Hij, „ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dus laat dit je geloof bekrachtigen in de grootheid van wat Christus gedaan heeft aan het kruis: het was niet alleen groot genoeg om de erfenis van vergeving vrij te geven voor de komende 2000 jaar naar ons maar ook 2000 jaar en langer terug. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4) Als laatste, wie zijn de erfgenamen van het testament? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het belangrijkste is, ben jij een erfgenaam? Sta jij geschreven in het testament van God? Laat Hij jou de eeuwige erfenis na? Is de erfenis van God overgelaten aan een onzekere, onbepaalde groep? Of heeft God Zijn oog op bepaalde mensen waarvan Hij houdt als kinderen, en aan wie Hij zijn eeuwige erfenis wil geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het antwoord vinden we in vers 15, specifiek in het woord „geroepenen”. De schrijver zegt, „En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.” Wie krijgen nu die erfenis? „De geroepenen”. Geroepen door wie? Geroepen door God. In andere woorden, Gods testament is niet overgeleverd aan toeval of kans. God schreef niet alleen het testament; Hij laat het ook niet alleen kracht doen door de dood van Zijn eigen Zoon; en ook wekte Hij Zijn Zoon niet alleen op van de doden om zo Middelaar te kunnen zijn van dit testament; Ook verspreide Hij zijn erfenis van eeuwig leven niet alleen 2000 jaar terug en 2000 jaar vooruit: Nee, Hij roept ook vandaag nog mensen uit de duisternis, dood en ongeloof om mede-erfgenamen te worden met Zijn Zoon. In andere woorden, „ uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geef gehoor aan Zijn oproep. Open je geestelijke oren voor de stem van je Herder, en je geestelijke ogen voor de heerlijkheid van je God. En Geloof. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 16 Sep 2014 22:03:55 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Hoe_de_Geroepenen_de_Eeuwige_Erfenis_Ontvangen</comments>		</item>
		<item>
			<title>Gods Woord Staat: Niet Heel Israel is Israel, Deel 1</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Gods_Woord_Staat:_Niet_Heel_Israel_is_Israel,_Deel_1</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|God's Word Stands: Not All Israel Is Israel, Part 1}}'''Romeinen 9:6-12'''  &amp;lt;blockquote&amp;gt; Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen d...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|God's Word Stands: Not All Israel Is Israel, Part 1}}'''Romeinen 9:6-12''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. 7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. 8 Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend. 9 Want dit is het woord van de belofte: Rond deze tijd zal Ik komen, en dan zal Sara een zoon hebben. 10 En dit niet alleen, maar zo was het ook met Rebekka, die zwanger was van één man, namelijk Izak, onze vader. 11 Want toen de kinderen nog niet geboren waren, en niets goeds of kwaads gedaan hadden – opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden, niet uit de werken, maar uit Hem Die roept – 12 werd tot haar gezegd: De meerdere zal de mindere dienen. 13 Zoals geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat. (Romeinen 9:6-12)&lt;br /&gt;
&amp;lt;/blockquote&amp;gt;&lt;br /&gt;
Om Romeinen 9 te begrijpen moeten we voortdurend Paulus’ gedachtengang voor ogen houden. In de verzen 1-5 toont hij zijn verdriet over de verlorenheid van zijn verwanten, het Joodse volk. Hij zegt in vers 3: „Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn familieleden wat het vlees betreft.” En wat de nadruk krijgt in de verzen 4-5 is niet dat de Israëlieten Paulus verwanten zijn maar ook Gods verwanten. Het zegt: „Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften.” Dus de crisis in de verzen 1-5 is niet alleen een persoonlijke crisis van Paulus, het is een theologische crisis, een crisis van iedereen voor wie de eeuwigheid afhangt van Gods trouw. De crisis die geschetst wordt in de verzen 1-5 is dat Israel Gods verkozen, verbondsvolk is en dat de meesten van hen vervloekt en afgesneden zijn van Christus en de verlossing. Is God dan trouw geweest aan zijn beloften? Zo niet, waar hopen wij dan op? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''De crisis: Als God Zijn verbond niet houd met Israel, houd hij het dan wel met u?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We moeten elke week in gedachten houden dat dit de crisis is waar Paulus mee zit in Romeinen 9:1-23. Israel is Gods verkoren volk en de meesten van hen vergaan, afgesneden van de Redder, Jezus Christus. En de reden dat dit ook een crisis is voor jou, niet alleen voor de Joden, is dat, als Gods beloften aan Israel niet konden blijven staan, dan is er ook geen reden om te denken dat de beloften die aan mij zijn gedaan wel stand zullen houden. De rotsvaste beveiliging van Gods verkiezing in Romeinen 8 (vers 33: „Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt.”) - deze veiligheid waarin wij ons met een gelovig hart op verheugen is waardeloos als God zichzelf trouweloos bewijst aan zijn verbondsvolk. Als God Zijn verbond niet houd met Israel, zal Hij het dan houden als Hij het met ons maakt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is de crisis waar Paulus mee zit als we beginnen met de tekst van vandaag. We zullen 2 weken doen over de behandeling van de verzen 6-13 omdat Paulus ingaat op 2 verbeeldingen van het punt dat hij maakt in dit stukje: de eerste is het beeld van Izak als een kind van het verbond, niet Ismael (verzen 6-9); en het andere beeld van Jacob als kind van de belofte en niet Esau (verzen 10-13). Vandaag zullen we de verzen 6-9 behandelen en het beeld van Izaäks geboorte als kind van de belofte en niet van het vlees. