Zal de volgende generatie het weten?

Uit Bijbelse Boeken en Preken

Ga naar:navigatie, zoeken

Verwante bronnen
More Door John Piper
Auteur Index
More Over Kinderen
Onderwerp Index
Over deze vertaling
English: Will the Next Generation Know?

© Desiring God

Share this
Onze Missie
Deze vertaling is van het Evangelie Vertalingen, een online dienst, de evangelie gecentreerde boeken en artikelen vrij verkrijgbaar in elke natie en taal.

Hier meer (English).
Hoe u kunt helpen
Als u goed Engels spreken, kunt u met ons vrijwillig als vertaler.

Hier meer (English).

Door John Piper Over Kinderen
Een deel van de Raising Children Who Hope in the Triumph of God-serie

Vertaling door Bert Dijkhoff

Review U kunt ons helpen door de herziening van deze vertaling voor de nauwkeurigheid. Hier meer (English).


Rechters 2:6-141[1]
Toen Jozua de volksvergadering had ontbonden, waren de Israëlieten eropuit getrokken om het land in bezit te nemen, elke stam het gebied dat hun was toegewezen. Zolang Jozua leefde, had het volk de HEER gediend. Ook na zijn dood waren ze de HEER blijven dienen zolang er oudsten waren die met eigen ogen hadden gezien welke machtige daden de HEER voor Israël had verricht. Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEER, was gestorven toen hij honderdtien jaar oud was. Hij was begraven in het gebied dat hem was toegewezen: in Timnat-Cheres in het bergland van Efraïm, ten noorden van de Gaäs. Toen ook zijn generatiegenoten met hun voorouders waren verenigd, kwam er een volgende generatie, die niet vertrouwd was met de HEER en wat Hij voor Israël had gedaan. De Israëlieten begonnen te doen wat slecht is in de ogen van de HEER: ze gingen de Baäls dienen. Ze keerden de HEER de rug toe, de God van hun voorouders, die hen uit Egypte had geleid, en begonnen achter andere goden aan te lopen die werden vereerd door de volken waartussen ze woonden. Door voor die vreemde goden neer te knielen krenkten ze de HEER. Ze keerden Hem de rug toe om Baäl en de Astartes te dienen. Toen ontstak de HEER in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden en aan de hen omringende vijanden, zodat ze daartegen geen stand meer hielden.

Een woord voor ons allen

Ik zou deze morgen willen spreken ten gunste van de kinderen: de kinderen in onze kerkfamilies en zij die nog niet geboren zijn. Ze kunnen niet voor zichzelf spreken en dus heeft God voor hen gesproken. En ik wil doen wat God voor de kinderen tegen onze kerkfamilie heeft gezegd. Ik weet dat sommigen onder u geen kinderen hebben en deze nooit zullen hebben. Anderen hebben kinderen die volwassen zijn. Toch spreek ik tot u allen want het is van belang dat wat God over kinderen heeft te zeggen, behoort tot onze gedeelde christelijke kijk op het leven. Het is belangrijk dat oude mensen weten wat God over de kinderen heeft te vertellen, en dat kinderen weten wat God te zeggen heeft over ouderdom; dat mannen de boodschap gericht aan vrouwen kennen, en vrouwen de boodschap gericht aan mannen; dat de rijken de boodschap gericht aan de armen kennen, en de armen de boodschap gericht aan de rijken; enzovoort. Want alles wat God zegt in het belang van een groep zal de samenleving vormen met alle andere groepen in relatie tot die ene groep. En elke groep moet dienen bij de instandhouding en overdracht van Gods volledige openbaring aan de volgende generatie. Dus ook al spreek ik vandaag namens de kinderen en spreek ik vooral tegen ouders en wordende ouders, de boodschap is noodzakelijk voor ons allemaal.

