Waarom openbarend preken God bijzonder vereerd
Uit Bijbelse Boeken en Preken
Door John Piper
Over Prediking en Lesgeven
Een deel van de Together for the Gospel Conference-serie
Vertaling door Bert Dijkhoff
U kunt ons helpen door de herziening van deze vertaling voor de nauwkeurigheid. Hier meer (English).
2006 Samen voor het Evangelie-conferentiea
Deze boodschap bestaat uit vier onderdelen. Eerst ga ik het hebben over het type prediking dat ik graag door God groot gemaakt zie worden in onze moderne tijd – het type dat is gevormd door het belang van de glorie van God. Als tweede wil ik proberen een beschrijving te geven van de glorie van God, die het preken zeer beïnvloedt. Als derde wil ik mijn Bijbels inzicht geven, over hoe mensen ontwaken voor zijn glorie en veranderen door zijn glorie. Afsluitend zal ik uitleggen hoe dit allemaal oproept tot een type prediking dat ik openbarende verheerlijking noem.
Inhoud |
Beschouwing van het type prediking voortgebracht door het belang van Gods glorie
George Whitefieldb geloofde in de prediking en besteedde er zijn leven aan. Dankzij zulke prediking heeft God groots reddingswerk gedaan aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Zijn biograaf, Arnold Dallimore, schreef in de kroniek het verbluffend effect dat Whitefields preekstijl had in het Brittannië en Amerika van de achttiende eeuw. Het kwam neer als regen op het dorre land en liet de woestijn ontspringen met de bloemen der gerechtigheid. Dallimore sloeg zijn ogen op van de omgevormde woestijn van Whitefields tijd en drukte zijn verlangen uit dat God dit nogmaals zal doen. Hij schreeuwt om een nieuwe generatie predikanten die zijn zoals Whitefield. Zijn woorden helpen me uit te drukken wat ik wens voor de komende generatie predikanten in Amerika en over de hele wereld. Hij zei:
Ja … dat we het machtig Hoofd van de Kerk weer mogen zien … die voor Hemzelf specifieke jonge mannen voortbrengt, die Hij moge gebruiken voor deze eervolle dienst. En wat voor soort mannen zullen dit zijn? Mannen die goed thuis zijn in de Schriften, wiens levens worden overheerst door een besef van de grootsheid, de majesteit en heiligheid van God, en van wie de geesten en harten schitteren met de grote waarheden van de genadeleer. Ze zullen mannen zijn die hebben geleerd wat het is om voor jezelf te sterven, voor menselijke doelen en persoonlijke ambities; mannen die bereid zijn om “dwazen omwille van Christus” te zijn, die schande en onwaarheden zullen verdragen, die zullen zwoegen en lijden, en wiens hoogste verlangen niet is om aardse erkenning te winnen maar om de goedkeuring van de Meester te verkrijgen wanneer ze verschijnen voor Zijn indrukwekkende rechterlijke stoel. Ze zullen mannen zijn die zullen preken met gebroken harten en betraande ogen, en over wiens evangelische diensten God een uitzonderlijke uitstorting van de Heilige Geest toekent, en die getuigen zullen zijn van ‘tekenen en wonderen die het gevolg zijn’ van de transformatie van talrijke mensenlevens.[1]
Goed thuis in de Schriften, schitteren met grote waarheden van de genadeleer, voor jezelf sterven, bereid te zwoegen en te lijden, onverschillig voor erkenning door de mens, gebroken door de zonde, en overheerst door een besef van de grootsheid, de majesteit en heiligheid van God. Dallimore geloofde, net als Whitefield, dat preken de verkondiging is van Gods woord vanuit zo’n soort hart. Preken is geen gesprek. Preken is geen discussie. Preken is geen alledaags praatje over religieuze dingen. Preken is geen regulier onderwijs. Preken is de verkondiging van een boodschap die doordrongen is van het besef van Gods grootsheid, majesteit en heiligheid. Het thema kan van alles onder de zon zijn maar het wordt altijd gebracht in het volle licht van Gods grootsheid en majesteit in zijn woord. Dat was de manier waarop Whitefield predikte.
