Kleine Groepen Waarom?/Appendix: "Volgens Mij Betekent Het..."

Uit Bijbelse Boeken en Preken

Ga naar:navigatie, zoeken

Verwante bronnen
More Door Walt Russell
Auteur Index
More Over Kleine Groepen
Onderwerp Index
Over deze vertaling
English: Why Small Groups?/Appendix: "What It Means to Me"

© Sovereign Grace Ministries

Share this
Onze Missie
Deze vertaling is van het Evangelie Vertalingen, een online dienst, de evangelie gecentreerde boeken en artikelen vrij verkrijgbaar in elke natie en taal.

Hier meer (English).
Hoe u kunt helpen
Als u goed Engels spreken, kunt u met ons vrijwillig als vertaler.

Hier meer (English).

Door Walt Russell Over Kleine Groepen
Hoofdstuk 10 van het boek

Vertaling door Emmanuel Oliveiro

De wekelijkse Bijbelstudie begon geruststellend voorspelbaar. Na de gebruikelijke taart nam iedereen een kop koffie en nestelde zich in een van de vertrouwde stoelen in de kamer. Charlie, de leider, schraapte zijn keel om aan te geven dat we zouden gaan beginnen. En met genadeloze regelmaat begon hij, zoals elke week, met de vraag: "Goed, wat betekent dit Bijbelgedeelte volgens jullie?"

De discussie volgde het gebruikelijke patroon. Iedereen vertelde wat het desbetreffende Bijbelgedeelte volgens hem of haar betekende, en de groep bereikte de gebruikelijke wekelijkse consensus, in ieder geval over de makkelijkere verzen. Ze wisten echter allemaal wat nog moest komen: weer een krachtmeting tussen tussen Donnell en Maria. Donnell was al jaren christen en de plaatselijke zelfbenoemde theoloog. Om een of andere reden moest hij altijd de degens kruisen met Maria, een relatief jong christen, maar een enthousiaste Bijbelstudente.

Het tafereel herhaalde zich steeds weer als ze moeilijke teksten tegenkwamen. Steeds als een gedeelte tegenstrijdige uitleggingen ontlokte. Dan zou Donnell een stevig pleidooi doen voor de uitleg van zijn vorige voorganger, meestal een beetje geforceerd in de ogen van de groep. Maar het was Maria, die nieuw was en meer recht-toe-recht-aan, die Donnell zou uitdagen. Omdat ze de Bijbel niet zo goed kende, relateerde ze de moeilijke teksten aan haar christelijke ervaring op een manier die in ging tegen Donnell's uitleg. Donnell gooide er dan nóg maar een schepje boven op.

Het duel eindigde meestal doordat Charlie, de leider, of Betty, de plaatselijke vredestichtster, met een "oplossing" kwam voor het geschil. Een van hen zou dan kalm concluderen: "Hier blijkt maar weer dat de manier van Bijbellezen een kwestie is van persoonlijke uitleg en dat een vers voor de een iets heel anders kan betekenen dan voor de ander." Vervolgens gingen alle groepsleden naar huis met een vaag, hol gevoel.

Een recente enquête naar wat Amerikanen geloven bevestigt het bovenstaand scenario: we lopen het risico om een land van relativisten te worden. De enquêtevraag was: "Bestaat er absolute waarheid?" Het is verbazingwekkend, maar 66% van de Amerikaanse volwassenen antwoordde dat ze geloven dat er "niet zo iets is als een absolute waarheid; verschillende mensen kunnen waarheid tegenstrijdig definiëren en toch gelijk hebben." Het aantal stijgt tot 72% als het gaat over de mensen van de leeftijd tussen de 18 en 25 jaar. Voordat we ons bukken om de eerste steen te werpen, zouden wij evangelischen ons moeten afvragen of we in deze kwestie zonder zonde zijn, vooral als het gaat over onze benadering van het interpreteren van de Bijbel. Ik geloof dat we mogelijk onbewust bijdragen aan de wijdverbreide ziekte van het relativistisch denken. Jawel, mogelijk dragen onze grote onderwijsinstituten, zondagschool, Bijbelschool en de preek, bij aan het verspreiden van deze ziekte.