Een generatie die niet van de Heer gehoord had

Jozua stierf toen hij 110 jaar oud was, volgens Rechters 2:8. Hij had het volk van Israël naar het beloofde land van Kanaän gebracht, heeft hen vele overwinningen bezorgd, en was hen een goed voorbeeld van vertrouwen in God. Na zijn dood bleven anderen van zijn generatie nog een poosje leven maar die stierven op den duur ook. Toen ze nog leefden, diende het volk van Israël trouw God want de herinnering aan zijn grootheid was behouden gebleven. In vers 7 staat: “Zolang Jozua leefde, had het volk de HEER gediend. Ook na zijn dood waren ze de HEER blijven dienen zolang er oudsten waren die met eigen ogen hadden gezien welke machtige daden de HEER voor Israël had verricht.” Zolang de herinnering aan Gods grootheid en het werk dat hij deed voor Israël, nog leefde, bleef het volk toegewijd aan God.

Maar in vers 10 staat: na de dood van Jozua en zij die Gods machtige daden hadden gezien, “kwam er een volgende generatie, die niet vertrouwd was met de HEER en wat Hij voor Israël had gedaan.” En het resultaat van deze domheid wordt weergegeven in vers 11: “De Israëlieten begonnen te doen wat slecht is in de ogen van de HEER: ze gingen de Baäls dienen. Ze keerden de HEER de rug toe, de God van hun voorouders, die hen uit Egypte had geleid.” En dan beschrijft vers 14 het goddelijk antwoord op deze afgoderij. “Toen ontstak de HEER in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden.”

Samengevat was er een volgorde zoals deze: eerst vereerden en dienden de mensen de ware God omdat Jozua en zijn generatie de herinnering aan Gods machtige daden levend hield onder de mensen. Als tweede kwam er een nieuwe generatie op, die om de een of andere reden niet bekend was met God noch met zijn werk voor Israël. Als derde keerde deze nieuwe generatie de ware aanbidding de rug toe en wende zich tot andere goden. En ten slotte bracht God het oordeel van zijn toorn over hen. De drie lessen voor ons, die ik uit deze tekst wil halen, zijn eenvoudig maar zeer noodzakelijk. Ten eerste, als de kennis over God wordt behouden in een gemeenschap, vooral door zij die persoonlijk met Gods macht kennis hebben gemaakt, wordt het geloof onderhouden en bloeit de gehoorzaamheid. Ten tweede, als wij ouders onze kinderen laten opgroeien zonder deze kennis over God, dienen we niet alleen hun onkunde en ongeloof maar ook hun ondergang. Ten derde is het daarom de serieuze plicht van alle ouders om hun kinderen te leren over God en zijn reddingswerk zodat de volgende generatie deze kennis heeft en gered zal worden. Aangezien de eerste twee van deze lessen leiden tot de laatste, is dit waarover ik vooral wil spreken. Het is Gods wil dat ouders de verantwoordelijkheid nemen om hun kinderen te leren wat God over zichzelf heeft geopenbaard. Wij ouders zijn het die de eerste en belangrijkste verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat onze kinderen op de juiste manier denken over God. De belangrijkste school die een kind ooit moet bezoeken, is thuis. En de invloedrijkste theologische leraren die het ooit moet hebben, zijn Mamma en Pappa.

Het Bijbels bewijs voor ouders

Allereerst wil ik wat meer Bijbels bewijs geven voor deze aansporing van ouders, en dan proberen te reageren op enkele veelvoorkomende tegenwerpingen. De belangrijkste tekst van het Oude Testament is Deuteronomium 6:4-9. Het belangrijkst gebod in de joodse schrift luidt: “Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht.” Jezus zei dat dit het eerste en grootste gebod was. En elke jood wist, net als ik wil dat eenieder van u weet, wat er daarna komt in deze geweldige tekst. “Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in.” De eerste opgave die een ouder heeft, na het liefhebben van God, is het bewaren van Gods Woord in zijn hart en deze zijn kinderen bijbrengen.