In de vorige eeuw representeerde niemand deze zienswijze beter dan Martyn Lloyd-Jones die de Westminster Chapel in Londen 30 jaar lang diende. Toen J.I. Packer een twintigjarige student was, hoorde hij Lloyd-Jones elke zondagavond in Londen preken gedurende het schooljaar 1948-1949. Hij zei dat hij “nooit eerder zo’n preekstijl had gehoord.” (Dat is waarom veel mensen zoveel kleinerende en domme dingen zeggen over preken – ze hebben nog nooit een echte preek gehoord. Ze hebben geen basis voor een oordeel over het nut van echte prediking.) Packer zei dat het tot hem kwam “met de kracht van een elektrische schok, wat … meer gevoel voor God bracht dan welk ander mens” die hij heeft gekend, is gelukt.[2] Dat is wat Whitefield betekende. Oh, dat God jonge predikanten voortbrengt, die hun toehoorders achterlaten met een spirituele uitbarsting vol besef van God – enige bewustwording van het oneindige belang van het wezen van God.
Dat is wat ik wens voor het heden – en voor u. Dat God duizenden predikanten zal voortbrengen, die verscheurt van hart zijn, vol van de Bijbel, die overheerst worden door een besef van Gods grootheid, majesteit en heiligheid die geopenbaard zijn in het evangelie van Christus, de gekruisigde en opgestane, die regeert met absolute macht over elke natie, elk leger, elke valse religie, elke terrorist, elke tsunami, elke kankercel en elk sterrenstelsel van het heelal.
God heeft het kruis van Christus niet bestemd of de poel van vuur[3] niet geschapen om te vertellen hoe onbelangrijk het bagatelliseren van zijn glorie is. De dood van de Zoon van God en de verdoemenis van de niet-bekeerde mensen zijn de luidste schreeuwen onder de hemel, dat God oneindig heilig is, en zonde oneindig kwetsend, en toorn oneindig rechtvaardig, en genade oneindig waardevol, en ons korte leven – en het leven van eenieder in uw kerk en in uw gemeente – leidt naar eeuwige vreugde of eeuwig lijden. Als onze prediking niet het belang hiervan overbrengt aan onze mensen, wat dan wel? Veggie Tales? Radio? Televisie? Discussiegroepen? Onverwachte gesprekken?
God plande dat zijn Zoon werd gekruisigd (Openbaring 13:8; 2 Timotheüs 1:9) en dat de hel vreselijk zal zijn (Mattheüs 25:41) zodat we zo duidelijk mogelijke getuigenissen hebben van wat er op het spel staat wanneer we preken. Wat preken zijn ernst geeft is dat de mantel van de predikant doordrenkt is met het bloed van Jezus en geschroeid is door het vuur van de hel. Dat is de mantel die gewone sprekers verandert in predikanten. Toch tragisch dat sommige van de meest prominente evangelische stemmen van tegenwoordig, de verschrikking van het kruis en de horror van de hel afzwakken – het ene is ontdaan van zijn macht om onze straf te dragen en het andere is ontmythologiseerd tot jezelf wegcijferen en de sociale ellende van deze wereld. [4]
Oh, dat de opkomende generaties moge zien dat de wereld niet bepaald overspoeld wordt door een gevoel van ernst ten aanzien van God. Er is in de kerk geen surplus aan besef van Gods glorie. Er is in de kerk geen overschot aan serieusheid ten aanzien van hemel, hel, zonde en redding. En daarom is de vreugde van vele christenen flinterdun. Met miljoenen vermaken mensen zichzelf suf met dvd’s, en 107-inch televisieschermen, games op hun mobieltjes en belachelijke kerkdiensten, terwijl de woordvoerders van een grote wereldreligie brieven aan het Westen schrijven in grote publicaties met de boodschap: “Het eerste waartoe we u oproepen, is de islam … Het is de religie van het opleggen van het goede en verbieden van het kwaad met de hand, tong en hart. Het is de religie van jihad op de manier van Allah zodat Allahs Woord en religie met oppermacht heersen.” [5] En dan zegenen deze woordvoerders in het openbaar zelfmoordterroristen die kinderen opblazen voor falafelwinkels en dit de weg naar het paradijs noemen. Dat is de wereld waarin we preken.