EEN MONDVOL VERWARRENDE SIGNALEN

"Wat betekent dit vers volgens jou?" Het is ontluisterend hoe vaak we dit cliché in onze Bijbelstudies en zondagschoolklassen gebruiken om aan te geven dat we beginnen met interpreteren van de Bijbel. Deze vraag kan echter een mondvol verwarrende signalen uitzenden.

Allereerst verwart het de "betekenis" van een gedeelte met het "belang" van een gedeelte. In zijn boek "Validity in interpretation" (geldigheid in interpretatie) maakt literair criticus E.D. Hirsch dit op treffende wijze duidelijk. Hirsch stelt dat "betekenis datgene is wat door een tekst wordt weergegeven; het is wat de schrijver bedoeld heeft… Belang, aan de andere kant, duidt op een relatie tussen die betekenis en een persoon, een opvatting, of een situatie of, inderdaad, alles wat je je maar kunt voorstellen."

De betekenis van een tekst verandert nooit. Ons eerste doel is om dit vaststaand feit te ontdekken. Het belang van de tekst voor mij en anderen is daarentegen zeer veranderlijk en flexibel.

Door deze twee aspecten van het interpretatieve proces door elkaar te halen, benaderen wij evangelischen de Bijbel met een uitlegkundig relativisme. Als het het één voor jou betekent en iets anders, tegenstrijdigs voor mij, dan hebben we geen uiteindelijk rechtsgrond. We zullen nooit de "enige juiste uitleg" kunnen vaststellen of beoordelen. Onze taal en benadering suggereren juist dat er niet zoiets bestaat.

“De betekenis van een tekst

verandert nooit. Ons eerste doel is om dit vaststaand feit te ontdekken. Het belang van de tekst voor mij en anderen is daarentegen zeer veranderlijk

en flexibel. “


In conservatieve christelijke kringen heeft dit er helaas toe geleid dat men de autoriteit van God toekent aan de meest krachtige sprekers van het Woord in plaats van aan het Woord zelf. Dit verklaart ook Donnell's beroep op "mijn voorganger zegt".

Ten tweede reflecteert de vraag "wat betekent dit gedeelte volgens jou?" een koersverandering in het vaststellen van betekenis die de afgelopen eeuw in literaire kringen rondging. De klassieke benadering was om zich te richten op de auteur en zijn of haar historische en (later) emotionele context. In het begin van de twintigste eeuw is de nadruk verschoven naar de tekst en verloren de auteurs hun speciale recht om uit te leggen wat hun teksten betekenen. De tekst begint zogezegd een eigen leven te leiden los van de auteur.

Deze koersverandering is echter niet gestopt bij de tekst. Het zwaartepunt voor het vaststellen van de betekenis is nu verschoven naar de uitlegger. De lezer "creëert betekenis" om het zo te zeggen.

Op deze manier is "uitleggen" niet meer "het ontdekken van absolute waarheden van Gods woord", maar "het winnen van anderen voor wat de tekst volgens ons betekent", omdat ons systeem intrinsiek het meest samenhangend is en hetmeest bevredigend. Het beste waarop we kunnen hopen is om anderen te overtuigen om zich bij onze uitlegkundige clan aan te sluiten, tot het moment dat er een uitleg voorbij komt die nog meer samenhangend is en aan onze behoefte voldoet.

In wetenschappelijke kringen is deze nadruk op het creëren van betekenis breed geëtiketteerd als "lezersgerichte literatuurwetenschap" (reader-response criticism/RRC). Dit heeft een enorme invloed gehad op vele disciplines, zowel binnen de universiteitgemeenschap als in de bredere maatschappij, van het interpreteren van literatuur tot het interpreteren van de Amerikaanse grondwet.

RELATIVISME VERMIJDEN

Wat kunnen we doen om relativisme te vermijden?