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Is het waar dat het Woord van God niet is vervallen/mislukt?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 6 zet het hoofdpunt van het hele hoofdstuk uiteen. „Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is” Dat is wat Paulus’ beweert over de crisis in de verzen 1-5. Ja, het is waar dat veel mensen in het verbondsvolk waren vervloekt en afgesneden van Christus, en ja het is waar dat God Israel had verkozen, met haar een verbond had gesloten en haar beloften had gedaan, maar, nee, het is niet waar dat het Woord van God vervallen is. Dat is Paulus’ bewering. En tot zo ver is het ook enkel een bewering. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar al het andere in dit hoofdstuk en ongeveer alles in de volgende drie hoofdstukken zijn argumenten of ondersteuning voor zijn bewering. Hij beweert niet zomaar wat en laat ons daarna achter. Hij beweert het en geeft ons daarna de redenen om zijn bewering te geloven. En hou dus in gedachten, terwijl we door het hoofdstuk gaan, dat een paar van de helderste en meest krachtige verklaringen in de Bijbel over onvoorwaardelijke verkiezing en de soevereiniteit van God in verlossing hier op geschreven zijn in dienst van God’s trouw aan Zijn verbond. Paulus behandeld deze omstreden leer niet abstract als of het alleen maar interessant was om te weten, nee hij behandeld het om ons te helpen te begrijpen en genieten van Gods trouw. In Paulus’ gedachten hadden deze grote leerstukken een directe inpekt op de manier waarop wij leven. Als dit niet het geval is moeten we ons afvragen waardoor onze omgang met het leven en onze plannen voor het leven gevormd worden. Als het niet Gods grote waarheid is die ons leven vormt, wat dan? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu dan, wat is Paulus’ argument in dienst van Gods trouw? Hoe kan hij zeggen dat het Woord van God niet gefaald heeft terwijl er wel veel Israëlieten vervloekt en van Christus zijn afgesneden? Hij geeft zijn antwoord drie keer in de verzen 6-9 en geeft twee verwijzingen naar het Oude Testament om het te ondersteunen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. Etnisch Israel en Waar Israel''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst, in vers 6b zegt hij, „want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.” In andere woorden, Paulus’ argument is dat de belofte van God altijd waar blijft voor het ware Israel, het geestelijk Israel, maar niet heel etnisch Israel is waar Israel. Dat is de eerste verklaring die hij geeft over zijn argument: „niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.” De veronderstelling is dat er een Waar Israel is; Gods verlossende beloftes zijn met hen; en deze beloftes hebben nooit gefaald. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''2. Alle Nakomelingen van Abraham en de Kinderen van Abraham''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten tweede, in vers 7a zegt hij het een beetje anders, maar maakt hij hetzelfde punt: „ Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen.” In andere woorden, hij maakt onderscheid tussen twee soorten „kinderen” - ze zijn allemaal Abrahams nageslacht, en er is een kleinere groep in het getal die hij hier zijn kinderen noemt. Of we kunnen zeggen, „de ware kinderen” omdat de anderen fysieke kinderen zijn. De veronderstelling is dat de beloften van God waar blijven voor de ware kinderen van Abraham maar niet voor het hele nageslacht van Abraham. Dus in vers 6 zegt hij dat niet heel Israel Israel is, en in vers 7 zegt hij dat niet alle kinderen van Abraham kinderen van Abraham zijn. Er is dus een waar Israel en er zijn ware kinderen. Het Woord van God is niet vervallen omdat het bedoelt was voor het ware Israel, de ware kinderen en het Woord van God is nooit vervallen voor een van hen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''3. De Kinderen van het Vlees en de Kinderen van God''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ten derde, in vers 8 maakt Paulus het argument voor een derde keer in meer algemene zin, zonder Israel of Abraham te benoemen, zodat we het principe verdiept zien. „Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend. Dit, zegt hij weer, is waarom het woord van God niet vervallen is - hoewel er veel Israëlieten naar het vlees zijn vervloekt en afgesneden van Christus. Dit omdat de beloften voor de kinderen van het verbond zijn, de kinderen van God, en niet elk kind van de vleselijke Israëlieten is een kind van de belofte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als Paulus de „kinderen van het vlees” en de „kinderen van God” onderscheidt bedoelt hij dat niet alle fysieke kinderen van de Israëlieten „kinderen van God” zijn. En dat betekend dat de term „kinderen van God” niet enkel een etnisch, fysiek of historische term is. Het heeft zijn volle verlossende betekenis zoals het die heeft in Romeinen 8:16, 21, en in Filippenzen 2:15 (Hosea 1:10). En als hij dan zegt dat deze „kinderen van God” de „kinderen van de belofte” zijn, bedoelt hij dat ze een geestelijke positie hebben, niet om hun fysieke connecties, maar om Gods effectieve belofte. De belofte creëerde deze positie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Wat is de Oud Testamentische ondersteuning?