Dezelfde twee speerpunten (in uw eigen hart en aan uw kinderen) worden ook opgelegd in Deuteronomium 4:9: “Alleen, wees op uw hoede en neem uzelf zeer in acht, dat u de dingen niet vergeet die uw ogen gezien hebben, en dat zij niet uit uw hart wijken alle dagen van uw leven. U moet ze uw kinderen en uw kleinkinderen bekendmaken.”[2] (Ook een boodschap voor grootouders!) En nogmaals in Deuteronomium 11:18, 19: “Houd mijn woorden dus in gedachten, maak ze u eigen … prent ze uw kinderen in.” Gods constructie voor het behoud van de historische openbaring is het gezin. Binnen de christelijke gemeenschap is de hoofdverbinding tussen wat deze generatie weet en wat de volgende generatie zal weten, de band tussen ouder en kind. Joël 1:3 geeft hiervan een juweeltje van een samenvatting: “Vertel het aan je kinderen, en laten je kinderen het aan hun kinderen vertellen en hun kinderen aan het volgende geslacht.”

Wanneer we overgaan naar het Nieuwe Testament, wordt er niet veel gezegd over ouders en kinderen. Maar het belang van ouderlijke instructie over God schijnt erin door. Jezus tikte zijn discipelen op de vingers in Mattheüs 19:14 toen ze probeerden de kinderen weg te sturen. In de plaats daarvan heette hij ze welkom en zegende hij hen, en door dat te doen, prees hij de ouders voor hun zorg. Een van de impliciete lessen van deze tekst is: Ouders, breng uw kinderen tot Jezus. Vandaag de dag loopt het pad naar Jezus via zijn Woord. Dus: Ouders, maak Jezus bekend aan uw kinderen via zijn Woord.

En toen de apostel Paulus ouders en kinderen onderwees in hoe met elkaar om te gaan in christelijke huishoudens, in Efeziërs 6:1-4 en Colossenzen 3:20, 21, herhaalde hij gewoon het oudtestamentisch voorbeeld: kinderen gehoorzaam uw ouders; vaders voed uw kinderen op in de leer en instructie van de Heer.

Dus ik concludeer op basis van deze geschriften dat het Gods wil is dat het gezin behouden blijft en dat ouders onder God hun primaire verantwoordelijkheid nemen om Bijbelse en doctrinaire kennis in de hoofden en harten van hun kinderen te brengen. Kennelijk, als er in Rechters 2:10 staat dat er een volgende generatie kwam, die niet met de Heer vertrouwd was, is dat ontstaan doordat veel ouders hun door God opgelegde verantwoordelijkheid hadden verwaarloosd. Het resultaat was dat de nieuwe generatie de Heer in de steek liet en een veroordeling over zichzelf afriep. Het is dan duidelijk dat als wij ouders deze taak verwaarlozen, we niet alleen de onwetendheid en ongeloof van onze kinderen dienen maar ook hun ondergang.

Hersenspoelen we onze kinderen?

Oh wat wil ik graag dat de moeders en vaders van onze kerk leraren van het Woord van God bij u thuis zijn. Dus laat me proberen in te gaan op drie tegenwerpingen die mogelijk bij u opkomen. De eerste, sommigen zullen zeggen dat ouders niet het recht hebben om kinderen te hersenspoelen als het gaat om wat het heeft te accepteren als de waarheid. Het is beter om alle religieuze opties open te laten, en als het dan eentje kiest, is dat vanwege authentieke betrokkenheid en niet door ouderlijke autoriteit. Deze tegenwerping kent vier conflicten.

1) Het druist in tegen alle instructies van de Schrift dat ouders de waarheid over God moeten onderwijzen.

2) Het is onmogelijk om kinderen niets over God bij te brengen want hen niets leren, is hen een overvloed leren. Het brengt hen bij dat Jezus er niet echt toe doet, dat Mamma en Pappa hem niet zo belangrijk of spannend vinden als nieuwe meubels, weekenden aan het meer, Pappa’s werk of al die andere dingen waarover ze het steeds hebben. Zwijgen over Christus is de regel. De oneindige waarde van Christus niet laten zien, is het bijbrengen dat hij verwaarloosbaar is.