Het is toch onbegrijpelijk, in dit Christus-kleinerend, ziel-vernietigend tijdperk zijn boeken, seminars, theologische opleidingen en experts in groei van de kerk erop uit om tegen jonge predikanten te zeggen: “Ga schitteren.” “Wordt grappig.” “Doe iets amusants.” Daartegenover stel ik de vraag, Waar is de geest van Jezus? “Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden” (Mattheüs 16:24-25).c “Als je rechteroog je ten val brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt” (Mattheüs 5:29). “Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn” (Lucas 14:33). “Wie Mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zussen, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn” (Lucas 14:26). “Volg Mij en laat de doden hun doden begraven” (Mattheüs 8:22). “Wie van jullie de eerste wil zijn, moet slaaf van de anderen zijn” (Marcus 10:44). “Dan kun je beter bang zijn voor Hem die beide, ziel en lichaam, kan laten omkomen in de Gehenna” (Mattheüs 10:28). “Ze zullen sommigen van jullie ter dood laten brengen ... Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan. Red je leven door standvastigheid!” (Lucas 21:16-19).
Zou voor de groei van de kerk het advies aan Jezus zijn: “Ga schitteren, Jezus. Doe iets grappigs.” En tegen jonge predikanten: “Wat je ook doet, jonge predikant, wees niet als de Jezus van de Evangeliën. Ga schitteren.” Vanuit mijn gezichtspunt, dat tegenwoordig bijna voelt als vanuit de eeuwigheid, klinkt die boodschap aan predikanten in toenemende mate idioot.
Een schets van de glorie van God
Wat u gelooft over de noodzaak van de prediking en het karakter van de prediking wordt bepaald door uw besef van de grootheid en de glorie van God, en door hoe u denkt dat mensen bewust worden van deze glorie en voor deze glorie gaan leven. Dus het volgend onderdeel laat een schets van de glorie van God zien, en het derde onderdeel zal gaan over hoe mensen bewust worden van deze glorie en er door worden veranderd.
In de Bijbel, van het begin tot het einde, bestaat er niets hogers in de geest en het hart van God dan de glorie van God – de schoonheid van God, de uitstraling van zijn veelvoudige perfecties. Op elk punt in Gods onthulde actie, waar hij het einddoel van die actie duidelijk maakt, is het doel altijd hetzelfde: om zijn glorie hoog te houden en te laten zien.
- Hij heeft ons voorbestemd voor zijn glorie (Efeziërs 1:6).
- Hij schiep ons voor zijn glorie (Jesaja 43:7).
- Hij koos Israël voor zijn glorie (Jeremia 13:11).
- Hij redde zijn volk uit Egypte tot eer van zijn naam (Psalm 106:8).
- Hij redde hen uit de verbanning voor zijn glorie (Jesaja 48:9-11).
- Hij zond Christus naar de wereld zodat niet-Joden God zouden prijzen om zijn glorie (Romeinen 15:9).
- Hij draagt zijn volk op, of ze nou eten of drinken, alles te doen voor zijn eer (1 Korintiërs 10:31).
- Hij zal Jezus een tweede keer sturen zodat alle verlosten zijn glorie zullen bewonderen (2 Thessalonicenzen 1:9-10).
Daarom is de missie van de kerk: “Maak aan alle volken zijn majesteit bekend, aan alle naties zijn wonderdaden” (Psalm 96:3).