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu moeten we kijken hoe het Oude Testament dit volgens Paulus ondersteund. Maar eerst, onthoud dat we drie verschillende verklaringen van Paulus hebben gezien waarom het Woord van God aan Israel niet vervallen is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 6b: „want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 7a: „Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vers 8: „Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is waarom het woord van God nooit vervallen is hoewel er zo veel Israëlieten zijn vervloekt en van Christus afgesneden. Zij waren niet de ware Israëlieten. Ze waren geen ware kinderen van Abraham. Ze waren kinderen van het vlees maar geen kinderen van de belofte, dat is, kinderen van God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu dan, waar ziet Paulus dit idee van een volk binnenin een volk in het Oude Testament? Hoe komt hij aan het idee dat de belofte niet eenvoudigweg voor elke Israëliet geldt, maar alleen voor hen die kinderen van de belofte zijn? En wat betekend het, kinderen van de belofte? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het geval van Izak en Ismael''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paulus geeft twee voorbeelden, in de verzen 6-9 en de andere in de verzen 10-13 die we volgende week behandelen. Maar eerst, in vers 7. Nadat Paulus zegt, „niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend.” haalt Paulus Genesis 21:12 aan, „want alleen het nageslacht van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.” de context hier in het Oude Testament is waar God tegen Abraham zegt, „hoewel je een oudere zoon hebt, Ismael, hij zal niet de erfgenaam zijn van de belofte. Eerder, „door Izak zal je nageslacht genoemd worden (of geroepen).” Wat Paulus hier ziet is dat een fysiek kind van Abraham, en zelfs de oudste, het Ismael niet tot erfgenaam maakte van de belofte die gemaakt was aan het verbondsvolk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarna voegt Paulus een andere inzicht vanuit Genesis 18:10 in vers 9. Nadat hij in vers 8 gezegd heeft dat „de kinderen van de belofte gerekend worden (zegt God) als nakomelingen,” daarna haalt Paulus Genesis 18:10 aan, „Want dit is het woord van de belofte: Rond deze tijd zal Ik komen, en dan zal Sara een zoon hebben.” De context hier is van enorm belang. God had Abraham beloofd dat in hem de geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden (Genesis 12:3) en dat zijn nakomelingen zouden zijn als de sterren in de lucht (Genesis 15:5). Maar Abraham had geen nakomelingen en zijn vrouw Sara was dor. Wat was de oplossing? Abrahams antwoord zou geweest zijn, „Ik vertrouw dat God mij een kind van de belofte zal geven. Ik vertrouw er op dat God s Goddelijke belofte op zichzelf krachtig genoeg is om zichzelf te vervullen.” Maar in plaats daarvan deed Abraham wat hij kon in eigen kracht: hij gebruikte Hagar, een slavin van Sarah, als een bijvrouw en verwekte bij haar een kind genaamd Ismael. Abraham hielp God uit de brand en verwekte wat Paulus noemt een „kind naar het vlees”. Hij was „naar het vlees geboren” (Galaten 4:29). Dat is, zijn positie had als gevolg dat hij was beperkt tot wat een mens kon doen, namelijk kinderen naar het vlees verwekken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Abraham wilde dat Ismael erfgenaam van de belofte was. In Genesis 17:18 zegt Abraham tegen God, „och, zou Ismaël voor Uw aangezicht mogen leven!” Maar God zei, „ &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Integendeel, uw vrouw Sara zal u een zoon baren en u moet hem de naam Izak geven.” Dat is de context van Paulus’ quote in Romeinen 9:9. God belooft: „Rond deze tijd zal Ik komen, en dan zal Sara een zoon hebben.” Je ziet hier het soevereine doel van Gods woord hier. Ik maak het verbond, zegt God. En ik zal het vervullen. Mijn beloften zijn geen voorspellingen van wat komen gaat met jou hulp. Mijn beloften zijn aankondigingen van wat Ik Mij voorneem te doen in Mijn soevereine kracht. Rond deze tijd zal Ik komen, en dan zal Sara een zoon hebben.” Dorre Sara en oude Abraham zullen geen kind van het vlees alleen hebben maar een kind van de belofte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar wat is een kind van de belofte (kind van God)? Een kind van de belofte is een erfgenaam van Gods verlossende genade, niet om zijn etnische afkomst of fysieke geboorte, of zoals we volgende week zien, welke menselijke bron ook. maar alleen om Gods soevereine woord. De geboorte van Izak laat zien hoe elk kind van God geestelijk gevormd wordt. Het beslissende werk is Gods werk. Niet dat van Abraham en niet dat van Izak en ook niet van ons. Maar Gods werk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Het antwoord op de crisis''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat dan is het antwoord op de crisis in de verzen 1-5: Is het woord van God vervallen omdat er vele Israëlieten vervloekt en afgesneden zijn van Christus? Zijn de beloften van God tot niets geworden? Het antwoord is nee. En de reden die Paulus 3 keer geeft is dat de belofte van God zijn doel zelf vervuld. En dat doel is om voor Zichzelf een waar Israel voor zichzelf te vergaderen. De belofte van God was nooit om elke Israëliet verlossing te garanderen. De belofte was: God er op toe zal zien dat het ware Israel gevormd werd en verlost. En we hebben gezien, en zullen dat weer zien; dit ware Israel bevat Joden en heidenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hoe zullen wij dat op onszelf toepassen?''