Allereerst is het nodig dat we ons taalgebruik herzien als we het over de Bijbel hebben. Als je over de betekenis van een tekst wilt praten, vraag dan: "Wat betekent deze tekst of dit gedeelte?" Als je het belang wilt bespreken, vraag dan: "Wat is het belang of wat is de relevantie van deze tekst voor jou?"

In de tweede plaats is het nodig dat we een onderscheid aanbrengen tussen onze emotionele houding (verdraagzaam en begripvol) en onze kijk op de waarheid (iets absoluuts, dat vastgesteld kan worden). We zijn begripvol, maar voorkomen dat we teveel "heilige huisjes" neer moeten halen. Voor het vaststellen van de juiste betekenis is hard interpretatiewerk nodig. Wanneer er onenigheid ontstaat, is de verleiding groot om je terug te trekken uit het harde werk onder het mom van verdraagzaamheid en begrip. In plaats daarvan zouden we op een liefdevolle manier het belang moeten onderstrepen van het feit dat maar een van de verschillende, tegenstrijdige interpretaties de juiste kan zijn. Deze juiste interpretatie kan als de meest logische vastgesteld worden door in de eerste plaats te redeneren vanuit het hoofdthema van de directe context waarin het Bijbelgedeelte staat. Als Bijbelleraren staan we onder constante druk om direct een toepassing te geven. Daardoor zijn we voortdurend in de verleiding om het vaststellen van de betekenis van een Bijbelse tekst van over te slaan en snel door te gaan naar de persoonlijke relevantie van een tekst. We zouden onszelf moeten afvragen: "Wanneer was de laatste keer dat we tijdens het onderwijzen van een Bijbelgedeelte tijd hebben genomen om de context vast te stellen?" Dergelijk werk zal een deel van ons onderwijstijd in beslag nemen, en het is moeilijk om de historische of literaire context te laten "spetteren". De uitdaging is dan ook om het leven en de vragen van mensen in een andere setting net zo interessant te maken als dat van onszelf.

“Het is nodig dat we een onderscheid aanbrengen

tussen onze emotionele houding (verdraagzaam en begripvol) en onze kijk op de waarheid (iets absoluuts, dat vastgesteld kan worden)…. Wanneer er onenigheid ontstaat, is de verleiding groot om je terug te trekken uit het harde werk onder het mom van verdraagzaamheid en begrip. In plaats daarvan zouden we op een liefdevolle manier het belang moeten onderstrepen van het feit dat maar een van de verschillende, tegenstrijdige interpretaties de

juiste kan zijn. “


Velen van ons hebben geen zin om de literaire context van een gedeelte vast te stellen door na te gaan wat de hoofdboodschap van het desbetreffend Bijbelboek is. Of we laten na om de historische context vast te stellen door achtergrond informatie op te zoeken in een Bijbels woordenboek, een Bijbelencyclopedie of een goed commentaar. Waarom? Omdat we niet de steeds toenemende waarde zien van het vaststellen van de historische en literaire context van een Bijbelgedeelte. Door te geloven dat de Bijbel zich direct tot ons richt, negeren we het feit dat de Bijbel onze noden aanspreekt door de historische en literaire context van mensen uit de Bijbel.

Maar de beloning voor dergelijke arbeid is dat we de beheersing en bescherming hebben van de originele context die de Heilige Geest gebruikte toen hij het Bijbelgedeelte inspireerde. Het ontbreken van dergelijke arbeid verhoogt de kans dat we met verkeerde betekenis, verkeerde nadruk en verkeerde toepassing op de proppen komen. Het kan zelfs de kracht van de Heilige Geest in ons onderwijs over het Bijbelgedeelte ondermijnen.