Deze en nog honderd andere passages brengen ons terug bij de ultieme loyaliteit van God. Niets beïnvloedt prediking zo diepgaand dan bijna sprakeloos geslagen te zijn – bijna – door de passie van God voor de glorie van God. Wat duidelijk wordt met de hele reeks aan Bijbelse openbaringen is dat Gods ultieme loyaliteit bestaat uit zichzelf perfect kennen, eindeloos van zichzelf houden en deze ervaring zoveel als mogelijk delen met zijn volk. Boven elke daad van God wappert de vlag: “Omwille van mijzelf doe Ik dit, omwille van mijzelf, want hoe zou mijn naam ontwijd kunnen worden! Ik deel mijn majesteit niet met een ander” (Jesaja 48:11; vergelijk 42:8).
In alle eeuwigheid heeft de altijd bestaande, onveranderbare, altijd perfecte God zichzelf gekend en hield hij van wat hij kende. Hij heeft altijd zijn schoonheid gezien en heeft altijd gewaardeerd wat hij ziet. Zijn inzicht in zijn eigen bestaan is vlekkeloos en zijn uitbundigheid in daarvan genieten, is oneindig. Hij heeft geen behoeftes want hij heeft geen gebreken. Hij heeft geen neigingen naar het kwaad want hij heeft geen imperfecties die hem zouden kunnen verleiden verkeerde dingen te doen. Hij is daarom het heiligste en gelukkigste wezen dat er is of dat men zich kan voorstellen. We kunnen ons geen grotere blijdschap voorstellen dan dat van oneindige macht om oneindig gelukkig te zijn met oneindige schoonheid in de persoonlijke vriendschap van de Drievuldigheid.
Het delen van deze ervaring – de ervaring zijn glorie te kennen en ervan te genieten – is de reden waarom God de wereld schiep. Hij zou zorgen dat we hem kennen en hem waarderen op de manier waarop hij zichzelf kent en de manier waarop hij van zichzelf geniet. Inderdaad is het zijn doel om de kennis die hij van zichzelf heeft en het plezier dat hij van zichzelf heeft, onze kennis en plezier worden zodat we hem kennen via zijn eigen kennis en hem waarderen met zijn eigen vreugde. Dit is het einddoel van Jezus’ gebed in Johannes 17:26 waar hij zijn Vader vraagt: “dat de liefde waarmee U Mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.” De Vaders kennis van en vreugde in “de uitstraling van zijn glorie” – afkomstig van wiens naam Jezus Christus is (Hebreeën 1:3) – zal in ons zijn omdat Jezus in ons is.
En als je vraagt, Hoe verhoudt Gods doel om te delen in deze ervaring (van hemzelf kennen en van hem genieten) zich tot de liefde van God, is het antwoord: Zijn doel om die ervaring te delen is de liefde van God. Gods liefde is zijn toewijding om de kennis en vreugde over zijn glorie met ons te delen. Als Johannes zegt dat God liefde is (1 Johannes 4:8, 16) bedoelt hij dat het Gods aard is om de vreugde over zijn glorie te delen, zelfs al kost dit het leven van zijn Zoon.
Dit betekent dat Gods doel om zijn glorie te laten zien en onze vreugde over die glorie, in perfecte harmonie zijn. U vereert niet ten volle wat u geen vreugde brengt. God is niet volledig verheerlijkt met slechts bekend zijn; hij is verheerlijkt door zo intens bekend te zijn en genoten te worden dat onze levens een weergave worden van zijn waarde.
Jezus zei twee dingen ter benadrukking van zijn rol in het geven van kennis en vreugde over God. Hij zei: “Niemand kent de Vader behalve de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren” (Mattheüs 11:27). En hij zei: “Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn” (Johannes 15:11). Met andere woorden, we kennen de Vader met de kennis van de Zoon, en we genieten van de Vader met de vreugde van de Zoon. Jezus heeft ons deelgenoot gemaakt van zijn eigen kennis over God en zijn eigen vreugde over God.