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We naderen het Heilig Avondmaal; laten we dat als toepassing gebruiken. De manier waarop God Zijn ware Israel vormt is, uiteindelijk door het zenden van Zijn Zoon, Jezus Christus, Als waar Zaad van Abraham, de ware Zoon van David, en, in diepere zin, het ware Israel zelf. Jezus vervuld alles waar Israel voor bestemd was. En nu kan ieder persoon, Jood of heiden, die vertrouwd op Christus, is verenigd met Hem en deelt in het ware Israel in Christus. De vragen waarmee je deze morgen geconfronteerd als we naar het Heilig Avondmaal gaan zijn: Vertrouw je op Jezus Christus als Verlosser, Heere en Schat? Ben je verenigd met Hem? Heeft Hij je een kind van de belofte, een ware Jood, een kind van God gemaakt? Als dit zo is, nuttig het Heilig Avondmaal en geniet de gemeenschap met Hem. Zo niet, vertrouw Hem nu! Amen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt;&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 16 Sep 2014 21:48:19 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Gods_Woord_Staat:_Niet_Heel_Israel_is_Israel,_Deel_1</comments>		</item>
		<item>
			<title>Vasten voor de Komst van de Koning</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Vasten_voor_de_Komst_van_de_Koning</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{info|Fasting for the King's Coming}}   Lukas 2:36-38   Ook Anna was er, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen ...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{info|Fasting for the King's Coming}} &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lukas 2:36-38 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook Anna was er, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen en had na haar meisjesjaren zeven jaar met haar man geleefd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet en met vasten en bidden God dag en nacht diende. En zij kwam er op dat moment bij staan en beleed eveneens de Heere, en zij sprak over Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Inleiding &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wij naderen het einde van januari en van de oproep om deze maand een dag per week te vasten. Ik hoop dat we snel tijd kunnen vrijmaken om elkaar te vertellen wat God deze maand heeft gedaan. Door alleen maar te luisteren naar het verslag, tijdens de vergadering van afgelopen dinsdag van de medewerkers, over de verrassende werken die God heeft gedaan, ben ik ten zeerste bemoedigd om een gezamenlijk vasten te bespoedigen, waarover ik straks iets zal vertellen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In deze serie boodschappen over Bijbels vasten zagen wij in Handelingen 13:3 hoe God door het vasten van de leiders in Antiochië, de loop van de geschiedenis veranderde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We zagen in Mattheüs 9:15 dat Jezus beloofde dat wanneer Hij teruggaat naar Zijn Vader in de hemel, de gemeente dan zal vasten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We zagen in Mattheüs 4:4 dat de mens niet van brood alleen zal leven maar van elk woord dat komt uit de mond van God – dat het voedsel van Jezus gedurende Zijn 40 dagen vasten, de openbaring van God was door Zijn Woord. En dat is waar wij ons steeds meer mee moeten voeden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En de vorige week zagen we in Ezra 8:21 dat God Zijn volk – met inbegrip van de kleine kinderen – door vasten redt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Uw Koninkrijk Kome!” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgende week zullen we kijken naar de Bergrede en zien dat in Mattheüs 6, Jezus vasten verbindt aan gebed, met name het Onze Vader. De smeekbeden die er in het Onze Vader bovenuit steken zijn: Heer, Uw Naam worde geheiligd, en Heer, Uw Koninkrijk kome. Met andere woorden, christelijk vasten is niet alleen voor onmiddellijke doorbraken in geloof, genezing en rechtvaardigheid, maar ook voor de uiteindelijke doorbraak – de terugkeer van de Koning in glorie “Uw Koninkrijk Kome!” Of, zoals de vroege gemeente het bad: “Maranatha!”- Kom, Heere! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is precies wat we zouden verwachten met het oog op wat we in Mattheüs 9:15 zagen. Wij zagen dat Jezus Zichzelf aanwees als de bruidegom en Hij zei dat Zijn discipelen niet vastten omdat de bruidegom aanwezig was. Maar toen zei Hij, “De dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan zullen zij vasten.” Jezus verbindt dus het christelijk vasten aan ons verlangen naar de terugkeer van de bruidegom. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De gemeente van Christus wordt opgeroepen om de ernst van het vasten achter het gebed te zetten. “Uw koninkrijk kome.” “Kom Bruidegom!” Vasten is een lichamelijke uitdrukking van het hart dat hongert naar de tweede komst van Jezus. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vasten als Tegenhanger van het Laatste Avondmaal &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik vraag me af of de Heer bedoelt dat het vasten gezien moet worden als tegenhanger van het Laatste Avondmaal. Jezus zei, “Doe dit om Mij te gedenken.”Door te eten gedenken wij dat Jezus is gekomen en voor onze zonden is gestorven. Maar door niet te eten – vasten – zeggen we: ja, maar de bruidegom is niet hier. Hij was hier en Hij hield tot het uiterste van ons. En we kunnen eten en zelfs feestvieren omdat Hij gekomen is. Maar we weten ook&amp;amp;nbsp;: Hij is niet hier zoals eerst het geval was. En Zijn afwezigheid doet pijn. De zonde en ellende van de wereld doen zijn. Het volk van Christus is zwak en wordt geminacht – zoals schapen te midden van de wolven (Mattheüs 10:16).Wij verlangen ernaar dat Hij terugkomt, Zijn troon bestijgt en heerst in ons midden en Zijn volk, Zijn waarheid en Zijn glorie rechtvaardigt. De viering van het Laatste Avondmaal drukt dus uit wat is gebeurd en ons vasten drukt uit wat nog niet is gebeurd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Weg die Jezus Ons Voorschreef om Zijn Komst Voor te Bereiden &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Lukas 18:7-8 zegt Jezus, &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die nacht en dag tot Hem roepen, hoewel Hij hen soms lang laat wachten? Ik zeg u dat Hij hun met spoed recht zal doen. Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heb je er serieus over nagedacht dat Jezus een weg heeft voorgeschreven die wij moeten voorbereiden voor Zijn eigen wederkomst? God zal de Zoon des Mensen sturen en Zijn uitverkorenen recht doen, die “dag en nacht tot Hem roepen.” Wat roepen? Roepen, “Uw koninkrijk kome!” “Kom terug, oh kostbare bruidegom. Kom en regeer als Koning. Kom, en doe Uw mensen recht. Kom en huw uw bruid.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
En aangezien het leven van de gemeente en de evangelisatie van de naties deel zijn van die voorbereidingen, roepen wij daar ook om. “Heer, breng Uw mensen weer tot leven. Heer, laat Uw Woord uitgaan en triomferen.” Als je ogen hebt om de wereld te zien zoals hij is, in contrast met hoe hij zou moeten zijn onder de heerschappij van Christus, is er genoeg waarvoor u zult willen vasten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anna: Vasten voor de Eerste Komst van de Koning &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de oproep aan de kerk om te vasten voor de aanstaande Koning, vragen wij niets nieuws. De tekst van vanmorgen liet ons een oudere vrouw zien die bijna haar hele leven wijdde aan deze geheiligde bediening voordat de Koning de eerste keer kwam. Lukas 2:36-38. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anna was er, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen en had na haar meisjesjaren zeven jaar met haar man geleefd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
37 En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet en met vasten en bidden God dag en nacht diende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
38 En zij kwam er op dat moment bij staan en beleed eveneens de Heere, en zij sprak over Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maria en Jozef hadden net het kindje Jezus in de tempel gebracht. Lukas vertelt ons van twee zeer oude mensen, Simeon en Anna, die erkennen wie de baby is. Wat deze twee mensen allebei kenmerkt, is dat zij hunkerden en verlangden naar de komst van de Messias. In vers 25 staat dat, “Simeon de vertroosting van Israël verwachtte en de Heilige Geest was op hem.” Jezus, de Messias, is de vertroosting van Israel (vers 26, 30). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In vers 37 staat dat Anna praktisch nooit de tempel verliet en de Heer diende “met vasten en gebeden.” Met andere woorden, zij was net als Simeon – zij verlangde naar de komst van de Messias, zij vastte en bad dag en nacht omdat zij uitzag naar de ”verlossing van Jeruzalem.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In vers 38 komt ze precies op het juiste moment om het Messias-kind te zien en ze dankt God en praat over Hem tot allen die de “verlossing van Jeruzalem” verwachtten. Voor Anna betekende dat decennialang een leven van vasten - waarschijnlijk 60 jaar sedert de dood van haar man – terwijl ze in de tempel diende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik denk dat een van de redenen waarom Lukas ons het verhaal van Simeon en Anna vertelt, is, om te laten zien hoe heilige en vrome mensen reageren op de belofte van de komst van Christus. En hoe God op hun verlangens reageert. Zij zien meer dan anderen. Ze begrijpen misschien niet alle bijzonderheden over hoe de Messias zal komen – Simeon en Anna zeker niet – maar God geeft ze genadevol, voordat ze sterven, een glimp van wat ze zo hartstochtelijk willen zien. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Christenen: Vasten voor de Wederkomst van de Koning &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welnu, hier zijn we dan – wij Christenen – aan de andere kant van de komst van Christus. Hij is gekomen en weer weggegaan. Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard. Hij heeft Zijn bloed voor onze zonden vergoten. Hij is opgestaan uit de dood. Hij is opgevaren naar de hemel om aan de rechterhand van de Vader te zitten totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn Voeten heeft gelegd. Hij heeft Zijn Heilige Geest gestuurd om ons te vernieuwen en ons te heiligen en in ons te wonen. Hij heeft Zijn kerk opgedragen om alle volken tot Zijn discipelen te maken. En Hij heeft ons in Johannes 14:3 beloofd, “Ik zal terug komen.” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; Op welke Manier is Onze Situatie Vergelijkbaar met Die van Anna? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Haar hoop was, net als de onze, gebaseerd op Gods beloften. Maar hoeveel meer hebben wij gezien! Hoeveel meer weten we en op hoeveel meer kunnen we hopen van de Messias! Zij had nooit de jaren van barmhartigheid en kracht van Jezus gezien, zoals wij. Zij had nooit de woorden van gezag en wijsheid en liefde gehoord, zoals wij. Zij had nooit gezien hoe blinden hun gezichtsvermogen terugkregen, hoe kreupelen weer konden lopen, hoe melaatsen gereinigd werden, doven weer konden horen, doden opstonden en hoe armen het evangelie van Jezus te horen kregen. Ze zag Hem nooit Zichzelf heiligen in Gethsemane of Hem om onze zonden gekruisigd zien worden op Golgotha. Ze hoorde nooit de barmhartige woorden, “Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”, of de triomferende woorden, “Het is volbracht.” Zij zag nooit Zijn opstanding uit de doden, triomferend over zonde, dood en hel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar wij hebben dit wel gezien. En nu is Deze, die wij zo goed kennen, weg. Wij wandelen in geloof en niet door aanschouwen. De Ene die wij liefhebben werd weggenomen. Het bruiloftsfeest kwam ten einde. Het is alsof de bruiloftsmars was begonnen en wij door het gangpad naar Hem toeliepen en Hij op het laatste moment verdween. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zullen Wij Minder naar Christus Verlangen dan Anna? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zullen wij minder naar Hem verlangen dan Anna? Maakt het feit dat wij Hem 30 jaar lang bij ons hadden en Zijn Geest hebben, dat ons verlangen nu minder is of meer? Wat een aanklacht tegen onze blindheid als het antwoord luidt: minder. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik zeg, laten wij naar Hem verlangen en naar Hem hunkeren en naar Hem uitzien met een grotere intensiteit dan Anna en Simeon. Zijn wij minder toegewijd dan deze voorchristelijke heiligen? We hebben Zijn heerlijkheid gezien. De heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader. En zullen wij minder hongeren naar Zijn verschijning? Paulus zei dat hij een krans van rechtvaardigheid zou ontvangen samen met allen “die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Timotheus 4:8). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vasten voor de Komst van de Koning &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hebben wij ons leven in de wereld zo gemakkelijk ingericht dat vasten voor het einde van de geschiedenis een haast onmogelijke gedachte is? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe zit het met oudere mensen? Kunnen zij de heerlijkheid van de aanwezigheid van de Koning beter proeven omdat zij er dichterbij zijn? Verandert u dat proeven in een vasten voor de komst van de Koning? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe zit het met de jonge mensen? Houden jullie zoveel van Jezus dat Zijn komst het mooiste is dat jullie je kunnen voorstellen? Of is Hij een soort religieus praatje voor het weekend dat je soms van een slecht geweten afhelpt maar niet iemand die jullie leven moet verstoren? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe zit het met ons die op middelbare leeftijd zijn – of die naar het einde van de middelbare leeftijd toegaan? Hoe vinden wij het als men ons vertelt dat vasten een weerspiegeling kan zijn van hoezeer wij de komst van de bruidegom wensen? Spreekt de hartstocht van Anna ons überhaupt aan? Wensen wij de verschijning van Jezus meer dan de afronding van onze carrière plannen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik geloof dat mijn leven na het vasten van januari 1995 nooit meer hetzelfde zal zijn. Ik heb nu teveel van vasten gezien en het belang van honger naar God, honger naar Zijn Woord, honger naar de veiligheid van de kinderen, honger naar wereldevangelisatie, honger naar de Bruidegom en naar de manier waarop Jezus praat over het uitdrukken van deze honger met vasten – ik heb nu teveel gezien om door te gaan als hiervoor. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat Zullen Wij als Gemeente Doen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De bijbelse discipline van het vasten als gemeente voor ogen houden….. &lt;br /&gt;
*Meer mensen de kans geven om te groeien in dit soort gebed….. &lt;br /&gt;
*Gebruik maken van alles wat God bestemd heeft ter bekrachtiging van voorbede… &lt;br /&gt;
*Onverminderd streven naar opwekking en wereldevangelisatie…….. &lt;br /&gt;
*En ons helpen dag en nacht naar de Bruidegom te verlangen…..&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
…..Ik stel een eenvoudige bediening voor, genaamd de “Vastende Veertig”. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De “Vastende Veertig” is een groep van 40 mensen die een dag per week in een vastgestelde maand in het jaar 1995 vasten. Het kunnen elke maand andere mensen zijn. Of misschien willen sommigen het vaker dan een maand doen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan het eind van elke maand zal ik een kaart laten drukken, de zgn. “Veertig Dagen” kaart en daar 40 kopieën van maken die na de ochtenddienst klaar liggen. Wanneer alle veertig kaarten zijn meegenomen, zullen de “Vastende Veertig” bekend zijn – bij God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is niet het plan om erachter te komen wie de “Vastende Veertig” zijn. Daarmee handelen wij zoals Jezus het leert, namelijk dat wij ervoor waken te vasten om door anderen gezien te worden (Mattheüs 6:16-18). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ik zal proberen elke maand een speciale prediking te houden waarbij de aandacht wordt gericht op de gebeden van de “Vastende Veertig.” Dit zal in een breder kader geplaatst worden zodat ieder die dat wil, kan meedoen met de veertig vastenden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit wat wij vanmorgen gezien hebben, is duidelijk dat u geen crisis in uw leven nodig heeft om op te roepen tot een vasten. Alles wat u nodig heeft, is verlangen naar de komst van de Bruidegom. Heer, vergroot onze liefde voor Uw verschijning!&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Wed, 01 Feb 2012 17:32:10 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Vasten_voor_de_Komst_van_de_Koning</comments>		</item>