Door ons te richten op de gevoelde noden van de toehoorders is de kans groot dat we opgezadeld worden met een grote nood, waar (wanhopig) een Bijbeltekst bij gezocht dient te worden. De huidige nadruk op kortere thematische preken en thematische Bijbelstudies kan dit relativisme in het toepassen ongewild voeden. De gemaakte fout is fundamenteel: we verhogen de context van de luisteraar boven die van de Bijbel. In plaats van de dynamische spanning tussen de Bijbelse context en onze huidige context te bewaren, gaan we er van uit dat onze huidige context de belangrijkste is.

Deze manier van denken is gevaarlijker dan we veronderstellen. Het gaat uit van een existentieel[1] en humanistisch[2] wereldbeeld. Daardoor is het ieders persoonlijke last om enige zin uit het leven te destilleren door het maken van persoonlijke keuzes. Als we dit wereldbeeld onbedoeld voorschotelen, zullen God en zijn Woord beperkt worden tot behulpzame zaken op het keuzemenu van opties die vervulling brengen in het leven.

Het zou veel beter zijn om een beroep te doen op een echte gevoelde nood om vervolgens het bijbehorend wereldbeeld ter discussie te stellen. Het is nodig dat we onze culturele context, een existentieel en humanistisch wereldbeeld, confronteren met de Bijbelse context, een historisch en Godgericht wereldbeeld. Uit hun verband getrokken Bijbelteksten geven deze confrontatie zelden of nooit. Hele alinea's besproken in het licht van de bredere boodschap voldoen veel beter. Het strooien van verzen in thematische preken of het aanstippen ervan aan het eind van een themastudie wijst de luisteraar niet op de God van de tekst, maar op de leraar van de tekst. Dit is in het bijzonder het geval met babyboomers, die hebben de neiging om meer persoonsgericht te zijn dan autoriteitgericht.

ONZE NODEN ZIJN NIET VOLDOENDE

Om een voorbeeld te geven van hoe dit werkt maken we een opzetje voor een 4-delige Bijbelstudieserie die in het teken staat van de sterke drang naar geluk die Amerikanen hebben. Je kunt je misschien herinneren dat Paulus’ brief aan de Filippenzen over "vreugde" en "verheugen" gaat.

Een oppervlakkige blik bevestigt de aanwezigheid van deze woorden. We hebben reeds vastgesteld wat de algemene beoogde nood is (honger naar geluk) en we hebben al aangenomen wat de algemene conclusie is (God komt onze honger naar geluk tegemoet). We hoeven alleen nog maar te kijken naar interessante en specifieke Bijbelteksten die de beoogde nood en onze conclusie met elkaar verbinden. Tot zover is er niets aan de hand. Maar hier raken we van de wal in de sloot.

We besluiten eerst hoeveel tijd en energie we zullen steken in het uitzoeken van de historische, culturele en literaire achtergrond van de brief aan de Filippenzen. Daar draaien we ons hand niet voor om: Waar geluk en vreugde komen door het kennen van Jezus en hoe we kunnen lofprijzen onder alle omstandigheden.

Een 4-delige serie zou er dan als volgt uit kunnen zien:

We hebben hier een Bijbelverklarende serie met enige mate van continuïteit doordat we één Bijbelboek gebruiken (om de ouderen in de gemeente een plezier te doen). We richten ons op belangrijke emotionele noden van zowel christenen als niet-christenen in onze cultuur (om de babyboomers een plezier te doen). En we richten ons op een aantal sleutelzaken waarmee mensen geconfronteerd worden (om generatie X een plezier te doen).

Maar in plaats van moeite te doen om de historische en literaire context van de brief te onderzoeken, gaan we de fout in door aan te nemen dat onze context de hoofdcontext is van het verhaal. Daardoor verdraaien we de betekenis van deze vier gedeeltes.

“Door ons te richten op de gevoelde noden van de

toehoorders is de kans groot dat we opgezadeld worden met een grote nood, waar (wanhopig) een Bijbeltekst bij gezocht dient te worden… De gemaakte fout is fundamenteel: we verhogen de context van de luisteraar boven die van de Bijbel. In plaats van de dynamische spanning tussen de Bijbelse context en onze huidige context te bewaren, gaan we er van uit

dat onze huidige context de belangrijkste is.”