De manier waarop dit zichtbaar wordt in de wereld is in hoofdzaak niet via gepassioneerde gezamenlijke erediensten op zondagmorgen – hoe waardevol die momenten ook zijn – maar via de veranderingen die het in onze levens veroorzaakt. Jezus zei: “Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede daden kunnen zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel” (Mattheüs 5:16). Het licht dat dwars door onze daden schijnt en ervoor zorgt dat mensen God zien, niet ons, is de allesbevredigende waarde van zijn glorie.
Het werkt ongeveer als volgt: Als de glorie van God de schat van onze levens is, zullen we geen schatten op aarde vergaren maar deze besteden aan de verspreiding van zijn glorie. We zullen niet begeren maar overstromen van vrijgevigheid. We zullen niet verlangen naar lof van de medemens maar onszelf vergeten in het prijzen van God. We zullen niet overmand worden door zondige, sensuele pleziertjes maar de wortel ervan afkappen met de kracht van een hogere belofte. We zullen geen gekwetst ego verzorgen of wrok koesteren of een wraakzuchtige geest, maar onze kwestie in Gods handen leggen en hen zegenen die ons haten. Elke zonde vloeit voort uit onvermogen om de glorie van God te waarderen boven alle dingen. Daarom bestaat een essentiële, zichtbare manier om de waarheid en waarde van de glorie van God te laten zien, uit de bescheiden, opofferende, dienende levens die alleen stromen vanuit de bron van Gods allesbevredigende glorie.
Hoe mensen ontwaken door zijn glorie en erdoor worden veranderd
We richten ons nu op de vraag hoe mensen ontwaken voor de glorie van God en erdoor worden veranderd. Een essentieel onderdeel van het antwoord wordt gegeven door de apostel Paulus in 2 Korintiërs 3:18-4:6. Hij zegt: “Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer weerspiegeld zien, zullen door de Geest van de Heer meer en meer naar de luister van dat beeld worden veranderd.” In aanschouw van de glorie van de Heer veranderen we van het ene niveau van glorie naar het andere. Dat is Gods manier om mensen te veranderen in de weerspiegeling van zijn Zoon zodat ze de glorie van de Heer weergeven. Om te veranderen op de manier die God verheerlijkt, richten we onze aandacht op de glorie van de Heer.[6]
Hoe gebeurt dat? (En hier komen we zeer dicht bij de gevolgen voor de prediking.) Paulus legt in 2 Korintiërs 4:3-4 uit hoe we de glorie van de Heer aanschouwen.
Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan: de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze werelden zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien [hier staat de vervulling van 2 Korintiërs 3:18], de luister van Christus, die het beeld van God is.
We zien de glorie van de Heer het duidelijkst en grootst in het evangelie. Zozeer dat Paulus dit “het licht van het evangelie van Christus” noemt. Dat betekent – en dit heeft enorme gevolgen voor het preken – dat we in dit systeem de glorie van de Heer niet naar believen direct kunnen zien wanneer hij naar de wolken terugkeert, we zien deze glorie het duidelijkst in zijn woord. Het evangelie is een woordelijk bericht. Paradoxaal genoegd worden woorden gehoord en wordt glorie gezien. Daarom zegt Paulus dat we de glorie van Christus vooral zien, niet met onze ogen maar met onze oren. “Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus” (Romeinen 10:17), want de glorie van Christus zien komt dankzij het horen, en wat gehoord wordt, is het evangelie van Christus.