		<item>
			<title>Geld, het betaalmiddel van het Christenhedonisme</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Geld,_het_betaalmiddel_van_het_Christenhedonisme</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Info|Money: Currency for Christian Hedonism}}   &amp;lt;br&amp;gt;   Hi David,   Here is your blank page for your translation.&amp;amp;nbsp; Please just delete my note to you on this page...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Info|Money: Currency for Christian Hedonism}} &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hi David, &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Here is your blank page for your translation.&amp;amp;nbsp; Please just delete my note to you on this page...and place your translation here. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thanks so much for all your hard work! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kathy&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Fri, 27 Nov 2009 22:53:27 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:Geld,_het_betaalmiddel_van_het_Christenhedonisme</comments>		</item>
		<item>
			<title>De Grootste Gebeurtenis in de Geschiedenis</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/De_Grootste_Gebeurtenis_in_de_Geschiedenis</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Info|The Greatest Event in History}}   ''Twee Paradoxen bij de Dood van Christus''   Het is niet zo verbazend dat de grootste gebeurtenis in de geschiedenis ingewikk...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Info|The Greatest Event in History}} &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Twee Paradoxen bij de Dood van Christus'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is niet zo verbazend dat de grootste gebeurtenis in de geschiedenis ingewikkeld is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) Jezus Christus was bijvoorbeeld mens en God ineen. Was zijn dood dan de dood van God? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we over de twee naturen van Christus nadenken, zijn goddelijke en zijn menselijke natuur. Vanaf het jaar 451 na Christus is de Chalcedonische definitie van Christus dat hij één persoon is met twee naturen geaccepteerd als de orthodoxe leer van de Schrift. Het Concilie van Chalcedon zei: &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Wij belijden, in navolging van de heilige vaders, één en dezelfde Christus, Zoon, Heer, Eniggeborene, in twee naturen, onvermengd, onveranderd, ongedeeld, ongescheiden; daarbij wordt het onderscheid tussen de naturen in generlei wijze tenietgedaan door de vereniging, maar veeleer de kenmerkende eigenschap van elke natuur bewaard en samengebracht in één persoon en één hypostase, niet alsof Christus is gescheiden of verdeeld in twee personen, maar één en dezelfde Zoon en eniggeboren God, Woord, Heer, Jezus Christus. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
De goddelijke natuur is onsterfelijk (Romeinen 1:23; 1 Timoteüs 1:17). Het kan niet sterven. Dat is onderdeel van het God-zijn. Toen Christus stierf, was het dus zijn menselijke natuur die de dood onderging. Het mysterie van hoe de goddelijke en de menselijke natuur met elkaar verbonden waren toen hij de dood onderging, is niet aan ons geopenbaard. We weten alleen dat Christus stierf en dat hij dezelfde dag nog naar het Paradijs ging (&amp;quot;nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.&amp;quot; Lukas 23:43). Het lijkt er dus op dat er bewustzijn in de dood was, zodat de voortdurende verbinding tussen de menselijke en goddelijke natuur niet onderbroken hoeft te zijn geweest, hoewel Christus, alleen in zijn menselijke natuur, wel stierf. 2) Een ander ingewikkeld onderdeel van Christus´ dood is hoe God de Vader het ervaren heeft. Volgens de gangbare evangelische leer ervoer Christus in zijn dood de vloek van de Vader. &amp;quot;Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’&amp;quot; (Galaten 3:13). Van wie komt die vloek? Je kunt het milder maken door te zeggen: &amp;quot;de vloek van de wet.&amp;quot; Maar de wet is niet een persoon die iemand kan vervloeken. Een vloek is pas een vloek als er iemand is die vervloekt. Degene die vervloekt door de wet is God, die de wet geschreven heeft. Christus ervoer dus, toen hij voor onze zonden en onze breuk met de wet stierf, de vloek van de Vader. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarom zei hij ook: &amp;quot;Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?&amp;quot; (Matteüs 27:46). In de dood van Christus legde God de zonden van zijn volk op hem (Jesaja 53:6). En omdat hij die zonden zo haatte, keerde God zich van zijn met zonden overladen Zoon af en gaf hem op om de volle kracht van de dood en de vloek te ondergaan. De toorn van de Vader werd op hem uitgegoten in plaats van op ons, opdat wij met God verzoend werden (Romeinen 3:25) en zijn toorn van ons weggenomen werd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maar hier komt de paradox. God was het hartgrondig eens met wat de Zoon in dat lijdensuur deed. Het vervulde hem met vreugde. Hij had het zelfs samen met de Zoon voorbereid. Hij had de Godsman Jezus Christus op aarde zo lief, omdat Jezus hem gehoorzaam was door aan het kruis te gaan. Het kruis was Jezus' uiterste daad van gehoorzaamheid en liefde. De Vader was het hartgrondig eens met die gehoorzaamheid en liefde en het vervulde hem met vreugde. Daarom zegt Paulus iets ongelofelijks: &amp;quot;...zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.