3) Het is niet waar dat wanneer je kinderen leert over God, hen dat kortzichtig en irrationeel bevooroordeeld maakt. Dat kan wel als de ouders onzeker zijn en zelf een geloof hebben, dat is gebaseerd op los zand. Maar als de ouders dwingende redenen zien om christen te zijn, zullen ze die hun kinderen ook meegeven. Niemand zal een ouder ervan beschuldigen een kind kosmologie op te dringen wanneer hij het kind vertelt dat de aarde rond is, en dat de kleine sterren die ’s nachts aan de hemel staan, groter zijn dan de aarde, en dat eigenlijk de zon stil staat terwijl de aarde draait. Waarom? Omdat we weten dat deze dingen zo zijn en het kind hiervan op den duur bewijs kunnen leveren, dat deze waarheid zal onderbouwen. En zo is het met zij die met goede argumenten overtuigd zijn dat het christelijk geloof echt is.

4) En ten vierde, is het gewoon liefdeloos en wreed om een kind niet te geven wat het het meest nodig heeft. Aangezien wij geloven dat alleen door Christus gehoorzaam in het geloof te volgen, een kind voor altijd gered kan worden, aan de kwellingen van de hel kan ontkomen, en de vreugde van de hemel kan genieten, zou het liefdeloos en wreed zijn hem dat pad niet te laten kennen. Als ik met liefde naar mijn drie zonen kijk, zeg ik: “Oh, Christus, laat me niet schuldig zijn aan het nalaten hen met me mee te nemen naar de glorie.”

Wat als ik niet voldoende weet?

Een tweede tegenwerping waarmee sommige ouders kunnen komen, is: ik weet niet genoeg van de Bijbel en de leer om mijn kinderen les te geven en hun moeilijke vragen te beantwoorden. Er zijn twee redenen waarom dit u niet hoeft tegen te houden. Als eerste, het is nooit te laat om de Bijbelse waarheid te gaan studeren en er meer en meer grip op te krijgen. Mogelijk bent u zelfs een betere leraar dan iemand die dat al heel lang doet, want uw kennis is kersvers. Ik zal u een bemoedigend geheim vertellen van het werk met minderjarigen in het collegeleven. De meeste collegestudenten beseffen niet, wanneer ze een studie gaan volgen bij een docent die de stof voor het eerst doceert, hij vaak nauwelijks meer weet dan zij en hen steeds een stap voor blijft. Hij heeft twee voordelen: hij weet wat er komen gaat en kan een dag in het voren plannen, en hij heeft iets meer ervaring in het oplossen van problemen. Als dat uw situatie is met betrekking tot uw kinderen en de Bijbel, doe het dan als de collegedocent: blijf ze een dag voor. Besef dat de door God aan een ouder gegeven taak om de kinderen les te geven veel groter is dan de taak van een collegedocent om zijn studenten les te geven.

De tweede reden dat uw gevoel niet bekwaam te zijn, u niet zou moeten hinderen, is dat zeer waardevolle dingen bijgebracht kunnen worden wanneer u het antwoord op een moeilijke vraag van uw kind niet weet. Ik kan er twee bedenken. U kunt uw kind bescheidenheid bijbrengen. Als u voldoende vertrouwen in God heeft om uw onwetendheid te laten zien in plaats van bluf te laten zien en een hypocriet te zijn, leert uw kind de schoonheid van bescheidenheid kennen. De tweede, u kunt uw kind bijbrengen om enig eigen initiatief te nemen in het oplossen van problemen. Als u 1 Samuël leest (zoals wij nu) en u weet niet wat Eben-Haëzer betekent in 7:12, kunt u zeggen: “Laten we naar de kerkbibliotheek gaan en het opzoeken in het Bijbels woordenboek,” en zo uw kind leren hoe de bibliotheek te gebruiken en uw serieusheid laten weten aangaande het beantwoorden van zijn vragen. Laat het gevoel van onwetendheid en onbekwaamheid u niet tegenhouden. God wil dat u groeit en hij zal u helpen te doen wat juist is.

Wat als mijn kinderen zich niet willen gedragen?