Bedenk eens hoe dit werd betoogd in het leven van de profeet Samuel. In de tijd van Samuel zag men de Heer niet regelmatig (1 Samuel 3:1) – net als vandaag de dag nu er schaarste is aan het zien en proeven van de glorie van God. Maar toen zond God een nieuwe profeet. En hoe verscheen God voor hem? Op dezelfde wijze als hij voor u en uw mensen zal verschijnen. 1 Samuel 3:21: “In de jaren daarna bleef de HEER in Silo verschijnen. Hij maakte zich daar aan Samuel bekend door het woord tot hem te richten.” Hij maakt zich bekend door het woord. Zo zullen onze mensen de glorie van de Heer zien en veranderd worden in het soort mensen dat zijn glorie bekend maakt. En Paulus vertelt ons nu dat het woord dat de glorie van God het duidelijkst en essentieelst bekend maakt, het evangelie is (2 Korintiërs 4:4).
De indirecte oproep tot openbarende verheerlijking
Dat brengt me uiteindelijk tot het afsluitend punt over prediking als openbarende verheerlijking. Als het Gods doel is dat wij zijn glorie in de wereld laten zien, en als we het tonen omdat we veranderd zijn door het te kennen en te waarderen, en als we het kennen en het waarderen door de glorie van de Heer te aanschouwen, en als we deze glorie het duidelijkst en essentieelst aanschouwen in het evangelie van de glorie van Christus, en als het evangelie een woordelijke boodschap aan de wereld is, dan is wat daaruit volgt dat God wil dat predikanten deze woorden openbaren en verheerlijken – dat is wat ik noem: openbarende verheerlijking.
Elk woord telt. Het is openbarend want in het evangelie zit zoveel dat erom schreeuwt te worden geopenbaard (geopend, onthuld, toegelicht, verhelderd, uitgelegd, getoond). We zien dit als we ons richten op vijf essentiële dimensies van de evangelische boodschap.
- Het evangelie is een boodschap over historische gebeurtenissen: het leven, de dood en opstanding van Christus – wat ons oproept om ze te openbaren met grondige uitleg van de teksten.
- Het evangelie is een boodschap over wat deze gebeurtenissen presteerden voordat we maar iets ervoeren of zelfs maar bestonden: de voltooiing van perfecte gehoorzaamheid, de betaling voor onze zonden, de intrekking van de toorn van God, de installatie van Jezus als de gekruisigde, opgestane Messias en koning van het universum, de ontwapening van de vorsten en autoriteiten, de vernietiging van de dood – dit alles roept ons op om ze te openbaren met grondige uitleg van de teksten.
- Het evangelie is een boodschap over de overdracht van deze prestaties van Christus aan individuele personen via onze vereniging met Christus door uitsluitend het geloof ongeacht onze daden – wat ons oproept om onze mensen de aard en de dynamiek van het geloof te openbaren door uitleg van vele teksten.
- Het evangelie is een boodschap over de goede dingen die nu ook voor ons opgaan omdat de prestaties aan het kruis op ons via Christus zijn toegepast: dat God nu alleen maar genadig voor ons is in plaats van toornig (verzoening), dat we nu als rechtschapen in Christus gerekend worden (vrijspraak), dat we nu bevrijd zijn van de schuld en de macht van de zonde (verlossing), dat we ter plekke en geleidelijk heilig zijn gemaakt (heiliging) – wat ons oproept om onze mensen deze geweldige waarheden week na week te openbaren met grondige uitleg van de teksten.
- En ten slotte is het evangelie een boodschap over de glorieuze God zelf als onze definitieve, eeuwige, allesbevredigende Schat. “We mogen ons hierbij laten voorstaan op God, dankzij onze Heer Jezus Christus, door wie wij nu al met God zijn verzoend” (Romeinen 5:11). Het evangelie dat wij preken is “het evangelie … de luister van Christus, die het beeld van God is.” Als ons evangelie stopt vlak voor dit doel – God zelf waarderen, niet alleen maar zijn gaven van genade, redding van de hel, en het eeuwig leven – dan preken we niet “het evangelie van de glorie van God weerspiegeld in Christus” (2 Korintiërs 4:6). Ons einddoel is God kennen en waarderen. Zoals we zagen aan het begin van dit hoofdstuk, is dat het waarom we zijn geschapen – dat God met ons de kennis en waardering van hemzelf kan delen. Dat is wat het voor hem betekent om van ons te houden. Dit is wat het kruis uiteindelijk voor ons verkreeg. En ook dit, door elke tekst uit de Schrift – alles geïnspireerd door God om hoop in zijn glorie te doen ontwaken[7] – roept om de meest overvloedige openbaring opdat onze mensen gevoed worden met de beste en hoogste voedsel uit de hemel.