Zo gaat het existentiële perspectief er bijvoorbeeld vanuit dat geluk of blijdschap het doel is. We verdraaien ook Paulus’ begrip van het evangelie in de Filippenzenbrief als we deze brief vanuit een gelukgericht perspectief benaderen. Als persoonlijke vreugde en vrede onze primaire doelen zijn, dan wordt het evangelie gereduceerd tot het Godgegeven middel om dergelijke vervulling te bereiken. Het wordt een existentiële alleslijm.

Maar in het Bijbels perspectief is vreugde een bijproduct van het betrokken zijn bij de goede zaak van het evangelie. Door het woord evangelie dat Paulus acht keer gebruikt in de Filippenzenbrief te verklaren in de oorspronkelijke literaire en historische context, zien we dat het evangelie iets was waaraan de Filippenzen hun bijdrage leverde en waarin Euodia en Syntyche deelden in de strijd van Paulus (4:2-3). Het evangelie was iets wat Paulus verdedigde en bevestigde (1:7), iets wat maatgevend was voor het doen en laten van de Filippenzen in hun streven naar het geloof wat erbij hoorde (1:27). Grappig genoeg bleek Paulus’ actuele lijden juist in grote mate bij te dragen aan de verspreiding van het evangelie (1:12) en ook Timoteüs’ hulp aan Paulus droeg hier aan bij (2:22).

"Het evangelie is niet iets dat alleen voor onze vooruitgang en persoonlijke vervulling bestaat (alhoewel dit er wel bij hoort). Integendeel, wij moeten onszelf geven voor de voortgang van het evangelie en de vervulling ervan. Het evangelie is Gods plan om de hele wereld te zegenen. We krijgen dit inzicht alleen maar door ons te verdiepen in de culturele, historische en literaire context van de Filippenzen. Het vraagt van ons dat we belangrijke tijd-, cultuur- en taalkloven overbruggen. Is het niet juist daarom dat God de gemeente Geestvervulde leraren heeft gegeven die hun voordeel kunnen doen met de schaamteloze overvloed aan Bijbelstudiegereedschappen en -hulpmiddelen?

"Het evangelie is niet iets dat alleen voor onze vooruitgang en persoonlijke vervulling

bestaat (alhoewel dit er wel bij hoort). Integendeel, wij moeten onszelf geven

voor de voortgang van het evangelie en de vervulling ervan."


Een kort bezoek aan een goede christelijke boekwinkel zal het feit dat geen andere generatie in de geschiedenis van de kerk met zo'n duizelingwekkend scala aan Bijbelstudiehulpmiddelen is gezegend snel bevestigen. Onze grootste vijand is niet een gebrek aan hulpmiddelen, maar het gebrek aan het begrip van hun noodzaak.

Het is nodig dat we de oorspronkelijke historische en literaire context van Bijbelgedeeltes vaststellen. Wanneer dit werk eenmaal gedaan is, dan pas kunnen we verder met het vaststellen van de noden die een gedeelte aanspreekt. Maar de tekst, en niet ons eigenbelang, bepaalt in de eerste plaats de focus. Wie deze taak negeert, loopt het risico om af te glijden naar relativisme. En dan is er nog maar weinig bescherming door de context in dit "Wat-het-volgens-mij-betekent-land" en waarschijnlijk blijft er nog veel minder van Gods stem over.

Walt Russell is professor Nieuw Testamentische taal en literatuur aan de Talbot School of Theology van de universiteit van Biola (La Mirada, Californie). Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 26 oktober 1992 in het tijdschrift "Christianity Today". Gebruikt met toestemming van de auteur.

  1. Het existentialisme is een filosofische beweging die wordt gekarakteriseerd door een benadrukking van individualiteit, individuele vrijheid, en subjectiviteit
  2. Mensgericht. Onder humanisme wordt een hedendaagse levensbeschouwing verstaan die de mens centraal stelt en uitgaat van de waarde van de mens (Latijn: humanus = 'menselijk')