&amp;quot; (Efeziërs 5:2). De dood van Jezus was een geurige gave voor God. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is nog zo'n heerlijk, ingewikkeld fenomeen. De dood van Christus was de vloek van God en de toorn van God; en toch schiep God er tegelijkertijd behagen in en was het als een zoete geur voor hem. Toen hij zich van zijn Zoon afkeerde, hem overlaadde met onze zonden en hem opgaf om te sterven, vulde de gehoorzaamheid, de liefde en de volmaaktheid van de Zoon hem met vreugde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Laat ons daarom met ontzag en bevende vreugde naar de dood van Jezus Christus kijken, de Zoon van God. Er is geen grotere gebeurtenis in de geschiedenis. Er is niets groters waar wij over kunnen nadenken of wat wij kunnen bewonderen. Blijf hier dichtbij. Al het belangrijke en goede verzamelt zich hier. Het is een wijze, belangrijke en vrolijke plek om te zijn.&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 24 Nov 2009 13:46:10 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:De_Grootste_Gebeurtenis_in_de_Geschiedenis</comments>		</item>
		<item>
			<title>10 Redenen Waarom ik Blij Ben dat de Bijbel Door God Geïnspireerd Is</title>
			<link>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/10_Redenen_Waarom_ik_Blij_Ben_dat_de_Bijbel_Door_God_Ge%C3%AFnspireerd_Is</link>
			<description>&lt;p&gt;Kathyyee: Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Info|10 Reasons Why I Am Thankful for the God-Breathed Bible}}   '''1. De Bijbel doet geloof ontwaken, de bron van alle gehoorzaamheid.'''  &amp;lt;blockquote&amp;gt;Dus door te l...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Info|10 Reasons Why I Am Thankful for the God-Breathed Bible}} &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''1. De Bijbel doet geloof ontwaken, de bron van alle gehoorzaamheid.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is ''de verkondiging van Christus''. (Romeinen 10:17) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''2. De Bijbel bevrijdt mensen van zonde. ''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;U zult de ''waarheid'' kennen, en de ''waarheid'' zal u bevrijden. (Johannes 8:32) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''3. De Bijbel bevrijdt mensen van Satan.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet ''een goede leraar'' zijn en een verdraagzaam mens, en zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen. Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer, zodat zij ''de waarheid leren kennen'' en ontsnappen uit de valstrik van de duivel, die hen levend gevangen heeft genomen en hen dwingt zijn wil te doen. (2 Timoteüs 2:24-26) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''4. De Bijbel heiligt mensen.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Heilig hen dan door de ''waarheid''. Uw woord is de waarheid. (Johannes 17:17) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''5. De Bijbel bevrijdt mensen van verderf en geeft ze een goddelijke natuur.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de ''kennis'' van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan ''de'' goddelijke natuur. (2 Petrus 1:3-4) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''6. De Bijbel is vol van liefde.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid. (Filippenzen 1:9) Het doel van je ''opdracht'' is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprecht geloof. (1Timoteüs 1:5) 7. &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''7. De Bijbel redt.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Neem je in acht, houd je aan ''de leer'' en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren. (1 Timoteüs 4:16)&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Daarom verklaar ik hier op deze dag dat ik voor niemands ondergang verantwoordelijk ben; ik heb immers mijn uiterste best gedaan om u vertrouwd te maken met ''Gods wil''. (Handelingen 20:26-27)&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Ze zullen verloren gaan, want ze hebben de liefde voor de ''waarheid'', die hen had kunnen redden, niet aanvaard. (2 Tessalonicenzen 2:10) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''8. De Bijbel geeft vreugde.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;Dit ''zeg'' ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. (Johannes 15:11) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''9. De Bijbel maakt de Heer bekend.''' &lt;br /&gt;
&amp;lt;blockquote&amp;gt;In de jaren daarna bleef de HEER in Silo verschijnen. Hij maakte zich daar aan Samuel bekend door het woord tot hem te richten. (1 Samuel 3:21) &amp;lt;/blockquote&amp;gt; &lt;br /&gt;
'''10. Daarom is de Bijbel het fundament van mijn vreugdevolle thuis en mijn leven en mijn bediening en mijn hoop op eeuwig leven met God.'''&lt;/div&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 16 Nov 2009 02:01:32 GMT</pubDate>			<dc:creator>Kathyyee</dc:creator>			<comments>http://nl.gospeltranslations.org/wiki/Overleg:10_Redenen_Waarom_ik_Blij_Ben_dat_de_Bijbel_Door_God_Ge%C3%AFnspireerd_Is</comments>		</item>
	</channel>
</rss>