Wat ons ten slotte brengt bij het tweede woord in de term openbarende verheerlijking. Wee ons wanneer we zo’n evangelie openbaren zonder verheerlijking – dat wil zeggen zonder verheerlijken van de waarheid die we onthullen. Als Paulus in 2 Korintiërs 4:5 zegt: “Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is,” is het woord dat hij gebruikt voor “verkondigen”, kerussomen – wij kondigen Christus aan als de Heer, we maken Christus bekend als de Heer. De kerux – de verkondiger, de “predikant” (1 Timotheüs 2:7; 2 Timotheüs 1:11) – moet mogelijk uitleggen wat hij zegt als mensen het niet begrijpen (dus kennisoverdracht kan erbij komen kijken). Maar wat de verkondiger anders maakt dan de filosoof, schriftgeleerde en leraar is dat hij de verkondiger is van nieuws – en in ons geval oneindig goed nieuws. Oneindige waardevol nieuws. Het grootste nieuws van de hele wereld.
De schepper van het universum, die groter en wenswaardiger is dan welke schat op aarde dan ook, heeft zichzelf geopenbaard in Jezus Christus om voor altijd bekend en gewaardeerd te zijn bij iedereen in de wereld, die de wapens van de opstand zal neerleggen, zijn met bloed gekochte strafkwijtschelding krijgt, en zijn Zoon omarmt als Redder, Heer en Schat van zijn leven.
Oh broeders, lieg niet over de waarde van het evangelie met de dufheid van uw houding. Openbaring van de meest glorieuze realiteit is een glorieuze realiteit. Als het geen openbarende verheerlijking is – authentiek vanuit het hart – wordt er iets verkeerds gezegd over de waarde van het evangelie. Druk met uw gezicht of met uw stem of met uw leven niet uit dat het bij dit evangelie niet gaat om het evangelie van de allesbevredigende glorie van Christus. Daar gaat het wel over. En moge God onder u een generatie predikanten voortbrengen wiens openbaring waardig is voor de waarheid van God en wiens verheerlijking waardig is voor de glorie van God.
1. Arnold Dallimore, George Whitefield, Vol. 1 (London: Banner of Truth Trust, 1970), p. 16.
2. Christopher Catherwood, Five Evangelical Leaders (Wheaton: Harold Shaw Publishers, 1985), p. 170.
3. Jezus zei in Lucas 22:22 dat het kruis was “bepaald [horismenon] door God”, en in Mattheüs 25:41 dat het eeuwig vuur bestemd is door God. ‘Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: ”Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.”’