Een laatste tegenwerping die bij sommige ouders op kan komen is: Mijn kinderen zitten niet lang genoeg stil om te luisteren naar een stuk uit de Bijbel of lessen in zich op te nemen. Dit is een ernstig probleem in de kerk van tegenwoordig. Tijdens het bezoeken van andere plaatsen, zien Noël en ik dit steeds weer. Veel ouders lijken hun invloed verloren te hebben als het gaat om het omgaan met de ongehoorzaamheid van hun kinderen. Het is een vreemde ironie dat intelligente ouders die sterke en opbouwende kritiek uiten op de meeste gebieden vaak onbekwaam lijken in wat te doen als hun eigen kinderen ongehoorzaam zijn. Het lijkt wel of veel christelijke ouders het idee hebben geaccepteerd dat je niet echte gehoorzaamheid van een kind kunt (of moet) verwachten. Dus als de kinderen niet doen wat je zegt, probeer je erom te lachen, hen om te kopen of hen op te sluiten.

Ik geloof dat God over deze situatie zei dat wij ouders de verwachting dat onze kinderen ons gehoorzamen, moeten herontdekken, en dat we in alle liefde en bescheidenheid, ferme en rechtvaardige discipline toepassen om die gehoorzaamheid te waarborgen. Er is niets verandert in het karakter van kinderen dat het Woord van God in Spreuken onverstandig maakt. Spreuken 13:24: “Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem, wie hem liefheeft, tuchtigt hem.” Spreuken 19:18a: “Tuchtig je zoon, dan is er hoop, zo voorkom je dat hij de dood vindt.” Spreuken 22:15: “Kinderen zijn geneigd tot onbezonnenheid, de stok wijst ze terecht en weerhoudt ze ervan.” Spreuken 23:13, 14: “Aarzel niet een kind te vermanen, van stokslagen gaat het niet dood. Sla je het met de stok, dan red je het van het dodenrijk.” Spreuken 29:15, 17: “Berispingen en stokslagen zorgen voor wijsheid, een kind dat niet wordt opgevoed, maakt zijn moeder te schande … Tuchtig je zoon, en je hebt geen zorgen over hem, hij zal je vreugde geven.”

Zodra een kind oud genoeg is om uw gebod te begrijpen en fysiek in staat is deze op te volgen, hoort hem geleerd te worden wat goed is om te doen en dan te worden bestraft voor het niet doen totdat hij thuis en in het openbaar gehoorzaamt. Als ik zou denken dat ik sprak tot een groep kindermishandelaars, zou ik heel andere dingen zeggen. Omarmen en zoenen, stoeien, liefhebben, vergeven en tijd doorbrengen met uw kinderen zijn allemaal even belangrijk als afstraffen. Ik kan ernaast zitten maar mijn pastorale beoordeling is dat onder christelijke ouders van in de twintig en dertig de neiging bestaat om verwachtingen van gehoorzaamheid te hebben die te laag of te laat zijn, en onder hen een discipline bestaat die hardheid, strengheid en consequentheid mist. Ik ben geen expert in kinderpsychologie. Ik spreek vanuit mijn inzicht in de Schrift, mijn ervaring met drie zonen, en mijn waarnemingen bij anderen.

Ik sluit af met twee bemoedigingen en een belofte. Allereerst, ouders, denk ernstig na over hoe nauw het verband is tussen uw kinderen leren over God en hen leren u te gehoorzamen als Gods vertegenwoordiger over hen. Ten tweede, en dit is het belangrijkste punt van de boodschap, is het een serieuze plicht van ouders om hun kinderen te leren over God en de grootheid van zijn reddingswerk. Hun redding kan op het spel staan maar ook uw vreugde. En daarom sluit ik af met een belofte uit Spreuken 23:24, 25: “De vader van een rechtvaardige verheugt zich, wie een wijze heeft verwekt, verblijdt zich over hem. Mogen je vader en je moeder zich verblijden, zij die jou gebaard heeft zich verheugen.”

Moge God onze families met deze vreugde vervullen in de jaren die komen.

Noot van de vertaler

  1. Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwe Bijbelvertaling van 2021 (NBV21)
  2. Herziene Statenvertaling (HSV)