4. Kijk vanuit de Amerikaanse situatie eens goed naar de adembenemende opmerking van Joel Green, die lijnrecht staat tegenover wat de kerk dacht dat centraal staat in het evangelie en die gebaseerd lijkt op duidelijke schriften (Jesaja 53: 4-6, 8-10; Galaten 3:13; Romeinen 8:3): “Welke betekenis de verzoening ook had, het zou een ernstige fout zijn om te denken dat het gericht zou zijn op de afzwakking van Gods woede of op het winnen van Gods genadige aandacht … De gezamenlijke Schriften vormen geen reden voor de voorstelling dat een kwade God tot bedaren moet worden gebracht door middel van een zoenoffer … Wat er verder nog gezegd kan worden over Paulus’ voorstelling van de dood van Jezus, zijn theologie van het kruis mist elke volwassen notie van goddelijke vergelding.” Joel Green, Weerlegging van het schandaal van het kruis: Verzoening in het Nieuwe Testament & in de hedendaagse contextd (Downers Grove: InterVarsity Press, 2000), pagina’s 51, 56. Vanuit de Britse situatie noemt Steve Chalke de leer dat Christus de toorn van God plaatsvervangend voor ons droeg, “kosmisch kindermisbruik”: “Het is feit dat het kruis geen kosmisch kindermisbruik is – een wraakzuchtige Vader die zijn Zoon straft voor een overtreding die hij niet eens heeft begaan. Het is begrijpelijk dat zowel mensen binnen als buiten de Kerk deze verdraaide versie van de gebeurtenissen moreel twijfelachtig vinden, een grote barrière richting het geloof. Maar dieper dan dat staat zo’n voorstelling van zaken in complete tegenstelling met de bewering ‘God is liefde’. Als het kruis Gods persoonlijke daad van geweld is richting de mensheid maar gedragen wordt door zijn Zoon, drijft het de spot met Jezus’ eigen leer om uw vijanden lief te hebben en om te weigeren kwaad met kwaad te vergelden.” De verloren boodschap van Jezuse (Grand Rapids: Zondervan Publishing Company, 2004), pagina’s 182-183. N.T. Wright beargumenteert dat “de meeste” (bedoelt hij “alle”?) verwijzingen naar de hel in het Nieuwe Testament het niet hebben over een plek van eeuwig opzettelijk lijden maar dat we een “reconstructie” of “herdefiniëring” nodig hebben van de leer van de hel “in de tijd van nu” 1) in de zin van mensen die hun “geschonken vrijheid” gebruiken om “zichzelf helemaal weg te cijferen,” en 2) in de zin van sociaal onrecht en ellende: “Er bestaat een even goede en toch meer noodzakelijke Bijbelse leer van de hel qua menselijk sociaal leven en bedrijfsleven op deze aarde.” Jezus volgen: Bijbelse bezinningen op volgeling zijnf (Grand Rapids: William B. Eerdmans Publishing Company, 1994), pagina’s 95-96.
5. Geciteerd uit Het islam/Westen-debat: Documenten over een wereldwijd debat over terrorisme, Amerikaans beleid en het Midden-Oosteng, bewerkt door David Blankenhorn in Eerste Dingenh, maart 2006, #161, pagina 71.
6. Pas op met zeggen: “het werkt niet” om dan andere technieken te gaan gebruiken en Gods manier om mensen te veranderen achter je te laten. U kunt misschien mensen veranderen op manieren en met methoden die anders zijn dan het proces van het zien van de glorie van de Heer in het woord van God maar is dat dan een verandering die de glorie van Christus verheerlijkt? Niet alle veranderingen prijzen Christus. Paulus laat deze waarschuwing horen met de woorden aan het begin van 2 Korintiërs 4:3: “Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan.” Met andere woorden, hij erkent dat zijn evangelie niet iedereen verandert. Zij “die verloren gaan” zien de glorie van God niet in het evangelie. Paulus verandert zijn aanpak er niet door. En dat zouden wij ook niet moeten doen.
7. 2 Timotheüs 3:16-17; Romeinen 15:4.
Noot van de vertaler
a Originele titel: 2006 Together for the Gospel Conference
b Engelse predikant: 1714 - 1770
c Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling van 2021 (NBV21)
d Originele titel: Recovering the Scandal of the Cross: Atonement in New Testament & Contemporary Context
e Originele titel: The Lost Message of Jesus
f Originele titel: Following Jesus: Biblical Reflections on Discipleship
g Originele titel: The Islam/West Debate: Documents from a Global Debate on Terrorism, U.S. Policy and the Middle East
h Originele titel: First Things
Bijbelse Boeken en Preken